12.00.00 Plaatsing van goederen onder een douaneregeling

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboeken

Handboek Douane

12.00.00 Plaatsing van goederen onder een douaneregeling

Handboek Douane

12.00.00 Plaatsing van goederen onder een douaneregeling, 6 juni 2011, Versie 17

2. Aangeven

Dit hoofdstuk behandelt het doen van een aangifte om goederen onder een douaneregeling te plaatsen. Paragraaf 2.1 geeft algemene informatie over het plaatsen onder een douaneregeling. Paragraaf 2.2 behandelt de verschillende soorten aangifteprocedures.

2.1. Algemeen

      De douaneaangifte

Plaatsing onder een douaneregeling is één van de douanebestemmingen die goederen kunnen krijgen.

(artikel 4, lid 15, CDW)

Om goederen onder een douaneregeling te plaatsen, moet een aangifte bij de douane worden gedaan. Het CDW noemt dit een douaneaangifte.

(artikel 59 CDW)

De douaneaangifte is de handeling waarmee een persoon het voornemen kenbaar maakt goederen onder een bepaalde douaneregeling te willen plaatsen. Deze handeling moet plaatsvinden in de voorgeschreven vorm, op de voorgeschreven wijze.

(artikel 4, lid 17, CDW)

De aangever verstrekt door de aangifte gegevens aan de Douane. Deze gegevens worden gebruikt om de rechten bij invoer of uitvoer te kunnen berekenen, bijvoorbeeld bij het in het vrije verkeer brengen. Ook kunnen deze gegevens gebruikt worden om de hoogte van de zekerheid vast te stellen (zie onderdeel 27.00.00, 28.00.00 van dit Handboek). Bovendien kan aan de hand van deze gegevens beoordeeld worden of er niet-fiscale douanevoorschriften van toepassing zijn.

Daarnaast wordt de aangifte gebruikt om toezicht uit te oefenen. Dit vindt u uitgewerkt in paragraaf 2.1.1.

      Onderscheid tussen douaneaangifte, summiere aangifte in CDW, TVo. CDW, Algemene douanewet, Algemene douaneregeling

      De douaneaangifte moet onderscheiden worden van de summiere aangifte. De summiere aangifte is de eerste aangifte voor goederen die het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht (artikel 43 CDW, artikel 2:5 Algemene douaneregeling). U kunt hierbij denken aan bijvoorbeeld een volglijst (Douane 11) of scheepsvoorradenaangifte (IMO/FAL 3) of een bij een luchtvaartmanifest behorende airwaybill (artikel 2:5 Algemene douaneregeling). Deze bescheiden maken deel uit van de Generale Verklaring bij de zeevaart (IMO/FAL 1), luchtvaart.

Als het CDW, de TVo. CDW, de Algemene douanewet, de Algemene douaneregeling spreken over een "aangifte", wordt de douaneaangifte bedoeld (bijvoorbeeld artikelen 59, 62 CDW, artikelen 201, 202 TVo. CDW, artikel 2:10 Algemene douaneregeling).

De douaneaangifte wordt daar aangeduid als "aangifte tot het plaatsen onder een douaneregeling". In andere artikelen wordt slechts gesproken van de douaneaangifte (zie bijvoorbeeld artikel 1:10 Algemene douanewet).

Soms wordt geen onderscheid gemaakt, bijvoorbeeld bij de strafrechtelijke bepalingen (artikel 10:5, lid 1 Algemene douanewet). Dit artikel spreekt alleen van aangiften. Gedoeld wordt daarmee zowel de summiere aangifte als de douaneaangifte.

2.1.1. Systeem van toezicht

In het CDW is het systeem van toezicht gebaseerd op aangiften. Een aanvaarde aangifte dient tot dekking van handelingen met goederen die aan douanetoezicht zijn onderworpen. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan de uitslag uit een douane-entrepot.

De aanvaarde aangifte kan ook dienen ten geleide van goederen om toezicht te kunnen uitoefenen op het volgen van hun bestemming. Het toezicht wordt dan uitgeoefend aan de hand van de aangifte in combinatie met de genomen identificatiemaatregelen.

Controle van de aangifte kan aan het licht brengen dat de verplichtingen van een douaneregeling niet of niet volledig zijn nagekomen. Daarnaast kunnen goederen aan het douanetoezicht zijn onttrokken, bijvoorbeeld door diefstal. Onttrekking aan het douanetoezicht, het niet nakomen van de verplichtingen van een douaneregeling betekent het ontstaan van een douaneschuld. De verschuldigde belasting moet dan betaald worden.

(zie artikelen 201 tot en met 216 CDW, onderdeel 28.00.00 van dit Handboek)

De gegevens op de aangifte dienen als basis om de verschuldigde rechten bij invoer of uitvoer te kunnen berekenen.

2.1.2. Aangeven, aanbrengen

Hiervoor werd steeds gesproken over de aanvaarde aangiften. Een aangifte is aanvaard wanneer:

A. de aangifte voldoet aan bepaalde voorwaarden en

B. de goederen bij de douane zijn aangebracht.

Ad A. De voorwaarden voor de aangifte zijn de volgende (artikel 62 CDW):

1. de aangifte moet zijn gesteld op een formulier dat overeenkomt met het daartoe vastgestelde officiële model (meestal het Enig Document). Indien de douaneautoriteiten beschikken over daartoe strekkende systemen, kan een aangifte elektronisch worden gedaan.

2. de aangifte moet zijn ondertekend. Bij een elektronische aangifte wordt de handtekening gewaarborgd door middel van een vergunning elektronisch aangeven.

3. de aangifte moet worden ingediend bij een bevoegd douanekantoor (artikel 202, lid 1 TVo. CDW). Een elektronische aangifte wordt door het aangiftesysteem geaccepteerd, zodra deze zich bevindt in het douanedeel van het aangiftesysteem, van formele aanvaarding kan pas sprake zijn, zodra aan alle overige aanvaardingsvoorwaarden is voldaan;

4. de aangifte moet alle vermeldingen bevatten die nodig zijn voor de toepassing van de bepalingen welke gelden voor de douaneregeling waarvoor de goederen worden aangegeven.

5. bij de aangifte moeten alle bescheiden worden gevoegd die moeten worden overgelegd om de toepassing mogelijk te maken van de bepalingen welke gelden voor de douaneregeling waarvoor de goederen worden aangegeven.

Ad B. Naast de onder ad A genoemde voorwaarden voor het indienen van de aangifte is een eis dat de goederen bij de douane zijn aangebracht (artikel 63 CDW). Aangebracht bij de douane betekent dat in de vereiste vorm aan de douane wordt medegedeeld dat de goederen zijn aangekomen:

- bij een douanekantoor

of op een

- door de douane aangewezen plaats;

- door de douane goedgekeurde plaats.

(artikel 4, lid 19 CDW)

Het vorenstaande impliceert dat een aangifte dus altijd moet worden ingediend bij het bevoegde douanekantoor, terwijl voor het aanvaarden van die aangifte is vereist dat de goederen waarop de aangifte ziet, zich bevinden bij het douanekantoor of op enige andere, door de douane aangewezen of goedgekeurde plaats. Wanneer de goederen zich op één van die plaatsen bevinden, is dat de plaats waar de goederen in eerste aanleg moeten worden gecontroleerd. Als de goederen zich al op een aangewezen of goedgekeurde plaats bevinden, mag overbrenging naar het bevoegde douanekantoor ten behoeve van fysieke controle dus niet worden gevorderd.

      Douanekantoor

Een douanekantoor is elk kantoor waar de in de douanewetgeving voorgeschreven formaliteiten volledig of gedeeltelijk kunnen worden vervuld (artikel 4, lid 4 CDW). De Lidstaten moeten zelf bepalen waar douanekantoren worden gevestigd, en indien de communautaire wetgeving hierin niet voorziet, de bevoegdheden van de douanekantoren zelf vaststellen. Er mag daarbij rekening worden gehouden met de aard van de goederen of met de douaneregeling waaronder de goederen moeten worden geplaatst.

De douanekantoren zijn gevestigd in de plaatsen die zijn opgenomen in bijlage I van de Algemene douaneregeling (artikel 1:3 Algemene douaneregeling). Waar in die plaatsen het douanekantoor feitelijk is gevestigd, bepaalt de voorzitter van het managementteam van een douaneregio. In de praktijk zijn dat de kantoren waar douane-aangiftepunten zijn gevestigd. Een lijst met douanekantoren is opgenomen in bijlage 3. Wanneer we spreken over aanbrengen bij een douanekantoor, betekent dit dus dat de goederen zich fysiek voor dat douanekantoor moeten bevinden. Is de infrastructuur bij het douanekantoor zodanig dat goederen aldaar moeilijk of niet fysiek kunnen worden aangebracht, dan wordt een terrein in de nabijheid van dat douanekantoor daarvoor gebruikt.

      Andere plaatsen waar goederen kunnen worden aangebracht:

      "Uitbreiding" in de zin van het begrip "douanekantoor"

In artikel 2:8a Algemene douaneregeling is bepaald dat de inspecteur in voorkomend geval andere plaatsen dan douanekantoren kan aanmerken als plaats waar goederen kunnen worden aangebracht. Deze bepaling was in de Douaneregeling (oud, in artikel 25, lid 2) opgenomen met de wijziging per 1 januari 2003. In de algemene toelichting op de wijzigingen per 1 januari 2003 is medegedeeld dat deze ertoe strekken de regeling te actualiseren, aan te passen in verband met de wijziging van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst. Voorts wordt gesteld dat een deel van de wijzigingen betrekking heeft op de gevolgen voor de Douaneregeling van de reorganisatie van de Belastingdienst per die datum.

Mede als gevolg van die reorganisatie zijn of worden een aantal kleinere douanekantoren gesloten. Deze sluiting heeft in sommige gevallen verstrekkende gevolgen voor aangevers van de douane, die daardoor kunnen worden geconfronteerd met een veel langere reistijd om de douane te bereiken. Ten aanzien van het sluiten van douanekantoren heeft de Staatssecretaris van Financiën de Tweede Kamer toegezegd dat de douane daar waar nodig passende oplossingen zal bieden, dat het serviceniveau voor bestaande aangevers wordt gehandhaafd. Artikel 2:8a Algemene douaneregeling vormt het sluitstuk om aan deze toezegging tegemoet te kunnen komen, voor de gevallen waar andere bestaande wettelijke mogelijkheden tot vereenvoudiging niet kunnen worden geboden. Wanneer een locatie als aanbrengplaats is aangemerkt, dan is dat de locatie waar de goederen ingeval van een fysieke controle gecontroleerd dienen te worden.

De voorwaarden waaronder deze bevoegdheid kan worden gehanteerd zijn de volgende:

1. van de bevoegdheid wordt alleen gebruik gemaakt ten behoeve van het handhaven van het service niveau ten aanzien van klanten van de douane zoals dit voor hen bestond vóór de sluiting van het voor hen relevante douanekantoor.

2. de bevoegdheid van de onder 1 bedoelde gevallen is het sluitstuk van de procedure. Daarmee wordt bedoeld dat eerst bezien moet worden of individuele wettelijke vereenvoudigde procedures bij vergunning kunnen worden toegepast om de als gevolg van het sluiten van douanekantoren ontstane vermindering van het serviceniveau te nivelleren.

Let op:
uitgangspunt is dat wettelijke vereenvoudigingen mogelijk zijn (met inachtneming van een maximaal gebruik van de elektronische aangiftefaciliteiten van de douane). Wanneer de aangever daar vervolgens geen gebruik van wenst te maken, is dat geen reden om artikel 2:8a Algemene douaneregeling toe te passen.

3. de plaatsen waar goederen kunnen worden aangebracht moeten voldoen aan de volgende eisen:

- er moeten voldoende voorzieningen aanwezig zijn om een adequate douanecontrole te kunnen uitoefenen (tenzij verschuiving fysieke controle effectief, efficiënt realiseerbaar is);

- de ambtenaren moeten er veilig, onder aanvaardbare arbeidsomstandigheden hun werkzaamheden kunnen verrichten.

Let op:
het aanmerken van een locatie als plaats voor het aanbrengen op grond van artikel 2:8a Algemene douaneregeling geschiedt bij een aanwijzingsbesluit van de inspecteur. In het aanwijzingsbesluit wordt de toestemming in algemene termen verleend voor een locatie, voor bepaalde douaneprocedures. Eén ieder die de aanbrenglocatie wenst te gebruiken kan, met inachtneming van de daaraan gestelde voorwaarden, beperkingen, aldaar de goederen aanbrengen. De toestemming wordt daarmee niet verleend aan een individueel bedrijf of enkele bedrijven, als zodanig is het aanwijzingsbesluit geen beschikking als bedoeld in artikel 4, lid 5 van het CDW, noch als bedoeld in artikel 1:3 AWB, ook al zal in de praktijk soms slechts één bedrijf gebruik maken van de aanbrenglocatie. Derhalve is het aanwijzingsbesluit niet vatbaar voor bezwaar, beroep.

Het aanwijzingsbesluit wordt ondertekend door de voorzitter van het managementteam -of een door hem gemandateerde ambtenaar- van de douaneregio binnen welk ambtsgebied de locatie is gelegen.

In het aanwijzingsbesluit wordt de plaats of het terrein met adres, kadastraal nummer vermeld. Het aanwijzingsbesluit kan beperkingen inhouden ten aanzien van de tijden dat goederen aldaar kunnen worden aangebracht. Daarnaast bevat het een aanwijzing van de douaneprocedures waaronder de goederen aldaar geplaatst kunnen worden, welke daar beëindigd kunnen worden. Daarbij wordt vermeld dat de locatie open staat voor elke belanghebbende. Wanneer een particuliere locatie als zodanig wordt aangemerkt, dient de eigenaar / gebruiker daarvan in te stemmen met het gebruik van die locatie door derden.

Een overzicht van de aanbrengplaatsen als bedoeld in
artikel 2:8a Algemene douaneregeling is opgenomen in de bijlage 3.

Een voorbeeld van een aanwijzingsbesluit is opgenomen in bijlage 6.

      Door de douane aangewezen plaats

      De communautaire wetgeving kent in onderscheidenlijke artikelen aan douaneautoriteiten de bevoegdheid toe plaatsen aan te wijzen voor het fysiek aanbrengen van goederen, anders dan aan een douanekantoor. Deze bevoegdheid wordt uitsluitend toegepast bij vergunning, geldt uitsluitend voor de vergunninghouder.

      De communautaire wetgeving kent de volgende aangewezen plaatsen:

- de bedrijfsruimte of de in de vergunning aangewezen plaatsen van de toegelaten geadresseerde;

- de bedrijfsruimte of in de vergunning aangewezen plaatsen in geval de domiciliëringsprocedure uitvoer wordt toegepast;

- de plaats waar de goederen zich bevinden volgens de voorraadadministratie van een douane-entrepot type E.

      Door de douane goedgekeurde plaats

      De communautaire wetgeving kent in onderscheidenlijke artikelen aan douaneautoriteiten de bevoegdheid toe plaatsen goed te keuren voor het aanbrengen. Deze bevoegdheid wordt uitsluitend toegepast bij vergunning, geldt uitsluitend voor de vergunninghouder. Kenmerkend voor een goedgekeurde plaats, is daarbij in de vergunning de locatie nauwkeurig wordt beschreven.

De communautaire wetgeving kent de volgende goedgekeurde plaatsen:

- de locatie entrepot type B, C of D;

- de ruimte voor tijdelijke opslag;

- de vrije zone / het vrij entrepot.

      Aangebracht ter beëindiging van een regeling, is aangebracht voor de volgende bestemming:

      Wanneer goederen in het kader van het beëindigen van een regeling zijn aangebracht bij een douanekantoor of zich bevinden op een aangewezen of goedgekeurde plaats, dan zijn die goederen daarmee tevens aangebracht voor de opvolgende regeling. Tussen regelingen in -dit is de periode vanaf dat de formaliteiten ter beëindiging van een regeling zijn vervuld tot de aanvang van de volgende regeling- mogen goederen namelijk niet worden overgebracht. Na beëindiging van de regeling douanevervoer worden de goederen geacht in tijdelijke opslag te liggen.

      (artikelen 55 en 89 CDW)

      Voorbeeld 1

      Wanneer goederen die zijn vervoerd onder een regeling voor douanevervoer in ontvangst zijn genomen door een vergunninghouder toegelaten geadresseerde, dan zijn deze aangebracht ter beëindiging van de regeling douanevervoer op een aangewezen plaats.

      Voor de aanvaarding van een aangifte voor plaatsing onder een opvolgende douaneregeling -bijvoorbeeld een aangifte voor plaatsing onder de regeling entrepot of een aangifte voor het vrije verkeer- moeten de goederen worden aangebracht. Omdat de goederen zich dan echter al op een aangewezen plaats bevinden is aan de aanbrengverplichting voor die opvolgende aangifte voldaan. Let wel: de aangifte moet in principe wel bij het douanekantoor worden ingediend.

Let op:
als goederen zijn aangebracht ter beëindiging van een douaneregeling douanevervoer, waarna de goederen geacht worden zich in tijdelijke opslag te bevinden, en er wordt geen opvolgende aangifte ter beëindiging van die tijdelijke opslag gedaan, is er sprake van een strafbaar feit in de zin van artikel 10:3 Algemene douanewet.

      Voorbeeld 2

      Wanneer de goederen zich bevinden in een douane-entrepot, zijn deze aangebracht in de zin van de regeling douane-entrepot. De goederen bevinden zich immers op een goedgekeurde plaats. Wanneer de regeling douane-entrepot wordt beëindigd door plaatsing onder de regeling douanevervoer met toepassing van een carnet TIR, dan moeten die goederen in de zin van die vervoersregeling worden aangebracht bij een kantoor van vertrek, alvorens de aangifte mag worden aanvaard. Daarbij komt het vraagstuk "aanbrengen" opnieuw aan de orde. Aanbrengen kan bij een douanekantoor (dit kan zijn het fysieke kantoor in de zin van artikel 1:3 Algemene douaneregeling of de plaats die als zodanig is aangemerkt in de zin van) of op een aangewezen of goedgekeurde plaats. Omdat deze goederen zich al bevinden op een goedgekeurde plaats -het entrepot- is al aan deze aanbrengverplichting voldaan. Er mag dus niet worden geëist dat de goederen bij een fysiek douanekantoor worden aangebracht ter aanvaarding van het carnet TIR. Let wel: de aangifte moet in principe wel bij het fysieke douanekantoor worden ingediend.

      Voorbeeld 3:

      Wanneer goederen aankomen onder geleide van een carnet TIR, dan moeten deze volgens de vervoersregeling worden aangebracht bij een kantoor van bestemming. Er is geen enkele wettelijke grondslag om te vergunnen dat het aanbrengen in dit geval kan op een aangewezen of goedgekeurde plaats. Daarom is aanbrengen alleen maar toegestaan bij een douanekanto"or. Dit is ofwel een fysiek douanekantoor (aangiftepunt) in de zin van artikel 1:3 Algemene douaneregeling of een als zodanig aangemerkte plaats op grond van artikel 2:8a Algemene douaneregeling, wanneer een aanwijzingsbesluit daarin voorziet.

2.1.3. Douanekantoren

Douaneaangiften kunnen niet op elke willekeurige plek worden ingediend. Dit moet gebeuren op een douanekantoor.

(artikel 4, lid 4, CDW)

Ook kunnen ze niet op elk willekeurig tijdstip gedaan worden. Dit kan alleen als het douanekantoor daarvoor open is.

(artikel 202 TVo. CDW)

Artikel 60 CDW geeft ruimte aan Nederland om zelf de bevoegdheid te regelen van douanekantoren. Hierbij mag rekening worden gehouden met de aard van de aan te geven goederen. Bijvoorbeeld antiquiteiten. Deze mogen niet overal in het vrije verkeer worden gebracht. Ook mag rekening worden gehouden met de aard van de douaneregeling waaronder de goederen geplaatst worden. Bijvoorbeeld: schriftelijke aangiften voor in het vrije verkeer brengen kunnen alleen tussen 08.00 uur, 17.00 uur ingediend worden. (Voor elektronische aangiften geldt een dergelijke beperking niet. Deze mogen vierentwintig uur per dag ingediend worden).

In de Douaneregeling wordt een opsomming gegeven van de plaatsen waar douanekantoren gevestigd zijn. U leest hier ook:

- welk douanekantoor bevoegd is voor de behandeling van welke aangiften;

- welke goederen bij welke douanekantoren mogen worden aangegeven.

Een douanekantoor kan in verschillende aangiftepunten verdeeld zijn. Voor elk aangiftepunt gelden zogenaamde openstellingsuren. Deze geven aan wanneer aangiften ingeleverd kunnen worden. Ze worden vastgesteld door de voorzitter van het managementteam van de betreffende douaneregio.)

In bijlage 3 vindt u een overzicht van de douanekantoren. Hierin staan ook de aangiftepunten, hun bevoegdheden, hun openstellingsuren.

Voor de aanwijzing, vestiging van douanekantoren is een beleid geformuleerd, dat is vastgelegd in het Rapport vestigingsbeleid. Door de invoering van Controlegebouw II, het Klantconcept (zie ook hoofdstuk 6, paragraaf 6.1.1), de voortschrijdende automatisering van het aangifteproces is het niet langer noodzakelijk dat de Douane in de omgeving van concentraties van bedrijven is gevestigd, is inmiddels een aantal kantoren gesloten.

Een verzoek tot vestiging van een douanekantoor wordt ingediend bij de voorzitter van het managementteam van de betreffende douaneregio. Deze legt het verzoek, voorzien van advies, voor aan Directoraat-Generaal Belastingdienst (DGBel). DGBel besluit op het verzoek.

2.1.4. Aangever

Elke persoon die de goederen bij de douane kan aanbrengen of doen aanbrengen, de benodigde bescheiden kan overleggen, kan aangifte doen. Onder aanbrengen verstaat het CDW: de mededeling doen in de vereiste vorm dat de goederen zijn aangekomen bij het douanekantoor.

(artikel 4, lid 19, CDW)

De ontvanger (geadresseerde) van de goederen kan aangifte doen, maar ook de chauffeur van de vrachtwagen waarmee de goederen zijn vervoerd, de kapitein van een schip of de entreposeur van een douane-entrepot. Voorwaarde is dat ze kunnen aanbrengen, de benodigde bescheiden kunnen overleggen.

(artikel 64, lid 1, CDW)

Deze personen kunnen zich ook laten vertegenwoordigen. Dit betekent dat iemand anders de aangifte namens hen indient. Zie hiervoor het onderdeel Recht van vertegenwoordigingvan dit Handboek, nummer 2.00.00.

(artikelen 5 en 64, lid 1, CDW)

Soms brengt de aanvaarding van een aangifte bijzondere verplichtingen voor een bepaalde persoon met zich mee (artikel 64,lid 2, CDW). U moet hierbij denken aan bijvoorbeeld een vergunninghouder actieve veredeling. Deze moet de verplichtingen van de regeling, van de vergunning naleven. In het geval dat de aanvaarding van een aangifte bijzondere verplichtingen voor een bepaalde persoon met zich meebrengt, mag alleen deze persoon (de vergunninghouder) de aangifte doen. Deze persoon kan zich laten vertegenwoordigen. Zie hiervoor het onderdeel "Recht van vertegenwoordiging" van dit Handboek, nummer 2.00.00.

(artikel 5 CDW)

De aangever moet in de Gemeenschap gevestigd zijn. Dit geldt echter niet voor personen die:

- een aangifte voor douanevervoer doen (bijvoorbeeld TIR-vervoer);

- een aangifte voor tijdelijke invoer doen (bijvoorbeeld met een carnet ATA);

- incidenteel goederen aangeven, waarvan de Douane dat gerechtvaardigd vindt.

      Douane-expediteur

Aangiften kunnen - in plaats van door degene die de beschikkingsmacht over de goederen heeft - ten behoeve van deze worden gedaan door een douane-expediteur. In het CDW wordt deze persoon aangeduid als "douanecommissionair" (zie artikel 5, lid 2, CDW). In het CDW wordt dit begrip niet nader uitgewerkt. Dit gebeurt wel in onze nationale wetgeving.

(artikelen 1:9 tot en met 1:13 Algemene douanewet)

Een douane-expediteur kan bij het doen van de aangifte optreden als vertegenwoordiger van zijn opdrachtgever. Dit is echter niet noodzakelijk. Hij kan ook geheel voor eigen rekening handelen. In beide gevallen berekent hij de door hem betaalde rechten bij invoer, andere belastingen, heffingen, en retributies door aan zijn opdrachtgever. Hetzelfde geldt voor de betaalde rente, interest, kosten, administratieve boeten voor zover aan zijn opdrachtgever te wijten.

Om als douane-expediteur te mogen optreden, moet men zijn toegelaten door de inspecteur. Hierbij zijn geen eisen van vakbekwaamheid gesteld. Wel kan de toelating worden geweigerd als men de laatste vijf jaar wegens een strafbaarfeit dat naar Nederlands recht wordt aangemerkt als een misdrijf onherroepelijk was veroordeeld (zie voor dit begrip paragraaf 2.2.11). In zo'n geval kan een verleende vergunning ook worden ingetrokken. Ook andere laakbare gedragingen bij de uitoefening van het beroep van douane-expediteur kunnen tot intrekking leiden, mits de douane-expediteur wegens vroeger gepleegde laakbare handelingen in de laststverlopen drie jaren een waarschuwing houdende de feiten waarop zij gegrond is is uitgereikt.

Een douane-expediteur moet aan zijn opdrachtgever een gespecificeerde rekening sturen. Hierin komt te staan wat hij voor zijn opdrachtgever heeft betaald aan het Rijk. In die rekening moet hij de betaalde rechten bij invoer, andere belastingen, heffingen, retributies, dan wel rente, interest, kosten, bestuurlijke boeten voorzover aan zijn opdrachtgever te wijten, apart omschrijven.

(artikel 1:11 Algemene douanewet)

De gespecificeerde rekening van een douane-expediteur kan onderdeel uitmaken van de boeken, bescheiden waarmee de ondernemer het recht op aftrek van voorbelasting kan aantonen.

(artikel 10 Uitvoeringsbeschikking Omzetbelasting 1968)

De douane-expediteurs hebben voor datgene wat hij namens de vertegenwoordigde heeft betaald een jaar na de aan het rijk gedane betaling voorrecht op alle vermogensbestanddelen van de opdrachtgever.

Dit voorrecht heeft dezelfde rangorde als het voorrecht van 's Rijks schatkist, met dien verstande dat het voorrecht van 's Rijks schatkist voorgaat.

(artikel 1:12 Algemene douanewet, artikel 21 Invorderingswet 1990)

      Aansprakelijkheid aangever

De aangever is aansprakelijk voor:

- de juistheid van de gegevens in de aangifte;

- de echtheid van de bijgevoegde stukken;

- het nakomen van alle verplichtingen van de desbetreffende douaneregeling.

(artikel 199 TVo. CDW)

Dit betekent een zeer vergaande verantwoordelijkheid. Soms is de douane-expediteur zelfs verantwoordelijk voor zaken waarop hij geen of weinig invloed heeft, bijvoorbeeld een vervalst certificaat. Vervalsen wordt over het algemeen door iemand anders gedaan: de douane-expediteur voegt het slechts bij de aangifte. Toch is de douane-expediteur verantwoordelijk.

Ook uit het volgende voorbeeld blijkt de vergaande verantwoordelijkheid. Een douane-expediteur doet een aangifte tot plaatsing onder de regeling douanevervoer. Vervolgens gaat een transportondernemer de goederen vervoeren. Als de goederen niet op het kantoor van bestemming aankomen, is de douane-expediteur hiervoor verantwoordelijk.

2.1.5. Taal van de aangifte

De aangifte moet worden gesteld in één van de officiële talen van de Gemeenschap die in Nederland worden aanvaard.

(artikel 211 TVo. CDW)

In Nederland geldt als hoofdregel dat aangiften tot plaatsing onder een douaneregeling worden gedaan in het Nederlands.

(artikel 2:10 Algemene douaneregeling)

Sommige aangiften tot plaatsing onder de douaneregeling mogen ook in het Frans, Duits of Engels worden gedaan. Dit geldt voor:

- douanevervoer;

- aangiften met gebruikmaking van een handels- of administratief bescheid.

(artikel 2:10, lid 2, Algemene douaneregeling)

Douaneaangiften die in het buitenland zijn aanvaard, kunnen in een andere taal dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels zijn opgemaakt. In deze gevallen mag u een vertaling in het Nederlands, Frans, Duits of Engels vragen.

(artikel 211 TVo. CDW)

2.1.6. (Vervallen)

2.1.7. Bescheiden bij de aangifte

Bij de aangifte horen bescheiden (artikel 62, lid 2, CDW). Per douaneregeling wordt in de TVo. CDW aangegeven welke bescheiden dat zijn. Hieronder volgt een overzicht met de verplichte bescheiden, de eventueel te eisen bescheiden.

Douaneregeling Bescheiden Artikel TVo. CDW
......................... ......................... .........................

In het vrije verkeer brengen

factuur

artikel 218

 

D.V.1

artikel 218

 

preferentiële certificaten

artikel 218

 

vergunningen

artikel 218

 

andere noodzakelijke bescheiden (bijvoorbeeld, niet-preferentiële certificaten)

artikel 218

 

vervoersdocumenten (bijvoorbeeld een B/L)

artikel 218

 

paklijsten

artikel 218

Douanevervoer

vervoersdocument (bijvoorbeeld vrachtbrief)

artikel 219

 

aangifte voor uitvoer of wederuitvoer

artikel 219

Douane-entrepot type D

factuur

artikel 220

 

D.V.1

artikel 220

Andere douane-entrepots

documenten van de voorafgaande douaneregeling

artikel 220

Actieve veredeling

factuur

artikel 220

(terugbetalingssysteem)

D.V.1

artikel 220

 

preferentiële certificaten

artikel 220

 

vergunningen

artikel 220

 

andere noodzakelijke bescheiden (bijvoorbeeld, niet-preferentiële certificaten)

artikel 220

 

vergunning actieve veredeling

artikel 220

 

vervoersdocumenten (bijvoorbeeld een B/L)

artikel 220

 

paklijsten

artikel 220

Actieve veredeling

factuur

artikel 220

(schorsingssysteem

D.V.1

artikel 220

 

vergunning actieve veredeling

artikel 220

 

vervoersdocument (bijvoorbeeld B/L)

artikel 220

 

paklijsten

artikel 220

Behandeling onder douanetoezicht

factuur

D.V.1

artikel 220

artikel 220

 

vergunning Behandeling onder douanetoezicht

artikel 220

 

vervoersdocument

artikel 220

 

paklijsten

artikel 220

     

Tijdelijke invoer

factuur

artikel 218

(met gedeeltelijke vrijstelling)

D.V.1

artikel 218

 

preferentiële certificaten

artikel 218

 

vergunning tijdelijke invoer

artikel 220

 

vergunningen

artikel 218

 

andere noodzakelijke bescheiden (bijvoorbeeld, niet-preferentiële certificaten)

artikel 218

 

vervoersdocumenten (bijvoorbeeld een B/L)

artikel 218

 

paklijsten

artikel 218

Tijdelijke invoer

factuur

artikel 220

(met volledige vrijstelling)

D.V.1

artikel 220

 

vergunning tijdelijke invoer

artikel 220

 

vervoersdocument

artikel 220

 

paklijsten

artikel 220

Passieve veredeling

factuur

artikel 220

 

vergunningen

artikel 220

 

vergunning passieve veredeling

artikel 220

 

vervoersdocument

artikel 220

 

paklijsten

artikel 220

Uitvoer

factuur

artikel 221

 

vergunningen

artikel 221

 

vervoersdocument

artikel 221

 

paklijsten

artikel 221

Voor de meeste bescheiden staat een code in de Toelichting betreffende het gebruik van het formulier Enig document. Als er geen code is, moet de naam van het bescheid vermeld worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de factuur, de D.V.1.

De bijgevoegde bescheiden blijven in beginsel bij de aangifte. Als ze nog voor andere aangiften gebruikt moeten worden, kunnen ze teruggegeven worden. Dit geschiedt nadat op deze bescheiden afgeschreven is (artikel 200 TVo. CDW). U kunt hier bijvoorbeeld denken aan een uitvoervergunning waarop na afschrijving een saldo blijft openstaan. De vergunning kan dan weer bij een andere aangifte ten uitvoer gebruikt worden.

In het geval dat een aangifte langs elektronische weg wordt gedaan, mag de aangever bepaalde bescheiden elektronisch aanbieden. Bij artikel in het vrije verkeer brengen kan de D.V.1 op grond van artikel 180, 224 TVo. CDW langs elektronische weg toegezonden worden.

In het kader van de papierloze aangifte hoeft de aangever die in het bezit is van een vergunning elektronisch aangeven Douane Sagitta Invoer de hierna genoemde bescheiden niet te overleggen, mits hij ze in zijn administratie bewaart (zie de paragrafen 2.2.2, 3.2.2).

- factuur;

- preferentiële oorsprongsbescheiden;

- niet-preferentiële oorsprongsbescheiden;

- door de Belastingdienst/Douane Noord/kantoor Groningen - Centrale dienst voor in- en uitvoer afgegeven vergunningen;

- door de Belastingdienst/Douane Noord/kantoor Groningen - Centrale dienst voor in- en uitvoer afgegeven toezichtsdocumenten.

Wanneer deze bescheiden afschrijving vereisen, mag de aangever/vergunninghouder deze zelf afschrijven. Vergunningen, toezichtsdocumenten afgegeven door de Belastingdienst/Douane Noord/kantoor Groningen - Centrale dienst voor in- en uitvoer moeten direct nadat zij volledig zijn afgeschreven naar de Belastingdienst/Douane Noord/kantoor Groningen - Centrale dienst voor in- en uitvoer worden opgestuurd.

Andere dan de hierboven genoemde bescheiden moeten uiterlijk de tweede werkdag na de dag waarop de aangifte is aanvaard, worden ingeleverd bij het aangiftepunt waar de aangifte is gedaan.

Als Douane Sagitta Invoer een Mededeling bescheiden overleggen of een Voorlopige mededeling afhandeling produceert, moet de aangever/vergunninghouder, eveneens uiterlijk de tweede werkdag na de dag waarop de aangifte is aanvaard bij het aangiftepunt waar de aangifte is ingediend, de van overlegging uitgezonderde bescheiden overleggen. Na controle geeft de Douane deze bescheiden aan de aangever/vergunninghouder terug. Hij moet deze vervolgens in zijn administratie bewaren.

De Douane kan toestaan dat de bescheiden per fax worden overgelegd. In dat geval oordeelt de Douane in eerste aanleg op basis van die faxbescheiden over de vrijgave van de goederen. Ingeval van steekproef, bij twijfel of bij vermoedens van fraude kan alsnog de overlegging van de originele bescheiden worden gevorderd.

Per fax aangeboden bescheiden waarvoor een administratieplicht bestaat, hoeven niet achteraf in origineel te worden overgelegd. Andere bescheiden moeten uiterlijk de tweede werkdag na de dag waarop de aangifte is aanvaard, worden overgelegd.

2.1.8. (Vervallen)

2.1.9. Zelfvervaardiging

Er bestaat geen verplichting de van rijkswege beschikbaar gestelde formulieren te gebruiken. Een aangever mag ook gebruik maken van formulieren die hij zelf heeft gedrukt of laten drukken. Deze formulieren moeten echter wel overeenkomen met de modellen die van rijkswege worden verstrekt.

Er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor de vermeldingen in de onderrand. Hetgeen in de onderrand staat van de van rijkswege beschikbaar gestelde formulieren hoeft niet te worden overgenomen.

Daar mogen wel vermeldingen worden gedrukt die uitsluitend betekenis hebben voor de drukker van de formulieren en/of zijn afnemers.

(Titel I, onderdeel A, onder 6, Bijlage VI, Algemene douaneregeling)

Daarnaast maakt de TVo. CDW het mogelijk gebruik te maken van blanco papier bij de vervaardiging van uitvoer-, doorvoer- of invoeraangiften, T2L's met behulp van computers.

(artikel 205 TVo. CDW)

In zo'n geval moet aan alle vormvereisten die in het CDW, de TVo. CDW zijn opgenomen worden voldaan, ook ten aanzien van de achterzijde van het formulier. Een uitzondering kan gemaakt worden ten aanzien van:

- de kleur van de drukinkt;

- het gebruik van cursieve of gedrukte letters;

- de onderdruk van de vakken voor communautair vervoer.

(Titel I, onderdeel A, onder 2, Bijlage VI, Algemene douaneregeling)

2.1.10. (Vervallen)

2.1.11. Invulling

Voor de invulling van formulieren Enig document gelden de volgende algemene aanwijzingen:

- de gegevens worden vermeld overeenkomstig de aanwijzingen in de toelichting Enig document (artikel 2:11 juncto bijlage VI Algemene douaneregeling);

- als van het formulier ten minste één exemplaar in een andere lidstaat kan worden gebruikt, moet de invulling met een schrijfmachine of door een mechanografisch of soortgelijk procédé worden ingevuld;

- als het formulier slechts in Nederland gebruikt wordt, mag de invulling met de hand, met inkt, in blokletters geschieden;

- er mogen geen raderingen of overschrijvingen in de formulieren voorkomen. Doorhalingen van onjuiste gegevens met toevoeging van juiste gegevens is toegestaan. Als u de doorhalingen accepteert moet u deze bijstempelen;

- invulling mag ook door een reproductietechniek als aan de vereisten inzake het model, de afmetingen, de te gebruiken taal, de leesbaarheid, het aanbrengen van wijzigingen wordt voldaan.

(Titel I, onderdeel C, bijlage VI, Algemene douaneregeling)

2.1.12. Ondertekening

Op de formulieren die op het kantoor van uitvoer of van vertrek blijven, moet de originele handtekening van de belanghebbende voorkomen. Op de andere exemplaren mag de handtekening door doordruk zijn verkregen.

Als de invulling geschiedt door een reproductietechniek, mag ook de handtekening op die manier op alle exemplaren worden aangebracht. De aangever moet dan wel eerst schriftelijk verklaren dat hij zodanige aangiften erkent als van hem afkomstig.
(Titel I, onderdeel C, bijlage VI, Algemene douaneregeling)

2.2. Aangifteprocedures

Het CDW kent in artikel 61 drie hoofdvormen van aangifte doen. In letter a van dit artikel vindt u de schriftelijke aangiften. Letter b noemt de elektronische aangiften. In letter c komen de mondelinge aangiften, aangiften door een andere handeling aan de orde.

In de artikelen 62 tot en met 75 CDW wordt de normale procedure van schriftelijke aangiften behandeld. In artikel 76 CDW wordt de mogelijkheid geopend de schriftelijke aangifteprocedure te vereenvoudigen. Artikel 77 CDW verklaart vervolgens de artikelen over de schriftelijke aangiften van overeenkomstige toepassing op elektronische aangiften, mondelinge aangiften, aangiften door een andere handeling.

Hierna vindt u de volgende aangifteprocedures uitgewerkt:

1. schriftelijke aangifte;

2. elektronische aangifte;

3. mondelinge aangifte;

4. aangifte door een andere handeling;

5. vereenvoudigde procedures;

6. postverkeer.

Bij de vereenvoudigde procedures, de procedure voor het postverkeer past een opmerking. Deze behoren niet tot de hoofdvormen die in artikel 61 CDW genoemd worden. Zij zijn vereenvoudigingen of uitwerkingen van deze hoofdvormen.

2.2.1. Schriftelijke aangifte

Schriftelijke aangiften om goederen te plaatsen onder een douaneregeling worden gedaan met het Enig document. Dit is de hoofdregel. In bepaalde gevallen kan hiervan worden afgeweken. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan:

- Carnet TIR (zie onderdeel 14.50.00 van dit Handboek);

- Carnet ATA (zie onderdeel 14.60.00 van dit Handboek);

- Postformulieren voor briefpostzendingen, postpakketten.

(artikel 62 CDW en artikel 205 TVo. CDW)

Ook voor de douanebestemming wederuitvoer moet in bepaalde gevallen een Enig document gebruikt worden (artikel 205, lid 1, TVo. CDW). Hierbij moet u denken aan de situatie dat de goederen eerst onder een economische douaneregeling waren geplaatst.

De economische douaneregelingen zijn:

- douane-entrepot;

- actieve veredeling;

- behandeling onder douanetoezicht;

- tijdelijke invoer;

- passieve veredeling.

(artikel 182, lid 3, en artikel 84, lid 1 letter b, CDW)

Als de goederen vervolgens de bestemming wederuitvoer krijgen, moet voor de aangifte het Enig document gebruikt worden.

Daarnaast kan het Enig document gebruikt worden om goederen tijdelijk op te slaan. Deze opslag gaat vooraf aan het geven van een definitieve douanebestemming aan de goederen.

Het Enig document bestaat in principe uit 8 exemplaren. In Nederland wordt het Enig document ook aangeboden in sets. In zo'n set zit dan het aantal exemplaren dat nodig is voor plaatsing onder een douaneregeling.

(artikel 208 TVo. CDW)

De exemplaren zijn genummerd van 1 tot en met 8. Hieronder volgt een opsomming waar deze exemplaren voor dienen.

Exemplaar bestemd voor
........... .................................................

1

het kantoor van uitvoer of kantoor van vertrek

2

de statistiekdienst van het land van uitvoer

3

de afzender (na visering door de Douane)

4

het kantoor van bestemming

5

terugzending naar het kantoor van vertrek

6

het douanekantoor van bestemming

7

de statistiekdienst van het land van bestemming

8

de geadresseerde (na visering door de Douane)

Verschillende combinaties van exemplaren zijn mogelijk. Bijvoorbeeld:

Exemplaren nummers douaneregeling
........... ..................................................

1, 2, 3

uitvoer

passieve veredeling

wederuitvoer (geen douaneregeling)

1, 4, 5, 7

communautair douanevervoer

6, 7, 8

in het vrije verkeer brengen

actieve veredeling

tijdelijke invoer

douane-entrepots

behandeling onder douanetoezicht

tijdelijke opslag (geen douaneregeling)

Bij aangiften met gebruikmaking van het formulier Enig document kunnen aanvullende formulieren worden gebruikt. Deze aanvullende formulieren bestaan uit dezelfde exemplaarnummers als die van het Enig document zelf (zie ook paragraaf 2.1.9).

Sommige van deze exemplaren kunnen soms achterwege blijven. Dit kan toegestaan worden als de Douane op andere wijze over de gegevens kan beschikken.

(artikel 207 TVo. CDW)

Sagitta-invoer maakt het mogelijk het volgende exemplaar achterwege te laten:

Exemplaar douaneregeling
........... ..................................

7

in het vrije verkeer brengen

actieve veredeling

tijdelijke invoer

behandeling onder douanetoezicht

douane-entrepot

Dit exemplaar is voor de statistiekdienst bedoeld. Het Centraal Bureau voor de Statistiek krijgt in plaats daarvan de informatie uit Sagitta op magneetband aangeleverd.

Soms moet een extra exemplaar worden ingeleverd. Hiervoor dient het zogenaamde 0-exemplaar. Dit exemplaar doet dienst als:

- wegvoeringsexemplaar (W);

- douanewegvoeringsexemplaar (D/W);

- extra aangeversexemplaar (A).

Meer informatie over het Enig document vindt u in de Toelichting (bijlage VI van de Algemene douaneregeling).

2.2.2. Elektronische aangifte

Een elektronische aangifte wordt gedaan met behulp van EDI-berichten.

(artikel 222 TVo. CDW)

EDI staat voor Electronic Data Interchange. Dit is een in gestandaardiseerde vorm opgemaakt elektronisch bericht. Verschillende computersystemen kunnen met behulp van deze berichten met elkaar communiceren. Een aangever kan zijn aangiften op deze manier vanaf zijn kantoor naar het Sagitta-systeem van de douane sturen.

(artikel 4bis TVo. CDW)

De aangever kan zelfs bescheiden elektronisch aanbieden. Bij in het vrije verkeer brengen kan de D.V.1 op grond van artikel 180, 224 TVo. CDW langs elektronische weg toegezonden worden. Bij uitvoer kan de factuur elektronisch worden aangeboden.

De elektronische aangever hoeft vanaf 1 april 2002 in het kader van de papierloze aangifte de factuur, het preferentiële certificaat van oorsprong niet meer bij de douane achteraf te overleggen. In dat geval moet de aangever wel aan een aantal voldoen waarvoor verwezen wordt naar paragraaf 3.2.2.

Om elektronisch te mogen aangeven is toestemming nodig. Deze toestemming wordt alleen gegeven als bepaalde maatregelen zijn genomen.

Deze maatregelen betreffen:

- controle van de bron (welke aangever betreft het);

- bescherming van gegevens tegen ongeoorloofde toegang, verlies, wijziging of vernietiging.

(artikel 4bis, lid 2, TVo. CDW)

In Nederland kunnen electronische aangiften gedaan worden door gebruikmaking van Sagitta-Invoer, Sagitta-Uitvoer Op www.douane.nl is het aanvraagformulier Electronisch aangeven Douane Sagitta Invoer te downloaden, in bijlage 0 is de vergunning Electronisch aangeven Douane Sagitta Invoer opgenomen. Electronische aangiften zijn mogelijk voor de volgende douaneregelingen, douanebestemmingen.

Geautomatiseerd systeem douaneregeling/douanebestemming
.......................... .....................................

Sagitta-invoer

- in het vrije verkeer brengen

- actieve veredeling

- tijdelijke invoer

- behandeling onder douanetoezicht

- douane-entrepot

Sagitta-uitvoer

- uitvoer

- passieve veredeling

- wederuitvoer

NCTS

- vervoer

Meer gedetailleerde informatie over elektronische aangiften kunt u vinden in de gebruikershandleiding van B/CICT.

2.2.3. Mondelinge aangifte

Mondelinge aangiften zijn mogelijk voor drie douaneregelingen.

- in het vrije verkeer brengen;

- uitvoer;

- tijdelijke invoer.

Hieronder wordt ook begrepen de mondelinge aangifte ten uitvoer ter aanzuivering van de regeling tijdelijke invoer.

(artikel 229, lid 2, TVo. CDW)

In veel gevallen gaat het dan om zendingen zonder handelskarakter. U kunt daarbij denken aan reizigersbagage, terugkerende goederen.

(artikelen 225 tot en met 229 TVo. CDW)

U kunt de mogelijkheid van mondeling aangeven in de volgende onderdelen vinden:

- Tijdelijke invoer: onderdeel 18.00.00 van dit Handboek;

- Uitvoer: onderdeel 20.00.00 van dit Handboek;

- Vrijstellingen: onderdeel 24.00.00 van dit Handboek;

- Terugkerende goederen: onderdeel 25.00.00 van dit Handboek.

Daarnaast kunnen commerciële goederen soms mondeling worden aangegeven. Ze moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

- de waarde mag niet meer bedragen dan € 1.000; en

- het gewicht mag niet meer zijn dan 1.000 kg; en

- ze mogen geen onderdeel zijn van een regelmatige reeks van zendingen; en

- ze mogen niet door onafhankelijke vervoersondernemingen vervoerd worden (het moet eigen vervoer betreffen).

(artikelen 225, 226 TVo. CDW, artikel 3, lid 4 Verordening (EG) nr. 471/2009)

Op basis van deze artikelen geldt schematisch gezien het volgende:

< 1.000 euro + < 1.000 kg = mondeling aangeven + niet in de statistiek opnemen

< 1.000 euro + > 1.000 kg = schriftelijk/elektronisch aangifte doen + in de statistiek opnemen

> 1.000 euro + < 1.000 kg = schriftelijk/elektronisch aangifte doen + in de statistiek opnemen

> 1.000 euro + > 1.000 kg = schriftelijk/elektronisch aangifte doen + in de statistiek opnemen

Het CDW, de TVo. CDW zeggen niets over de inhoud van een mondelinge aangifte. In ieder geval zullen genoeg gegevens geleverd moeten worden om controle door de Douane mogelijk te maken. U zult dit per geval moeten beoordelen.

Een mondelinge aangifte kan niet gedaan worden als er sprake is van:

- toekenning van restituties of andere bedragen;

- teruggave van rechten;

- verboden of beperkingen;

- bijzondere formaliteiten.

(artikel 235 TVo. CDW)

Als u twijfelt aan de juistheid of volledigheid van de mondelinge aangifte, kunt u een schriftelijke aangifte eisen.

(artikel 227, lid 2, TVo. CDW)

2.2.4. Aangifte door een andere handeling

Met een andere handeling bedoelt het CDW de volgende handelingen:

- gebruik maken van het groene kanaal "niets aan te geven" als er een dubbel controlekanaal (rood/groen) aanwezig is;

- passeren van een douanekantoor zonder dubbel controlekanaal, zonder uit eigen beweging aangifte te doen;

- aanbrengen van een schijf of sticker "niets aan te geven" op de voorruit van personenwagens;

- de enkele overschrijding van de grens als de goederen niet bij de douane behoeven te worden aangebracht.

(artikelen 230, 231, 232, 233 TVo. CDW)

Voor drie douaneregelingen kan een aangifte worden gedaan door een andere handeling. Deze zijn:

- in het vrije verkeer brengen;

- uitvoer;

- tijdelijke invoer.

Hieronder wordt ook begrepen de aangifte door een andere handeling ter aanzuivering van de regeling tijdelijke invoer.

(artikel 232, lid 2, en artikel 233, lid 1, letter b, TVo. CDW)

Een aangifte door een andere handeling is niet mogelijk in de volgende gevallen:

- toekenning van restituties of andere bedragen;

- teruggave van rechten;

- verboden of beperkingen;

- bijzondere formaliteiten.

(artikel 235 TVo. CDW)

2.2.5. Postverkeer

Voor postzendingen is een aparte afdeling opgenomen in de TVo. CDW. Deze regelt het tijdstip waarop de zendingen worden geacht te zijn aangegeven voor het vrije verkeer of de uitvoer bij de Douane. Hierna volgt een overzicht van deze tijdstippen, voor welke postzendingen die gelden.

Douaneregeling Tijdstip Soort postzending
.................... ................... ....................................

Voor het vrije verkeer

binnenbrengen in het douanegebied

- briefkaarten, brieven met persoonlijke boodschappen;

- braillestukken;

- drukwerk (indien vrij van invoerrechten);

- briefpostzendingen, pakketpostzendingen die vrijgesteld zijn van aanbrengen.

 

aanbrengen bij de Douane

- briefpostzendingen, pakketpostzendingen met een aangifte CN 22 en/of CCN 23.

Uitvoer

opnemen verantwoordelijkheid door de Post

- briefpostzendingen, pakket-postzendingen waarvoor geen rechten bij uitvoer gelden.

 

aanbrengen bij de Douane

- briefpostzendingen, pakket-postzendingen waarvoor geen rechten bij uitvoer gelden met een aangifte CN 22 en/of CN 23.

Het bovenstaande is niet van toepassing als:

- het commerciële zendingen zijn;

- de aangifte schriftelijk, elektronisch of mondeling wordt gedaan;

- er sprake is van restituties of teruggave van rechten.

In deze gevallen geldt dat het tijdstip van aangifte op de normale wijze wordt vastgesteld (zie hoofdstuk 3 hierna).

(artikelen 237, 238 TVo. CDW)

Meer informatie kunt u vinden in onderdeel 13.00.00 (In het vrije verkeer brengen), onderdeel 14.47.00 (Douanevervoer - bijzondere voorschriften) van dit Handboek.

2.2.6. Vereenvoudigde procedures

Het CDW, de TVo. CDW kennen de volgende vereenvoudigde procedures:

- onvolledige aangifte;

- vereenvoudigde aangifte;

- domiciliëringsprocedure;

- bijzondere vereenvoudigde procedures voor het douanevervoer.

Zij zijn bedoeld om de normale procedure met een schriftelijke aangifte zoveel mogelijk te versoepelen. Uiteraard gaat de versoepeling niet zover dat de Douane haar taak niet goed meer kan uitvoeren.

(artikel 76 CDW)

Hieronder volgt een schema met de vereenvoudigde procedures. U vindt daarin voor welke regeling of toepassingsgebied ze van toepassing zijn. Ook wordt de wettelijke basis aangegeven.

Vereenvoudigde procedure Regeling/toepassingsgebied Basis in TVo. CDW
......................... ......................... .........................

Onvolledige aangifte

(artikel 76, lid 1, letter a, CDW)

in het vrije verkeer brengen

douane-entrepots

artikelen 254 tot en met 259

artikel 268

 

actieve veredeling

artikel 275

 

behandeling onder douanetoezicht

artikel 275

 

tijdelijke invoer

artikel 275

 

passieve veredeling

artikel 277

 

uitvoer

artikelen 280, 281

Vereenvoudigde aangifte
(artikel 76, lid 1, letter b, CDW)

in het vrije verkeer brengen

artikelen 260 tot en met 262

douane-entrepots

artikelen 269 tot en met 271

 

actieve veredeling

artikel 276

 

behandeling onder douanetoezicht

artikel 276

 

tijdelijke invoer

artikel 276

 

passieve veredeling

artikel 277

 

uitvoer

artikel 282

Domiciliëringsprocedure

(artikel 76, lid 1, letter c, CDW)

in het vrije verkeer brengen

artikelen 263 tot en met 267

douane-entrepots

artikelen 272 tot en met 274

 

actieve veredeling

artikel 276

 

behandeling onder douanetoezicht

artikel 276

 

tijdelijke invoer

artikel 276

 

passieve veredeling

artikel 277

 

uitvoer

artikelen 283 tot en met 287

Bijzondere vereenvoudigde procedures communautair douanevervoer

(artikel 76, lid 4, CDW)

toegelaten afzender

artikelen 398 tot en met 405

toegelaten geadresseerde

artikelen 406 tot en met 411

spoor

artikelen 412 tot en met 441

lucht

artikelen 443 tot en met 444

 

zee

artikelen 446 tot en met 448

 

pijpleidingen

artikel 450

 

tussen twee of meerdere lidstaten

artikel 97, lid 2, letter a, CDW

 

nationaal

artikel 97, lid 2, letter b, CDW

Bijzondere vereenvoudigde Procedures TIR vervoer

Toegelaten afzender

Artikel 457quater

      Onvolledige aangifte

Een aangifte is onvolledig als niet alle benodigde gegevens zijn ingevuld of alle benodigde bescheiden zijn bijgevoegd. De Douane aanvaardt een dergelijke onvolledige aangifte als dat gerechtvaardigd is. Het is bijvoorbeeld vaak gerechtvaardigd om een aangifte te aanvaarden waarbij een Formulier A ontbreekt. Het Formulier A wordt gebruikt om de preferentiële oorsprong van goederen aan te tonen. Dit bescheid ligt vaak bij een bank, totdat de ontvanger van de goederen betaald heeft voor de zending.

(artikel 76, lid 1, letter a, CDW, artikel 253, lid 1, TVo. CDW)

Voor elke douaneregeling is in de TVo. CDW aangegeven welke gegevens minimaal geleverd moeten worden. Hierna volgt een opsomming.

Douaneregeling Minimale gegevens
................................ .............................................

In het vrije verkeer brengen

(artikel 254 TVo. CDW)

- vakken 1 (eerste, tweede deelvak), 14, 21, 31, 37, 40, 54 van het Enig document;

- omschrijving van de goederen die voldoende is om ze te kunnen indelen in het tarief;

- de douanewaarde als de invoerrechten over de waarde berekend wordt (eventueel een voorlopige opgave);

- andere gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de identiteit, de toepassing van de bepalingen van in het vrije verkeer brengen, het vaststellen van de zekerheid.

Douane-entrepots

(artikel 268, lid 1, TVo. CDW)

- gegevens die nodig zijn voor de identificatie van de goederen, hun hoeveelheid hieronder begrepen.

Douane-entrepot type D

(artikel 268, lid 1, TVo. CDW)

- alhoewel hiervoor in artikel 268 TVo. CDW geen uitzondering wordt gemaakt, bestaat er geen gerechtvaardigde reden om een onvolledige aangifte toe te staan

    (artikel 253, lid 1, TVo. CDW)

Actieve veredeling

(artikel 275, lid 1, TVo. CDW)

- vakken 14, 21, 31, 37, 40, 54 van het Enig document;

- in vak 44 een verwijzing naar de vergunning actieve veredeling.

Behandeling onder douanetoezicht

(artikel 275, lid 1, TVo. CDW)

- vakken 14, 21, 31, 37, 40, 54 van het Enig document;

- in vak 44 een verwijzing naar de vergunning behandeling onder douanetoezicht.

Tijdelijke invoer

(artikel 275, lid 1, TVo. CDW)

- vakken 14, 21, 31, 37, 40, 54 van het Enig document;

- in vak 44 een verwijzing naar de vergunning tijdelijke invoer.

Passieve veredeling

(artikelen 277, 280 TVo. CDW)

- vakken 1 (eerste deelvak), 2, 14, 17, 31, 33, 38, 44, 54 van het Enig document;

- alle gegevens die nodig zijn voor de juiste toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

- andere gegevens die nodig zijn voor de identificatie, de toepassing van de bepalingen bij passieve veredeling, het vaststellen van de zekerheid (indien van toepassing);

- in vak 44 de vermelding "vereenvoudigde uitvoer".

Uitvoer

(artikel 280 TVo. CDW)

- vakken 1 (eerste deelvak), 2, 14, 17, 31, 33, 38, 44, 54 van het Enig document;

- alle gegevens die nodig zijn voor de juiste toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

- andere gegevens die nodig zijn voor de identificatie, de toepassing van de bepalingen bij uitvoer, het vaststellen van de zekerheid (indien van toepassing);

- in vak 44 de vermelding "vereenvoudigde uitvoer".

De omschrijving van de genoemde vakken van het Enig document vindt u in de Toelichting (bijlage VI bij de Algemene douaneregeling).

Zoals hiervoor al gezegd zijn dit de minimale gegevens. In Nederland worden voor het doen van een onvolledige aangifte meer gegevens gevraagd. Dit komt omdat Sagitta meer gegevens nodig heeft om goed te werken. Welke gegevens in Nederland achterwege gelaten mogen worden bij een onvolledige aangifte vindt u in de Toelichting betreffende het gebruik van het formulier Enig document (bijlage VI bij de Algemene douaneregeling).

Ook voor de bescheiden geldt een minimumeis. In ieder geval moeten die bescheiden worden overgelegd die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de gevraagde douaneregeling. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan een uitvoervergunning voor bepaalde goederen. Zonder de uitvoervergunning is uitvoer van die goederen niet toegestaan.

Van deze minimumeis kan in bepaalde gevallen worden afgeweken. De aangever moet dan aantonen:

- dat het bescheid wel bestaat, nog geldig is;

- dat het niet zijn schuld is dat het bescheid niet bij de aangifte gevoegd kon worden;

- dat vertraging van de aanvaarding van de aangifte ertoe leidt dat de douaneregeling niet meer toegepast kan worden.

De gegevens van het ontbrekende bescheid moeten in ieder geval op de aangifte vermeld worden.

(artikelen 255; 268, lid 2; 275, lid 2; 277; 280, lid 4, TVo. CDW)

De ontbrekende gegevens moeten later door de aangever medegedeeld worden. Dit doet de aangever door een aanvullende aangifte. Ontbrekende bescheiden moet hij alsnog overleggen. Dit mag niet later gebeuren dan een maand na aanvaarding van de aangifte.

(artikelen 256; 268, lid 2; 275, lid 2; 277; 282, lid 4, TVo. CDW)

Sommige bescheiden zijn nodig voor de toepassing van een lager invoerrecht of zelfs nulrecht. U kunt hierbij denken aan EUR-certificaten, Formulieren A (zie ook de onderdelen 7.00.00 en 8.00.00 van dit Handboek.

Voor deze bescheiden kan eventueel een verlenging van de termijn tot het later overleggen toegestaan worden. De aangever moet hierom verzoeken. De Douane moet gegronde redenen hebben om aan te nemen dat er een aanspraak op het verlaagde invoerrecht of nulrecht bestaat. Bestaat er twijfel, dan wordt de verlenging niet toegestaan. Overigens mag de bijkomende termijn niet langer zijn dan drie maanden.

(artikel 256, lid 1, TVo. CDW)

Daadwerkelijke toepassing van het verlaagde invoerrecht of nulrecht vindt pas plaats als het bescheid bij de Douane ingeleverd wordt.

(artikel 256, leden 2, 3, TVo. CDW)

Voor de procedure van een onvolledige aangifte is geen vergunning nodig. Door aanvaarding van de onvolledige aangifte wordt het gebruik van deze procedure toegestaan.

De onvolledige aangifte kan zowel schriftelijk als elektronisch plaatsvinden. Als de aangifte elektronisch plaatsvindt, zijn de algemene bepalingen van elektronisch aangeven van toepassing.

(artikel 253bis TVo. CDW)

De onvolledige aangifte vormt tezamen met de aanvullende aangifte één aangifte.

(artikel 76, lid 3, CDW)

Voor de procedure die u moet volgen indien een bescheid, waarvan de overlegging noodzakelijk is voor de plaatsing van de goederen onder de gevraagde douaneregeling, niet wordt overgelegd of wanneer bij controle blijkt dat dit bescheid niet kan dienen, zie hoofdstuk 11, paragraaf 11.2.5 van dit onderdeel van dit Handboek.

      Vereenvoudigde aangifte

De procedure van de vereenvoudigde aangifte houdt het volgende in:

- de plaatsing onder de desbetreffende douaneregeling gebeurt door overlegging van een vereenvoudigde aangifte;

- later wordt een aanvullende aangifte ingediend, die een algemeen, periodiek of samenvattend karakter kan hebben.

(artikel 253, lid 2, TVo. CDW)

Voor het toepassen van de vereenvoudigde aangifte is een vergunning nodig. De aangever moet hiertoe een schriftelijk verzoek indienen.

(artikelen 260, lid 1; 261; 269, lid 1; 270; 276; 277; 282, lid 1, TVo. CDW)

De vergunning wordt geweigerd als:

- de aanvrager in de afgelopen vijf jaar een douanemisdrijf heeft gepleegd;

- de aanvrager herhaaldelijk douaneovertredingen heeft begaan waarvoor hij veroordeeld is of een schikking is aangegaan;

- aan de aanvrager in de afgelopen vijf jaar herhaaldelijk een administratieve boete is opgelegd;

- slechts incidenteel onder de douaneregeling wordt geplaatst;

- niet alle nodige garanties voor een goed verloop van de verrichtingen (douane-entrepots) worden geboden.

(artikelen 261, lid 2; 270, lid 3; 276; 277; 282, lid 1, TVo. CDW)

In de vergunning wordt onder andere vastgesteld in welke vorm de vereenvoudigde aangifte gedaan moet worden. Dit kan in de volgende twee vormen:

- een onvolledige aangifte gesteld op een formulier Enig document;

- een handels- of administratief document vergezeld van een verzoek tot plaatsing onder de desbetreffende douaneregeling.

De vereenvoudigde aangifte moet minstens de gegevens bevatten die nodig zijn voor identificatie van de goederen.

(artikelen 260, lid 2; 269, lid 1; 276; 277; 282, lid 2; 288 TVo. CDW)

Bij een handelsdocument kunt u denken aan een factuur of vrachtbrief. Administratieve documenten zijn documenten die voor douanedoeleinden dienen. Bijvoorbeeld een aangifte T1, een summiere aangifte (Douane 11), een CIM (vrachtbrief voor goederenvervoer per spoor) of een BDR (Bulletin de Remise).

In de vergunning wordt ook vastgesteld binnen welke termijn de aanvullende aangifte moet worden ingediend. Tevens wordt daarin de vorm, inhoud van de aanvullende aangifte vastgesteld.

(artikelen 262, lid 1; 276; 277; 282, lid 1, TVo. CDW)

In beginsel bedraagt de termijn drie werkdagen. De termijn wordt opgenomen in de vergunning.

Een aanvullende aangifte is niet nodig voor een vereenvoudigde aangifte tot plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots.

(artikel 271 TVo. CDW)

Als een vereenvoudigde aangifte ten uitvoer wordt gedaan met een Enig document, moet de aangever op exemplaar nummer 3 de aantekening "vereenvoudigde uitvoer" plaatsen.

(artikel 280, lid 1, letter c, TVo. CDW)

      Domiciliëringsprocedure

Bij de domiciliëringsprocedure geschiedt de aangifte voor plaatsing onder de desbetreffende douaneregeling door inschrijving in de administratie.

(artikel 76, lid 1, letter c, CDW)

De goederen worden in de bedrijfsruimten van de belanghebbende onder de douaneregeling geplaatst. Eventueel kunnen andere plaatsen door de Douane worden aangewezen of goedgekeurd.

(artikel 253, lid 3, TVo. CDW)

Voor toepassing van de domiciliëringsprocedure is een vergunning nodig. De belanghebbende moet een schriftelijk verzoek om afgifte van de vergunning indienen.

(artikelen 263; 272; 276; 277; 283 en 284 TVo. CDW)

De vergunning wordt niet afgegeven als de administratie van de aanvrager geen doeltreffende controle mogelijk maakt. Het CDW denkt hierbij met name aan een controle achteraf.

(artikel 78 CDW, de artikelen 263, lid 1; 276; 277; 284 TVo. CDW)

De vergunning wordt geweigerd in dezelfde gevallen als voor de procedure vereenvoudigde aangiften.

(artikelen 264, lid 2; 272, lid 2; 276; 277; 284 TVo. CDW)

De Douane kan de aangever ontheffen van de verplichting de goederen bij de Douane aan te brengen (artikel 76 CDW). Op die manier kan optimaal van de vereenvoudiging gebruik gemaakt worden. Dit wordt in de vergunning vastgelegd. In plaats daarvan komt dan een systeem van kennisgeving. De vergunninghouder moet de aankomst van goederen in zijn bedrijfsruimten melden. De Douane bepaalt aan de hand van de meldingen of zij tot een controle wil overgaan. Deze controle moet u onderscheiden van de controle achteraf.

(artikelen 266, 273, 276, 277, 285 TVo. CDW)

In de vergunning wordt ook vastgelegd binnen welke termijn de aanvullende aangifte gedaan moet worden (artikelen 267, 276, 277, 287 TVo. CDW). In beginsel moet de aangifte vóór de derde werkdag van elke maand worden ingediend. Als dat bezwaarlijk is, kan uitstel worden verleend tot de tiende werkdag.

Een aanvullende aangifte hoeft niet ingediend te worden na toepassing van de domiciliëringsprocedure voor plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots.

(artikel 274 TVo. CDW)

      Bijzondere vereenvoudigde procedures voor het douanevervoer

Bij bijzondere vereenvoudigde procedures voor het douanevervoer kunt u denken aan de regelingen Toegelaten afzender, Toegelaten geadresseerde. Dit zijn vereenvoudigingsmaatregelen bij het douanevervoer.

De vergunninghouder mag goederen verzenden, ontvangen zonder tussenkomst van de Douane. Daarnaast zijn er vereenvoudigingen voor het vervoer van goederen per spoor, over zee, door de lucht, via pijpleidingen. Over deze vereenvoudigingen kunt u lezen in de onderdelen 14.40.00, volgende van dit Handboek.

2.3. Nadere bepalingen

Voor de overzichtelijkheid zijn de nadere bepalingen verwerkt in de vorige paragrafen.

2.4. Uitzonderingen

Voor de overzichtelijkheid zijn de uitzonderingen verwerkt in de vorige paragrafen.

2.5. Strafbepalingen

Het doen van een onjuiste of onvolledige aangifte is strafbaar.

(artikel 10:5, lid 1 Algemene douanewet)

(Denk er echter aan dat soms een onvolledige aangifte is toegestaan als aangifteprocedure. In zo'n situatie is een onvolledige aangifte uiteraard niet strafbaar.)

Het overleggen van valse of vervalste bescheiden is ook strafbaar.

(artikel 10:5, lid 1 Algemene douanewet)

Het niet nakomen van formaliteiten ter beëindiging van de douaneregeling douanevervoer, actieve veredeling (systeem inzake schorsing), behandeling onder douanetoezicht of tijdelijke invoer leidt tot een administratieve boete.

(artikel 9:2 Algemene douanewet)

Het achterwege laten van een verplichte kennisgeving zoals bijvoorbeeld bij toepassing van een domiciliëringsprocedure is een beboetbaar feit.

(artikel 9:4 Algemene douanewet)

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie