12.00.00 Plaatsing van goederen onder een douaneregeling
12.00.00 Plaatsing van goederen onder een douaneregeling, 6 juni 2011, Versie 17
Dit hoofdstuk gaat over de controle. De verschillende soorten controles worden behandeld in paragraaf 6.2.
De Nederlandse Douane is dé controlerende dienst op het terrein van de binnenkomende, uitgaande goederenstromen.
Dit betekent dat de Douane de volgende taken verricht:
1. Controle bij in-, uit- en doorvoer van goederen.
2. Heffing, inning van de bij invoer verschuldigde belastingen, de binnenlandse accijnzen.
3. Bijdragen aan de werking van de Nederlandse, Europese marktordening.
4. Beschermen van de kwaliteit van de samenleving.
In hoofdstuk 3 heeft u over de aanvaardingscontrole kunnen lezen. Deze wordt uitgevoerd op alle aangiften. De aanvaardingscontrole is een formele controle. Dat wil zeggen dat gekeken wordt of de aangifte aan de gestelde eisen voldoet. U kunt daarbij denken aan het gebruik van het juiste formulier. Ook wordt gecontroleerd of de aangifte ondertekend is (zie verder hoofdstuk 3).
In dit hoofdstuk gaat het om een andere controle. Nu wordt de aangifte vergeleken met de goederen. Door deze controle kan de inhoudelijke juistheid van de aangifte beoordeeld worden. Is wat de aangever beweert in zijn aangifte wel waar?
Tijdstip van de controle
De controle kan op twee tijdstippen worden ingesteld. Deze twee tijdstippen zijn:
- vóór vrijgave van de goederen (controle van de aangifte, fysieke controle);
- ná vrijgave van de goederen (controle achteraf).
De controle achteraf omvat de zogenaamde Controles Na de Invoer (CNI), Controles Na de Uitvoer (CNU). Ze worden ook aangeduid als "administratieve controles in het verlengde van de verificatie". Ook de administratieve controles van aanvullende aangiften vallen daaronder.
Controlediepgangen
Bij de controle vóór vrijgave zijn er vier controlediepgangen:
- globale controle;
- verificatie aan de hand van bescheiden;
- fysieke controle;
- administratieve afdoening.
De inhoudelijke toelichting op de controlediepgangen vindt u in paragraaf 6.2.
Bij de administratieve afdoening past al een opmerking vooraf. Dit is eigenlijk geen controle, maar alleen maar een wijze van afhandeling van aangiften. Er wordt namelijk niets gecontroleerd.
Uit het bovenstaande kunt u afleiden dat de Douane kan kiezen uit twee verschillende tijdstippen van controle, vier controlediepgangen. Bij de grensoverschrijding van goederen kunnen vele risico's optreden. Deze risico's kunnen naar hun aard verschillen. Het is de taak van de Douane deze risico's door toezicht, controle af te dekken. Door de genoemde keuzemogelijkheid uit controletijdstippen, controlediepgangen kan de Douane dit op afdoende wijze doen.
De klantbehandeling vindt plaats op basis van de nota's Klantbehandeling, Actueel Beheer, Coherent (ABC), de Contourennota Risicobeheersing.
Deze nota's geven de wijze aan waarop de Douane invulling geeft aan haar controle-taak. Eén van de tijdstippen van controle ligt voor de vrijgave van de goederen, maar nadat er een aangifte is gedaan. De aangifte kan inhoudelijk op juistheid worden gecontroleerd (zie paragraaf 6.1.2).
Bij de Douane worden vier groepen klanten onderscheiden:
1. Vergunninghouders (bijvoorbeeld een vergunninghouder douane-entrepot type C).
2. Grotere klassieke im- en/of exporteurs (landelijk gezien gemiddeld meer dan twintig aangiften per maand).
3. Kleinere klassieke im- en/of exporteurs (landelijk gezien gemiddeld minder dan twintig aangiften per maand).
4. Overige subjecten, objecten van douanetoezicht (bijvoorbeeld bewaking van de buitengrens door ambulante controle).
De klantbehandeling omvat het volgende:
- De controle-aanpak van de Douane wordt gebaseerd op risico-analyse, gaat uit van een afgewogen mix van aangiftecontrole, fysieke controle, administratieve controle.
- De controlewerkzaamheden worden planmatig uitgevoerd met gebruikmaking van de instrumenten controleprogramma, controleplan.
- De douanebehandeling van individuele klanten of doelgroepklanten vindt zoveel mogelijk plaats vanuit één douanekantoor.
- Voor elke individuele klant is er een klantcoördinator. Doelgroepklanten hebben een relatiebeheerder.
De klantbehandeling kent een aantal hoofdlijnen. Hieronder vindt u deze hoofdlijnen in kernwoorden aangegeven. Vervolgens wordt hierop verder ingegaan.
- klantkennis;
- risico-analyse;
- controleprogramma;
- controleplan;
- behandelplan;
- controlemix.
Klantkennis
Om een klant goed te kunnen controleren, moet u weten wat die klant doet, hoe hij zich daarbij gedraagt. Klantkennis is in feite de informatie over een klant die u verzameld, vastgelegd heeft. Met behulp van risico-analyse kunt u nu vaststellen welke risico's er bestaan, hoe die het beste gecontroleerd kunnen worden.
Risico-analyse
Risico-analyse betekent dat u vaststelt hoe groot de kans is dat de wettelijke bepalingen niet nageleefd zullen worden. U hoeft daarbij niet direct aan opzettelijke niet-naleving te denken. Ook de mogelijkheid dat onopzettelijk de wettelijke bepalingen niet nageleefd worden houdt een risico in. Bij de risico-analyse stelt u ook vast hoe belangrijk een mogelijke niet-naleving is.
We kunnen de risico's onderscheiden in fiscale, niet-fiscale risico's.
1. Fiscale risico's
Fiscale risico's betreffen die risico's die samenhangen met de heffing van belastingen. Belastingen zijn bijvoorbeeld de rechten bij invoer. Zie voor meer informatie onderdeel
Bij fiscale risico's kunt u bijvoorbeeld denken aan vragen zoals:
- zal de juiste douanewaarde aangegeven worden? (onderdeel Douanewaarde, nummer 9.00.00
- worden de goederen in de juiste tariefcode ingedeeld, met de juiste bijzondere bestemming aangegeven? (onderdeel Douanetarief, nummer 6.00.00
- zal het Formulier A of Formulier EUR terecht zijn afgegeven? (onderdeel Preferentiële oorsprong, herkomst, nummer 8.00.00
2. Niet-fiscale risico's
Niet fiscale risico's betreffen in het algemeen de bescherming van de (Europese) samenleving. U kunt hierbij denken aan:
- (handels-)politieke regelingen (bijvoorbeeld compenserende rechten);
- sanctieregelingen (bijvoorbeeld sanctiebesluit Libië);
- veterinaire regelingen (dieren, dierlijke producten);
- fytosanitaire regelingen (planten, plantaardige producten);
- volksgezondheidsregelingen (bijvoorbeeld verdovende middelen);
- regelingen voor de openbare orde, veiligheid (bijvoorbeeld wapens, munitie);
- milieuregelingen (bijvoorbeeld milieugevaarlijke stoffen);
- regelingen voor cultuurgoederen (bijvoorbeeld de uitvoer van de Nachtwacht);
- regelingen voor namaakartikelen (tegengaan van merkvervalsing).
Landbouwrestituties worden ook tot de niet-fiscale risico's gerekend. Zij worden niet in artikel
De regeling van landbouwrestituties vindt u in dit Handboek, onderdeel Restituties, nummer 20.01.00
Voorbeeld
Een klant importeert bedrijfsauto's voor goederenvervoer uit Japan. De cylinderinhoud van de voertuigen varieert tussen 2.200 cc, 2.800 cc. De auto's worden ingedeeld in onderverdeling 8704 21 van het Tarief (boekwerk Heffingen bij invoer, Deel II). In deze onderverdeling wordt onderscheid gemaakt tussen auto's met een cylinderinhoud van 2.500 cc of minder, auto's met een cylinderinhoud van meer dan 2.500 cc. De rechten bij invoer bedragen in het eerste geval 10%, in het tweede 22%.
Daarnaast worden er regelmatig dure accesoires vanaf de fabriek gemonteerd.
Van de klant is ook bekend dat er verbondenheid bestaat met het Japanse moederbedrijf. Bij verbonden bedrijven komt het voor dat de douanewaarde te laag wordt aangegeven.
Daarnaast importeert de klant regelmatig onderdelen uit Rusland. Van zendingen uit Rusland is bekend dat daar regelmatig vuurwapens in aangetroffen worden.
Als reclamemateriaal gebruikt de klant T-shirts. Deze worden uit Bangla-Desh geïmporteerd met een Formulier A. Door gebruikmaking van het Formulier A hoeven minder invoerrechten betaald te worden. Tevens doet het Formulier A dienst als textielcertificaat. Certificaten uit Bangla-Desh worden wel eens ten onrechte afgegeven.
Onderstaand overzicht geeft een beeld van de risico's bij dit voorbeeld, de mogelijke bijbehorende controles.
| Risico | Mogelijke controle |
| ..................................... | ..................................... |
Accesoires worden niet aangegeven |
fysieke controle |
cylinderinhoud wordt te laag aangegeven |
fysieke controle |
douanewaarde wordt te laag aangegeven |
controle achteraf |
mogelijk vuurwapens aanwezig in de zending |
fysieke controle |
ten onrechte afgegeven Formulier A |
controle van de aangifte (aan de hand van bescheiden) |
Controleprogramma
Per klant wordt een controleprogramma opgesteld. In het controleprogramma geeft u weer welke risico's er zijn, hoe die afgedekt kunnen worden. U houdt daarbij geen rekening met hoeveel mensen, middelen u ter beschikking heeft. Wel geeft u in het controleprogramma aan hoeveel mensen, middelen u nodig zou hebben om al die risico's af te dekken. Het controleprogramma geeft dus een ideaalsituatie weer.
Controleplan
Het controleplan omvat alle werkzaamheden die een team moet verrichten. Deze werkzaamheden kunnen voortvloeien uit:
- controleprogramma's van eigen klanten;
- controleprogramma's van klanten van andere teams of districten;
- controle van klanten waarvoor (nog) geen controleprogramma's zijn gemaakt, bijvoorbeeld kleine im-, exporteurs;
- ambulante controle, bijvoorbeeld van reizigers.
Bij het opstellen van het controleplan wordt wel rekening gehouden met de beschikbare mensen, middelen. Dit betekent vaak dat een keuze gemaakt moet worden uit wat wel, wat niet gecontroleerd wordt. Dit kan betekenen dat bepaalde controles niet uitgevoerd worden of in mindere mate uitgevoerd worden.
Behandelplan
Nadat in het controleplan een keuze is gemaakt uit de uit te voeren controles wordt per klant een behandelplan gemaakt. In het behandelplan wordt aangegeven welke controlewerkzaamheden met betrekking tot die klant uitgevoerd gaan worden.
Controlemix
Met controlemix wordt de controle-aanpak bedoeld waarbij sprake is van een combinatie van controle van aangiften, fysieke controle, administratieve controle. Voor meer informatie over de administratieve controle kunt u het Handboek Controle Douane raadplegen.
Eén van de controles die u kunt uitvoeren is verificatie. Verificatie betekent een inhoudelijke controle op de juistheid van de aangifte (
- globale controle;
- verificatie aan de hand van bescheiden;
- fysieke controle.
De resultaten van de verificatie dienen als grondslag voor de toepassing van de douaneregeling (
- douaneschuld (bijvoorbeeld de goederen moeten in een andere tariefcode worden ingedeeld);
- restituties (bijvoorbeeld het gewicht is lager dan aangegeven);
- vergunning (de factuurwaarde is hoger dan aangegeven, de vergunning wordt op basis van de factuurwaarde afgeschreven).
Daarnaast kan verificatie van invloed zijn op de mogelijkheid tot boeking achteraf (navordering). Er wordt achteraf geboekt als naderhand blijkt dat te weinig rechten bij invoer of uitvoer zijn betaald. De controle van de aangifte is dan al beëindigd. De aangifte kan dus niet meer gewijzigd worden.
Onder bepaalde omstandigheden is boeking achteraf niet mogelijk voor gegevens die geverifieerd zijn aan de hand van bescheiden of door fysieke controle, die toch onjuist blijken te zijn. Deze omstandigheden vindt u in
- de belastingschuldige kon deze vergissing redelijkerwijze niet ontdekken;
- de belastingschuldige is te goeder trouw;
- de belastingschuldige heeft aan alle voorschriften van de communautaire, nationale bepalingen inzake de douaneaangifte voldaan.
Voorbeelden
U heeft de goederen fysiek gecontroleerd om de juiste tariefcode vast te stellen. Achteraf blijkt dat de goederen in een andere code moesten worden ingedeeld. Er is voldaan aan
U heeft de douanewaarde van een schriftelijke invoeraangifte gecontroleerd door raadpleging van de wisselkoers. Later blijkt dat u de verkeerde koers heeft geraadpleegd. Er is voldaan aan artikel 220, lid 2, letter b, CDW. Ook nu kan geen boeking achteraf plaatsvinden op grond van deze verkeerde koers.
Niet alle aangiften worden geverifieerd. Administratieve afdoening is geen verificatie. In dat geval gelden de gegevens van de aangifte zoals de aangever die heeft opgegeven.
(
In deze paragraaf worden de procedures, ambtelijke werkzaamheden beschreven.
Let op:
Voor u verder leest moeten we even aandacht schenken aan het volgende. Soms bestaat een aangifte uit meerdere artikelen (volgnummers). Elk artikel wordt door het CDW gezien als een aparte aangifte.
(
Controlediepgangen
We kunnen vier controlediepgangen onderscheiden:
- globale controle;
- verificatie aan de hand van bescheiden;
- fysieke controle;
- administratieve afdoening.
Ze worden hieronder achtereenvolgens beschreven.
Globale controle is een eenvoudige vergelijking van de aangifte met de bijgevoegde bescheiden.
Stel vast of de gegevens in de aangifte overeenstemmen met de gegevens in de bijgevoegde bescheiden. |
U kunt één gegeven vergelijken, maar u kunt er ook meer vergelijken.
De bijgevoegde bescheiden kunnen zijn:
- facturen;
- vergunningen;
- certificaten.
Verificatie aan de hand van bescheiden gaat verder dan globale controle. De gegevens in de aangifte worden op hun juistheid onderzocht. U kunt één gegeven onderzoeken, maar ook meerdere.
Toets de inhoudelijke juistheid door bijvoorbeeld: - het raadplegen van statistische gegevens (bijvoorbeeld de maandstatistieken van de buitenlandse handel); - het raadplegen van wisselkoersen; - het raadplegen van de uitgave "Indeling van chemische producten in het douanetarief van de Europese Gemeenschappen"; - het vergelijken van de aangegeven goederen met op het aangiftepunt aanwezige monsters; - het raadplegen van een bindende tariefinlichting; - het raadplegen van uitslagen van eerder ingestelde monsteronderzoeken voor op dezelfde wijze omschreven goederen; - het raadplegen van het boekwerk Waardesignaleringen; - het vragen van informatie aan de aangever (mondelinge informatie, koopcontracten, vrachtbescheiden, folders enzovoort); - het vragen van de hiervoor genoemde informatie aan de importeur of exporteur (in overleg met de aangever); - het vragen van informatie aan het Landelijk Waardeteam, het Laboratorium, het Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk, of collega- ambtenaren, die specifiek deskundig zijn met betrekking tot de aangegeven goederen. |
Het raadplegen van de rijksboekwerken is in veel gevallen slechts een globale controle, bijvoorbeeld het eenvoudig vergelijken van een aangegeven tariefcode met de tariefcode in het boekwerk Heffingen bij invoer, Deel II).
Soms gaat het raadplegen van de boekwerken verder. De inhoudelijke juistheid van de aangifte wordt gecontroleerd. Dan is er sprake van verificatie aan de hand van bescheiden. Als voorbeelden kunnen we noemen:
- het raadplegen van conclusies;
- het raadplegen van tariferingen;
- het raadplegen van rechterlijke uitspraken;
- het raadplegen van toelichtingen;
- het raadplegen van commentaren;
- het raadplegen van waardesignaleringen.
De wettelijke bevoegdheid tot verificatie vindt u in
(
Binnen elke douaneregio bestaat een mandateringsregeling waarin de voorzitter van het managementteam deze bevoegdheid opdraagt aan de managers van de primaire douaneprocessen. Deze wijzen de ambtenaren aan die deze bevoegdheid feitelijk uitoefenen. Dit wordt vastgelegd in autorisatielijsten.
De bevoegdheid tot fysieke controle vindt u ook in
Voor de procedure die u moet volgen indien u tot fysieke controle wenst over te gaan, maar de aangegeven goederen niet aanwezig zijn, zie hoofdstuk 11, paragraaf 11.2.4 van dit onderdeel van dit Handboek.
In
- het onderzoek van de goederen zonder monstername (bijvoorbeeld als u ter plekke in staat bent een beslissing te nemen op het punt van de juistheid van de goederenomschrijving in de aangifte, de aangeboden goederen);
- het nemen van monsters ten behoeve van een analyse door het laboratorium (bijvoorbeeld als u zonder laboratoriumonderzoek niet in staat bent een beslissing te nemen op het punt van de juistheid van de goederenomschrijving in de aangifte, de aangeboden goederen);
- het nemen van monsters ten behoeve van een grondige controle (bijvoorbeeld als de u ter plekke niet in staat bent een beslissing te nemen op het punt van de juistheid van de goederenomschrijving in de aangifte, de aangeboden goederen terwijl u dat wel kunt nadat u een nader onderzoek hebt uitgevoerd. Hierbij kunt u denken aan het verbranden van een stuk leer van een schoen).
Zie ook onderdeel 12.10.00
Door fysieke controle kunt u vaststellen of de gegevens over de goederen in de aangifte overeenstemmen met de kenmerken van die goederen. Welke gegevens u controleert, hangt af van de fiscale, niet-fiscale risico's.
Deze risico's heeft u van tevoren al bepaald door risico-analyse (zie paragraaf 6.1.1 van dit hoofdstuk).
De fysieke controle wordt in principe op alle goederen die in de aangifte zijn aangegeven uitgevoerd. Deze controle kan echter beperkt worden tot een gedeelte van de aangegeven goederen. De resultaten van de fysieke controle van een gedeelte van de goederen gelden in zo'n geval voor alle goederen van de aangifte.
(
Aan de aangever wordt medegedeeld dat een fysieke controle zal worden ingesteld, welke goederen fysiek gecontroleerd zullen worden. De aangever kan zich tegen deze keuze niet verzetten.
De mededeling is vormvrij. Ze kan mondeling, schriftelijk, elektronisch of per fax geschieden. Als de aangifte is ingediend door een direct vertegenwoordiger stelt de douane niet de aangever maar de direct vertegenwoordiger in kennis van de voorgenomen fysieke controle. De machtiging tot vertegenwoordiging omvat vertegenwoordigingsbevoegdheid voor alle douaneformaliteiten, dus eveneens vertegenwoordigingsbevoegdheid bij de fysieke controle. Zie (
Definitie fysieke controle landbouwgoederen
Voor landbouwgoederen die met aanspraak op restitutie ten uitvoer worden aangegeven wordt in
"Het onderzoek van de overeenstemming tussen de aangifte ten uitvoer, met inbegrip van de eventuele documenten ter staving, en de goederen wat hoeveelheid, aard, kenmerken ervan betreft".
Deze specifieke definitie stelt hogere eisen aan de fysieke controle dan volgt uit de definitie in het Informatiecontract Divisie Douane. Nadere aanwijzingen voor fysieke controle van landbouwgoederen zijn opgenomen in paragraaf 3.13 van het onderdeel Aangiften ten uitvoer landbouwgoederen, opgenomen in dit Handboek, onder nummer 20.02.00
Let op:
Een fysieke controle kan voorafgegaan worden door een controle van het vervoermiddel op grond van
Aanvullend onderzoek
Wel kan de aangever na de fysieke controle van een gedeelte van de aangegeven goederen om een aanvullend onderzoek vragen. Dit kan, als hij meent dat de resultaten van het deelonderzoek niet gelden voor de rest van de aangegeven goederen.
Een aanvullend onderzoek kan uitsluitend worden gevraagd nadat de eindresultaten van het gedeeltelijk onderzoek zijn bekend gemaakt aan de aangever. In de meeste gevallen worden de resultaten van de fysieke controle onmiddellijk aan de aangever bekend gemaakt. Alleen in de gevallen dat een monsteronderzoek wordt ingesteld, kunnen de resultaten van de fysieke controle niet onmiddellijk aan de aangever medegedeeld
worden. Een aanvullend onderzoek is in die laatste situatie niet mogelijk, omdat de resultaten nog niet bekend zijn, de goederen in beginsel worden vrijgegeven. Wel kan de aangever tegen de wijze van monsterneming protesteren (zie hierna).
(
De uitslag van het aanvullend onderzoek geldt alleen maar voor de goederen die niet in het eerste gedeeltelijke onderzoek zijn betrokken. De resultaten van het eerste gedeeltelijke onderzoek ondergaan geen verandering als bij aanvullend onderzoek van de in eerste instantie nog niet onderzochte goederen andere resultaten bekend worden.
Het is slechts één keer mogelijk om voor de aangegeven goederen een aanvullend onderzoek te vragen. Met het resultaat van het aanvullende onderzoek, het resultaat van het eerste gedeeltelijke onderzoek moet er een totaalbeeld ontstaan voor de gehele partij goederen. Het is dus van belang dat u, voordat u het aanvullend onderzoek uitvoert, de redenen kent waarom een aangever een aanvullend onderzoek wenst, in hoeverre u daarmee rekening moet houden om het totaalbeeld te laten ontstaan.
Uit het voorgaande blijkt dat een aangever een verzoek om aanvullend onderzoek voldoende moet motiveren. Hij moet aannemelijk maken waarom het resultaat van het eerste gedeeltelijke onderzoek niet kan gelden voor de gehele partij. Als een verzoek niet op voldoende wijze is gemotiveerd, wijst u het af.
Soms heeft een aangifte meerdere artikelen (posten). Elk artikel geldt dan als een afzonderlijke aangifte.
(
Let op:
Genomen monsters kunnen niet op de aangegeven hoeveelheid in mindering worden gebracht. Ingeval van een aangifte ten uitvoer of een aangifte voor passieve veredeling kunt u de aangever toestaan de gemonsterde goederen te vervangen door identieke goederen om de zending weer aan te vullen tot de aangegeven hoeveelheid.
(
Plaats fysieke controle
U stelt de plaats van fysieke controle vast. U bepaalt ook op welk tijdstip de controle zal plaatsvinden. Op verzoek van de aangever kan hiervan worden afgeweken. De kosten van de afwijking zijn voor rekening van de aangever.
(
De fysieke controle kan verlegd worden naar de plaats van lossing of lading van de goederen (artikel 239 TVo. CDW). In de volgende paragraaf vindt u een uiteenzetting van het beleid voor de verschuiving van de fysieke controle.
Voor de te volgen procedure bij het verleggen van de verificatie zie paragraaf 6.2.7.
Fysieke controle op niet logistieke rustpunten
De hoofdlijn van het beleid voor fysieke controles is dat deze waar mogelijk, geschieden op logistieke rustpunten in de logistieke keten. In ditzelfde deel van het Handboek zijn voorbeelden gegeven van deze logistieke rustpunten.
Er kunnen echter factoren zijn die een fysieke controle op een logistiek rustpunt in de weg staan (voorbeeld is fysieke controle in het kader van de ambulante controle).
Voordat men overgaat tot een fysieke controle op een niet logistiek rustpunt moet worden vastgesteld of er factoren zijn die een fysieke controle op een niet logistiek rustpunt in de weg kunnen staan. Het fysiek opnemen van goederen, welke worden vervoerd, kan in toenemende mate een gezondheidsrisico betekenen voor visiterende ambtenaren. Met name containers die zijn gegast. Verdere informatie omtrent gegaste ladingen, containers vindt u in onderdeel 12.20.00
Van belang is bij fysieke controles op niet logistieke rustpunten, rekening te houden met het feit dat het bedrijfsleven waarde hecht aan een gesloten systeem waarbij iedere afwijking onderweg moet worden gesignaleerd. Bij het schenden van een bedrijfs- of rederijverzegeling kunnen er voor het bedrijfsleven juridische of aansprakelijkheidskwesties in het geding zijn.
Om het effect van het overheidsingrijpen (het instellen van een fysieke controle op een niet logistiek rustpunt) op de (commerciële) status van de goederen enigszins te beperken, gaat u als volgt te werk:
- U controleert geen bedrijfs- of rederijverzegelingen aan vervoermiddelen in vervoer, indien u niet zelf een controle van het vervoermiddel, de daarin bevindende goederen wilt instellen. - U licht de belanghebbende (of diens vertegenwoordiger) in over de fysieke controle, waarmee aan de belanghebbende (of diens vertegenwoordiger) de gelegenheid wordt geboden om na de fysieke controle een nieuwe bedrijfs- of rederijverzegeling door hen aan te laten brengen. - U geeft in alle gevallen een "bevestiging fysieke controle" af, welke is opgenomen in dit Handboek, ondedeel 12.00.00 - U legt zelf geen bedrijfs- of rederijverzegeling aan, informeert de belanghebbende niet met betrekking tot het aanbrengen ervan door belanghebbende of diens vertegenwoordigers. - Alleen in geval van een douaneaangifte stelt u een aantekening op de douaneaangifte van de fysieke controle, (eventuele) verbreking van de verzegeling. De aantekening is als volgt: "De verzegeling is verbroken in verband met een douanecontrole. Ten behoeve hiervan is een Bevestiging Fysieke Controle afgegeven" Deze aantekening wordt ondertekend, voorzien van uw naam in blokletters. |
Opmerking:
Er wordt na fysieke controle een douaneverzegeling aangebracht als;
- voor de controle al een douaneverzegeling of een hieraan gelijkgestelde verzegeling aanwezig was; of
- een douaneverzegeling na fysieke controle op grond van wettelijke bepalingen vereist is of voorkomt uit (nationale) afspraken/convenanten tussen handhavingsorganisaties.
Er wordt na een fysieke controle (op basis van een aangifte ten (weder)uitvoer) een douaneverzegeling aangebracht als:
- de container of het vervoermiddel geladen is:
- op één laadlocatie en
- één of meerdere zendingen bevat;
of
- de container of het vervoermiddel geladen is:
- op meerdere laadlocaties; en
- meerdere zendingen bevat; en
- fysieke controle vindt plaats op de laatste laadlocatie met daarna rechtstreeks vervoer naar het kantoor van uitgang.
Als na de fysieke controle géén rechtstreeks vervoer plaatsvindt naar het kantoor van uitgang omdat op een andere laadlocatie moet worden bijgeladen voordat men naar het kantoor van uitgang gaat, wordt de container of het vervoermiddel niet verzegeld.
Als de zending in meerdere containers of vervoermiddelen zijn geladen gelden dezelfde voorwaarden.
Let op:
Er worden géén aantekeningen gesteld op commerciële bescheiden.
De hoofdlijn van het beleid voor fysieke controles is dat deze waar mogelijk geschieden op logische rustpunten in de logistieke keten. Logische rustpunten zijn bijvoorbeeld:
1. gedurende de opslag;
2. tijdens de be- of verwerking van goederen;
3. bij het laden of lossen van de goederen in de bedrijven.
De hiervoor genoemde plaatsen zijn vaak andere plaatsen dan de plaatsen waar de aangiften worden gedaan om deze goederen onder een douaneregeling te plaatsen.
Het wettelijk kader voor fysieke controles is te vinden in de
| Artikel | Tekst |
| ............ | ................................................................ |
Ten einde de juistheid van de door hen aanvaarde aangiften te verifiëren kunnen de douaneautoriteiten overgaan tot: b. het onderzoek van de goederen, het eventueel nemen van monsters voor analyse of grondige controle. | |
1. Het vervoer van de goederen naar de plaats waar het onderzoek, en in voorkomend geval, de monsterneming dienen plaats te vinden, alsmede alle handelingen welke voor dit onderzoek of deze monsterneming noodzakelijk zijn, worden door de aangever of onder diens verantwoordelijkheid verricht. De hieraan verbonden kosten komen ten laste van de aangever. | |
239 TVo. CDW |
1. Het onderzoek van de goederen vindt plaats op de daartoe aangewezen plaatsen, op de daartoe vastgestelde tijden. 2. Op verzoek van de aangever kunnen de douaneautoriteiten echter toestaan dat de goederen op andere dan de in lid 1 bedoelde plaatsen, tijden worden onderzocht. De kosten die hieruit kunnen voortvloeien komen ten laste van de aangever. |
Op grond van deze bepalingen kunt u goederen laten overbrengen naar de plaats waar u de fysieke controle wil uitvoeren. U maakt hiervoor gebruik van het Geleide-exemplaar verschuiving fysieke controle dat is opgenomen in DFC en in bijlage 2 van dit Handboek. Deze bepalingen staan dus ook toe dat u de fysieke controles op de logische rustpunten in de logistieke keten uitvoert. Daarnaast geeft
Let op:
De locatie(s) die, vermeld in een vergunning Toegelaten Geadresseerde, is (zijn) eindlocaties. Dat wil zeggen dat er vanuit die locatie(s) in het geval van verificatie in principe géén verschuiving van fysieke controle meer plaatsvindt. Mocht hierom wel worden verzocht dan is de controle op de andere lokatie onderworpen aan kostenheffing.
Achtergronden
In de missie van de Nederlandse Douane staat dat zij dé controlerende dienst op het terrein van de in- uit-, doorvoer van goederen is. Het beleid op het gebied van fysieke controles dient ter ondersteuning van die controlerende taak. Daarbij is onder andere de zogenaamde stopfunctie van de Douane van belang. De stopfunctie houdt de wering van ongewenste goederen in.
Het doel van de controle door de Douane kan een fiscale, een niet-fiscale achtergrond hebben. Met de controles wordt beoogd vast te stellen of:
- de goederen op de juiste wijze zijn aangebracht, aangegeven;
- de zending geen goederen bevat die niet op de aangifte voorkomen (bijpakking);
- de zending geen verboden goederen bevat.
U moet hierbij rekening houden met het feit dat een controle op het aanbrengen van goederen van een andere aard kan zijn dan een controle die bijvoorbeeld in het kader van de douaneregeling vervoer wordt uitgevoerd. De controle op een aangifte waarmee goederen in het vrije verkeer worden gebracht zal op zijn beurt weer een ander karakter hebben dan de hiervoor genoemde voorbeelden.
Verschuiving van fysieke controle betekent dat de goederen verder vervoerd kunnen worden onder dekking van het douane(formaliteiten)stelsel, maar het fysieke douanetoezicht tijdelijk verlaten. Het gevaar bestaat dus dat tijdens het vervoer van het douanekantoor naar de feitelijke plaats van lossing met de zending gemanipuleerd wordt.
Verschuiving van fysieke controles kan voor u als positief effect hebben dat de controles beter, makkelijker uitgevoerd kunnen worden. Dit is afhankelijk van de aanwezigheid of afwezigheid van bepaalde faciliteiten op de plaats van lossing. Dit speelt vooral bij zendingen die in containers vanuit derde landen worden binnengebracht. Ook bij zendingen van een grotere omvang, bij bepaalde soorten goederen of verpakkingswijzen kan de verschuiving de fysieke controle vergemakkelijken, beter uitvoerbaar maken.
Daarnaast kan een fysieke controle bij verschuiving naar de plaats van lossing vaak efficiënter, met minder kosten voor de aangever of importeur worden uitgevoerd. De importeur zal immers een losploeg gereed hebben staan die met het juiste materiaal de lossing uitvoert. De fysiek te controleren elementen zullen dan doorgaans sneller, betrouwbaarder kunnen worden vastgesteld. Indien de fysieke controle zich richt op bijvoorbeeld de soort van de goederen hoeft u slechts aan te geven welke goederen u wil zien.
Voor het bedrijfsleven ligt een voordeel bovendien in de minimale verstoring van de logistiek.
Het uiteindelijke doel moet echter blijven dat de Douane ook bij verschuiving van fysieke controles op een zo effectief, efficiënt mogelijke wijze invulling kan geven aan de haar in de diverse nationale, internationale wet-, regelgevingen opgedragen taak: het controleren van de grensoverschrijdende goederenstromen.
Beperkingen
In hoeverre het al dan niet verschuiven van een fysieke controle mogelijk is, wordt bepaald door een groot aantal factoren. Deze factoren kunnen afzonderlijk of in onderling verband invloed uitoefenen op de uiteindelijke beslissing inzake verschuiving. Deze factoren houden verband met af te dekken risico's, met de efficiëntie van douane, klant.
Hierna volgt een opsomming van die factoren:
| Factor | Uitleg |
| ...................... | ........................................................ |
Wettelijke bepalingen inzake bepaalde goederen |
Hier kan worden gewezen op de zogenaamde stopfunctie van de Douane. Deze stopfunctie heeft betrekking op risico's die voortvloeien uit maatregelen met betrekking tot de gezondheid, veiligheid van mens, plant, dier, strategische goederen, milieumaatregelen, cultuurbezit, beschermde planten, dieren, boycotmaatregelen. De betreffende wettelijke bepalingen stellen vaak de plaats van controle (EU-buitengrens) vast voor goederen die binnen het kader van de stopfunctie van de Douane vallen. Verschuiving zal dan niet of over slechts zeer beperkte afstand (zie ook de factor "bestemming, afstand" hierna) kunnen plaats vinden. |
De bestemming van de goederen |
Alhoewel de communautaire bepalingen in beginsel verschuiving van fysieke controles niet beperken tot het grondgebied van een lidstaat, is er tot nu toe geen communautair initiatief ontplooid om verschuiving over de landsgrenzen in de praktijk mogelijk te maken. Een verschuiving over de landsgrenzen heen is dus (nog) niet mogelijk. |
Gevaar voor onttrekking van of manipulatie met goederen |
Ook als er gevaar bestaat voor onttrekking van of manipulatie met goederen tijdens het vervoer naar de voorziene plaats van lossing is er reden om de verschuiving van de fysieke controle niet toe te passen. Of zich zo'n geval kan voordoen hangt af van verschillende factoren, maar wordt in belangrijke mate bepaald door de soort, de hoeveelheid van de in de zending bijgepakte (verboden) goederen, de maatregelen die ter voorkoming van onttrekking getroffen kunnen worden. Meer in het bijzonder kunnen de volgende risicofactoren worden onderkend: 1. Verboden goederen: 2. Fraudegevoelige goederen: |
Klant |
De betrouwbaarheid van een klant is een factor die van invloed kan zijn op de effectiviteit van de controle. Als deze bijvoorbeeld zonder te wachten op aanwezigheid van de Douane met lossing van een vervoermiddel begint wordt de controle-effectiviteit ondermijnt. Dit is nog sterker het geval als de klant tijdens de verschuiving besluit de lossing op een andere plaats te laten plaatsvinden. |
Overige personen |
Naast de klant zelf kan de betrouwbaarheid van personen die bij het vervoer van de zending waarop de verschuiving wordt toegepast van invloed zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de aangever, transporteur, individuele chauffeur. |
Wijze van vervoer |
Naast de gekozen vervoersmodaliteit als zodanig (spoor, water, auto, gesloten, open) die meer of minder risico's met zich brengt, kan ook gedacht worden aan het aantal schakels dat in de vervoersketen aanwezig is, het aantal wijzigingen van vervoersmodaliteit dat plaats vindt voordat de goederen hun bestemming bereiken. Hoe meer wijzigingen er optreden hoe groter het risico van manipulatie van de zending is. |
Bestemming, afstand |
Het kan zijn dat op korte afstand goede of misschien zelfs betere controlefaciliteiten aanwezig zijn dan op de plaats van lossing. Gekoppeld aan het verlaten van het douanetoezicht gedurende de verschuiving kan dit een reden zijn alleen over die korte afstand te verschuiven. |
Steekproeven aan de buitengrens |
Teneinde te controleren of de invulling van de controlemethodiek van verschuiving wel berust op de juiste afwegingen is het noodzakelijk steeksproefsgewijs de controle van voor verschuiving in aanmerking komende zendingen toch op de plaats van aangifte of aan de buitengrens uit te voeren. |
Efficiëntie
Hiervoor is opgemerkt dat verschuiving van fysieke controle in beginsel positieve efficiëntie-effecten kan hebben. Toch zijn er ook overwegingen, gegrond op het streven naar efficiëntie, die juist nopen tot een afzien van de verschuiving. Hierbij kan zowel aan de belangen van de Douane als het bedrijfsleven worden gedacht.
Zo kan een verschuiving inbreuk maken op de plaatselijke planning van activiteiten. De uitvoering van de controle zou dan wellicht moeten plaatsvinden op een later tijdstip. Dit latere tijdstip kan zowel voor de Douane als de belanghebbende ongunstig uitpakken. Voor de Douane zou het kunnen betekenen dat de controle valt op een moment dat de diensten eigenlijk gesloten zijn, voor de belanghebbende kan het een ongewenste vertraging betekenen.
Gezondheidsrisico's voor controlerende ambtenaren
Voordat men overgaat tot een fysieke controle op het logische rustpunt in de logistieke keten, moet worden vastgesteld of er factoren zijn die een fysieke controle in de weg kunnen staan. Het fysiek opnemen van goederen in een vervoermiddel kan bijvoorbeeld een gezondheidsrisico opleveren voor de controlerende ambtenaren. Met name containers die zijn gegast om de goederen in de containers tegen bederf en ongedierte te beschermen kunnen een gezondheidsrisico opleveren voor de ambtenaren die de fysieke controle uitvoeren. Voordat wordt overgegaan tot fysieke controle van het vervoermiddel wordt door middel van een gasmeting vastgesteld of dat het vervoermiddel veilig door de controlerende ambtenaren kan worden binnengegaan.
Nadere informatie over de procedures m.b.t. gegaste ladingen in vervoermiddelen vindt u in onderdeel 12.20.00
Wanneer blijkt dat het vervoermiddel gegast is en ontgassing op een andere plaats dan op het logische rustpunt in de logistieke keten moet plaatsvinden, kan het vervoer daar naar toeplaatsvinden onder begeleiding van hetzelfde geleide-exemplaar "verschuiving fysieke controle" als dat waarmee de goederen op het logische rustpunt in de logistieke keten zijn aangekomen.
De identiteit van de goederen moeten tijdens het vervoer naar de toegestane plaats van ontgassing verzekerd zijn. Dit kan door door het aanbrengen van een douaneverzegeling of een andere identificatiemaatregel. Van de verzegeling of de andere identificatiemaatregel word door de Douane aantekening gemaakt op het geleide-exemplaar verschuiving fysieke controle. Zie voor een voorbeeld van deze aantekening bijlage 2.
Deze werkwijze wordt ook toegepast voor het vervoer van de toegestane plaats van ontgassing terug naar het logische rustpunt in de logistieke keten.
Conclusie
Fysieke controles op de logische rustpunten in de logistieke keten is het uitgangspunt. Er kunnen echter factoren zijn die een verschuiving in de weg staan.
Op basis van die factoren kan voor een aantal situaties zonder meer gezegd worden dat een verschuiving van de fysieke controle is uitgesloten. Dit betreft:
1. de bestemming van de goederen ligt buiten Nederland;
2. het betreft goederen waarvoor controle aan de geografische buitengrens in wettelijke bepalingen is voorgeschreven (de stopfunctie).
In de overige gevallen moet per geval een risico-afweging gemaakt worden, moet worden bekeken of er factoren zijn die verschuiving van de fysieke controle beletten uit een oogpunt van effectiviteit, de efficiëntie van de douanecontrole.
In alle gevallen waarin de Douane overgaat tot fysieke controle van goederen moet daarvan gedetailleerd verslag worden gedaan. De wijze van verslaglegging is gestandaardiseerd in het zogenaamde FYCO-formulier. De achtergrond, het gebruik van het FYCO-formulier worden in dit hoofdstuk beschreven.
Belang van goed vastleggen
Fysieke controle is een zeer diepgaande controle. De Nederlandse overheid, de Europese overheid zijn zeer geïnteresseerd in deze controles. Zij willen graag achteraf kunnen vaststellen of fysieke controles goed zijn uitgevoerd, hebben daarvoor controle-instanties. U kunt daarbij denken aan de Algemene Rekenkamer, de FIX, maar ook de Europese Rekenkamer, het Europees Oriëntatie-, Garantiefonds voor de Landbouw.
De resultaten van dit soort onderzoeken kunnen soms zeer ingrijpend zijn. Het kan bijvoorbeeld betekenen dat Nederland zelf grote bedragen moet betalen. U kunt hierbij denken aan landbouwrestituties. Normaal worden deze bedragen door de Gemeenschap betaald. Als blijkt dat de Douane niet goed heeft gecontroleerd, moet Nederland die bedragen zelf betalen.
Daarnaast is deze informatie van belang bij risico-analyse als onderdeel van de klantbehandeling, als bron voor administratieve controles.
Het is dus zeer belangrijk dat de Douane de controle goed uitvoert, dat achteraf ook nog kan aantonen.
Verplicht gebruik van het FYCO-formulier
Voor een adequate vastlegging van fysieke controles is een uniform formulier vastgesteld: het zogenaamde FYCO-formulier. Dit formulier moet u bij elke fysieke controle invullen. Het gaat hierbij onder andere om
- in het vrije verkeer brengen;
- uitvoer;
- douanevervoer;
- wederuitvoer;
- binnenbrengen;
- in- en uitslag;
- vrijstellingsopnemingen;
- overeenstemmingscontroles (substitutie-controles).
Formulieren voor bijzondere vormen van fysieke controle
In een aantal gevallen moet u echter in plaats van het algemene FYCO-formulier een speciaal formulier gebruiken. Dit is het geval bij de volgende bijzondere vormen van fysieke controle:
- fysieke controle in het kader van de ambulante controle;
- fysieke controle van postzendingen;
- fysieke controle bij de handhaving van de BPM;
- inventarisatie (peiling) van voorraden tijdens de opslag.
Het FYCO-formulier bestaat uit een achttal rubrieken, te weten:
1. klantenteam;
2. behandelteam;
3. identificatie;
4. gewenste fysieke controle;
5. bevindingen;
6. ondertekening;
7. aantekeningen/bijlagen;
8. accordering aangever.
De verschillende rubrieken worden hierna nader toegelicht.
Klantenteam
De rubriek Klantenteam bevat de gegevens van de eenheid die de fysieke controle vraagt (opdrachtgever). Als het om klanten gaat uit de klantgroepen 1, 2 die (al) volgens het klantconcept worden behandeld, zullen dit de gegevens zijn die door of namens de klantcoördinator worden ingevuld. Voor de klanten, waarvoor (nog) geen klantcoördinator is aangewezen, hoeft deze rubriek niet ingevuld te worden.
Behandelteam
De rubriek Behandelteam bevat de gegevens van de eenheid die de fysieke controle zal verrichten. Deze rubriek wordt door de ambtenaar van het behandelteam ingevuld.
Identificatie
De rubriek Identificatie wordt ingevuld door het behandelteam, bevat een aantal gegevens die rechtstreeks verband houden met de fysiek te controleren goederen, gegevens met betrekking tot de klant. De invulling van de verschillende onderdelen is verplicht als het gaat om de aangiftegegevens, de klantgegevens. De invulling van de overige onderdelen is facultatief, kunt u naar de situatie beoordelen. Bij de vraag of een bepaald gegeven wel of niet wordt ingevuld, moet u steeds afwegen of deze informatie van belang is voor de uitvoering van de fysieke controle.
Hierna wordt ingegaan op de onderdelen die een nadere toelichting behoeven.
| Onderdeel | Toelichting |
| .................... | .................................................. |
Aangiftesoort |
Type aangifte |
Nadere identificatie / referentienummer. |
Identificatiegegevens die de klant heeft toegekend aan de goederen of andere bijzondere identificatiekenmerken |
Goederenomschrijving |
Conform de gegevens van de aangifte |
Merken, nummers |
Conform de gegevens van de aangifte |
Fiscaal belang |
Totaal van de rechten die verschuldigd zijn of kunnen worden |
Niet-fiscaal belang |
Niet-fiscale aspecten die bij de betreffende aangifte een rol (kunnen) spelen, bijvoorbeeld strategische goederen, cadmiumhoudende producten |
Klantregeling |
Type vergunning waaronder de goederen vallen die aan de fysieke controle worden onderworpen |
Naam van de klant |
Vergunninghouder, importeur of exporteur |
Gewenste fysieke controle/bevindingen
De kolom "Gewenste fysieke controle" bevat een aantal onderdelen waarin u namens het klantenteam aangeeft welke vorm van fysieke controle is gewenst. U markeert de betreffende onderdelen op het FYCO-formulier, vult in voorkomende gevallen de ontbrekende gegevens in.
De kolom "Bevindingen" bevat een aantal onderdelen waarin u namens het behandelteam de constateringen vermeldt die u tijdens de uitvoering van de fysieke controle heeft gedaan. Bevindingen waarvoor op het FYCO-formulier onvoldoende ruimte beschikbaar is, vermeldt u op een bijlage die u bij het FYCO-formulier voegt.
Opnemen merken, nummers
Het doel van de controlehandeling is het opnemen van de merken, nummers van de goederen en/of colli. Vaak zijn de te controleren goederen geladen in een vervoermiddel of container.
Onder identiteit van het vervoermiddel wordt verstaan:
- de registratienummers van vrachtauto's, opleggers, aanhangers, spoorwagons, vliegtuigen enzovoort;
- de naam van vaartuigen waarin de goederen zijn c.q. worden geladen of gelost.
Onder identiteit van de container wordt verstaan het containernummer, dat bestaat uit:
- vier letters (de zogenaamde prefix);
- een 7-cijferig getal.
Als de goederen zich in een vervoermiddel of container bevinden, doet u het volgende:
1. Controleer ook de identiteit, de verzegeling van het vervoermiddel of de container; 2. Leg de resultaten van deze controle vast. |
Bij verzegeling kan sprake zijn van:
a. verzegeling door de douane;
b. verzegeling aangebracht door het bedrijf zelf in het kader van een vereenvoudigde douaneregeling;
c. verzegeling door andere overheidsinstanties, bijvoorbeeld LASER.
Als er sprake is van meerdere verzegelingen, dan vermeldt u:
1. alle nummers 2. het aantal plombes per nummer. |
Bij de controle van merken, nummers van colli gaat het om de vaststelling van de kenmerken die zijn aangebracht op de verpakkingsmiddelen of de goederen zelf. Onder verpakkingsmiddelen worden verstaan:
- kartons;
- dozen;
- haspels;
- balen;
- rollen;
- kratten;
- bundels;
- vaten;
- flessen;
- tanks;
- blikken;
- pallets;
- zakken.
Verder doet u hier het volgende:
1. Neem de merken, nummers op, die vanaf de buitenkant van de verpakking zichtbaar zijn zonder dat de verpakking behoeft te worden geopend. 2. Vermeld deze merken, nummers op het FYCO-formulier. |
Openen verpakkingsmiddelen
In deze rubriek geeft u namens het klantenteam in de kolom "Gewenste fysieke controle" aan hoeveel colli moeten worden geopend, of daarbij zichtmonsters moeten worden genomen. Voor het vaststellen van het aantal te openen colli, kunt u het volgende overzicht als indicatie gebruiken. Op grond van risico-analyses kunt u besluiten andere aantallen vast te stellen. U moet dan wel vastleggen waarom u afwijkt van de indicatie.
| Totaal aantal colli | Te openen |
| ................................. | ........... |
1 tot en met 8 colli |
1 collo |
9 tot en met 20 colli |
2 colli |
21 tot en met 50 colli |
3 colli |
51 tot en met 100 colli |
4 colli |
iedere volgende 500 colli of gedeelte daarvan, met een minimum van 100 |
+1 collo |
Als er eeen zending wordt aangeboden van 80 colli geldt als indicatie dat er 4 colli geopend moeten worden. Bij een zending van 250 colli is dit 5 colli (4 colli plus 1 collo).
Een zichtmonster kan worden genomen als de soort van goederen kan worden vastgesteld zonder dat een laboratoriumanalyse hoeft te worden gedaan naar aard, samenstelling. Als laboratoriumanalyse nodig is voor de vaststelling van soort, aard, samenstelling, dan is ook onderdeel 8 van het formulier van toepassing (Monsterneming).
In de kolom "Bevindingen" vermeldt u namens het behandelteam de volgende gegevens:
| Rubriek | Vul in | Bijzonderheden |
| ..................... | ......................... | ......................... |
Aantal geopend |
Het aantal geopende colli |
In beginsel opent u niet meer of minder colli dan in de kolom "Gewenste fysieke controle" is vermeld |
Aantal monsters uit colli nummers |
Het aantal genomen monsters, uit welke colli deze afkomstig zijn |
|
Identiteit monsters |
De genomen maatregelen ter handhaving van de identiteit van de monsters |
Tellen aantal verpakkingen
Deze controlehandeling heeft ten doel de aangegeven hoeveelheid te controleren.
U gaat als volgt te werk:
1. Vermeld in de kolom "Gewenste fysieke controle" namens het klantenteam het aantal verpakkingseenheden, waarvan de inhoud moet worden vastgesteld. Onder verpakkingseenheid wordt verstaan het product in zijn directe verpakking. 2. Vermeld in de kolom "Bevindingen" namens het behandelteam de werkelijk bevonden hoeveelheid. 3. Vermeld de inhoud per verpakkingseenheid. |
Als laboratoriumanalyse nodig is voor de vaststelling van de netto-inhoud, dan is tevens onderdeel 8 van het formulier van toepassing.
Als voor de telling van het aantal colli het vervoermiddel of de container gedeeltelijk of geheel moet worden gelost moet dit worden vermeld in onderdeel 6 respectievelijk onderdeel 7.
Wegen van vervoermiddel
Dit onderdeel heeft betrekking op het vaststellen van het brutogewicht van goederen op andere wijze dan door weging van de goederen zelf. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bulkgoederen of levende dieren, die zich al in het binnenkomend of uitgaand vervoermiddel en/of container bevinden.
Het brutogewicht van de goederen wordt vastgesteld door het vervoermiddel/container in geladen toestand te wegen onder aftrek van het gewicht van het vervoermiddel. Het gewicht van het vervoermiddel moet altijd worden vastgesteld door het ledige vervoermiddel te wegen. Als het gewicht van het ledige vervoermiddel niet op eenvoudige wijze kan worden bepaald, wordt het gewicht vastgesteld door weging van de goederen (zie onderdeel 5).
Het gewicht van het ledige vervoermiddel kan niet altijd worden afgeleid uit bijvoorbeeld kentekenbewijzen, meetbrieven, registratiegegevens. In de praktijk is het werkelijke gewicht van het vervoermiddel door extra uitrustingsstukken vrijwel steeds hoger dan het gewicht volgens het kentekenbewijs.
Wegen aantal colli
Als het gewicht van de goederen wordt vastgesteld aan de hand van een representatieve steekproef, dan kan dit gebeuren op basis van de in paragraaf 6.2.5 onder het kopje "Openen verpakkingsmiddelen" opgenomen tabel, vermenigvuldigd met de factor 3. Met de aldus herleide aantal te wegen colli gaat u als volgt te werk:
1. Vermeld dit herleide aantal te wegen colli namens het klantenteam in de kolom "Gewenste fysieke controle". 2. Vermeld in de kolom "Bevindingen" namens het behandelteam: - het aantal gewogen colli; - het percentage van de totale partij; - het totaal bevonden brutogewicht; - het gemiddelde brutogewicht per collo - de tarra per collo; - het nettogewicht per collo. 3. Vermenigvuldig het nettogewicht per collo met het totaal aantal colli. Hierdoor ontstaat het nettogewicht van de totale partij. |
Als het gewicht wordt gecontroleerd door weging van de totale partij, wordt in de kolom "Gewenste fysieke controle", namens het klantenteam, het totaal aantal aangegeven colli vermeld. In de kolom "Bevindingen" wordt, namens het behandelteam, het totaal aantal bevonden, gewogen colli vermeld. Het in te vullen percentage bedraagt in dat geval 100%.
Als bij de vaststelling van het gewicht gebruik gemaakt wordt van hulpregistraties doet u het volgende:
- Hecht deze aan het FYCO-formulier. - Vermeld de soort, aantal van de bijgevoegde bescheiden in de rubriek "Aantekeningen/bijlagen" (zie het kopje "Aantekeningen/bijlagen" hierna). Voorbeelden van hulpregistraties zijn weegbriefjes, tellijsten, notities, survey-rapporten et cetera. |
Als ter weging van een aantal colli het vervoermiddel of de container gedeeltelijk of geheel moet worden gelost, dient dit te worden vermeld in onderdeel 6 respectievelijk onderdeel 7.
Gedeeltelijk lossen
Dit onderdeel wordt door het behandelteam gebruikt als het vervoermiddel gedeeltelijk moet worden gelost ten behoeve van het tellen van het aantal colli (onderdeel 3), het wegen van een aantal colli (onderdeel 5) en/of monsterneming (onderdeel 8).
Geheel lossen
Dit onderdeel wordt door het behandelteam gebruikt als het vervoermiddel geheel moet worden gelost voor het tellen van het aantal colli (onderdeel 3), het wegen van een aantal colli (onderdeel 5) en/of monsterneming (onderdeel 8).
Monsterneming
Als er voor laboratoriumanalyse monsters genomen moeten worden, doet u het volgende: - Geef namens het klantenteam in de kolom "Gewenste fysieke controle" aan hoeveel, welke soort monster(s) moeten worden genomen. Voor een nadere toelichting op het begrip "soort monster" wordt verwezen naar paragraaf 3.2.1, sub 2, van het onderdeel Monsterneming, monsteronderzoek (12.10.00 Als vooraf al bekend is uit hoeveel partijen (productiepartijen, batches, charges) de aangifte bestaat, kunt u dat ook vermelden. Als dit niet het geval is, dan bepaalt u bij het nemen van de monsters het aantal partijen overeenkomstig paragraaf 3.2.1, sub 1, van het onderdeel 12.10.00, Monsterneming, monsteronderzoek van dit Handboek. - Vermeld namens het behandelteam in de kolom "Bevindingen" het aantal genomen monsters, de genomen maatregelen ter handhaving van de identiteit van de monsters. Als u belast bent met fysieke controle van goederen tijdens de opslag, vermeldt u ook het positie/ceelnummer van de bemonsterde goederen. De vermelding hiervan kan van belang zijn voor het identificeren van bemonsterde goederen. In beginsel neemt u niet meer of minder monsters dan in de kolom "Gewenste fysieke controle" is vermeld. Als voor de monsterneming het vervoermiddel gedeeltelijk of geheel moet worden gelost, vermeldt u dit in onderdeel 6 respectievelijk onderdeel 7. |
Andere wijze van fysieke controle
In dit onderdeel kunnen de specifieke elementen van de aangifte worden aangegeven, welke nog niet in één van de onderdelen 1 tot en met 8 zijn genoemd, welke in de fysieke controle dienen te worden betrokken.
NFD aspecten
In dit onderdeel kan worden aangegeven op welke niet-fiscale douaneaspecten fysiek gecontroleerd moet worden. Als bij de fysieke controle blijkt dat ook voor andere niet-fiscale douaneregelingen onregelmatigheden worden vastgesteld worden ook deze aangekruist. De bevindingen worden onder vermelding van de code (zonodig in een bijlage) vastgelegd. Met name bij het constateren van onregelmatigheden dient u alle van belang zijnde gegevens, zoals het tijdstip van constatering, de bevindingen van de gewaarschuwde externe (opsporings-) dienst, zo volledig mogelijk aan te tekenen.
Ondertekening
In deze rubriek wordt het FYCO-formulier ondertekend door de ambtenaren. Kijk in onderstaande tabel wat u moet doen.
| Werkzaamheden | Actie: | Bijzonderheden |
| .......................... | ......................... | ..................... |
Werkzaam bij het klantenteam (opdrachtgever) |
- Teken voor de gewenste fysieke controle. |
|
Belast met de uitvoering van de fysieke controle |
1. Teken voor de bevindingen. |
|
2. Plaats een afdruk van het metalen dienststempel. |
||
3. Vermeld hoelang de fysieke controle heeft geduurd. |
Op grond van | |
4. Vul in wie (naam van de aangever of diens vertegenwoordiger) u hebt geïnformeerd over het instellen van de fysieke controle respectievelijk de monsteneming. Dit hoeven niet dezelfde personen te zijn. |
||
5. Vermeld of de aangever of diens vertegenwoordiger bij de fysieke controle en/of monsterneming aanwezig is geweest. |
.....
1) vanaf 1 april is het door gewijzigde GLB-wetgeving wettelijk verplicht om de daadwerkelijke tijdstippen aanvang-, beëindiging van de controle in het rapport van de fysieke controle vast te leggen (Verordening (EG) nr. 612/2009 en Verordening (EG) nr. 1276/2008)
Aantekeningen/bijlagen fiscaal niet-fiscaal
Deze rubriek is bedoeld voor het maken van kleine aantekeningen, om te vermelden welke bijlagen bij het FYCO-formulier zijn bijgevoegd.
Let op:
Als de fysieke controle van de goederen voorafgegaan is door een scan van een vervoermiddel, bijvoorbeeld een container, dan horen de scanopdracht, de resultaatmelding van die scan tot het fycodossier. In deze rubriek moet dan opgegeven worden dat de scanopdracht, de resultaatmelding bij het fycodossier horen.
Meldingen aan andere instanties met betrekking tot onregelmatigheden NFD
In deze rubriek geeft u aan of andere instanties ingelicht zijn over de geconstateerde onregelmatigheden op NFD gebied.
Opgenomen in DFB
Hier geeft u aan dat u de onregelmatigheden hebt opgenomen in het geautomatiseerde systeem Douane Fraude Bestrijding (DFB).
Accordering aangever
In deze rubriek bestaat de mogelijkheid om de aangever of diens vertegenwoordiger te laten tekenen dat hij/zij akkoord gaat met de wijze waarop de monsters zijn genomen. De aangever is overigens niet verplicht tot het ondertekenen van deze akkoordverklaring.
Archivering FYCO-formulier
Het afgewerkte FYCO-formulier met alle bijbehorende bijlagen maakt onderdeel uit van het dossier fysieke controle. In het dossier komen alle op de aangifte betrekking hebbende bescheiden. In het Handboek
De gegevens worden vastgelegd in het geautomatiseerde systeem Douane Fysieke Controle (DFC).
De gevormde dossiers zullen onder andere bestaan uit kopieën van overgelegde originele bescheiden. Als er bij de verificatie of de fysieke controle gebruik wordt gemaakt van een bescheid, welke bij de aangever of andere instantie wordt gearchiveerd, wordt eveneens een kopie van het originele bescheid aan het dossier toegevoegd. Uit efficiëntie-overwegingen kunt u besluiten om voor de aangiften die in Sagitta Invoer of Sagitta Uitvoer zijn ingebracht af te zien van het opnemen van een kopie van zo'n originele bescheid in het dossier indien dit bescheid geen onderdeel heeft uitgemaakt van de verificatie of de fysieke controle.
Als voorwaarde voor het toepassen van deze regeling geldt wel dat op de bij het dossier horende checklijst wordt aangetekend dat het bescheid onderdeel vormt van het dossier. Daarbij moet ook worden aangetekend dat het originele bescheid retour is gegeven aan de aangever of naar de andere instantie is gezonden. Verder moet het fysieke controle dossier inclusief de aangifte met de bijbehorende bescheiden zonder problemen uit het archief teruggehaald kunnen worden ten behoeve van interne, externe controles op de gevormde dossiers. Er moet dus een onverbrekelijk verband bestaan tussen het dossier, de betreffende aangifte.
In het geval dat er sprake is van eenheidsoverschrijdende controles moet in overleg met het klantenteam worden bepaald op welke wijze dit team over de uitkomsten van de fysieke controles wordt geïnformeerd.
Bescheiden behorend bij het FYCO-formulier
U doet onderzoek naar de aard, samenstelling van de goederen op basis van:
a. eigen inzicht;
b. advies van een ter plaatse aanwezige deskundige;
c. vaststelling door het Laboratorium te Amsterdam.
d. resultaatmelding van een scan van een vervoermiddel, bijvoorbeeld een container.
In de situaties a, b voegt u bij het FYCO-formulier verklaringen, die de volgende gegevens bevatten:
1. naam;
2. functie;
3. datum;
4. plaats;
5. handtekening van de ambtenaar of deskundige;
6. de verklaring dat hij de onderzochte goederen naar aard, samenstelling heeft vastgesteld (voor deze verklaring is geen model vastgesteld).
Voor situatie c dient u gebruik te maken van IUD 18.
Voor situatie d dient u de scanopdracht, de resultaatmelding toe te voegen aan het fycodossier.
Verschuiving fysieke controle
Het kan gewenst zijn de fysieke controle elders te verrichten dan op het aangiftepunt waar de aangifte is ingediend. De fysieke controle wordt dan verschoven. Hierbij wordt de volgende procedure gevolgd:
- het aangiftepunt waar de aangifte is ingediend (opdrachtgevende post) maakt een FYCO-formulier (linkerzijde) op, faxt dit naar het douaneteam welke de controle zal uitvoeren (uitvoerende post);
- de opdrachtgevende post stelt de aangever/belanghebbende in kennis van de controle, deelt tevens mee dat de afspraak voor de controle door de uitvoerende post gemaakt zal worden;
- het tijdstip van de controle wordt door de uitvoerende post doorgegeven aan de opdrachtgevende post;
- zodra het tijdstip van de controle van de uitvoerende post ontvangen is geeft de opdrachtgevende post het wegvoeringsbescheid af;
- de opdrachtgevende post maakt een geleideformulier (zie bijlage 2) op wat de goederen naar de uitvoerende post begeleidt;
- het vervoer van de opdrachtgevende post naar de uitvoerende post vindt onder verzegeling plaats;
- na controle, invulling van het rechter gedeelte van het FYCO-formulier wordt dit teruggefaxt aan de opdrachtgevende post.
Monstername bij verschuiving fysieke controle
Als de opdrachtgevende post, als onderdeel van de fysieke controle, monstername wenst wordt de volgende procedure gevolgd:
- de opdrachtgevende post maakt, naast een FYCO-formulier waarop in dit geval is aangegeven dat monstername gewenst is, een formulier aanvraag monsteronderzoek (IUD 18) op. Het aanvraagnummer wordt op het FYCO-formulier vermeld;
- de uitvoerende post neemt in het kader van de fysieke controle de gewenste monsters, stuurt één van de monsters naar het Laboratorium te Amsterdam. Hierbij wordt het aanvraagnummer van het monsteronderzoek vermeld, de naam van de opdrachtgevende post;
- de opdrachtgevende post stuurt het aanvraagformulier IUD18 naar het Laboratorium met vermelding dat het monster door de uitvoerende post zal worden opgezonden.
- de contramonsters, het ingevulde FYCO-formulier worden aan de opdrachtgevende post teruggezonden;
- de afwerking van het monsteronderzoek wordt door de opdrachtgevende post verzorgd.
Afwijkingen geconstateerd bij verschuiving fysieke controle
Als er bij de fysieke controle door de uitvoerende post afwijkingen worden bevonden, zorgt deze post ervoor dat de afwijking(en) duidelijk omschreven worden op het FYCO-formulier eventueel aangevuld met een apart relaas van bevinding.
De opdrachtgevende post beslist of, zo ja hoe met de afwijking(en) wordt omgegaan. Een eventueel proces-verbaal en/of administratieve boete worden door deze post opgemaakt c.q. opgelegd.
De afwerking van de bevonden afwijkingen worden door de opdrachtgevende post aan de uitvoerende post gerapporteerd.
Aanvullend onderzoek bij verschuiving fysieke controle
Dit aanvullend onderzoek kan plaats vinden zolang de goederen niet zijn vrijgegeven (goederen moeten nog beschikbaar zijn), moet bij verschuiving van de fysieke controle uitgevoerd worden door de uitvoerende post.
Aftekening controle-diepgang bij fysieke controle
Bij de aftekening van controle-diepgang bij fysieke controle gaat u als volgt te werk:
- Vermeld de manier van verificatie in het voor de douane bestemde vak van de aangifte. - Gebruik daarbij de hierna vermelde codes. Iedereen, die op een of andere manier belang heeft bij de aangifte, moet immers kunnen nagaan op welke manier u de fysieke controle heeft verricht. |
De controle-diepgang bestaat uit acht hoofdniveaus met enkele onderverdelingen. Deze onderverdelingen betreffen de specifieke manier van controleren, die afhankelijk is van de aard van het vervoermiddel of de verpakking.
Niveaus fysieke controle
| Niveau | Betekenis |
| ........ | ................................................................. |
1 |
Opnemen van merken, nummers van de goederen, inclusief identiteit, verzegeling van het vervoermiddel |
2 |
Openen van colli, het nemen van zichtmonster(s) |
3 |
Tellen van de colli |
3.1 |
Tellen van het aantal colli. Daarnaast vaststellen van de inhoud van ...... verpakkingseenheden |
4 |
Wegen van het vervoermiddel ter bepaling van het gewicht van de goederen |
4.1 |
Zeeschip: draft-survey uitgevoerd door een controlemaatschappij onder toezicht van douane |
5 |
Wegen van een aantal colli, de uitslag daarvan omslaan over de gehele getelde partij |
5.1 |
Zeeschip, binnenvaartschip; minimaal ..... verpakkingseenheden, maximaal ....% van de totale partij |
5.2 |
Overige vervoermiddelen; minimaal .....% van de aangegeven verpakkingseenheden, maximaal .....% van de aangegeven verpakkingseenheden |
5.3 |
Opslag: partij 10.000 verpakkingseenheden: minimaal ....% van de aangegeven verpakkingseenheden. Opslag: partij 10.000 verpakkingseenheden: minimaal ....% van de aangegeven verpakkingseenheden, maximaal .....%. |
6 |
Gedeeltelijk lossen met het oog op tellen en/of vaststellen inhoud, eventueel voor monsterneming. |
6.1 |
Zeeschip, binnenvaartschip; minimaal ..... verpakkingseenheden, maximaal ....% van de totale partij |
6.2 |
Overige vervoermiddelen; minimaal een "gang" in het vervoermiddel tot en met achterzijde van het vervoermiddel. |
7 |
Geheel lossen met het oog op tellen en/of vaststellen inhoud, eventueel ten behoeve van monsterneming |
8 |
Monsterneming met het oog op vaststelling van: soort / aard / samenstelling / nettoinhoud / oorsprong / kwaliteit van de goederen |
8.1.1 |
Zeeschip, los gestort; een top-, midden-, bodemmonster uit 50% van het aantal ruimen |
8.1.2 |
Zeeschip, verpakt; 2% van het aantal uitgeloste verpakkingseenheden |
8.2 |
Overige vervoermiddelen; 2% van de aangegeven verpakkingseenheden |
8.3 |
Opslag; 1% van het aantal verpakkingseenheden met een minimum van ..... verpakkingseenheden, geselecteerd volgens het zogenaamde lotingssysteem |
Voorbeeld 1
Bij de fysieke controle van een partij goederen heeft u de nettomassa bepaald door weging van een gedeelte. U heeft een monster van de partij zelf onderzocht. Uw conclusie was dat de gegevens op het formulier op die punten juist waren.
Codes:
Manier van controleren
| Handeling | Vul in |
| ..................................... | ..................................... |
U heeft de aard, de samenstelling van de goederen zelf vastgesteld met een representatief zichtmonster |
"2" |
U heeft de netto massa van de goederen vastgesteld door weging van de inhoud van een aantal verpakkingseenheden, de uitslag omgeslagen over de hele getelde partij |
"3", "5" (code 3 omdat als u het bevonden gewicht om wilt slaan over de hele partij, u deze partij wel zal moeten tellen) |
Uitslag van de controle
| Handeling | Vul in |
| .............................................. | .......................... |
U heeft de gegevens in de vakken 31, 33, 38 uitsluitend gecontroleerd door onderzoek van de goederen |
"VC3" |
U heeft geen verschillen vastgesteld |
"conform" |
Aftekening vak D/J
| ................... | ........................ |
VC3 | |
vak 31, 33 |
2 |
vak 38 |
3, 5 |
Conform |
Voorbeeld 2
Bij de fysieke controle van een partij goederen heeft u de netto massa bepaald door weging van een gedeelte. U heeft een monster van de partij genomen, ter onderzoek ingestuurd aan het Laboratorium te Amsterdam. U heeft nog geen uitslag binnen van het Laboratorium. Deze uitslag komt na een aantal weken.
Manier van controleren
| Handeling | Vul in |
| .......................................... | .............................. |
U heeft de netto massa van de goederen vastgesteld door weging van 2% van de uitgeloste verpakkingseenheden uit het zeeschip, de uitslag omgeslagen over de gehele getelde geloste partij |
"3, 5.1" |
U laat de aard, samenstelling van de goederen vaststellen door het Laboratorium aan de hand van een representatief monster genomen overeenkomstig de werkinstructie voor zeeschepen met verpakte goederen |
|
U heeft het monster aangeboden aan het Laboratorium onder nummer IUD 18 met bijvoorbeeld volgnummer 840 5 308 |
8.1.2 met het nummer van de IUD 18 |
Uitslag van de controle
| Handeling | Vul in |
| .................................... | .................................... |
U heeft de gegevens in de vakken 31, 33, 38 uitsluitend gecontroleerd door onderzoek van de goederen. U heeft daarbij een monster ter onderzoek aan het Laboratorium gezonden. U heeft daarvan nog geen uitslag |
VC3 met aanvulling AV met het nummer van de IUD18 |
Aftekening vak D/J
| ............. | ..................... |
VC3 |
AV IUD18-840 5 308 |
vak 31, 33 |
8.1.2 |
vak 38 |
3, 5.1 |
Zodra de uitslag van het monsteronderzoek binnen is, wordt middels de IUD 13 de definitieve bevinding medegedeeld aan de aangever, eventuele andere instanties.
Bij administratieve afdoening vindt helemaal geen controle plaats. Uiteraard worden de aangiften wel aanvaard, geregistreerd.
In geval van papierloze aangifte zullen de aangiften administratief worden afgedaan.
Voor de volledigheid wordt in deze paragraaf ook aandacht besteed aan de mededeling na administratieve afdoening.
De resultaten van de verificatie dienen als grondslag voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst (
De uitslag van de controle kent twee mogelijkheden:
- conform: er zijn geen verschillen ontdekt;
- niet conform: er zijn wel verschillen ontdekt.
Vermeld de uitslag van de controle op de aangifte (vak D/J) of in Sagitta. Maak bij de vermelding van de resultaten van de verificatie een onderscheid tussen de vakken die "niet conform" waren, de vakken die wel "conform" waren. Bij schriftelijke aangiften plaatst u tevens een rood kruis bij het onjuiste vak. In vak D/J vermeldt u de juiste gegevens. |
Voor de verschillende controlediepgangen bij verificatie zijn codes vastgesteld. Ze luiden:
1. globale controle;
2. verificatie aan de hand van bescheiden;
3. fysieke controle.
Vermeld de van toepassing zijnde code op de aangifte (vak D/J) of in Sagitta. |
Let op:
Als bij globale controle van een aangifte ten uitvoer geen verschillen worden bevonden, de goederen niet verzegeld worden, kan volstaan worden met een duidelijk leesbare afdruk van het metalen dienststempel.
Als u geverifieerd heeft aan de hand van bescheiden of door fysieke controle, moet u nog meer vermelden. U moet aangeven welke vakken van de aangifte u geverifieerd heeft. Dit kan bijvoorbeeld vak 33 (tariefcode) of 46 (waarde) zijn.
Vermeld na verificatie welke vakken van de aangifte u geverifieerd heeft. Zet dit in vak D/J of in Sagitta. |
Als u aan de hand van bescheiden heeft geverifieerd, is het van belang te weten op welke wijze u dit gedaan heeft. U hebt bijvoorbeeld een wisselkoers geraadpleegd of een Bindende Tariefinlichting.
Vermeld na verificatie aan de hand van bescheiden op welke wijze u dat gedaan hebt. Zet dit in vak D/J of in Sagitta. |
Voor een fysieke controle gelden bovendien speciale codes. Deze geven aan hoe de fysieke controle is uitgevoerd. Deze codes staan in de paragraaf 6.2.7 onder het kopje "Niveaus fysieke controle".
Vermeld na een fysieke controle de speciale codes van de handleiding FYCO-formulier. Zet deze in vak D/J of in Sagitta. |
Ook voor administratieve afdoening is een code, code 4. Deze code hoeft u nooit zelf te plaatsen. Als de aangifte via Sagitta wordt verwerkt, gebeurt dit automatisch. Op de mededeling aan de aangever komt "administratief afgedaan" te staan. Ook dit gebeurt automatisch.
Let op:
Als bij administratieve afdoening van een aangifte ten uitvoer geen verschillen worden bevonden, de goederen niet verzegeld worden, kan volstaan worden met een duidelijk leesbare afdruk van het metalen dienststempel.
Op aangiften die niet via Sagitta worden verwerkt, hoeft u ook niets te zetten.
Hierna volgen nadere bepalingen over het heronderzoek van goederen. Ook wordt aandacht besteed aan de rechten, plichten van een aangever bij fysieke controle.
De belanghebbende kan zich verweren tegen de wijze van monsterneming of de grootte van het genomen monster. Hij dient dan een bezwaar in tegen de beschikking die op grond van de monsterneming genomen is, bij voorbeeld een uitnodiging tot betaling (
Op basis van die beschikking staat de belanghebbende in eerste instantie de mogelijkheid tot bezwaar open. Na een negatieve beslissing van de inspecteur op het bezwaarschrift van belanghebbende staat beroep open bij de Douanekamer van de Rechtbank te Haarlem.
(
Rechten
De aangever heeft het recht om bij de fysieke controle aanwezig te zijn.
(
De aangever is niet verplicht bij de fysieke controle aanwezig te zijn. U kunt dit wel eisen als bijstand nodig is.
Het is mogelijk dat een aangever na een door de douane ingestelde fysieke controle of scan controle een bewijs wenst van deze controle. Een dergelijk bewijs kan voor de aangever zinvol zijn indien zijn opdrachtgever vragen stelt over de door de aangever in rekening gebrachte kosten terzake van de controle. Ook kan de aangever met dit bewijs aantonen dat de eventueel opgetreden vertraging in de aflevering het gevolg was van een controle door de douane.
Als een aangever een dergelijk bewijs wenst te verkrijgen moet hij een schriftelijk verzoek indienen. Het bewijs wordt door u verstrekt door het formulier "Bevestiging fysieke controle / scan controle" (Nederlands) of "Confirmation physical inspection / scan inspection" (Engels). Deze formulieren zijn opgenomen als bijlage 4, 5 bij dit onderdeel.
Als u het schriftelijk verzoek aangeboden krijgt doet u het volgende:
1. Controleer of er inderdaad een fysieke controle / scan controle is uitgevoerd; 2. Vul het formulier "Bevestiging fysieke controle / scan controle" (Nederlands) of het formulier "Confirmation physical inspection / scan inspection" (Engels) in; 3. Onderteken het formulier, plaats een afdruk van een metalen dienststempel; 4. Maak een kopie van het volledig ingevulde, ondertekende, gestempelde formulier, voeg dit bij het dossier van de fysieke controle. In het geval van een ingestelde scan controle archiveert u de kopieën. |
Andere rechten zijn hiervoor al ter sprake geweest. Ook in andere onderdelen van het Handboek komen rechten van de aangever ter sprake. Hierna volgt een opsomming van deze rechten, de vindplaatsen.
| Recht | Vindplaats |
| ....................... | ..................... |
Aanvullend onderzoek |
paragraaf 6.2.3 |
Plichten
De aangever is verplicht:
- de goederen te vervoeren naar de plaats van fysieke controle;
- alle nodige handelingen voor de fysieke controle te verrichten.
Hij kan dit zelf doen. Als hij het niet zelf doet, gebeurt het toch onder zijn verantwoordelijkheid.
(
Daarnaast is hij verplicht bijstand te verlenen bij de fysieke controle als de douane dat nuttig vindt. Hij kan dit zelf doen. Hij kan zich ook laten vertegenwoordigen door iemand anders.
(
De kosten van de uitvoering van zijn plichten moet hij zelf dragen.
(
De bovenstaande verplichtingen betekenen dat de aangever of de door hem aangewezen persoon medewerking moet verlenen bij de fysieke controle. De medewerking kan bestaan uit:
- uitpakken van goederen;
- weer inpakken van goederen;
- verplaatsen van goederen;
- zorg dragen voor het benodigde personeel;
- zorg dragen voor de benodigde hulpmiddelen (bijvoorbeeld hefwerktuigen of steekwagens);
- lossen van goederen.
Het kan gebeuren dat de aangever of de aangewezen persoon onvoldoende medewerking verleent. U kunt dan van de aangever eisen dat hij iemand aanwijst die wel voldoende bijstand kan leveren.
Soms weigert de aangever bij de fysieke controle aanwezig te zijn of een persoon aan te wijzen. U kunt dan een termijn vaststellen waarbinnen hij wel medewerking moet verlenen. Verleent hij na deze termijn nog steeds geen medewerking, dan gaat u zonder hem over tot fysieke controle. Eventueel kunt u daarbij een beroep doen op een deskundige. De aangever draagt het risico, de kosten van dit ambtshalve onderzoek.
(artikel 241, 243 TVo. CDW)
In uiterste noodzaak kan bestuursdwang worden toegepast, kunnen de goederen in bewaring worden genomen. Dit kan gevolgd worden door vernietiging of verkoop.
(
De bevindingen hebben dezelfde uitwerking als wanneer de aangever wel aanwezig zou zijn geweest.
(
Eventueel kan de aangifte buiten werking worden gesteld als de aangever medewerking weigert. Dit kan echter niet als de aangever op deze manier probeert:
- de vaststelling van onregelmatigheden door de Douane te voorkomen;
- zelf geen verzoek om ongeldigmaking te hoeven doen;
- door met een nieuwe aangifte minder rechten te hoeven betalen.
(artikel 241, lid 4, TVo. CDW)
Buiten werking stellen kan niet in geval van monstername. Artikel 243 TVo. CDW bevat geen verwijzing naar artikel 241, lid 4, TVo. CDW.
Tussen de resultaten van de fysieke controle, de aangifte kunnen verschillen bestaan. In beginsel zijn de resultaten van de verificatie bepalend (zie paragraaf 6.1.3). Soms zijn deze verschillen echter heel klein.
In de Algemene douaneregeling is een aantal spelingen vastgesteld. Als de verschillen blijven binnen deze spelingen, dan gelden de gegevens van de aangifte.
De resultaten van de fysieke controle worden dan geacht overeen te komen met de aangifte.
(
De volgende handelingen zijn strafbaar:
- het doen van een onjuiste of onvolledige aangifte (
- het onjuist of onvolledig verstrekken van inlichtingen, gegevens (
- het niet verlenen van medewerking (
- het zonder toestemming wederinladen van goederen na lossing ten behoeve van ambtelijke werkzaamheden (
