1.01.00 Gemeenschappelijk landbouwbeleid
1.01.00 Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, 7 februari 2011, Versie 9
De EG legt haar beleid neer in richtlijnen, beschikkingen, aanbevelingen en adviezen, en verordeningen.
(artikel 249 Verdrag oprichting Europese Gemeenschap)
Richtlijnen zijn aanwijzingen die de Gemeenschap geeft aan de lidstaten en die de lidstaten zelf nog moeten verwerken in hun eigen nationale wetgeving. De richtlijnen geven het einddoel dat moet worden bereikt; de manier waarop de lidstaten dit einddoel bereiken, wordt overgelaten aan de lidstaten zelf.
Beschikkingen hebben maar een beperkte werking. De betekenis en de verbindende kracht hiervan is namelijk beperkt tot degenen aan wie de beschikking is gericht. Als een beschikking bijvoorbeeld aan een bepaald bedrijf wordt gegeven, dan is deze beschikking uitsluitend van toepassing op dit bedrijf. Beschikkingen worden voornamelijk afgegeven bij specifieke zaken voor maar een (of enkele) belanghebbende(n). Belanghebbenden kunnen naast bedrijven ook lidstaten of zelfs individuele burgers van de lidstaten zijn.
Aanbeveling en adviezen zijn niet verbindend; dit houdt in dat degene wie de aanbeveling of het advies krijgt zelf mag beslissen of hij het advies of de aanbeveling uitvoert.
Verordeningen hebben een algemene strekking en worden door de Raad of door de Commissie uitgevaardigd; zij zijn verbindend in al hun onderdelen en zijn rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Dit houdt in dat verordeningen (zonder uitzonderingen) van toepassing zijn binnen de hele Gemeenschap. Ook houdt dit in dat datgene wat in een verordening wordt geregeld, niet mag worden vertaald in nationale wetgeving. De lidstaten mogen alleen aanvullende nationale wetgeving op een verordening maken als in de verordening bepaalde zaken niet zijn geregeld. Vaak zijn dit uitvoeringsmaatregelen zoals "welk ministerie is verantwoordelijk?", "welke dienst houdt ergens toezicht op?", enzovoorts.
De verordeningen zijn te onderscheiden in:
- Basisverordeningen (paragraaf 4.1.1);
- Uitvoeringsbepalingen (paragraaf 4.1.2).
De Raad heeft voor de uitvoering van het landbouwbeleid basisverordening (EG)
In deze GMO-verordening zijn sectoren opgenomen. Deze zijn volgens dezelfde structuur opgezet. De algemene en uniforme bepalingen, die voor alle sectoren gelden, zijn onder één noemer geplaatst.
Er zijn twee groepen landbouwproducten te onderscheiden:
a. voor de landbouwgoederen die in bijlage I van het EG-verdrag zijn genoemd;
b. voor goederen die niet in bijlage I van het EG-verdrag zijn genoemd, maar waarin wel landbouwgoederen zijn verwerkt;
Ad a
De goederen waarvoor volgens artikel 32 van het EG-verdrag een Gemeenschappelijk Landbouwbeleid is vastgesteld, zijn opgenomen in bijlage I bij het EG-verdrag. De goederen die hier worden bedoeld, zijn de primaire landbouwgoederen. Voorbeelden hiervan zijn: levende runderen, rundvlees, varkensvlees, melk, boter, graan, tabak en olijfolie. Deze landbouwgoederen bevinden zich in onverwerkte staat of in het eerste stadium van verwerking. In artikel 1, lid 1, letter a tot en met letter u van
Ad b
Goederen die niet in bijlage I van het EG-verdrag zijn genoemd, maar waarin wel landbouwgoederen zijn verwerkt, worden industriële landbouwproducten of ILP of non-annex-I-producten genoemd. Als voor deze groep goederen geen marktordening zou zijn ingesteld, dan zou dit zeer nadelig zijn voor de verwerkende industrie die binnen de Gemeenschap is gevestigd.
Het instellen van een basisverordening voor goederen die niet onder bijlage I van het verdrag vallen, is mogelijk door de toepassing van artikel 235 van het EG-verdrag. Dit artikel biedt de mogelijkheid om specifieke maatregelen te treffen als dit noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een van de doelstellingen van het EG-verdrag, terwijl het EG-verdrag zelf hiervoor niet de mogelijkheden biedt.
In de volgende tabel vindt u de basisverordening voor goederen die niet in bijlage I van het EG-verdrag genoemd zijn, maar waarin wel landbouwgoederen zijn verwerkt.
| Sector | Basisverordening |
| .................................. | .................................. |
Industriële landbouwgoederen |
Opbouw van de GMO-verordeningen
In de GMO-verordening zijn onder andere de volgende hoofdonderwerpen opgenomen:
- producten;
- interne markt / diverse regelingen;
- handelsverkeer met derde landen;
- algemene bepalingen.
In bijlage I zijn de in artikel 1, lid 1 genoemde producten (21 sectoren) opgesomd waarvoor de verordening van toepassing is. Het zijn steeds landbouwgoederen waarvoor volgens artikel 32 van het EG-verdrag een Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van toepassing is, of waarvoor volgens artikel 308 van het EG-verdrag bijzondere maatregelen van toepassing zijn.
Voor de goede werking van de interne markt in de Gemeenschap zijn in de meeste sectoren regelingen vastgesteld op het gebied van:
- de verbetering van de kwaliteit van de producten;
- premie en steun voor de producenten;
- productieregelingen (vaststelling van de quota);
- vaststelling van de interventieprijs voor de goederen (de goederen worden door de Gemeenschap opgekocht als de marktprijs beneden de interventieprijs komt).
In het onderdeel Handelsverkeer met derde landen worden onderwerpen behandeld zoals:
- de mogelijkheid of de verplichting tot overlegging van invoer- of uitvoercertificaten bij in- of uitvoer;
- de verschuldigdheid van de rechten van het Gemeenschappelijk Douanetarief - de douanerechten - bij invoer;
- de mogelijkheid tot het vaststellen van aanvullende invoerrechten boven de genoemde douanerechten als de marktsituatie hiertoe aanleiding geeft (dit zijn belastingen in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid);
- de instelling en het beheer van tariefcontingenten;
- de mogelijkheid om restituties bij uitvoer te verlenen;
- de mogelijkheid om uitvoerheffingen in te stellen als de mate van export van de goederen de voorziening voor de bevolking in de Gemeenschap in gevaar brengt;
- de mogelijkheid om bij verstoring van de markt van de Gemeenschap vrijwaringsmaatregelen te nemen.
Vrijwaringsmaatregelen zijn maatregelen om de in- of uitvoer van goederen te beperken. Dit gebeurt meestal in de vorm van een import- of een exportverbod. De exporteur kan van dit verbod weer ontheffing krijgen als hij hiervoor een vergunning heeft gekregen van de bevoegde autoriteiten.
De taken van de Nederlandse Douane (in het kader van de handhaving van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) vloeien voornamelijk voort uit het handelsverkeer met derde landen. In de volgende tabel ziet u in welke onderdelen van de verschillende delen van het Handboek Douane deze taken verder zijn uitgewerkt.
| Decimaal nummer | Titel |
| ........... | .............................................. |
Bijzondere bepalingen bij invoer van landbouwgoederen | |
Invoercertificaten landbouwgoederen | |
Restituties | |
Aangifte ten uitvoer landbouwgoederen | |
Uitvoercertificaten landbouwgoederen | |
Interventie | |
Voedselhulp | |
Heffingen bij uitvoer van landbouwgoederen |
Een aantal specifieke landbouwbepalingen worden beschreven in de volgende onderdelen:
- Invordering van het bedrag van de douaneschuld
Verder zijn in onderdeel Deel VII van de GMO-verordening bepalingen opgenomen zoals:
- de datum van inwerkingtreding van de verordening;
- de overgangsmaatregelen;
- een overzicht van verordeningen die worden ingetrokken;
- een concordantietabel (bijlage XXII);
- de instelling van een beheerscomité.
Het beheerscomité is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en staat altijd onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Commissie. In dit comité worden onder meer de uitvoeringsbepalingen van de basisverordening besproken, maar er kunnen ook (als dat nodig is) interpretatievragen worden gesteld over de basisverordening of uitvoeringsbepalingen van een sector. Ook adviseert het beheerscomité de Europese Commissie over de inhoud van nieuwe verordeningen.
Alle door de Raad of Commissie vastgestelde verordeningen en beschikkingen die de uitvoering van de basisverordeningen regelen, vallen onder de benaming uitvoeringsbepalingen. Door de veelheid en de regelmatige wijziging van deze bepalingen bestaat er geen algemene lijst van de uitvoeringsbepalingen. De uitvoeringsbepalingen die voor de douaneambtenaar van belang zijn, zijn in het boekwerk Wetgeving Douane direct achter de betreffende basisverordening opgenomen.
De communautaire wetgeving bevat in hoofdzaak regels van materiële aard. Dit zijn bepalingen die regelen wat er moet worden bereikt. Bepalingen met een formele strekking (hoe dit moet worden bereikt) komen in de communautaire landbouwwetgeving nauwelijks voor. Er is hierin bijvoorbeeld niets geregeld over de wijze waarop de douanerechten worden opgelegd of hoe restituties worden verleend. Ook stelt de communautaire wetgeving niet de bevoegdheden vast van diensten die de douanerechten kunnen opleggen of de restituties kunnen verlenen.
Ten slotte bevat zij ook geen strafbepalingen of andere bepalingen of aanwijzingen over de rechten en verplichtingen van de belanghebbenden (onder andere het recht van beroep). Nationale wetgeving blijft dus noodzakelijk om de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkt volledig en efficiënt uit te kunnen voeren.
De nationale landbouwwetgeving met betrekking tot het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid is geregeld in:
- Algemene douanewet, Algemeen douanebesluit en Algemene douaneregeling;
- Invorderingswet;
Verder zijn bestuursrechtelijke bepalingen opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en bevat de Algemene wet inzake rijksbelastingen enkele bepalingen met betrekking tot bezwaar en beroep.
De heffing en de invordering van de bij invoer verschuldigde belastingen in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid vinden plaats op grond van de
Op grond van
