11.00.00 Tijdelijke opslag van goederen

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek Douane

11.00.00 Tijdelijke opslag van goederen, 19 juli 2010, Versie 3

4. Opslag

In hoofdstuk 3 werd de inslag behandeld. Dat is de eerste fase in het proces van de tijdelijke opslag (zie figuur 3).

In dit hoofdstuk wordt de opslag behandeld. Dat is de tweede fase in het proces van de tijdelijke opslag (zie figuur 3).

De opslag is gebonden aan opslagtermijnen. Deze opslagtermijnen vindt u in paragraaf 4.1.

De procedure om controle uit te oefenen op die opslagtermijnen staat in paragraaf 4.2. Wanneer de opslagtermijn wordt overschreden, kan de douane de goederen in bewaring nemen. Ook deze procedure staat in paragraaf 4.2.

Het kan zijn dat u bij de opslag verschillen constateert tussen de goederen die liggen opgeslagen en de gegevens op de aangifte. Dit wordt behandeld in paragraaf 4.3 "Nadere bepalingen".

Er zijn in dit hoofdstuk geen uitzonderingen.

Figuur 3: Proces tijdelijke opslag (H 4)

4.1. Algemeen

De opslagfase begint zodra de goederen, voorzien van een opslagbescheid, in de ruimte voor tijdelijke opslag zijn geplaatst. Deze fase eindigt als de goederen uit de ruimte worden uitgeslagen om een nadere douanebestemming te krijgen.

De termijn voor de opslag in ruimten voor tijdelijke opslag is beperkt. Dit soort opslag is immers bedoeld als een kortstondige onderbreking van het vervoer.

De volgende maximum opslagtermijnen zijn vastgesteld:

(artikel 49 CDW)

Bij binnenkomst vanuit

Opslagtermijn

.............................................................

................................................................

- zee

45 dagen na datum indiening aangifte

- anders dan vanuit zee

20 dagen na datum indiening aangifte

Het controlekantoor moet erop toezien dat de goederen binnen deze termijn een nadere douanebestemming krijgen. Als de opslagtermijn wordt overschreden kan de douane de goederen in bewaring nemen.

(artikel 53 CDW)

Alleen in bijzondere gevallen kan de duur van de tijdelijke opslag worden verlengd. Voorbeeld: overmacht door staking of vertragingen waardoor een vervoermiddel niet tijdig beschikbaar kan zijn.

Er kan nooit sprake zijn van een bijzonder geval als de gemiddelde opslagduur van de goederen langer is dan 20/45 dagen.

Wanneer regelmatig opslag van langere duur nodig is, kan een oplossing worden gevonden. De beheerder kan in dat geval voor de ruimte voor tijdelijke opslag dan ook een vergunning aanvragen voor een douane-entrepot type B of C. Dit entrepot kan zo nodig gecombineerd worden met de ruimte voor tijdelijke opslag.

Verzoeken om algemene verlenging van de opslagtermijn kunnen niet worden ingewilligd.

(artikel 49 CDW)

Voor goederen die binnen de termijn voor tijdelijk opslag worden overgebracht naar een andere ruimte voor tijdelijke opslag, is een nieuwe opslagtermijn toegestaan. Deze nieuwe opslagtermijn is dan weer afhankelijk van de wijze van vervoer (zie bovenstaande tabel).

      Voorbeeld

Goederen worden binnen Amsterdam van de ene ruimte voor tijdelijke opslag overgebracht naar een andere ruimte. Dan geldt een nieuwe opslagtermijn van 20 dagen. Maar als die goederen via zee worden overgebracht naar een in Rotterdam gelegen ruimte voor tijdelijke opslag, dan geldt een nieuwe opslagtermijn van 45 dagen.

(artikel 49 CDW)

4.2. Procedure en ambtelijke werkzaamheden

In deze paragraaf worden drie procedures beschreven:

- de procedure voor het toezicht houden op de opslagtermijn (paragraaf 4.2.1);

- de procedure voor het in bewaring nemen van de goederen, als de opslagtermijn overschreden zou worden (paragraaf 4.2.2);

- procedure voor het beëindigen van de opslag (paragraaf 4.2.3).

4.2.1. Toezicht opslagtermijnen

Om toezicht te kunnen houden op de opslagtermijnen moet de volgende procedure worden gevolgd:

1. De beheerder moet na de inslag de aangiften en documenten inleveren op het controlekantoor of op de daarvoor aangewezen douanepost.

2. Uw taak als ambtenaar op het controlekantoor of de douanepost is:

a. Plaats op de aangifte of het document een afdruk van het metalen dienststempel in het vak voor inslag, voorzien van datum en paraaf.

b. Bewaar de opslagaangifte of het document bij de map van bescheiden voor de betreffende ruimte voor tijdelijke opslag.
(artikel 183 TVo. CDW)

4.2.2. In bewaring nemen

Het komt voor dat de beheerder van de ruimte zich niet aan de maximale opslagtermijn houdt en de goederen dus niet op tijd een toegelaten bestemming heeft gegeven. In dat geval kan de douane de goederen in bewaring nemen. Dat gebeurt via de volgende procedure:

1. De ambtenaar op het controlekantoor of de aangewezen douanepost deelt aan de inspecteur schriftelijk mede dat de opslagtermijn voor goederen is overschreden. Hierbij moet duidelijk zijn om hoeveel en welke goederen het gaat. Denk hierbij daarom aan identiteitskenmerken op die goederen.

2. De inspecteur deelt aan de beheerder of aan een ander, als die als belanghebbende bij de goederen bekend is, mee dat hij een uiterste termijn voor regulering van de situatie heeft gesteld.

3. Binnen de gestelde termijn moet de beheerder of de andere belanghebbende de situatie van de goederen reguleren. Dat houdt in dat hij deze binnen de termijn moet aangeven voor een toegelaten bestemming. Gebeurt dit niet, dan kan de inspecteur de goederen in bewaring nemen.

De goederen kunnen dan voor risico en rekening van de beheerder of de andere belanghebbende worden overgebracht naar een door de douane aangegeven plaats. Zij blijven daar totdat aan de wettelijke verplichtingen is voldaan.
(artikel 53 CDW)

4. De inspecteur licht de beheerder of de andere belanghebbende zo spoedig mogelijk schriftelijk in over de inbewaringneming en over de reden(en) daarvoor.

5. Als een belanghebbende bij de goederen niet bekend is, draagt de inspecteur er zorg voor dat de mededeling in het openbaar wordt gedaan. Dit gebeurt op de wijze die is beschreven in de Algemene douaneregeling.
(artikelen 56, 57 CDW; artikel 187 TVo. CDW; artikel 1:31 Algemene douanewet; artikel 12:1 Algemene douaneregeling)

Het in bewaring nemen kan leiden tot openbare verkoop of zelfs tot vernietiging van de goederen. De procedure voor het in bewaring nemen van goederen wordt behandeld in onderdeel "Overige bepalingen" onder nummer 5.00.00 van dit Handboek.

4.2.3. Einde tijdelijke opslag

De tijdelijke opslag wordt beëindigd als de belanghebbende aangifte doet voor één van de toegestane bestemmingen. Dit moet uiterlijk aan het eind van de wettelijk toegestane opslagtermijn gebeuren. Door deze aangifte moet het vervoers- of opslagbescheid worden aangezuiverd. Zie verder hoofdstuk 5 hierna.

4.3. Nadere bepalingen

Aan de orde komen:

- inventarisatie (paragraaf 4.3.1);

- meerbevinding (paragraaf 4.3.2);

- minderbevinding (paragraaf 4.3.3).

4.3.1. Inventarisatie

Van tijd tot tijd moet de douane nagaan of de goederen in de ruimte voor tijdelijke opslag overeenstemmen met de gegevens op de opslagaangiften en documenten die voor die ruimte nog open staan. Er vindt dan een gehele of gedeeltelijke inventarisatie plaats.

De controleplanning van het controlekantoor of de douanepost moet in dergelijke inventarisaties voorzien.

Als u met deze controlewerkzaamheden belast bent, stelt u vast welke en hoeveel goederen zich in de ruimte voor tijdelijke opslag bevinden. U vergelijkt deze vaststelling met de bijbehorende gegevens die op het controlekantoor beschikbaar zijn.

Op basis van de aangiften die op het controlekantoor aanwezig zijn kan worden bevonden dat er meer of minder goederen zijn.

Als er meer goederen aanwezig zijn spreken we van een "meerbevinding". Als er minder goederen zijn spreken we van een "minderbevinding".

4.3.2. Meerbevinding

De beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag moet er voor zorgen dat er overeenstemming bestaat tussen de opgeslagen goederen en de gegevens op de opslagaangiften.

Zijn er meer goederen in de ruimte voor tijdelijke opslag dan vermeld worden in de opslagaangiften, dan worden deze aangemerkt als niet-communautaire goederen in tijdelijke opslag.

Op deze regel is slechts één uitzondering: de regel geldt niet voor goederen waarvoor wordt aangetoond dat ze bestemd zijn voor uitgaan. Deze goederen moeten voldoende te onderscheiden zijn van de opgeslagen niet-communautaire goederen.

Als de douanestatus van de meerbevonden goederen niet kan worden aangetoond, moet de beheerder alsnog aangifte tot tijdelijke opslag doen en zekerheid stellen voor die goederen.

Achterwege blijven van die aangifte kan leiden tot het in bewaring nemen van de goederen door de douane.

Als de beheerder aantoont dat een meerbevinding duidelijke binding heeft met een partij goederen die is vermeld op een bestaand document of aangifte, kan het controlekantoor toestaan dat deze goederen daarop worden bijgeschreven. Dat kan alleen als er geen vermoeden van strafbare feiten bestaat.

4.3.3. Minderbevinding

De wettelijke bepalingen voorzien niet in de gevolgen van een minderbevinding tijdens de opslag.

Als u echter zo'n tekort constateert, leidt dit tot niet-zuivering van het opslagbescheid. Het gevolg daarvan is dat de verschuldigde belastingen moeten worden betaald en dat de beheerder van de ruimte een administratieve boete beloopt.

De gang van zaken is als volgt:

1. Uw werkzaamheden zijn de volgende:

a. Van de minderbevinding van goederen die vermeld zijn in een opslagdocument, maakt u een rapport op. U vermeldt daarin zo veel mogelijk gegevens die over de ontbrekende goederen bekend zijn, zoals:

    - de hoeveelheid en de soort goederen;

    - soort en nummer van het opslagdocument;

    - de plaats waar de goederen zich zouden moeten bevinden volgens het document;

    - naam, adres en woonplaats van de titularis van het document.

b. Gegevens die van belang zijn maar die niet kunnen worden vastgesteld, stelt u vast bij wijze van schatting.

c. U dateert en ondertekent het rapport en levert het in bij het controlekantoor of uw douanepost.

4. Het controlekantoor of de douanepost moet zorgen voor doorzending van het rapport aan de inspecteur.

5. De inspecteur neemt op basis van het rapport de nodige maatregelen voor de invordering van de belastingen. Ook gaat hij over tot de boeteprocedure. Dat houdt in dat hij de titularis in kennis stelt van de niet-zuivering van het document en van het belopen van een administratieve boete.

Opgemerkt wordt dat een administratieve boete wegens het tekort bevinden in de opslag, achterwege blijft als de titularis al een administratieve boete heeft belopen wegens de niet-zuivering van het document voor dezelfde goederen.

(artikel 9:1 Algemene douanewet)

4.4. Uitzonderingen

Er worden in dit hoofdstuk de volgende uitzonderingen behandeld:

- toegelaten behandelingen (paragraaf 4.4.1);

- monsterneming (paragraaf 4.4.2).

4.4.1. Toegelaten behandelingen

Tijdelijke opslag moet worden beschouwd als een kortdurende opslag die noodzakelijk is in het kader van vervoer. Daarom zijn alleen zeer beperkte behandelingen van de binnengekomen goederen toegestaan tijdens de tijdelijke opslag.

De goederen in tijdelijke opslag mogen alleen behandelingen ondergaan die nodig zijn om hun bewaring in onveranderde staat te verzekeren. Voorbeeld: het repareren en vervangen van de verpakking, het verwijderen van bedorven goederen.

De presentatie of de kenmerken van de goederen mogen door de behandeling niet veranderen.

(artikel 52 CDW)

4.4.2. Monsterneming

Het is toegestaan de goederen te bemonsteren. Daarvoor is een schriftelijk verzoek nodig dat ter goedkeuring moet worden gericht aan het controlekantoor of de daarvoor aangewezen douanepost. De belanghebbende dient dat verzoek in bij de douane. Als u met de behandeling van dit verzoek bent belast, beoordeelt u het verzoek en plaatst bij goedkeuring daarvan een dienststempel en uw handtekening.

(artikel 42 CDW; artikel 182 TVo. CDW)

4.5. Strafbepalingen

De meest voorkomende strafbepalingen bij de opslag zijn:

- nalaten van aangifte bij meerbevinding van goederen; dit leidt tot een administratieve boete;
(artikel 9:1 Algemene douanewet)

- zonder ambtelijke toestemming verandering brengen in de staat waarin binnengekomen of uitgaande goederen zijn aangebracht.
(artikel 10:8 en 10:9 Algemene douanebesluit)

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie