11.00.00 Tijdelijke opslag van goederen
11.00.00 Tijdelijke opslag van goederen, 19 juli 2010, Versie 3
In de voorafgaande hoofdstukken zijn verschillende aspecten besproken die met tijdelijke opslag te maken hebben. In dit hoofdstuk wordt de inslag behandeld. Die vindt plaats wanneer goederen, nadat ze zijn ingeklaard, in tijdelijke opslag gaan.
Dit hoofdstuk behandelt het begrip "inslag" en geeft een opsomming van de te gebruiken aangiften en documenten in paragraaf 3.1.
Daarna komen in paragraaf 3.2 de procedures die bij inslag mogelijk zijn, aan de orde.
In paragraaf 3.3 worden enkele uitbreidingen genoemd en in paragraaf 3.4 uitzonderingen met betrekking tot de inslag.
Tenslotte vindt u in paragraaf 3.5 de bij tijdelijke opslag meest voorkomende strafbare feiten.
Figuur 2: Proces tijdelijke opslag (H.3)

De inslag van goederen is de fase van het proces waarin goederen worden geplaatst in een ruimte voor tijdelijke opslag. De fase begint als de goederen bij de ruimte voor tijdelijke opslag aankomen en eindigt als zij, na afwikkeling van formaliteiten en voorzien van een aangifte of document, daarin zijn geplaatst. De aangifte of het document voor de opslag is veelal de summiere aangifte. Als niet alle in de summiere aangifte omschreven goederen in één ruimte voor tijdelijke opslag worden geplaatst moet een nadere aangifte worden gedaan op de wijze zoals opgenomen in
(
Bij aankomst van goederen bij de ruimte voor tijdelijke opslag valt onderscheid te maken in de aangiften en documenten die bij de goederen behoren. Dit houdt vooral verband met de wijze waarop de goederen het douanegebied zijn binnengekomen:
- over zee;
- door de lucht;
- over de landgrens.
Ook kunnen goederen bij de ruimte voor tijdelijke opslag aankomen die voor uitvoer of wederuitvoer zijn bestemd. Zij worden in afwachting van het uitgaand vervoermiddel in de ruimte voor tijdelijke opslag geplaatst.
Hierna zijn de meest voorkomende situaties opgenoemd:
Wijze van binnenkomst |
Aangifte/document |
..................................................... |
........................................................ |
binnenkomst over zee |
a. Douane 11 (volglijst); b. T, T1, T2; c. carnet TIR; d. carnet ATA; e. Formulier 302; f. Rijnvaartmanifest. |
binnenkomst door.de lucht |
a. luchtvaartmanifest; b. T, T1, T2. |
binnenkomst over de landgrens |
a. T, T1, T2; b. carnet TIR; c. carnet ATA; d. Formulier 302; e. Rijnvaartmanifest; f. internationale spoorwegvrachtbrief. |
uitvoer of weder-uitvoer.(doorvoer) |
a. aangifte ten uitvoer; b. document T, T1, T2; c. carnet TIR d. carnet ATA. e. administratief geleidedocument |
Voordat de goederen kunnen worden ingeslagen in de ruimte voor tijdelijke opslag, moet door de beheerder van de ruimte, of namens hem, aan u kennis worden gegeven van de voorgenomen inslag. De aangiften en documenten die bij de goederen horen, moeten daarbij aan u worden overgelegd. Dat kunnen de aanvoerbescheiden zijn zoals die hiervoor in paragraaf 3.1 zijn genoemd.
In paragraaf 3.2.1 vindt u de procedure en ambtelijke werkzaamheden bij inslag beschreven. Bij de procedure zijn echter verschillen mogelijk, afhankelijk van de situatie die zich voordoet. Er zijn twee gevallen:
1. Alle in de aangifte of het document vermelde goederen worden opgeslagen in de ruimte voor tijdelijke opslag (met "alle goederen" wordt hier bedoeld: alle goederen die in de aangifte of het document zijn vermeld en waarvoor nog geen nadere aangifte is gedaan).
2. Een deel van de in de aangifte of het document vermelde goederen wordt in de ruimte voor tijdelijke opslag opgeslagen en het andere deel krijgt een andere bestemming, bijvoorbeeld invoer.
Binnen geval 1 moet nog nader onderscheid worden gemaakt tussen documenten die wel en documenten die niet voor de opslag kunnen dienen:
a. de volgende documenten kunnen ook voor de opslag dienen:
- Douane 11;
- Rijnvaartmanifest;
- luchtvaartmanifest;
- formulier 302;
- carnet ATA.
De procedure die hierbij wordt gevolgd is uitgewerkt in paragraaf 3.2.2.
b. de volgende documenten kunnen niet voor de opslag dienen:
- T, T1, T2 (plus de daarmee gelijk te stellen internationale spoorwegvrachtbrief); en
- carnets TIR.
Deze laatste documenten dienen alleen voor vervoer. Daarom moet de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag in beginsel een opslagaangifte doen.
Om praktische reden is bij aanvoer met deze documenten echter nog een andere mogelijkheid geopend. Zie daarvoor in paragraaf 3.2.3 "Inslagbescheiden zijn niet tevens opslagbescheiden".
In de situatie bedoeld in geval 2 (niet alle goederen worden in dezelfde ruimte voor tijdelijke opslag ingeslagen), moet het aanvoerbescheid eerst worden gesplitst. De procedure die daarvoor moet worden gevolgd is uitgewerkt in paragraaf 3.2.4.
De goederen zijn na de inklaring aangekomen bij de ruimte voor tijdelijke opslag en bestemd om daarin tijdelijk te worden opgeslagen. De procedure is als volgt:
1. De beheerder stelt voorafgaand aan de opslag zekerheid.
2. De beheerder moet aan u als ambtenaar die met het toezicht is belast, kennis geven van het voornemen om de goederen in te slaan. Hij doet dat met overlegging van een aangifte of document dat tot opslag kan dienen. Daarop moet hij een ondertekende verklaring hebben geplaatst dat hij de goederen in zijn ruimte voor tijdelijke opslag wil opslaan en daarvoor de aansprakelijkheid op zich neemt.
(
3. Voor u volgen bij de inslag de volgende ambtelijke werkzaamheden:
a. Ga na: - of de geldigheidstermijn niet is verlopen; - of de verklaring voor de overneming van de aansprakelijkheid is gesteld en ondertekend. Een verlopen aangifte of document moet eerst worden vervangen. U zult de beheerder daarvoor in het algemeen moeten verwijzen naar een aangiftepunt. |
Als bij de vervanging de beheerder op zijn eigen naam aangifte doet (hij is dan dus zelf titularis), is hij rechtstreeks aansprakelijk. Hij hoeft dan natuurlijk geen verklaring te stellen voor het overnemen van verplichtingen. In andere gevallen moet voor de afgifte van het document zekerheid zijn gesteld door de titularis. Ook moet de beheerder in verband met de inslag dan de verklaring stellen dat hij de aansprakelijkheid overneemt.
b. Controleer, als uit het aanvoerbescheid blijkt dat het vervoermiddel waarmee de goederen zijn aangekomen voorzien is van een douanesluiting, of deze in stand is gebleven. Eigenlijk is dit een controle in verband met het vervoer, maar de procedures voor vervoer en inslag leveren enkele samenvallende handelingen op; het vervoer is uitgewerkt in het onderdeel Vervoer, onderdeel 14.00.00 c. Teken uw bevindingen bij de inslag aan op de aangifte of het document. Dit kan bij de meeste bescheiden door het vak in te vullen dat daarvoor bedoeld is. Zie in geval van uitgaande opslag "Inslag van goederen voor uitgaande opslag". |
Inlevering opslagdocumenten
De beheerder moet alle aangiften en documenten (van goederen die op deze manier in tijdelijke opslag zijn genomen), inleveren bij de douane in verband met het toezicht op de opslagduur en de zuivering. Dit toezicht wordt uitgeoefend door het controlekantoor of, indien daartoe aangewezen, de douanepost van de plaats waar de ruimte voor tijdelijke opslag is gevestigd.
(
Inslag van goederen voor uitgaande opslag
Behalve goederen die het douanegebied zijn binnengekomen, kunnen ook goederen die in afwachting van hun verder vervoer dit gebied zullen verlaten, in de ruimte voor tijdelijke opslag worden ingeslagen.
De bij die goederen behorende aangiften en documenten kunnen zijn:
a. voor vervoer:
- T, T1, T2;
- carnet TIR;
- carnet ATA;
- formulier 302;
- Rijnvaartmanifest;
- internationale spoorwegvrachtbrief;
- admimistratief geleidedocument; en
b. voor uitvoer:
- EX;
- administratief geleidedocument.
Uw werkzaamheden hebben hierbij in feite niet te maken met tijdelijke opslag. Toch geldt ook hier dat voordat met lossing en inslag mag worden begonnen, de beheerder aan u kennis moet hebben gegeven van die werkzaamheden. Daarbij moet hij de bijbehorende bescheiden overleggen. Als deze aangiften en documenten aan u worden overhandigd, moet u dezelfde procedure volgen als in paragraaf 3.2.1 onder lid 3) is beschreven. Deze aangiften en documenten moeten echter niet voor opslag worden afgetekend, alsof de goederen al op hun eindbestemming zijn gekomen.
De procedure verloopt verder als volgt:
1. Geef toestemming tot de inslag en controleer of de goederen met de aan u overhandigde bescheiden overeenkomen
Deze opslag vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de titularis van de aangifte of het document. 2. Om het bescheid dan nog voor het verder vervoer te kunnen laten dienen, plaatst u uw aantekening voor lossing en inslag in vak 56 op de achterzijde van exemplaren nummers 4 en 5. De onderbreking geldt dan als een voorval tijdens het vervoer. 3. Plaats bij andere bescheiden (aangiften of documenten) op een daarvoor geschikte plaats de aantekening dat de goederen zijn aangebracht in de ruimte voor tijdelijke opslag en voorzie deze aantekening van de datum en uw paraaf. |
Deze aangiften en documenten kunnen in bewaring blijven bij de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag. Dit in afwachting van hun gebruik voor het verdere vervoer.
4. Als u de goederen en de eventuele douanesluiting bij de aankomst en inslag geheel conform de aangifte of het bijbehorende document hebt bevonden, dan plaatst u daarop de volgende aantekening: "Inslag conform". Voorzie deze aantekening van: - de datum; - uw handtekening; - dienststempel. |
Hiermee is voor deze goederen de inslagprocedure beëindigd.
Verschillen bij de inslag
Bij de inslag kan het voorkomen dat minder of meer goederen zijn aangebracht dan in de bijbehorende aangifte of document is vermeld. We spreken dan van minderbevinding of meerbevinding. Omdat in de praktijk hoeveelheidsverschillen regelmatig voorkomen, is wanneer opzet niet aanwezig wordt geacht een praktische afwerking mogelijk. Voor verschillende situaties is hierna en in de paragrafen 3.2.2, 3.2.3 en 3.2.4 nader uitgewerkt hoe dan gehandeld moet worden.
1. Als u bij de inslag verschil vast stelt tussen de gegevens in de aangifte of het document waarmee de goederen zijn aangebracht en de goederen, moet u handelen als volgt:
a. Plaats een verklaring op het inslagbescheid waaruit duidelijk blijkt wat u aanwezig en meerbevonden of als tekort hebt vastgesteld. Voorzie die verklaring van: - de datum; - uw handtekening. b. Geef het inslagbescheid aan de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag terug. |
2. De beheerder moet direct maatregelen nemen om, afhankelijk van de situatie, de zaken met elkaar in overeenstemming te brengen. Hij moet daarvoor met het inslagbescheid naar het controlekantoor of naar de daartoe aangewezen douanepost.
3. Voor de ambtenaar op het controlekantoor volgen de volgende ambtelijke werkzaamheden:
a. Beoordeel of met een eenvoudige wijziging van het opslagbescheid kan worden volstaan, of dat een aangifte of document nodig is. b. Beoordeel of procedures in gang moeten worden gezet wegens niet-zuivering. |
Minderbevinding bij de inslag
De procedures bij minderbevinding zijn, voor zover nodig in verband met bijzondere situaties, nog nader uitgewerkt in de paragrafen 3.2.2, 3.2.3 en 3.2.4 hierna.
Meerbevinding bij de inslag
Als bij de inslag meer goederen aanwezig blijken te zijn, is sprake van meerbevinding.
(
De procedure is als volgt:
1. Voor u volgen de volgende ambtelijke werkzaamheden:
a. Plaats op het inslagbescheid uw verklaring van de meerbevinding. Daaruit moet blijken hoeveel en welke goederen en met welke identiteitskenmerken (merken en nummers) u hebt aangetroffen, die niet in het document zijn vermeld. Voorzie de verklaring van: - de datum; - uw handtekening. b. Geef het inslagbescheid terug aan de beheerder. |
2. De beheerder levert het inslagbescheid in op het controlekantoor of op de daarvoor aangewezen douanepost.
Bij deze meerbevinding bij de inslag zijn er twee mogelijkheden:
1. Voor de meer bevonden goederen kan de aangifte of het document dat voor de opslag dient, op grond van uw verklaring eenvoudig worden gewijzigd. Dit moet gebeuren door de ambtenaar op het controlekantoor of de douanepost. Hij doet dit door het aanbrengen van de wijziging en het plaatsen daarbij van de dienststempel en zijn paraaf. Daarmee is dan ook voor de meer bevonden goederen de inslagprocedure beëindigd.
2. De tweede mogelijkheid is dat de beheerder voor de meer bevonden goederen een afzonderlijke aangifte doet. Hij doet dan voor die goederen aangifte door inlevering van een volledig ingevuld formulier Enig document, de exemplaren 6, 7 en 8. De ambtenaar die belast is met de afgifte aanvaardt de aangifte door plaatsing van zijn handtekening en dienststempel. De beheerder moet deze aangifte daarna aan u overhandigen. U tekent dan in vak J voor de inslag van de goederen met datum en handtekening.
Aansluitend op de algemene inslagprocedure als beschreven in paragraaf 3.2.1, gelden enkele bijzonderheden wanneer de inslagbescheiden tevens opslagbescheiden zijn. Deze situatie kan zich alleen voordoen wanneer aan twee voorwaarden is voldaan:
1. Alle goederen zijn bestemd om in dezelfde ruimte voor tijdelijke opslag te worden opgeslagen.
2. De goederen komen bij de ruimte aan met:
- een Douane 11;
- een Rijnvaartmanifest;
- een luchtvaartmanifest;
- een formulier 302;
- een carnet ATA.
De verantwoordelijkheid voor goederen in tijdelijke opslag moet worden gedragen door degene die de goederen onder zich heeft. Dat is de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag. Hij moet zorgen dat er overeenstemming bestaat tussen de opgeslagen goederen en de bijbehorende bescheiden. De aansprakelijkheid moet hij al voor de inslag op zich hebben genomen.
Als bij de aankomst bij de ruimte voor tijdelijke opslag een ander dan die beheerder de titularis is, kan de beheerder de opslagaangifte doen door het aanvoerbescheid te voorzien van zijn verklaring dat hij de aansprakelijkheid voor de goederen en de verplichting tot zuivering op zich neemt.
Douane 11
De beheerder moet de verklaring voor de opslag invullen en ondertekenen. Deze verklaring is aan de voorzijde voorgedrukt.
Formulier 302 en carnet ATA
De titularis van het formulier 302 of het carnet ATA blijft aansprakelijk. De beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag hoeft daarom die aansprakelijkheid niet over te nemen.
Luchtvaartmanifest en Rijnvaartmanifest
De beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag plaatst daarop de volgende verklaring:
"Ondergetekende....(naam)....verzoekt hierbij de in deze aangifte vermelde goederen in de ruimte voor tijdelijke opslag te mogen plaatsen .........(naam)..........".
De ambtenaar die met de aanvaarding van de aangiften is belast, plaatst bij de aangifte:
- zijn handtekening; - het dienststempel; - de datum. Daarna overhandigt hij de aangifte weer aan de aangever. |
De inslagprocedure en uw werkzaamheden daarbij lopen verder geheel zoals is beschreven in de algemene procedure, paragraaf 3.2.1 hiervoor.
Minderbevinding bij de inslag
Zoals uit de hiervoor beschreven algemene procedure bij inslag blijkt, is de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag al voor de lossing en inslag voor de goederen aansprakelijk. Hij neemt de aansprakelijkheid al over voordat hij kan nagaan of de ingeslagen goederen overeenstemmen met de bijbehorende bescheiden. Als bij of na de lossing blijkt dat er minder goederen zijn aangebracht dan in het aanvoerbescheid zijn vermeld, zou hij in de problemen komen. Daarom bestaat de mogelijkheid dat hij wordt ontheven van de overgenomen verplichtingen voor goederen die worden vermist.
De procedure is als volgt:
1. Als u zelf een vermis vaststelt of als de beheerder na de lossing en inslag een vermis bij u meldt (met overlegging van onder andere telbriefjes of andere van belang zijnde bescheiden), plaatst u daarover een verklaring op het opslagbescheid. Daarbij plaatst u de datum en uw handtekening. - wat aan u gemeld is; - wat uw eigen bevindingen zijn; - hoeveel en welke goederen gelost en ingeslagen zijn; - hoeveel en welke goederen vermist worden. |
Verder wordt onderscheid gemaakt in:
a. wijziging met herleving van aansprakelijkheid; en
b. wijziging zonder herleving van aansprakelijkheid.
Ad a. Wijziging met herleving aansprakelijkheid
De beheerder doet een verzoek tot wijziging van het inslagbescheid en ontheffing van zijn aansprakelijkheid voor de vermiste goederen. Hij moet dit verzoek indienen bij het controlekantoor of de daarvoor aangewezen douanepost en wel uiterlijk op de derde werkdag na de inslag. De zaterdag wordt in dit verband niet als een werkdag aangemerkt.
Weliswaar is deze termijn kort, maar dit houdt verband met de belangen van degene van wie de aansprakelijkheid herleeft bij inwilliging van het verzoek. Bij de ontheffing herleeft de aansprakelijkheid van degene die tijdens het vervoer aansprakelijk was. Op hem komt dus alsnog een douaneschuld te rusten.
Voor de ontbrekende goederen is nu een nieuw vervoerdocument nodig. Dat bescheid moet op naam zijn gesteld van de titularis van het aanvoerbescheid. De beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag moet zorgen voor dat bescheid en voegt daarom bij zijn verzoek een formulier Enig document (exemplaren nummers 1, 4, 5 en 7) dat volledig is ingevuld.
Het controlekantoor of de daartoe aangewezen douanepost, wijzigt bij inwilliging van het verzoek het inslagbescheid. Dat moet zo gebeuren dat het niet langer geldt voor de ontbrekende goederen. Daarna wordt het ingeleverde formulier Enig document op dezelfde wijze behandeld als een vervoersdocument dat niet gezuiverd is. De beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag is nu niet langer aansprakelijk voor de ontbrekende goederen.
Ad b. Wijziging zonder herleving van aansprakelijkheid
In sommige gevallen kan wijziging van het inslagbescheid plaats vinden zonder dat de voorgaande aansprakelijkheid hoeft te herleven. Dat kan alleen wanneer niemand de aansprakelijkheid hoeft te dragen omdat de goederen niet in het douanegebied zijn aangekomen.
Voorbeeld: een zending die zonder een voorafgaand douanebescheid Nederland is binnengekomen en waarvan minderbevonden goederen in het buitenland per abuis niet zijn ingeladen.
De afhandeling na overlegging van de door de douane nodig geachte bewijsstukken, vindt plaats door het controlekantoor of de daartoe aangewezen douanepost waar de ruimte voor tijdelijke opslag is gevestigd. De ambtenaar die op het controlekantoor of de douanepost belast is met de afhandeling, plaatst bij de wijziging paraaf en afdruk dienststempel.
Aansluitend op de algemene inslagprocedure beschreven in paragraaf 3.2.1, gelden enkele bijzonderheden wanneer de inslagbescheiden niet tevens opslagbescheiden kunnen zijn.
Bij aankomst van goederen met de onderstaande vervoersdocumenten, moet voor de opslag afzonderlijk aangifte worden gedaan. Deze documenten dekken alleen het vervoer en dienen niet zelf voor opslag. Het gaat om de volgende documenten:
- T;
- T1;
- T2;
- carnet TIR;
- internationale spoorwegvrachtbrief.
De beheerder moet de aangifte voor opslag doen door inlevering op het controlekantoor of de daarvoor aangewezen douanepost van een volledig ingevuld formulier Enig document, exemplaren nummers 6, 7 en 8. De douane zal daarop een opslagdocument afgeven en het vervoersdocument aanzuiveren.
Nadat de beheerder de aangifte heeft gedaan en een opslagdocument heeft verkregen, moet hij dat document aan u overleggen. Hij moet toestemming vragen voor de inslag. Dit zal in de praktijk vaak samengaan met de toestemming die nodig is om de goederen te lossen. Als aan alle wettelijke eisen is voldaan, geeft u de benodigde toestemming tot inslag.
Opslag na aankomst met buitenlands document T of carnet TIR
Bij aankomst van goederen uit een andere lidstaat met een document T of carnet TIR dat daar is afgegeven, is een eenvoudigere procedure nationaal mogelijk gemaakt. Deze kan worden toegepast wanneer:
- alle goederen bestemd zijn om te worden ingeslagen in dezelfde ruimte voor tijdelijke opslag; en
- de gegevens van de goederensoort ten minste voldoen aan de eisen voor een summiere aangifte (dat wil zeggen dat de goederen ten minste onder hun algemene handelsbenaming in het aanvoerdocument zijn genoemd).
In dat geval kan na aankomst door middel van document T de aangifte tot tijdelijke opslag worden gedaan door gebruik van de exemplaren nummers 4 en 7 van dat document. De beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag doet de aangifte door inlevering van het aanvoerdocument op het controlekantoor of de aangewezen douanepost. Daarop moet hij de volgende ondertekende verklaring hebben geplaatst:
"Ondergetekende....(naam)....verzoekt hierbij de in deze aangifte vermelde goederen in de ruimte voor tijdelijke opslag te mogen plaatsen ......(naam)......".
Deze verklaring wordt geplaatst bij:
- documenten T, T1, T2:
op de achterzijde van de exemplaren 4 en 7 in het vak "Opmerkingen";
- carnet TIR:
op de achterzijde van het evengenummerde voor Nederland bestemde volet en het daarop volgende onevengenummerde volet dat gelijkluidend moet zijn ingevuld.
De ambtenaar die belast is met het afgeven van documenten plaatst bij die aangifte zijn handtekening, de datum en een afdruk dienststempel. Daarna geeft hij het document T of het carnet TIR weer aan de belanghebbende terug om de lossing en inslag te dekken. |
De inslagprocedure en uw werkzaamheden daarbij, zijn verder geheel zoals beschreven onder de algemene procedure, paragraaf 3.2.1 hiervoor.
Nadat lossing en inslag plaats hebben gevonden, wordt exemplaar 4 gebruikt als opslagbescheid voor de douane. Het verloop van de administratieve werkzaamheden is verder beschreven in onderdeel 12.00.00
Minderbevinding bij de inslag
Het komt voor dat minder goederen zijn aangebracht dan in het aanvoerdocument zijn vermeld. In dat geval kan de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag onder bepaalde voorwaarden worden ontheven van de aansprakelijkheid die hij al voor de inslag heeft overgenomen.
Daarbij is verschil in behandeling tussen documenten T en carnets TIR als volgt:
- Bij aankomst met document T, T1, T2:
De beheerder moet een schriftelijk verzoek indienen bij het controlekantoor of indien daartoe aangewezen de douanepost, om het bestaande opslagdocument te laten vervangen door een nieuw document voor de wel aanwezige goederen. Dit verzoek moet hij doen uiterlijk op de derde werkdag na de inslag. De zaterdag wordt in dit verband niet als een werkdag aangemerkt. Dat de termijn kort is, houdt verband met de belangen van degene wiens aansprakelijkheid herleeft bij inwilliging van het verzoek.
- Bij aankomst met carnet TIR:
Hier geldt een strengere voorwaarde voor inleveren van een verzoek tot wijziging. Het verzoek moet dan onverwijld na de inslag worden gedaan. De vervoerder hoort het carnet namelijk direct na aflevering van de goederen, afgetekend door de douane terug te krijgen. Daarom kan bij een carnet TIR een verschil alleen worden hersteld zo lang de vervoerder met het carnet nog ter plaatse is.
Voor tekorten die niet op de souche van het carnet zijn vermeld, kan geen betaling worden gevorderd van de organisatie die voor het carnet garant staat. Het tekort moet daarom ook altijd worden vermeld op de bijbehorende souche in het carnet.
Voor tekorten die later blijken, is de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag aansprakelijk.
(
De procedure is als volgt:
1. Als u zelf een vermis vaststelt of als de beheerder na de lossing en inslag een vermis bij u meldt (met overlegging van onder andere telbriefjes of andere van belang zijnde bescheiden), plaatst u daarover een verklaring op het opslagdocument. Daarbij plaatst u de datum en uw handtekening. Uit de verklaring moet blijken: - wat aan u gemeld is; - wat uw eigen bevindingen zijn; - hoeveel en welke goederen gelost en ingeslagen zijn; - hoeveel en welke goederen vermist worden. |
Verder wordt onderscheid gemaakt in:
a. wijziging met herleving van aansprakelijkheid; en
b. wijziging zonder herleving van aansprakelijkheid.
Ad a. Wijziging met herleving aansprakelijkheid
Bij wijziging met herleving van aansprakelijkheid is de procedure als volgt:
1. De beheerder levert zijn schriftelijke verzoek, het bestaande opslagdocument met daarop uw verklaring in bij het controlekantoor of de daartoe aangewezen douanepost. Hij voegt daarbij een op zijn eigen naam gesteld en volledig ingevuld formulier Enig document, exemplaren nummers 6, 7 en 8 voor de wel aanwezige goederen. Dat moet hij doen binnen de daarvoor gestelde termijn; bij carnet TIR dus zelfs direct na de lossing.
2. Voor de ambtenaar die het verzoek behandelt volgen de volgende ambtelijke werkzaamheden:
a. Haal bij inwilliging van het verzoek, de vermelding van het reeds afgegeven opslagdocument, op het aanvoerdocument door. b. Plaats daarbij: - uw handtekening; - een afdruk van het dienststempel; - de datum. |
Het opslagdocument wordt dan geacht niet te zijn afgegeven. Dit heeft tot gevolg dat de eerder geplaatste ambtelijke aftekening voor de aanzuivering van het aanvoerdocument geen betekenis heeft.
Het formulier Enig document dat door de beheerder bij zijn verzoek is ingeleverd, wordt als aangifte aangemerkt.
3. Ambtelijke werkzaamheden voor de ambtenaar die met de afgifte van documenten is belast:
Geef het opslagdocument af door plaatsing van: - uw handtekening; - een afdruk van het dienststempel; - de datum. |
Voor de daarin vermelde goederen wordt het aanvoerdocument aangezuiverd; het blijft daardoor ongezuiverd voor de minder bevonden goederen.
Ad b) Wijziging zonder herleving aansprakelijkheid
In sommige gevallen hoeft bij minderbevinding de voorgaande aansprakelijkheid niet te herleven. Dit kan zich voordoen:
- wanneer wordt aangetoond dat de aansprakelijkheid voor de tekort bevonden goederen berust bij een ander. Voorbeeld: goederen zijn achtergebleven op de plaats waar het vervoer is begonnen en weer bijgeschreven op het opslagbescheid waarvan zij eerst waren afgeschreven;
- wanneer gezien de plaats waar de tekortbevonden goederen zich blijken te bevinden, het niet nodig is dat iemand hier daarvoor aansprakelijk is. Voorbeeld: een zending die zonder geleide van een douanedocument het douanegebied is binnengekomen en waarbij de tekort bevonden goederen in het buitenland per abuis niet zijn geladen.
Het komt in de praktijk vaak voor dat een deel van de goederen die met een vervoermiddel bij de ruimte voor tijdelijke opslag zijn aangebracht nog onder douaneverband met hetzelfde vervoermiddel verder gaan. De in één document vermelde goederen moeten op meerdere plaatsen worden afgeleverd. De belanghebbende (dat kan dus ook de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag zijn) moet in dat geval zorg dragen dat het aanvoerdocument wordt gesplitst.
De procedure is in dit geval als volgt:
1. De belanghebbende moet aangifte(n) doen voordat de goederen gelost en ingeslagen worden van dat deel van de goederen dat verder zal worden vervoerd. Die aangifte(n) zal hij in de regel doen door inlevering van volledig ingevulde formulieren voor douanevervoer. Zie hiervoor verder het onderdeel "Douanevervoer" onder nummer 14.00.00
2. De beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag heeft twee mogelijkheden:
a. Hij zorgt samen met de andere belanghebbende(n) voor volledige splitsing van het aanvoerdocument. Dit betekent dat voor de inslag gezamenlijk wordt gezorgd voor volledige aanzuivering van het aanvoerdocument door indiening van bij de deelpartijen behorende aangiften. De daarmee belaste ambtenaar op het controlekantoor of de aangewezen douanepost geeft in dat geval documenten af voor opslag en voor vervoer van de respectievelijke zendingen goederen; de procedure bij de inslag is verder zoals beschreven in paragraaf 3.2.1 hiervoor.
b. Als de andere belanghebbende(n) hebben gezorgd voor aangiften en documenten kan de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag volstaan met het overnemen van de verantwoordelijkheid voor de goederen die in zijn ruimte zullen worden ingeslagen. Hij plaatst dan een verklaring voor het overnemen van de aansprakelijkheid op het aanvoerdocument met vermelding van de artikelnummers van de bijbehorende goederen. In dat geval is de procedure bij de inslag verder zoals beschreven in paragraaf 3.2.3 hiervoor.
3. De beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag moet zorgen voor kennisgeving aan u van de voorgenomen inslag. Daarbij moet hij de documenten die bij de goederen horen aan u overleggen. Uw werkzaamheden zijn verder geheel overeenkomstig de algemene procedure bij inslag, die beschreven is in paragraaf 3.2.1 hiervoor.
Let op
Na de gedeeltelijke lossing en inslag zult u bij vervoermiddelen die onder douanesluiting zijn aangekomen in het algemeen weer een douanesluiting moeten aanbrengen. Ook moet u de documenten voor verder vervoer behandelen (zoals bijvoorbeeld op documenten T in vak 55 of, wanneer dat vak al is gebruikt, in vak 56). Zie daarvoor onderdeel "Douanevervoer" onder nummer 14.00.00 |
Minder- of meerbevinding
Ook bij deze lossing en inslag kunnen verschillen blijken.
Bij meerbevinding geldt weer de aanpak zoals die is beschreven bij de procedure bij inslag algemeen (paragraaf 3.2.1), dat wil dus zeggen:
- eenvoudige bijschrijving op het inslagdocument; of
- afzonderlijke aangifte van de betreffende goederen en afgifte van een nieuw inslagdocument.
Bij minderbevinding moet u weer, afhankelijk van het de situatie de procedure volgen van paragraaf 3.2.2 of 3.2.3.
Deze paragraaf bevat nadere bepalingen voor:
- zekerheidstelling voor de opslag (paragraaf 3.3.1);
- opslag in geval uit het bijbehorende document blijkt dat de goederen nog verder moeten worden vervoerd (paragraaf 3.3.2);
- de noodzakelijkheid van registratie bij het indienen door de beheerder van een verzoek tot herstel van verschillen (paragraaf 3.3.3);
- de inlevering bij de douane van de documenten na de inslag (paragraaf 3.3.4).
De beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag moet voor de inslag zekerheid hebben gesteld voor de belasting die verschuldigd is of kan worden bij niet-zuivering van de documenten voor tijdelijke opslag.
(
Periodiek maar ten minste één keer per jaar moet de inspecteur nagaan of de zekerheidstelling voor de ruimte voor tijdelijke opslag in zijn ambtsgebied voldoende is.
Alleen wanneer u bijzondere reden hebt tot twijfel over de hoogte van de gestelde zekerheid, bijvoorbeeld bij aankomst van grote hoeveelheden hoog belaste goederen, neemt u daarover contact op met uw douanepost. Deze moet zo nodig daarover contact opnemen met de inspecteur.
Het komt vooral bij documenten T, T1 of T2 voor dat volgens het document de goederen bestemd zijn voor een ander douanekantoor. Het vervoer is dan nog niet geëindigd maar wordt alleen onderbroken. Dat is zichtbaar in vak 53 van het document.
In dat geval kunnen de goederen zo lang het vervoersdocument nog geldig is, in de ruimte voor tijdelijke opslag worden geplaatst. Zij blijven daarin dan onder douanevervoer en de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag hoeft de aansprakelijkheid niet over te nemen.
(
U moet in vak 56 op het document aantekening stellen van uw bevindingen bij de aankomst. U doet dat op de volgende manier:
"Goederen aangebracht in ......(naam ruimte voor tijdelijke opslag)......voor verder vervoer"; met toevoeging van uw paraaf en dagtekening. De titularis blijft verantwoordelijk. |
Binnen de geldigheidsduur kan het document dan nog dienen voor het verdere vervoer. Als later het vervoer wordt hervat, moeten daarvoor vervolgformaliteiten worden verricht. Dat zijn onder andere controle bij de uitslag en inlading, verzegeling en ambtelijke aftekening van het document. Voor de aftekening maakt u in dat geval gebruik van vak F op exemplaar 4 en 5.
Een verzoek tot herstel van een verschil moet tijdig gedaan worden. Het komt voor dat dit niet tijdig gebeurd is. Naar aanleiding van zo'n voorval is er inmiddels een rechterlijke uitspraak. Als gevolg van die uitspraak is de inspecteur in voorkomend geval verplicht om te kunnen aantonen dat een verzoek tot vervanging wegens verschil te laat is ingediend. Daarom moet de inspecteur de indiening van dergelijke verzoeken registreren. Uit de registratie moet blijken:
- op welk inslagdocument het verzoek betrekking heeft;
- op welke datum het verzoek is ingekomen; en
- op welke datum de betreffende goederenzending is ingeslagen.
De beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag moet er voor zorgen dat de documenten waarmee de goederen voor tijdelijke opslag zijn ingeslagen, uiterlijk de eerstvolgende werkdag na de inslag worden ingeleverd bij het controlekantoor of de daarvoor aangewezen douanepost. De douane heeft daarmee een middel om toezicht te houden op de opgeslagen goederen. Bovendien bewaakt de douane aan de hand daarvan de opslagtermijn die voor de goederen geldt.
(
Het controlekantoor of de aangewezen douanepost zendt na de inlevering de zuiveringsexemplaren rechtstreeks, of als dat is voorgeschreven via een centraal adres, naar het kantoor waar de documenten zijn afgegeven.
De procedure die daarvoor moet worden gevolgd is opgenomen in het onderdeel "Plaatsing van goederen onder een douaneregeling", onder nummer 12.00.00
In deze paragraaf worden de volgende uitzonderingen beschreven:
- opslag van goederen uit het vrije verkeer (paragraaf 3.4.1);
- combinatie ruimte tijdelijke opslag met douane-entrepot (paragraaf 3.4.2).
Zoals al is vermeld in paragraaf 2.3, is het onder de nodige voorwaarden mogelijk om de ruimte voor tijdelijke opslag optimaal economisch te benutten. Daarom kan de inspecteur goedkeuren dat ook goederen uit het vrije verkeer (communautaire goederen) worden opgeslagen. De belangrijkste voorwaarde daarbij is dat er geen gevaar voor verwisseling mag zijn met de goederen in tijdelijke opslag. Daarom moeten de communautaire goederen steeds goed identificeerbaar zijn door middel van merken en nummers op de colli zelf. Bovendien moet de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag een voorraadadministratie voeren waarin die identiteitskenmerken zijn opgenomen.
De procedure bij deze inslag is als volgt:
1. De beheerder van de ruimte levert in tweevoud een schriftelijk verzoek voor opslag in bij het controlekantoor of de daarvoor aangewezen douanepost. In dat verzoek zijn gegevens vermeld die van belang zijn, zoals de goederensoort, de hoeveelheid (aantal colli) en de identiteitskenmerken die daarop zijn aangebracht. 2. Voor de ambtenaar op het controlekantoor of de aangewezen douanepost volgen de volgende ambtelijke werkzaamheden: a. Beoordeel namens de inspecteur het verzoek. Bij inwilliging vermeldt u op het verzoek alle voorwaarden. In geval van goedkeuring voorziet u één exemplaar van het verzoek van: - uw handtekening; - de datum; - een afdruk van het dienststempel. b. Geef dit exemplaar terug aan de beheerder. Het andere exemplaar voegt u als renseignement bij de overige documenten van de ruimte voor tijdelijke opslag. 3. De beheerder moet aan u vooraf kennisgeven van de inslag. Daarbij overlegt hij de verkregen goedkeuring. Hij moet tevens de inslag van de goederen in zijn voorraadadministratie vermelden. Te allen tijde moet hij op uw verzoek inzage geven van die administratie. 4. Ambtelijke werkzaamheden: verleen toestemming tot de inslag en controleer of de goederen zijn voorzien van de opgegeven identiteitskenmerken. Zie er verder op toe dat de opslag overeenkomstig de gestelde voorwaarden plaats vindt. |
Hiermee is de procedure van inslag beëindigd.
Goederen die in strijd met de voorgaande bepalingen zijn ingeslagen, worden aangemerkt als goederen in tijdelijke opslag.
(
De wettelijke bepalingen maken het mogelijk om binnen de ambtelijk gesloten ruimte voor tijdelijke opslag een douane-entrepot te vestigen. Bij een dergelijke combinatie van vergunningen, heeft u te maken met twee verschillende opslagregelingen:
- tijdelijke opslag;
- de regeling douane-entrepot.
Bij elke inslag moet vast staan voor welke regeling de goederen bestemd zijn. Dit moet blijken uit de bij de goederen behorende bescheiden. Die moet de beheerder, om uw toestemming tot inslag te verkrijgen, vooraf aan u overhandigen.
De inslagprocedure voor de tijdelijke opslag is geheel zoals beschreven in dit hoofdstuk.
De inslagprocedure voor het douane-entrepot vindt u per type entrepot beschreven in de hoofdstukken over die entrepots. Zie daarvoor het onderdeel "Douane-entrepots", onder nummer 15.00.00
De meest voorkomende strafbepalingen bij inslag in de ruimte voor tijdelijke opslag zijn:
- het inslaan van goederen in de ruimte voor tijdelijke opslag zonder daarvoor geldig document of ander bescheid;
(
- het doen van onjuiste of onvolledige aangifte;
(
- de inslag van goederen zonder toestemming van de douane;
(
- het nalaten van kennisgeving van de voorgenomen inslag.
(artikel 10:5, lid 1, letter b, Algemene douanewet)
