11.00.00 Tijdelijke opslag van goederen

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek Douane

11.00.00 Tijdelijke opslag van goederen, 19 juli 2010, Versie 3

5. Uitslag

Dit hoofdstuk behandelt de uitslag uit ruimten voor tijdelijke opslag. Uitslag is de laatste fase in het proces van tijdelijke opslag (zie figuur 4). Daarna worden de goederen naar hun nadere bestemming vervoerd.

In paragraaf 5.1 vindt u de bestemmingen die de goederen kunnen krijgen.

Paragraaf 5.2 beschrijft de procedures die bij uitslag gevolgd moeten worden. Ook vindt u daarbij aangegeven welke documenten voor de uitslag kunnen worden gebruikt.

In paragraaf 5.3 zijn enkele bijzondere gevallen van uitslag en uitslagdocumenten genoemd.

Paragraaf 5.4 behandelt de uitslag van communautaire goederen

Tenslotte zijn in paragraaf 5.5 de bij uitslag meest voorkomende strafrechtelijke bepalingen genoemd.

Figuur 4; Proces tijdelijke opslag (H 5)

5.1. Algemeen

Met de uitslag van de goederen uit de ruimte voor tijdelijke opslag, wordt de tijdelijke opslag beëindigd. De goederen kunnen vanuit de tijdelijke opslag alle bestemmingen krijgen die zijn genoemd in artikel 4, lid 15 en 16, van het Communautair Douanewetboek. Er moet voor de uitslag aangifte zijn gedaan bij de daarvoor aangewezen douane-eenheid.

5.1.1. Douanebestemmingen en -regelingen

      Vijf douanebestemmingen

De mogelijke bestemmingen zijn genoemd in het Communautair Douanewetboek. Dat zijn er vijf, namelijk:

A. plaatsing onder een douaneregeling (zie onderdeel 12.00.00);

B. binnenbrengen in een vrije zone of vrij entrepot (zie onderdeel 21.00.00);

C. wederuitvoer (zie onderdeel 22.00.00);

D. vernietiging (zie onderdeel 22.00.00);

E. afstand aan de Schatkist (zie onderdeel 22.00.00).

      Acht douaneregelingen

De bestemming genoemd onder letter A is in feite een hoofdgroep. Deze hoofdgroep is, zoals de communautaire wetgeving dat noemt, onderverdeeld in 8 afzonderlijke economische douaneregelingen regelingen, namelijk:

a. brengen in het vrije verkeer (zie onderdeel 13.00.00);

b. douanevervoer (zie onderdeel 14.00.00);

c. plaatsing in douane-entrepot (zie onderdeel 15.00.00);

d. actieve veredeling (zie onderdeel 16.00.00);

e. behandeling onder douanetoezicht (zie onderdeel 17.00.00);

f. tijdelijke invoer (zie onderdeel 18.00.00);

g. passieve veredeling (zie onderdeel 19.00.00);

h. uitvoer (zie onderdeel 20.00.00).
(
artikel 4 CDW)

De bestemmingen a tot en met h worden in de wetgeving aangeduid als "economische douaneregelingen". De bestemming "afstand aan de Schatkist" geldt alleen voor lidstaten waar in deze bestemming is voorzien. In Nederland is dat nog niet het geval. Indirect is deze bestemming wel mogelijk door het toepassen van de procedure van inbewaringneming (zie paragraaf 4.2).

Een bijzondere mogelijkheid om tijdelijke opslag te beëindigen is de goederen vanuit een ruimte voor tijdelijke opslag over te brengen naar een andere ruimte voor tijdelijke opslag. In feite gaat het dan om hernieuwde tijdelijke opslag. Voor de nieuwe tijdelijke opslag geldt dan opnieuw een maximale opslagtermijn. De duur daarvan is weer afhankelijk van de wijze van vervoer (zie daarvoor paragraaf 4.1).

De procedures die moeten worden gevolgd bij de verschillende economische douaneregelingen, vindt u in de bij die regelingen behorende afzonderlijke onderdelen van dit Handboek. De procedures voor de benodigde aangiften staan in het onderdeel "Plaatsing van goederen onder een douaneregeling" (aangifte en controle) onder nummer 12.00.00 van dit Handboek.

5.2. Procedure en ambtelijke werkzaamheden

De procedure voor de uitslag is als volgt:

1. Voordat de goederen mogen worden uitgeslagen, wordt door of namens de belanghebbende (dit hoeft niet de beheerder van de ruimte te zijn) aangifte gedaan op het controlekantoor. Die aangifte wordt gedaan door indiening van het voor de desbetreffende regeling voorgeschreven formulier dat volledig is ingevuld en door de aangever is ondertekend.

2. De ambtelijke werkzaamheden voor de ambtenaar op het controlekantoor zijn de volgende:

a. Beoordeel de ingediende aangifte op juistheid en volledigheid en op de inhoudelijke gegevens. Als alles juist en volledig is aanvaardt u de aangifte.

b. Zorg ervoor dat:

    - de aangifte is ingeschreven in het afgifteregister;

    - het aan de aangifte toegekende nummer op de aangifte is vermeld;

    - de aangifte wordt voorzien van zijn handtekening en een afdruk van het dienststempel.

Opgemerkt wordt dat de voor aanvaarding van de verschillende aangiften te volgen procedures zijn uitgewerkt in onderdeel 12.00.00 van dit Handboek.

Bij de regeling "brengen in het vrije verkeer" wordt de aangifte verwerkt via het SAGITTA-systeem. Na de aanvaarding door SAGITTA van deze aangifte kan de ambtenaar op het controlekantoor volstaan met het plaatsen van zijn handtekening en dienststempel. Daarna moet de verificatie volgen; zie daarvoor verder bij het onderdeel "In het vrije verkeer brengen" van dit Handboek.

Wanneer de inhoud van de nu aanvaarde aangifte overeenstemt met de gegevens van het opslagdocument, vindt de afschrijving of afboeking plaats. De daarmee belaste ambtenaar van het controlekantoor doet dit door de goederen die vermeld zijn in de nieuwe aangifte "af te boeken" van het opslagdocument. Hij doet dat in het daarvoor op dat document aangewezen vak en vermeldt daarbij de soort en het nummer van de gedane aangifte. Daarbij voegt hij zijn paraaf.

Als alle goederen van het opslagdocument op deze wijze zijn afgeschreven, moet het controlekantoor dit bescheid als gezuiverd aanmerken.

Als het opslagdocument werd afgegeven door een ander douanekantoor, moet het controlekantoor in verband met de zuiveringsprocedure er voor zorgen dat het kantoor van afgifte daarover wordt ingelicht. Dit gebeurt door terugzending van het terugzendingsexemplaar dat voorzien is van de ambtelijke vermeldingen inzake de zuivering. De zuiveringsprocedure is beschreven in onderdeel
12.00.00 van dit Handboek.

3. Bij bepaalde regelingen moeten voordat de uitslag kan worden toegestaan nog andere werkzaamheden gebeuren. Zo moet bijvoorbeeld de aangifte voor het vrije verkeer (invoer) nog verificatie ondergaan. Deze werkzaamheden worden in het algemeen verricht op het controlekantoor. Zij zijn beschreven in de hoofdstukken die bij de desbetreffende douaneregeling behoren.

Op deze plaats is alleen van belang dat bij invoer uit de behandelde aangifte door ambtelijke aftekening blijkt dat de verificatie heeft plaats gevonden en dat de goederen ter beschikking van de aangever zijn gesteld. Deze aftekening vindt u op de achterzijde van het formulier Enig document, exemplaar D/W, waarop de aangifte is gesteld.

Als de verificatie nog niet is beëindigd maar er geen verder belang is om de goederen onder douanetoezicht te houden, geeft de ambtenaar op het controlekantoor in plaats van het exemplaar D/W een zo geheten volgbriefje af. Daarop moet hij voor de vrij gegeven goederen de hoeveelheid, merken en nummers hebben vermeld.

4. De belanghebbende moet, voordat de goederen mogen worden uitgeslagen, aan u met de behandelde aangifte of het volgbriefje kennisgeven van de voorgenomen uitslag. In geval van douanevervoer zal deze kennisgeving veelal samen vallen met de kennisgeving voor lading in het vervoermiddel waarmee de wegvoering gaat plaats vinden.

5. Voor u volgen nu de volgende ambtelijke werkzaamheden:

a. U kunt voor de uitslag de volgende documenten overhandigd krijgen:

Douanebestemming

Document/aangifte

.................................. .................................

    A. a. In het vrije verkeer brengen

Enig document IM 4 of EU 4

    b. Douanevervoer

    T1, T2;

    carnet TIR;

    carnet ATA;

    formulier 302;

    Rijnvaartmanifest;

    Douane 51 met overlading;

- Internationale Spoorwegvrachtbrief.

    c. Douane-entrepot

Enig document IM 7

    d. Actieve veredeling

Enig document IM 5

    e. Behandeling onder douane-toezicht

Enig document IM 9

    f. Tijdelijke invoer

Enig document IM 5

    g. Uitvoer

- Enig document EX 1

- administratief geleidedocument

B. Vrije zone of vrij entrepot

T1, T2

C. Wederuitvoer uit het douanegebied

    T1, T2;

    carnet TIR;

    carnet ATA;

    formulier 302;

    Rijnvaartmanifest;

- Internationale Spoorwegvrachtbrief.

Ook is het mogelijk dat de uitslag plaats vindt met toepassing van een vereenvoudigde procedure of domiciliëringsprocedure. In dat geval kunnen nog andere bescheiden voor uitslag dienen, zoals facturen, volgbriefjes en dergelijke. Daarover leest u meer in paragraaf 5.3.1.

b. Beoordeel de geldigheid van het aan u overhandigde uitslagbescheid, met name op geldigheidsduur, aanwezigheid van de vereiste handtekeningen en douanestempels. Als dit in orde is, kunt u de toestemming geven tot de uitslag van de goederen. Dit zal dikwijls samenvallen met de toestemming tot inlading in het vervoermiddel waarmee de wegvoering zal plaats vinden.

Als het vervoer onder douaneverzegeling moet gebeuren, is het voordat u toestemming tot uitslag en inlading geeft, ook van belang dat u de kwaliteit kent van de verzegelbaarheid van de laadruimte. Controleer daarom ook eerst de laadruimte van het vervoermiddel.

c. Controleer bij wijze van steekproef of soms gericht op bijvoorbeeld de goederensoort (onder andere hoog belaste goederen of aan speciaal toezicht onderworpen goederen) zo veel mogelijk volgens de controleplanning of instructies van uw douanepost of de goederen die worden uitgeslagen overeenkomen met de gegevens op het uitslagbescheid. U kunt hiertoe in het algemeen volstaan met vergelijking van:

    - het aantal colli of losse voorwerpen,

    - de merken en de nummers op de goederen en hun verpakking (identiteitskenmerken),

    - de soort van gestorte goederen.

    In geval van onregelmatigheden, is het raadzaam daarover overleg te plegen met uw douanepost. Zo nodig moet in overleg met uw teamleider worden besloten of en zo ja welke maatregelen dan zullen worden genomen.

    Als u een onregelmatigheid hebt vastgesteld, kan ook het aan u overhandigde document ongeldig blijken te zijn. In dat geval moet de belanghebbende voor een nieuw document zorgen voordat u hem kan toestaan de goederen uit te slaan.

d. Bij uitslag met de bestemming "brengen in het vrije verkeer" hoeft u de uitslag niet uitdrukkelijk op het aan u overlegde document te vermelden. In andere gevallen moet u wel de dan vereiste werkzaamheden verrichten, zoals sluiting van de laadruimte en afhandeling van de vervolgdocumenten. Deze werkzaamheden liggen overwegend op het vlak van het douanevervoer. Zie daarvoor het onderdeel Douanevervoer, onder nummer 14.00.00 van dit Handboek.

De tijdelijke opslag is hiermee in feite beëindigd.

5.3. Nadere bepalingen

In deze paragraaf vindt u een aantal bijzonderheden die bij de uitslag van goederen uit de ruimte voor tijdelijke opslag kunnen voorkomen. Het zijn:

- vereenvoudigde aangifte en domiciliëringsprocedure (paragraaf 5.3.1);

- vernietiging van goederen (paragraaf 5.3.2);

- overbrengen naar een andere ruimte voor tijdelijke opslag (paragraaf 5.3.3);

- uitslag naar een entrepot binnen de ruimte voor tijdelijke opslag (paragraaf 5.3.4).

5.3.1. Vereenvoudigde aangifte, domiciliëringsprocedure

Naast de hiervoor in paragraaf 5.2 genoemde mogelijkheden kan het voorkomen dat goederen worden uitgeslagen met toepassing van een vereenvoudigde aangifte of de domiciliëringsprocedure. Deze procedure verloopt als volgt:

1. De vergunninghouder moet voor de uitslag het daarvoor in zijn vergunning vereiste bescheid op het controlekantoor of de aangewezen douanepost overleggen. Op dat bescheid moeten in ieder geval zijn vermeld:

- welke soort vergunning van toepassing is;

- de naam van de vergunninghouder;

- het vergunningnummer;

- de zendingsgegevens waarvoor van de vergunning gebruik wordt gemaakt (soort en hoeveelheid goederen, identiteitskenmerken).

2. De vergunninghouder moet op het controlekantoor of de aangewezen douanepost op verzoek van de behandelende ambtenaar een kopie van de vergunning ter inzage geven.

3. Nu volgen voor de ambtenaar op het controlekantoor de volgende ambtelijke werkzaamheden:

a. Ga na of de vergunning van toepassing is en of er conform de vergunning gehandeld wordt.

b. Vergelijk de gegevens van het overgelegde bescheid met die in het opslagdocument.

c. Ga na of overeenkomstig de controleplanning van uw eenheid ten aanzien van de zending maatregelen moeten worden genomen. Zo kan het zijn dat bij de uitslag nog verificatie moet plaats vinden. Ook bij deze regelingen is het gewenst dat van tijd tot tijd door fysieke controles de juistheid van de aangiften wordt getest op een tijdstip dat alle goederen nog ter plekke aanwezig zijn;

d. Afgestemd op punt 3 geeft u een bewijs af dat de goederen met toepassing van de vergunning hun bestemming kunnen volgen. Dat doet u door, na afschrijving van de goederen van het opslagdocument, op het overgelegde bescheid te plaatsten:

    - een afdruk van het dienststempel;

    - uw handtekening;

    - de datum.

e. Geef het bescheid terug aan de aanbieder. Deze moet bij wegvoering van de goederen het bescheid tonen aan de ambtenaar die in de ruimte voor tijdelijke opslag met toezicht houdt.

f. Wanneer u met het toezicht in de ruimte voor tijdelijke opslag belast bent, controleert u de gegevens op het uitslagbescheid. U kunt daarbij in het algemeen volstaan met vergelijking van:

    - de identiteitskenmerken (merken en nummers);

    - het aantal of de hoeveelheid van de goederen.

g. Bij vermoeden van onregelmatigheden neemt u voor overleg contact op met uw douanepost.

h. Hierna kunt u toestemming geven tot uitslag van de goederen.

5.3.2. Vernietiging van goederen

De wettelijke bepalingen geven de douane de mogelijkheid om goederen te laten vernietigen. Die mogelijkheid wordt in de praktijk door de douane vrijwel niet toegepast, maar wel door de belanghebbende zelf. De reden daarvoor kan bijvoorbeeld zijn dat een partij goederen zodanig beschadigd is dat het niet zinvol is om met betaling van belastingen de goederen nog op de markt te brengen. De procedure daarvoor vindt u in het onderdeel "Wederuitvoer, vernietiging en afstand van goederen" onder nummer 22.00.00 van dit Handboek.

5.3.3. Overbrengen naar een andere ruimte voor tijdelijke opslag

Het kan voorkomen dat goederen die zich in tijdelijke opslag bevinden naar een elders gevestigde ruimte voor tijdelijke opslag moeten worden overgebracht. In beginsel kan dit plaats vinden met het bescheid waarmee de goederen eerder zijn aangebracht en opgeslagen. Bij deze vorm van vervolgopslag blijft de oorspronkelijke opslagtermijn gehandhaafd.

Vaak moet dit bescheid echter nog voor andere goederen dienen (zoals bijvoorbeeld de Douane 11 waarop veel meer goederen zijn vermeld). In dat geval moet de belanghebbende een nieuwe aangifte doen voor het vervoer van de goederen die naar de elders gevestigde ruimte voor tijdelijke opslag worden overgebracht.

Als deze goederen aankomen bij de elders gevestigde ruimte voor tijdelijke opslag, wordt de regeling douanevervoer beeindigd. Bij de vervolg-tijdelijke opslag geldt voor de goederen een nieuwe opslagtermijn van 45 dagen als het vervoer over zee heeft plaatsgevonden, of 20 dagen voor goederen die anders dan over zee zijn vervoerd.

De procedure bij uitslag en de ambtelijke werkzaamheden zijn verder weer als beschreven in paragraaf 5.2.

5.3.4. Uitslag naar een entrepot binnen de ruimte voor tijdelijke opslag

Als binnen de ruimte voor tijdelijke opslag een entrepot is gevestigd, moet de beëindiging van de tijdelijk opslag op dezelfde wijze gebeuren als in het geval dat het entrepot buiten die ruimte is gevestigd. Dat wil dus zeggen dat de belanghebbende een aangifte moet doen om een document te verkrijging voor de plaatsing van de goederen in dat entrepot.

Voor de beëindiging van de tijdelijke opslag is dezelfde procedure te volgen als in paragraaf 5.2 is beschreven.

U moet bij deze situatie ook rekening houden met de inslagprocedure in het entrepot. U vindt deze per type entrepot beschreven in de hoofdstukken over de entrepots. Zie daarvoor het onderdeel Douane-entrepots, onder nummer 15.00.00 van dit Handboek.

5.4. Uitzonderingen: uitslag van communautaire goederen

Bij de uitslag van communautaire goederen waarvoor toestemming tot opslag was verleend, is geen douanedocument aanwezig.

De beheerder moet u bij de uitslag onder overlegging van de schriftelijke goedkeuring aantonen dat het om deze goederen gaat. Daartoe moet hij de verleende goedkeuring overleggen. Ook is hij desgevraagd verplicht u inzage te geven van zijn voorraadadministratie.

U moet er bij de uitslag op toezien dat de goederen overeenkomen met de gegevens van de goedkeuring. In het algemeen kunt u daarbij volstaan met controle van:

- aantal colli;

- de identiteitskenmerken.

Bij vermoeden van onregelmatigheden moet u overleg plegen met uw douanepost.

5.5. Strafbepalingen

De bij uitslag uit ruimte voor tijdelijke opslag meest voorkomende strafrechtelijke bepalingen zijn de volgende:

- uitslag zonder toestemming of zonder een daarvoor geldige aangifte of geldig document;
(artikel 10:3 Algemene douanewet)

- uitslag zonder kennisgeving en/of ambtelijke toestemming.
(artikel 10:1, lid:1 Algemene douanewet)

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie