Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboeken

Handboek Douane

1.01.00 Gemeenschappelijk landbouwbeleid

Handboek Douane

1.01.00 Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, 7 februari 2011, Versie 9

2. Internationale verdragen

2.1. EEG-Verdrag

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide bij vele politici in Europa het besef dat er na afloop van de oorlog tussen de verschillende landen nauwer zou moeten worden samengewerkt. Door deze samenwerking zou het gevaar van nieuwe oorlogen binnen Europa worden verminderd. Ook zou daardoor de welvaart van de bevolking meer kunnen gaan groeien. Na jaren van onderhandelingen werd op 25 maart 1957 in Rome het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (hierna: EEG­verdrag) getekend. Nederland was een van de zes ondertekenaars van dit EEG-verdrag.

Met ingang van 1 mei 1999 is het Verdrag van Amsterdam inwerking getreden. Dit Verdrag is een herziening van het EEG-Verdrag; dit is het Verdrag tot oprichting tot de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag). In dit EG-Verdrag zijn de beginselen van het EEG-Verdrag overgenomen.

In het EG-verdrag zijn de volgende doelstellingen opgenomen:

- het bevorderen van de ontwikkeling van de economische activiteit binnen de Europese Gemeenschap (hierna: Gemeenschap);

- het verkrijgen van een gestage en evenwichtige economische vooruitgang;

- het bevorderen van een grotere stabiliteit binnen de Gemeenschap;

- het verbeteren van de levensstandaard van de bevolking;

- het versterken van de betrekkingen tussen de lidstaten.

Om deze doelstellingen te bereiken, moet een gemeenschappelijke markt worden ingesteld en moet het economische beleid van de lidstaten geleidelijk dichter tot elkaar worden gebracht.
(artikel 2 Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap)

Om de doelstellingen van het EG-verdrag te bereiken, zijn in artikel 3 van het EG-verdrag een aantal specifieke maatregelen opgenomen. Een van deze maatregelen was dat er binnen de Gemeenschap een gemeenschappelijk beleid op het gebied van de landbouw moest komen. Mede gezien de problemen met de voedselvoorziening tijdens de tweede wereldoorlog, waren de verdragsluitende partijen van mening dat het beter was om de handel in landbouwproducten niet meer aan het vrije spel van de marktpartijen over te laten, maar om een gemeenschappelijk markt- en prijsbeleid te voeren.
(artikel 3 Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap)

In titel II van het EG-verdrag is in de artikelen 32 tot en met 38 verder uitvoering gegeven aan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid binnen de Gemeenschap zoals dat in artikel 3 van het EG-verdrag is genoemd.

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid heeft als doel om:

- de productiviteit van de landbouw te doen toenemen;

- de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren;

- de markten te stabiliseren;

- de voedselvoorziening veilig te stellen;

- redelijke prijzen voor de consumenten te verzekeren.

(artikel 33 Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap)

Om deze doelstellingen te bereiken, wordt in het beleid uitgegaan van vier grondbeginselen:

a. eenheid van markt;

b. communautaire preferentie;

c. financiële solidariteit;

d. gelijkwaardige behandeling.

Eenheid van markt houdt in dat tussen de lidstaten een vrij verkeer van goederen heerst, waarbij douanerechten, heffingen van gelijke werking of subsidies die de concurrentie vervalsen, uitgesloten zijn. Om dit te bereiken, moeten er gemeenschappelijke prijzen worden ingesteld en moeten de administratieve, de fytosanitaire en de veterinaire voorschriften op elkaar worden afgestemd. Ten slotte moeten ook de wisselkoersen tussen de verschillende valuta stabiel zijn (en uiteindelijk verdwijnen).

Communautaire preferentie houdt in dat de gemeenschappelijke markt wordt beschermd tegen de invoer van landbouwgoederen tegen te lage prijzen en tegen ongewenste schommelingen in de prijzen op de wereldmarkt. De volgende drie instrumenten zijn in de loop van de jaren hiervoor ontwikkeld:

- het instellen van een variabele belasting bij invoer op de landbouwproducten waarvan de prijs op de wereldmarkt lager is dan de prijs binnen de Gemeenschap;

- het verstrekken van restituties bij uitvoer voor de landbouwproducten waarvan de prijs op de wereldmarkt lager is dan de prijs binnen de Gemeenschap;

- het instellen van heffingen bij uitvoer voor de landbouwproducten waarvan de prijs op de wereldmarkt hoger is dan de prijs binnen de Gemeenschap.

Met deze drie verschillende instrumenten wordt de vrije toegang gewaarborgd tot zowel de gemeenschappelijke markt als de wereldmarkt, zonder dat de concurrentie binnen de Gemeenschap wordt vervalst. De hoogte van de douanerechten die bij invoer of uitvoer moeten worden betaald en de restitutie die bij uitvoer kan worden verkregen, is in alle gevallen overal in de Gemeenschap gelijk.

Het derde grondbeginsel is financiële solidariteit: doordat de landbouwinkomsten en -uitgaven deel uitmaken van de gemeenschapsbegroting, komen alle bedragen die worden geïnd of uitgegeven, ten gunste of ten laste van de totale Gemeenschap.

Het laatste grondbeginsel is dat binnen de Gemeenschap producenten, handelaren en consumenten gelijkwaardig worden behandeld.

2.1.1 Koerswijziging gemeenschappelijk landbouwbeleid

Tot eind jaren tachtig richtte het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid zich op de noodzaak om de voedselproductie op peil te houden en te vergroten. De landbouwers ontvingen subsidies naarmate zij meer produceerden, zonder rekening te houden met de vraag van de consument. Dit leidde tot nagenoeg permanente overschotten van de belangrijkste landbouwproducten.

In de jaren negentig werden om deze permanente overschotten tegen te gaan productiebeperkingen ingevoerd en er kwam meer aandacht voor het op een milieuvriendelijke wijze produceren van landbouwgoederen en de gezondheid en het welzijn van dieren.

2.2. Wereldhandelsorganisatie (WHO)

De Wereldhandelsorganisatie (WHO) is een organisatie die als doel heeft wereldwijd afspraken te maken over het afschaffen van handelsbelemmeringen, waardoor de onderlinge handel tussen de verschillende landen wordt vergroot. Ook de Europese Gemeenschap is lid van de WHO. Periodiek worden onderhandelingsrondes tussen de deelnemende landen gehouden, waarin dan afspraken kunnen worden gemaakt over het verder afschaffen van de diverse handelsbelemmeringen.

Voor het afsluiten van de zogenaamde `Uruguay-ronde' in 1994 bestonden er voor de landbouwsector nauwelijks dwingende regels voor de internationale handel. De diverse landen of economische blokken waren ter bescherming van de eigen boeren niet bereid zich vast te leggen op maximale invoertarieven (tarificatie). Daarnaast was het verlenen van exportsubsidies vrijwel onbeperkt mogelijk. Het afsluiten van de `Uruguay-ronde' maakte echter een eind aan deze autonomie: (groepen van) landen konden nu niet meer zelf bepalen, welke maatregelen zij wel en niet nemen.

Op 1 augustus 2004 hebben de leden van de WHO unaniem een overeenkomst bereikt over hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.De hervorming moet o.a. resulteren in een sterke daling van handelsverstorende steunregelingen voor landbouwproducten en moet handelsverstorende praktijken op het gebied van de concurrentie bij uitvoer elimineren.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Actueel
Veelgestelde vragen
Downloaden
Help
Contact
Sitemap
Terug naar tekstnavigatie