11.00.00 Tijdelijke opslag van goederen
11.00.00 Tijdelijke opslag van goederen, 19 juli 2010, Versie 3
In hoofdstuk 1 is een belangrijk aspect van de tijdelijke opslag behandeld, namelijk de ruimte waarin die opslag plaats vindt. Een ander belangrijk aspect van de tijdelijke opslag vormen de goederen die in deze ruimten kunnen worden opgeslagen. Daarover gaat dit hoofdstuk.
Binnen een ruimte voor tijdelijke opslag kunnen verschillende soorten goederen worden opgeslagen. Welke dat zijn wordt beschreven in paragraaf 2.1.
Dit hoofdstuk bevat geen procedurebeschrijvingen of ambtelijke werkzaamheden. Paragraaf 2.2. is dus leeg.
De voorschriften die gelden voor de gezamenlijke opslag van goederen staan in paragraaf 2.3.
Dit hoofdstuk kent geen uitzonderings- en strafbepalingen; paragraaf 2.4. en 2.5. zijn daardoor niet ingevuld.
Als hoofdregel geldt dat in de ruimte voor tijdelijke opslag alleen opslag mag plaats vinden van:
- goederen die het douanegebied binnen zijn gekomen of zullen uitgaan;
- goederen die nog onder de regeling van douanevervoer zijn.
Zodra goederen na hun binnenkomst bij de douane zijn aangebracht, hebben zij al de status van goederen in tijdelijke opslag.
(
Voor accijnsgoederen gelden nog de volgende bijzonderheden:
- De opslag van niet-communautaire accijnsgoederen is toegestaan.
- De opslag van communautaire accijnsgoederen is alleen toegestaan in het kader van de uitgaande opslag.
In een ruimte voor tijdelijke opslag kunnen in aansluiting op het vervoer, ongeacht de goederensoort, worden opgeslagen:
a. Binnengekomen niet-communautaire goederen.
(
b. Uitgaande communautaire en niet-communautaire goederen. Onder uitgaande goederen verstaan we in dit verband goederen die wachten op hun inlading in het uitgaande vervoermiddel.
c. Communautaire goederen die volgens de communautaire wetgeving bij de douane moeten worden aangeboden. Dit zijn onder andere communautaire goederen die zijn aangevoerd met T2.
In een ruimte voor tijdelijke opslag kunnen ook goederen worden opgeslagen uit het vrije verkeer. Deze opslag kan plaats vinden om de opslagruimte zo economisch mogelijk te benutten. De beheerder moet voor die opslag vooraf toestemming hebben verkregen van de douane. Deze toestemming kan alleen worden verleend als uit een oogpunt van douanetoezicht daartegen geen bezwaar bestaat.
Zie verder onder paragraaf 2.3 "Gezamenlijke opslag".
Bij dit hoofdstuk zijn procedures en ambtelijke werkzaamheden niet van toepassing.
Onder gezamenlijke opslag wordt verstaan de opslag van goederen met een verschillende douanestatus in dezelfde opslagruimte.
Het gaat om opslag van communautaire goederen bij niet-communautaire goederen. Deze opslag kan op schriftelijk verzoek van de beheerder alleen worden toegestaan als daartegen uit oogpunt van douanetoezicht geen bezwaren bestaan. De beheerder moet dit verzoek indienen bij het controlekantoor. Bij akkoord bevinden plaatst de ambtenaar op het controlekantoor op het verzoek het dienststempel en zijn handtekening. De beheerder krijgt het aldus behandelde verzoek terug en toont dit voor de inslag aan u. Vervolgens bewaart hij het verzoek bij zijn administratie, zodat hij bij een controle de douanestatus van de goederen kan aantonen. Het is belangrijk dat er geen verwisseling van de goederen kan plaats vinden en dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de regelmatigheid van de handelingen in de ruimte voor tijdelijke opslag. Daarom zijn merken en nummers op de goederen als identiteitskenmerken van essentieel belang.
Deze identiteitskenmerken komen voor op:
a. de goederen zelf;
b. hun verpakkingen;
c. de bijbehorende aangiften en documenten;
d. andere administratieve bescheiden.
Zie ook paragraaf 3.2.1.
Dit hoofdstuk bevat geen uitzonderingen.
Bij dit hoofdstuk horen geen strafbepalingen.
