1.01.00 Gemeenschappelijk landbouwbeleid

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek Douane

1.01.00 Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, 7 februari 2011, Versie 9

6. Organen die bij uitvoer belast zijn met uitvoering van Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

6.1. Algemeen

Op zowel communautair als nationaal niveau is een aantal diensten bij uitvoer belast met de uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Enerzijds zijn hiervoor speciale organen opgericht, anderzijds zijn al bestaande organen binnen de lidstaten hier verantwoordelijk voor.

De doelstelling is dat deze verschillende diensten op zo'n manier samenwerken dat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid correct wordt uitgevoerd. Ook moet fraude of oneigenlijk gebruik van de diverse regelingen worden voorkomen en - als dat van toepassing is - worden vervolgd.

6.2. Op communautair niveau

Op communautair niveau zijn werkzaam:

- Europees Landbouwgarantiefonds (paragraaf 6.2.1);

- Organisation de la Lutte Anti-Fraude (paragraaf 6.2.2).

6.2.1. Europees Landbouwgarantiefonds

Het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) zijn speciaal ingesteld voor de uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Deze instanties zijn opgericht bij Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad, over de financiering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

(Verordening (EG) nr. 1290/2005, artikel 2)

Het ELGF en ELFPO hebben verschillende taken op het gebied van financiering. Hiernaast hebben beide instanties de taak de door het fonds gedane financieringen te controleren. Hieronder worden besproken:

- financiering door het ELGF;

- financiering door het ELFPO;

- controle door het ELGF.

      Financiering door de afdeling Garantie

De afdeling Garantie financiert o.a.:

a. de restituties die worden betaald bij uitvoer naar derde landen;
(artikel 3, lid 1, onder a, Verordening (EG) nr. 1290/2005)

b. de interventies ter regulering van de landbouwmarkten;
(artikel 3, lid 1, onder b, Verordening (EG) nr. 1290/2005)

c. speciale veterinaire en fytosanitaire maatregelen;
(artikel 3, lid 2, onder a, Verordening (EG) nr. 1290/2005)

d. voorlichting over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en bepaalde acties om de maatregelen die de afdeling Garantie heeft gefinancierd, te evalueren.
(artikel 5, lid 1, onder c en d, Verordening (EG) nr. 1290/2005)

      Ad a

Als de communautaire landbouwgoederen duurder zijn dan vergelijkbare landbouwgoederen op de wereldmarkt, zullen deze goederen - zonder prijsondersteuning door de Gemeenschap - niet te verkopen zijn op de wereldmarkt. Het gevolg hiervan kan zijn dat er grote overschotten ontstaan op de gemeenschapsmarkt. Dit zal dan (als er niet wordt ingegrepen) een prijsdaling voor deze goederen op de gemeenschapsmarkt tot gevolg hebben. Het inkomen van de boeren zal hierdoor sterk teruglopen, waardoor een van de doelstellingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid niet meer wordt gehaald. Om deze reden wordt de export van communautaire landbouwproducten die duurder zijn dan vergelijkbare producten op de wereldmarkt, financieel ondersteund door het geven van een soort exportsubsidie, de uitvoerrestitutie.

      Ad b

Onder interventies ter regulering van de landbouwmarkten wordt verstaan: het door het ELGF in de Gemeenschap opkopen van communautaire landbouwproducten als de prijzen van deze goederen onder een bepaald - vooraf vastgesteld - minimum zakken. Dit komt bijvoorbeeld voor als de productie groter is dan de afzet. Dit opkopen noemt men ook wel "het uit de markt nemen van goederen". Als deze opgekochte producten voor langere tijd kunnen worden bewaard zonder dat de kwaliteit hiervan te ver terugloopt (bijvoorbeeld bevroren vlees, wijn, melkpoeder), dan worden deze producten opgeslagen. Producten die niet voor langere tijd kunnen worden bewaard (bijvoorbeeld groenten en fruit), worden direct na aankoop ambtelijk vernietigd. Als in een bepaalde periode de vraag weer groter wordt dan het aanbod, dan kan het ELGF besluiten om de eerder aangekochte en opgeslagen partijen weer op de markt te brengen. Op deze manier wordt dan voorkomen dat in een situatie van schaarste de prijzen onaanvaardbaar gaan stijgen.

Door het opkopen en weer terugbrengen van landbouwgoederen, kan het ELGF grote (ongewenste) prijsschommelingen van dit soort goederen binnen de Gemeenschap afvlakken. Dit is zowel voor de continuïteit van de landbouwbedrijven binnen de Gemeenschap als voor de consumenten gunstig.

In elke lidstaat is een aparte dienst aangewezen die de organisatie rondom de aankopen, opslag en verkoop van interventieproducten namens het ELGF uitvoert; in Nederland is hiervoor de uitvoeringsorganisatie "Dienst Regelingen" aangewezen.

      Ad c

Voor de bestrijding van dierziekten en het instellen van specifieke veterinaire en fytosanitaire maatregelen kan het ELGF een financiële bijdrage geven. Met name door de veterinaire crises van de laatste jaren (BSE, varkenspest, dioxinekippen) is het bestrijden van dierziekten in het algemeen en het opstellen van veterinaire en fytosanitaire procedures in het bijzonder een speerpunt geworden van de Commissie. De verschillende raadgevende comités van de Commissie zorgen voor de wetenschappelijk/inhoudelijke kant; het ELGF zorgt voor de financiële kant.

      Ad d

De publiciteit over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt gefinancierd door het ELGF. Daarnaast financiert het ELGF de speciale acties die worden ingesteld om de werking van bepaalde (door het ELGF gefinancierde) maatregelen te evalueren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een onderzoek naar de rechtmatigheid van restitutiebetalingen.

De Nederlandse Douane heeft in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid uitsluitend een taak bij de controle op aangiften ten uitvoer met aanspraak op restituties. Met de andere taken van het ELGF heeft de Douane in dit verband geen bemoeienis.

Vanzelfsprekend heeft de douane bij de uitvoer van landbouwgoederen (met of zonder aanspraak op restituties) ook een taak bij de controle op de veterinaire en fytosanitaire voorschriften. Deze controle is echter geen controle in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid maar een controle in het kader van de veterinaire en fytosanitaire wetgeving.

      Financiering door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)

Het ELFPO financiert de maatregelen voor plattelandsontwikkeling die niet vallen onder de maatregelen die de door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) worden gefinancierd. Hierbij kan gedacht worden aan subsidies om landbouwgebieden braak te laten liggen of om deze te bestemmen voor natuur. In dit laatste geval gebruikt de boer het land niet meer voor landbouwproductie, maar legt hij er bijvoorbeeld een recreatiebos aan.

De Nederlandse Douane heeft geen taken bij de werkzaamheden die de ELFPO uitvoert.

      Controle door de ELGF

Functionarissen van het ELGF zijn bevoegd om in elke lidstaat zelf controles te verrichten. Zij krijgen daarvoor inzage in de boeken en in alle andere documenten en computerbestanden die betrekking hebben op de door het ELGF gefinancierde uitgaven. Deze controles kunnen niet alleen worden verricht bij de productschappen of de controlediensten (Douane en Algemene Inspectie Dienst), maar ook bij de bedrijven zelf. Op verzoek van de Commissie - en met instemming van de lidstaat - kunnen de functionarissen van het ELGF ook deelnemen aan nationale controles die worden verricht door bijvoorbeeld de Douane.

(artikel 37, lid 1, Verordening (EG) nr. 1290/2005)

6.2.2. Organisation de la Lutte Anti-Fraude

De Organisation de la Lutte Anti-Fraude (OLAF) is een speciaal opgerichte communautaire dienst die erop is gericht fraude met communautaire gelden tegen te gaan. De OLAF is met name actief in de bestrijding van fraude of oneigenlijk gebruik van de gelden die uit de landbouwbegroting komen. Dit komt in de eerste plaats doordat de landbouwbegroting meer dan de helft van de totale gemeenschapsbegroting uitmaakt.

In de tweede plaats zijn er in het verleden veel fraudes geconstateerd bij uitgaven voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

6.3. Op nationaal niveau

6.3.1. Algemeen

Op nationaal niveau is het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Het Ministerie heeft echter veel van zijn uitvoeringstaken gedelegeerd aan de productschappen en de uitvoeringsorganisatie "Dienst Regelingen". Deze delegatie van taken die voortvloeien uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt medebewind genoemd.

Voor de dagelijkse uitvoering van de formaliteiten en de betalingen rondom de diverse marktordeningen van de Gemeenschap, is in elke lidstaat een betaalorgaan aangewezen. In Nederland is voor het medebewind bij uitvoer, de uitvoeringsorganisatie "Dienst Regelingen" als betaalorgaan (zie paragraaf 6.3.2) aangewezen. Voor een juiste uitvoering van de aan haar opgedragen taken, maakt de Dienst Regelingen tevens gebruik van de volgende diensten:

- Productschappen;

- Algemene Inspectie Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

- Douane.

Voor de controle op de juiste toepassing door de bedrijven van de diverse basisverordeningen zijn er in alle lidstaten ook nog technische diensten aangewezen. In Nederland is als technische dienst aangewezen de Algemene Inspectie Dienst (AID (zie paragraaf 6.3.3).

Naast de AID hebben ook de productschappen en de Douane een belangrijke taak bij de uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

6.3.2. Betaalorgaan

Het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) financiert namens de Europese Commissie de bedragen die in het kader van de Gemeenschappelijk Landbouwbeleid worden uitgegeven. Het ELGF betaalt deze bedragen echter niet rechtstreeks aan de belanghebbenden, maar aan de lidstaten. Binnen de lidstaten zijn voor de feitelijke uitbetaling van deze bedragen aan de diverse belanghebbenden, de zogenaamde betaalorgaan ingesteld.

(artikel 1 Verordening (EG) nr. 885/2006)

In deze paragraaf komen nog de volgende onderwerpen aan de orde:

Onderwerp Toelichting
.................................... ....................................

Verordening (EG) nr. 885/2006

Om te zorgen dat de lidstaten de diverse eisen die worden gesteld aan het betaalorgaan op dezelfde manier toepassen, is Verordening (EG) nr. 885/2006 vastgesteld.

Overige afspraken

Uitvoeringsafspraken die zijn gemaakt tussen het betaalorgaan en de douane.

Coördinerende instantie

Als een lidstaat meerdere betaalorganen heeft aangewezen, dan moet deze lidstaat ook nog een coördinerende instantie instellen die belast wordt met de coördinatie tussen de lidstaat en het ELGF..

Aangewezen betaalorgaan

In Nederland is de uitvoeringsorganisatie "Dienst Regelingen" , een agentschap van het EL&I aangewezen als betaalorgaan.

Functies van het betaalorgaan

Het betaalorgaan heeft drie hoofdfuncties.

Taken van het betaalorgaan

Uit de functies vloeien een aantal taken voort.

Bijzondere diensten van het betaalorgaan

Om de hoofdfuncties goed uit te kunnen voeren, beschikt het betaalorgaan ook nog over de volgende twee diensten:

- de dienst interne controle;

- de technische dienst.

      Verordening (EG) nr. 885/2006

Om te zorgen dat de lidstaten de verschillende eisen die worden gesteld aan het betaalorgaan op dezelfde manier toepassen, is Verordening (EG) nr. 885/2006 van de Commissie vastgesteld. In de bijlage bij deze Verordening zijn richtlijnen gegeven voor de criteria die moeten worden gebruikt om betaalorgaan te erkennen. De erkenning wordt pas gegeven als het betaalorgaan voldoende zekerheid biedt dat de betalingen die worden verricht, in overeenstemming zijn met de communautaire regelgeving.

Het betaalorgaan moet in de lidstaat worden erkend door een dienst die onafhankelijk is van het betaalorgaan. Deze dienst moet ook de technische kwaliteiten hebben om te kunnen beoordelen of het betaalorgaan voldoet aan de voorwaarden voor erkenning.

In Nederland is de directie Financieel Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aangewezen als de verantwoordelijke onafhankelijke dienst voor de erkenning van de Dienst Regelingen als betaalorgaan.

      (artikel 5 Verordening (EG) 885/2006)

Het betaalorgaan mag bepaalde taken die aan haar zijn opgedragen, delegeren aan andere diensten. Daarbij moet dan wel worden voldaan aan de eisen die zijn gesteld in hoofdstuk 1 van de bijlage I bij Verordening (EG) nr. 885/2006. Het volgende moet in ieder geval gebeuren:

a. Tussen het betaalorgaan en die instantie moet een schriftelijke overeenkomst zijn gesloten waarin de aard van de aan het betaalorgaan toe te zenden gegevens en bewijsstukken is omschreven en is aangegeven binnen welke termijn die toezending moet plaatsvinden. De overeenkomst moet het voor het betaalorgaan mogelijk maken aan de erkenningcriteria te voldoen.

b. Het betaalorgaan blijft in alle gevallen verantwoordelijk voor een doelmatig beheer van de middelen van de betrokken Fondsen.

c. De verantwoordelijkheden en verplichtingen van de andere instantie, met name ten aanzien van de controle op en de verificatie van de naleving van de communautaire voorschriften, zijn duidelijk omschreven.

d. Het betaalorgaan ziet erop toe dat de instantie beschikt over doeltreffende systemen om ervoor te zorgen dat zij haar verantwoordelijkheden op bevredigende wijze vervult.

e. De instantie geeft het betaalorgaan uitdrukkelijk de bevestiging dat zij haar verantwoordelijkheden daadwerkelijk vervult, en beschrijft de daartoe gebruikte middelen.

f. Het betaalorgaan beoordeelt de gedelegeerde functies op regelmatige

basis om de bevestiging te krijgen dat de verrichte werkzaamheden van een bevredigend niveau zijn en aan de communautaire voorschriften voldoen.

      Ad a

Het betaalorgaan stelt in nauwe samenwerking met de vier productschappen, Algemene Inspectie Dienst (AID) en de Douane per marktordening een controlememorandum op. Hierin worden (gelet op de onderkende risico's voor een juiste naleving van de gemeenschapsvoorschriften) de handhavingmaatregelen vastgesteld.

Per restitutie- of steunregeling moet worden vastgelegd welke risico's bij die regeling van toepassing kunnen zijn en welke taken de controlediensten hierin moeten uitvoeren. De onderkende risico's worden verdeeld naar laag, midden en hoog en moeten afdoende door controles worden afgedekt. Dit kunnen zowel administratieve als fysieke controles zijn. In elk controlememorandum wordt per soort controle en per controleorgaan vastgesteld:

- wat de minimale omvang van de controle is;

- wat de gewenste omvang van de controle is;

- wat de gekozen omvang van de controle is.

Daarnaast moet in het controlememorandum vastliggen op welke momenten de controles moeten plaatsvinden, welk orgaan de controles daadwerkelijk uitvoert en welke procedureafspraken zijn gemaakt.

Een controlememorandum is dus in principe niet meer en niet minder dan een document met de afspraken die tussen het betaalorgaan en de controlediensten zijn gemaakt om de onderkende risico's af te dichten.

Als het controlememorandum is goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, moet de Douane zich aan de vastgestelde afspraken over controle en verificatie houden. Voor klantcoördinatoren van bedrijven die werkzaam zijn in de betreffende marktordening, is het controlememorandum dan ook van belang. Daarnaast is het voor het Douane Informatiecentrum (DIC) eveneens van belang om kennis te nemen van de vastgestelde controlememoranda.

      Ad b

Elke controledienst (de productschappen, de AID en de Douane) stelt op basis van eigen interne richtlijnen een planning op voor de uitvoering van de fysieke en de administratieve controles en organiseert hierop een adequate voortgangsbewaking.

      Ad c

De controledienst verstrekt van elke fysieke of technisch-administratieve bedrijvencontrole een controlerapport aan het betaalorgaan. De technisch-administratieve bedrijvencontrole is de administratieve controle die in het kader van Verordening (EEG) nr. 485/2008 wordt uitgevoerd bij producenten en exporteurs van landbouwgoederen. Met het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de productschappen is overeengekomen dat de huidige werkwijze van rapporteren door de Douane voldoet. In de rapportering wordt een verantwoording gegeven van de onderdelen van de aangifte ten uitvoer waarop een (fysieke) controle is uitgevoerd, en ook wordt gemeld wat de uitkomst van de controle is. De rapportering vindt plaats door middel van een aantekening op het landbouwformulier L(F), in het vak D/J (controle door het kantoor van vertrek). Als een aangifte op elektronische wijze in Sagitta-uitvoer is gedaan, vindt de rapportering plaats in het vak "Bevindingen" van de elektronische aangifte.

De resultaten van een technisch-administratieve bedrijvencontrole worden in een controlerapport gezet en aan de Controle Coördinatie Unit (CCU) gezonden. De CCU rapporteert de resultaten weer aan de productschappen. De CCU is een onderdeel van de AID en is speciaal opgericht om de coördinatie te voeren tussen de AID, de Douane en het betaalorgaan voor de planning, de uitvoering en de rapportering van administratieve controles die worden uitgevoerd volgens Verordening (EEG) nr. 485/2008.

      Ad d

Elk jaar stellen de vier regiokantoren van de Nederlandse Douane een beperkt beheersverslag op De beheersverslagen geven inzicht in de mate waarin de controles zijn uitgevoerd volgens de gemeenschapsvoorschriften. De beheersverslagen worden rechtstreeks toegezonden aan de productschappen .

      Ad e

De controledienst archiveert de afschriften van de geleidelijsten die dienen voor de verzending van controleverslagen en documenten, nadat deze (ondertekend door het betaalorgaan) bij deze dienst zijn terugontvangen.

      Overige afspraken

Het Ministerie van Financiën maakt op hoofdlijnen afspraken met de andere ministeries waarvoor de Nederlandse Douane taken uitvoert maar waarvoor dat andere ministerie beleidsverantwoordelijk is. Deze afspraken worden vastgelegd in een kaderovereenkomst.

Het Ministerie van Financiën heeft op hoofdlijnen ook afspraken gemaakt met het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie betreffende de uitvoering van de niet-fiscale douanetaken. Deze afspraken zijn vastgelegd in de kaderovereenkomst tussen het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake de uitvoering van de niet-fiscale douanetaken, Bijlage 1. Inzake fysieke controles (Vo. 386/90).

Per regeling kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt over de taakverdeling en de inzet van de verschillende diensten die bij de handhaving van deze regeling betrokken zijn. Deze nadere afspraken worden vastgelegd in een bijlage bij de kaderovereenkomst.

Met betrekking tot de uitvoering van de taken die voortvloeien uit Verordening (EG) nr. 1276/2008 (de fysieke controleverordening) is ook een bijlage bij de kaderovereenkomst vastgesteld. Hierin zijn onder andere de volgende afspraken vastgelegd:

- Per kwartaal rapporteren de vier regiokantoren van de Nederlandse douane de aantallen fysieke controles die in het kader van Verordening (EG) nr. 1276/2008 door deze kantoren zijn gerealiseerd. Deze overzichten worden rechtstreeks toegezonden aan de vier productschappen.

- Jaarlijks moet elke lidstaat een evaluatieverslag insturen aan de Europese Commissie betreffende de uitvoering van de fysieke controles ex. Verordening (EG) nr. 1276/2008. Het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is verantwoordelijk voor de samenstelling van dit verslag. Het regiokantoor Douane Rotterdam levert voor 15 maart van elk jaar, de gevraagde gegevens namens de Nederlandse douane aan, aan het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
(punt 5a.3 van de Bijlage bij de kaderovereenkomst tussen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Ministerie van Financiën inzake de uitvoering van de niet-fiscale douanetaken)

- De Auditdienst Financiën (ADF) informeert de Accountantsdienst van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie periodiek over zijn bevindingen bij de interne controles bij de Nederlandse douane.

- Jaarlijks wordt er overleg gevoerd tussen het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, het Ministerie van Financiën, de vier regio's van de douane, B/CPP (keten Douane) en de vier productschappen, om de uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid te evalueren.
Daarnaast kan op ad hoc basis ook nog overleg worden gevoerd tussen de productschappen en de vier regiokantoren van de douane. Zie ook paragraaf 7.1.
(punt 5b van de Bijlage bij de kaderovereenkomst tussen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Ministerie van Financiën inzake de uitvoering van de niet-fiscale douanetaken)

- De vier regiokantoren van de Nederlandse Douane stellen elk een landbouwcoördinator aan en maken deze personen bekend aan de productschappen.
(punt 5c van de Bijlage bij de kaderovereenkomst tussen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Ministerie van Financiën inzake de uitvoering van de niet-fiscale douanetaken)

      Aangewezen betaalorganen

      In Nederland is de uitvoeringsorganisatie "Dienst Regelingen", een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, erkend als betaalorgaan. De Dienst Regelingen heeft veel van zijn taken aan de hieronder genoemde productschappen gedelegeerd:

- het Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA);

- de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE);

- het Productschap Zuivel (PZ);

- het Productschap Tuinbouw (PT).

      De productschappen functioneren als zogenaamde Delegated Bodies; zij blijven verantwoordelijk voor de uitvoering van de regelingen.

De adressen en telefoonnummers van deze productschappen zijn vermeld in bijlage 1. Zie hoofdstuk 7 voor aanwijzingen over de procedures die moeten worden gevolgd bij de uitwisseling van informatie met de productschappen.

      Functies van het betaalorgaan

Het betaalorgaan treft, volgens de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, de nodige maatregelen om:

- er zeker van te zijn dat de maatregelen die door het ELGF gefinancierd zijn, daadwerkelijk en op regelmatige wijze werden uitgevoerd;

- onregelmatigheden te voorkomen en te vervolgen;

- de bedragen die door onregelmatigheden of nalatigheden verloren zijn gegaan, terug te vorderen.

(artikel 9, lid 1 en 3, Verordening (EG) nr. 1290/2005)

De in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 opgedragen taak is verder uitgewerkt in de bijlage I van Verordening (EG) nr. 885/2006. Als uitvloeisel hiervan heeft het betaalorgaan de volgende drie hoofdfuncties:

Hoofdfunctie Toelichting
............................ .........................................

Betalingen toestaan

Betalingen kunnen worden toegestaan als het bedrag dat aan de aanvrager wordt toegekend in overeenstemming is met de gemeenschapsvoorschriften.

Betalingen uitvoeren

Betalingen uitvoeren houdt in dat aan de banken de opdracht wordt gegeven om het geautoriseerde bedrag aan de aanvrager uit te betalen

Betalingsadministratie voeren

De administratie van de betalingen voeren houdt in dat in de boekhouding van het betaalorgaan alle betalingen worden geadministreerd. Ook worden er periodiek overzichten aan de Commissie verstrekt en worden jaarlijks begrotingen opgesteld.

(Hoofdstuk 1 letter A van de bijlage I bij Verordening (EG) nr. 885/2006)

      Taken van Het betaalorgaan

Het betaalorgaan heeft de volgende twee hoofdtaken in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid:

- uitbetaling van de restituties

- afgeven van uitvoercertificaten, in Nederland is deze taak gedelegeerd aan de vier productschappen (artikel 3:2, lid 2, Algemene douaneregeling).

Het betaalorgaan is bevoegd om restituties te verlenen. De berekening van de restitutiebedragen is door het betaalorgaan gedelegeerd aan de vier productschappen. Ze berekenen dit op basis van het door de exporteur opgemaakte landbouwformulier L(F) of het hiermee gelijkgestelde bericht vanuit Sagitta-uitvoer. Dit landbouwformulier L(F) (of het hiermee gelijkgestelde elektronische bericht) ontvangen ze via de Douane.

(artikel 1:33, lid 3, Algemene douanewet en afdeling 3:3 Algemene douaneregeling)

Het betaalorgaan (Dienst Regelingen) betaalt de restituties aan de hand van de berekening die zij van de vier productschappen krijgen. Deze berekening is o.a. gebaseerd op de gegevens die de Douane heeft bevonden bij de verificatie van het landbouwformulier L(F) of het hiermee gelijkgestelde elektronische bericht vanuit Sagitta-uitvoer.

(afdeling 3:3 Algemene douaneregeling)

Zie voor een verdere uitwerking van de verschillende taken en bevoegdheden die het betaalorgaan hebben bij de uitvoer van landbouwgoederen, de volgende onderdelen van dit Handboek:

- 20.01.00 Restituties

- 20.02.00 Aangifte ten uitvoer landbouwgoederen.

- 20.03.00 Uitvoercertificaten landbouwgoederen

- 20.05.00 Interventie

- 20.06.00 Voedselhulp

- 20.07.00 Heffingen bij uitvoer van landbouwgoederen

      Bijzondere diensten van het betaalorgaan

Om de hoofdfuncties goed uit te kunnen voeren, beschikt het betaalorgaan ook nog over de volgende twee diensten:

- de technische dienst;

- de dienst interne controle.

De technische dienst moet de feiten verifiëren die van toepassing zijn bij de verzoeken om restitutie.

De dienst interne controle moet ervoor zorgen dat het stelsel van interne controle van het betaalorgaan doeltreffend functioneert. Deze dienst brengt rechtstreeks verslag uit van zijn bevindingen aan de leiding van het betaalorgaan. De dienst staat los van de overige afdelingen van het betaalorgaan.

(Hoofdstuk 4 van de bijlage I bij Verordening (EG) nr. 885/2006)

6.3.3. Technische diensten

In Nederland is de Algemene Inspectie Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (AID) aangewezen als technische dienst in het kader van Verordening (EG) nr. 885/2006.

De AID voert als technische dienst van het betaalorgaan de volgende controles uit in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid:

Controle Toelichting
........................... ................................................

Receptuurcontrole

Receptuurcontroles zijn controles bij bedrijven die industriële landbouwgoederen uitvoeren en die toestemming hebben om in de aangifte ten uitvoer te volstaan met een eenvoudige omschrijving van de goederen in plaats van de normaal voorgeschreven volledige omschrijving van de goederen. Daarnaast worden er ook receptuurcontroles uitgevoerd bij bedrijven die in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid productiesteun ontvangen.

Administratieve controle

Administratieve controles zijn controles bij die bedrijven die in het kader van de scheepsbevoorrading gebruik maken van vereenvoudigde regelingen.

Controle land van bestemming

Controles land van bestemming zijn administratieve controles bij de exporteurs als de hoogte van de restitutie verschilt al naar gelang de bestemming van de goederen (gedifferentieerde restitutie). Met name wordt dan gecontroleerd of de goederen wel het land van bestemming hebben bereikt dat in de uitvoeraangifte is opgegeven.

Controle van de maatregelen voor plattelandsontwikkeling

Controles van de maatregelen voor plattelandsontwikkeling zijn administratieve controles bij die bedrijven die geld van het ELFPO ontvangen in het kader van de maatregelen voor plattelandsontwikkeling.

Controles van algemene aard

Controles van algemene aard worden - al dan niet op verzoek van het productschap - ingesteld bij bepaalde bedrijven om de juiste naleving van de landbouwvoorschriften te controleren. Voorbeelden hiervan zijn:

- de controle op de juiste uitvoering van de melkquotaregeling;

- de controle op de eisen die worden gesteld om productiesteun voor bepaalde landbouwgoederen te kunnen krijgen.

      Aansturing AID

In artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 is bepaald dat de betaalorganen de nodige maatregelen moeten treffen om:

- er zeker van te zijn dat de door het EGFL en ELFPO gefinancierde maatregelen ook feitelijk door de aanvragers zijn uitgevoerd;

- onregelmatigheden te voorkomen en te vervolgen;

- de door de onregelmatigheden of nalatigheden ten onrechte uitbetaalde bedragen terug te vorderen.

Om dit te bereiken is het noodzakelijk dat er overeenstemming is tussen de betaalorganen en de AID over de manier waarop de controles worden uitgevoerd en de diepgang ervan. Hoewel de betaalorganen de AID niet kunnen voorschrijven hoe zij feitelijk de controles moeten verrichten, zijn er wel afspraken gemaakt over de minimaal te controleren elementen in het per specifieke marktordening opgestelde controlememorandum.

Daarnaast zijn er ook nog twee algemene controlememoranda opgesteld voor Verordening (EG) nr. 612/2009 (Restitutieverordening) en Verordening (EG) nr. 376/2008 (Certificatenverordening). In deze controlememoranda zijn de algemene, overkoepelende afspraken opgenomen die voor alle marktsectoren gelden.

In elk controlememorandum is per artikel van de betreffende verordening aangegeven welke dienst welke activiteiten moet uitvoeren. De manier waarop deze activiteiten worden uitgevoerd, is in principe de verantwoordelijkheid van de genoemde diensten zelf.

Als bedragen ten onrechte zijn uitbetaald en niet (of slechts gedeeltelijk) kunnen worden teruggevorderd van degene die de bedragen heeft ontvangen, dan worden deze bedragen door de Gemeenschap betaald. Als deze bedragen echter ten onrechte zijn betaald omdat de overheidsdiensten of organen in de lidstaat zelf onregelmatig hebben gehandeld of nalatig zijn geweest, dan moet de betreffende lidstaat deze bedragen zelf betalen.

(artikel 32, leden 1 en 8, Verordening (EG) nr. 1290/2005)

Naast deze controletaken als technische dienst heeft de AID ook nog controletaken vanuit andere voorschriften. Hierbij kan gedacht worden aan de controle:

- bij bedrijven die van het productschap een vergunning hebben gekregen voor de regeling actieve of passieve veredeling;

- bij bedrijven die goederen ontvangen in het kader van bepaalde bijzondere bestemmingen landbouwgoederen;

- in het kader van Verordening (EEG) nr. 485/2008;

- op verzoek van de Douane.

6.3.4. Douane

De Douane is in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid belast met de controle van:

- de aangiften ten uitvoer (schriftelijk of elektronisch);

- de verzoeken om restitutie;

Bij de aanvaarding, de verificatie en de administratieve verwerking van de aangiften ten uitvoer van landbouwgoederen, zijn de bepalingen van de communautaire en nationale douanewetgeving volledig van toepassing. De normale douaneprocedures bij de verificatie van de aangifte, de grondige opneming en/of monsterneming van de goederen, de door de belanghebbende te verlenen medewerking enzovoorts, gelden voor landbouwgoederen dan ook onverkort.

(artikel 1 CDW juncto artikel 1:1 Algemene douanewet)

      Verzoeken om restitutie

De Douane verifieert naast de aangiften ten uitvoer ook de verklaringen van inslag voor de opslag van bepaalde soorten rundvlees in douane-entrepot (en de bescheiden die bij deze verklaringen overgelegd moeten worden). Ook hiervoor zijn de normale douaneprocedures voor de aanvaarding, verificatie en afwerking volledig van toepassing.

Hoewel de betaalorganen geen zeggenschap hebben over de wijze waarop de Nederlandse douane haar werkzaamheden inricht en uitvoert, zijn er hierover toch een aantal afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn met name gemaakt in de bijlage bij de kaderovereenkomst tussen het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en het Ministerie van Financiën inzake de uitvoering van de niet-fiscale douanetaken.

Daarnaast zijn er per regeling afspraken gemaakt in het per specifieke marktordening opgestelde controlememorandum met betrekking tot de minimaal te controleren elementen.

Tenslotte zijn er ook nog twee algemene controlememoranda opgesteld voor Verordening (EG) nr. 612/2009 (Restitutieverordening) en Verordening (EG) nr.376/2008 (Certificatenverordening). In deze controlememoranda zijn de algemene, overkoepelende afspraken opgenomen die voor alle marktsectoren gelden.

In elk controlememorandum is per artikel van de betreffende verordening aangegeven welke dienst welke activiteiten moet uitvoeren. De manier waarop deze activiteiten worden uitgevoerd, is in principe de verantwoordelijkheid van de genoemde diensten zelf.

Als bedragen ten onrechte zijn uitbetaald en niet (of slechts gedeeltelijk) kunnen worden teruggevorderd van degene die de bedragen heeft ontvangen, dan worden deze bedragen door de Gemeenschap betaald. Als deze bedragen echter ten onrechte zijn betaald omdat de overheidsdiensten of organen in de lidstaat zelf onregelmatig hebben gehandeld of nalatig zijn geweest, dan moet de betreffende lidstaat deze bedragen zelf betalen.

(artikel 32, leden 1 en 8, Verordening (EG) nr. 1290/2005)

De productschappen zijn in hun functie als betaalorgaan primair verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de uitbetalingen van door het ELGF gefinancierde maatregelen. De Nederlandse Douane heeft echter een belangrijke rol in de controle op de uitbetaling van de restitutie bij uitvoer van landbouwgoederen. Bij de aangifte ten uitvoer wordt namelijk ook de aanvraag om restitutie ingediend door middel van het landbouwformulier L(F) of via de elektronische weg bij een elektronische aangifte ten uitvoer. De Douane verifieert naast de aangifte ten uitvoer ook dit landbouwformulier of de elektronische aanvraag.

      Let op

Als later blijkt dat er ten onrechte restitutie is verstrekt omdat de Douane zijn taak als controle-instantie niet juist heeft uitgevoerd, dan zal het betaalorgaan het Ministerie van Financiën hierop aanspreken.

Het mag duidelijk zijn dat dit altijd moet worden voorkomen. Om deze reden moeten de ambtenaren de hun opgedragen controletaken dan ook met de uiterste nauwgezetheid uitvoeren. Ook moeten ze van de uitgevoerde werkzaamheden nauwkeurig verslagleggen.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie