14.30.00 Controle-exemplaar T5
14.30.00 Controle-exemplaar T5, 30 mei 2011, Versie 12
Voor bepaalde goederen kunnen op grond van communautaire voorschriften bij uitvoer speciale maatregelen van toepassing zijn. Deze maatregelen zijn bijvoorbeeld uitvoerbeperkingen en rechten of heffingen bij uitvoer. Op dit moment zijn er geen goederen aangewezen waarvoor bij uitvoer een heffing van toepassing is.
Omdat de speciale maatregelen alleen gelden bij uitvoer, zijn er toezichtsmaatregelen genomen voor het geval dat goederen waarvoor deze maatregelen gelden, worden vervoerd tussen lidstaten en deze tijdens dit vervoer het douanegebied van de Gemeenschap verlaten. Voorkomen moet worden dat goederen worden uitgevoerd zonder aan de speciale maatregelen te worden onderworpen. Enerzijds moet de lidstaat waar de goederen uitgaan, zekerheid hebben dat de goederen weer de Gemeenschap worden binnengebracht, en anderzijds moet de lidstaat van bestemming over de speciale maatregelen worden ingelicht.
Het CDW en de TVo. CDW onderscheiden de volgende drie manieren waarop de goederen waarvoor speciale maatregelen gelden, kunnen worden vervoerd.
a. De goederen worden vervoerd onder de regeling communautair douanevervoer. Als deze regeling wordt gebruikt, dan vervult de aangifte voor douanevervoer T een signalerende functie.
(
b. De goederen zijn onder een andere douaneregeling dan de regeling communautair douanevervoer geplaatst. In deze situatie wordt het controle-exemplaar T5 gebruikt.
(artikel 843, lid 3, letter a, TVo. CDW)
c. De goederen worden vervoerd zonder onder een douaneregeling te zijn geplaatst. Ook nu wordt een controle-exemplaar T5 gebruikt.
(artikel 843, lid 3 letter b, TVo. CDW)
Als er een andere douaneregeling dan de regeling communautair douanevervoer wordt gebruikt, dan moet de belanghebbende in vak 104 van het controle-exemplaar T5 het vak "Andere" aankruisen en de volgende vermelding plaatsen:
"Bij uitgang uit de Gemeenschap zijn de beperkingen of heffingen van Verordening/Richtlijn/Besluit nr......van toepassing";
Hoewel bij het vervoer naar landen die zijn aangesloten bij de overeenkomst inzake een gemeenschappelijke regeling voor douanevervoer, gebruik wordt gemaakt van aangiften voor douanevervoer T, geldt deze procedure ook wanneer het vervoer plaatsvindt over het grondgebied van die landen en de goederen vanuit een van die landen weer worden verzonden. Dit vervoer valt immers onder de regeling gemeenschappelijk douanevervoer.
Het controle-exemplaar T5 wordt ingediend bij het douanekantoor waar de formaliteiten voor de verzending van de goederen worden vervuld.
(
Wanneer de goederen niet onder een douaneregeling worden geplaatst, moet de belanghebbende op het controle-exemplaar T5, in vak 109, de volgende aantekening plaatsen:
"Geen douaneregeling".
In vak 104 van het controle-exemplaar T5 plaatst de belanghebbende de volgende vermelding:
"Bij uitgang uit de Gemeenschap zijn de beperkingen of heffingen van Verordening/Richtlijn/Besluit nr......van toepassing";
Het controle-exemplaar T5 wordt ingediend op het kantoor van uitgang.
(
Het origineel van het controle-exemplaar T5 wordt teruggegeven aan de aangever terwijl de kopie wordt achtergehouden. De kopie wordt de dag na afgifte samen met het blad uit het register IUD 2 gezonden aan de douanepost Zuivering. De douanepost Zuivering ziet toe op de zuivering van het controle-exemplaar T5. Wanneer de goederen met het controle-exemplaar T5 weer het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht, wordt het origineel door het kantoor van binnenkomst afgetekend en naar de douanepost Zuivering gezonden.
Omdat er voor de goederen speciale maatregelen gelden, moet erop worden toegezien dat de goederen hun bestemming bereiken. De bestemming is in dit geval het opnieuw binnenbrengen in het douanegebied van de Gemeenschap. Het controle-exemplaar T5 dat voor de controle op het opnieuw binnenbrengen wordt gebruikt, moet gezuiverd worden. De douanepost Zuivering ziet hierop toe.
Als de douanepost Zuivering het origineel van het controle-exemplaar T5 niet binnen de termijn (tien weken) terugontvangt, dan wordt door een verzoek om nasporing geprobeerd te achterhalen of de goederen hun bestemming hebben bereikt.
Zijn de goederen niet opnieuw binnengebracht, dan wordt ervan uitgegaan dat zij op onregelmatige wijze naar een derde land zijn uitgevoerd. Dit leidt ertoe dat er alsnog maatregelen bij uitvoer worden opgelegd, eventueel dus tot verschuldigdheid van de rechten bij uitvoer. Zie voor meer informatie hierover onderdeel 28.00.00
Een douaneschuld ontstaat niet indien de betrokkenen aantonen dat de goederen door overmacht verloren zijn gegaan.
Voorbeeld
Goederen waarvoor bij uitvoer een uitvoerheffing van toepassing is, worden via het grondgebied van een derde land naar Griekenland verzonden. Dit vervoer vindt plaats met een carnet TIR. De controle op het opnieuw binnenbrengen gebeurt met het controle-exemplaar T5. Als de douanepost Zuivering het controle-exemplaar T5 niet afgetekend terugontvangt, dan wordt door de douanepost Zuivering een verzoek tot nasporing verzonden. Blijkt uit de nasporing niet dat de goederen opnieuw zijn binnengebracht, dan wordt ervan uitgegaan dat zij op onregelmatige wijze naar een derde land zijn uitgevoerd. Er ontstaat dan een douaneschuld, die gelijk is aan het bedrag van de uitvoerheffing.
De procedure voor de nasporing en het verzenden van de uitnodiging tot betaling is dezelfde als is aangegeven in onderdeel 14.20.00
Op verzoek van degene die de zending en het controle-exemplaar T5 bij het kantoor van bestemming aanbiedt, wordt kosteloos het ontvangstbewijs T.C. 11 afgegeven. Een model van dit ontvangstbewijs is opgenomen in
(artikel
De communautaire voorschriften op grond waarvan de speciale maatregelen zijn ingesteld, kunnen ook voorschrijven dat er bij dit vervoer zekerheid gesteld moet worden. In de praktijk wordt dit voorgeschreven wanneer er sprake is van uitvoerheffingen. De zekerheid moet dan worden gesteld bij het kantoor waar de formaliteiten voor de verzending worden verricht. In vak 106 van het controle-exemplaar T5 wordt de aantekening aangebracht:
"Zekerheid voor .... EURO".
Zie voor meer informatie hierover bijlage 9 van onderdeel 23.00.00
(
Het kantoor waar de formaliteiten voor de verzending van de goederen worden verricht, moet vaststellen binnen welke termijn de goederen opnieuw het douanegebied van de Gemeenschap moeten binnenkomen. Voor het bepalen van de termijn kan worden aangesloten bij de termijnen die gelden voor de regeling communautair douanevervoer.
De termijn wordt in vak D van het controle-exemplaar T5 vermeld. Als de goederen niet binnen de gestelde termijn opnieuw in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht, dan worden zij geacht op onregelmatige wijze te zijn uitgevoerd.
(
Wederinvoer binnen de termijn
Als de goederen niet onder een douaneregeling zijn geplaatst, worden ze direct bij aankomst op het kantoor van bestemming (kantoor van binnenkomst) aangemerkt als communautaire goederen en dus voor het vrije verkeer vrijgegeven.
Zijn de goederen wel onder een douaneregeling geplaatst, dan moeten onmiddellijk de formaliteiten worden afgehandeld die verbonden zijn aan de binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap. Ook nu worden de goederen voor het vrije verkeer vrijgegeven. In voorkomend geval houdt dit in dat op het kantoor van bestemming het controle-exemplaar T5 wordt ingeleverd en dat de goederen onder een douaneregeling worden gebracht op grond waarvan de goederen als communautaire goederen worden aangemerkt. Het kantoor van bestemming zendt het origineel van het controle-exemplaar T5 terug naar het in vak B vermelde adres.
Let op:
Als de goederen niet onmiddellijk na aankomst bij het kantoor van bestemming voor het vrije verkeer worden vrijgegeven, dan moet het kantoor van bestemming de maatregelen toepassen die op de goederen van toepassing zijn. Dat kan dus heffing van de rechten bij uitvoer betekenen.
(
Wederinvoer buiten de termijn
Als de goederen niet binnen de gestelde termijn de Gemeenschap weer worden binnengebracht, dan worden zij geacht het grondgebied van de Gemeenschap op onregelmatige wijze te hebben verlaten. Dit heeft een van de volgende consequenties:
a. het ontstaan, op grond van
b. het opleggen van beperkingen, als de aantekening in vak 104 van het controle-exemplaar T5 aangeeft dat het verlaten van de Gemeenschap aan beperkingen onderworpen is. Is de beperking bijvoorbeeld dat er een uitvoervergunning moet worden overgelegd, dan zal dat alsnog moeten gebeuren (zie paragraaf 5.1).
c. het uitvoeren van goederen zonder dat daarvoor een ingevolge wettelijke bepalingen voorziene aangifte is gedaan, strafbaar gesteld in
(
Let op:
Deze gevolgen zijn er niet wanneer wordt aangetoond dat de goederen door toeval of overmacht verloren zijn gegaan.
In deze paragraaf vindt u een beschrijving van de procedures en taken die moeten worden verricht als er een controle-exemplaar wordt aangeboden bij:
- het kantoor van verzending of uitgang(paragraaf 5.2.1);
- het kantoor van bestemming of binnenkomst (paragraaf 5.2.2).
Op het kantoor van verzending of uitvoer en uitgang handelt u als volgt: 1. Controleer of de aangever het controle-exemplaar T5, het formulier T5bis of de ladingslijst T5 in tweevoud heeft opgemaakt. 2. Controleer of de aangeboden goederen overeenkomen met de omschrijving die op het controle-exemplaar T5, het formulier T5bis of de ladingslijst T5 staat vermeld. 3. Controleer of het controle exemplaar T5, het formulier T5bis of de ladingslijst T5 is ingevuld zoals in hoofdstuk 2 van dit onderdeel is beschreven. Besteed hierbij speciale aandacht aan de vermelding in vak 104. 4. Controleer of het juiste terugzendadres in vak B is vermeld: Als aan het bovenstaande is voldaan, gaat u verder als volgt te werk: 5. Plaats de volgende gegevens in vak A: - het registratienummer waaronder u het controle-exemplaar T5 heeft geboekt in het register IUD 2; - een afdruk van de metalen dienststempel; - uw handtekening (de handtekening op de kopie mag door doordruk worden verkregen); - een afdruk van uw naamstempel of uw naam in blokletters. 6. Indien zekerheid gesteld moet worden doet u het volgende: a u deelt de aangever mee dat voor het controle-exemplaar T5 met nummer .......... een (contante) zekerheid moet worden gesteld ten bedrage van ....... EURO; b. voor de procedure voor het stellen van zekerheid wordt verwezen naar bijlage 9 van onderdeel 23.00.00 c. deel de aangever mee dat de goederen niet mogen worden geladen zolang geen zekerheid is gesteld; d. nadat de zekerheid is gesteld vermeldt u op beide exemplaren van het controle-exemplaar T5 in vak 106 "Zekerheid voor ....... EURO". 7. Vermeld in vak D: - de uitslag van de ingestelde controle. Als u geen verschillen tussen het controle-exemplaar en de goederen heeft geconstateerd, gebruikt u steeds het woord "conform". Constateert u wel verschillen, dan vermeldt u "niet-conform" met daarbij de juiste gegevens. Wanneer de correcties vragen zullen oproepen in andere lidstaten, dan vraagt u om een nieuw controle-exemplaar T5; - het aantal plomben in cijfers en de merken van de plomben als u daarmee een verzegeling heeft aangebracht. Als u geen verzegeling heeft aangebracht, plaatst u een liggend streepje op de plaats waar anders de verzegeling wordt vermeld; - de uiterste datum waarop de zending op het kantoor van bestemming moet worden aangeboden (zie paragraaf 5.1.2). 8. Geef het origineel van het controle-exemplaar aan de aangever. Zie voor meer informatie hierover onderdeel 23.00.00 |
Op het kantoor van bestemming of binnenkomst handelt u als volgt: 1. Controleer of de aangebrachte verzegeling nog intact is. - controlecode A2000 als het zegel conform is, of als het ontbreken van het zegel gerechtvaardigd is op grond van - controlecode A2100 als het zegel ontbreekt of is verbroken. 2. Controleer of de goederen overeenkomen met de omschrijving op het controle-exemplaar T5, het formulier T5bis of de ladingslijst T5. 3. Geef op de achterzijde van het origineel in vak J aan of de goederen opnieuw het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengebracht. 4. Vermeld de eventuele verschillen onder opmerkingen in vak J door middel van de volgende clausule: Verschillen:.................................................................... Teveel: ......................................................................... Tekort: .......................................................................... Soort goederen:.............................................................. Taric-code: .................................................................... 5. Vermeld in vak J: - plaats en datum; - het nummer van de inschrijving in het register IUD 20; - uw handtekening en naamstempel; - een afdruk van de metalen dienststempel; - het identificatienummer van het kantoor(NCTS nummer). 6. Zend het controle-exemplaar T5 aan: Zie voor meer informatie hierover onderdeel 23.00.00 ( |
In dit hoofdstuk zijn geen nadere bepalingen opgenomen.
Het controle-exemplaar T5 wordt in de volgende situaties niet gebruikt:
- Het vervoer vindt plaats onder de regeling communautair douanevervoer. In deze situatie wordt de functie van het controle-exemplaar T5 vervuld door de aangifte voor douanevervoer T.
(
- De goederen worden ten uitvoer aangegeven en het bewijs wordt overgelegd dat er ontheffing is verleend van de beperkingen die voor deze goederen zijn vastgesteld of dat de rechten bij uitvoer, belastingen of heffingen die zijn verschuldigd, zijn betaald.
(artikel 843, lid 1, TVo. CDW)
- De goederen worden rechtstreeks per vliegtuig vervoerd dat geen tussenlanding maakt buiten het douanegebied van de Gemeenschap;
(artikel 843, lid 1, TVo. CDW)
- De goederen worden door een vaartuig dat een lijndienst onderhoudt in de zin van
(artikel 843, lid 1 TVo. CDW)
- De goederen worden aan strijdkrachten geleverd die op het grondgebied van een lidstaat zijn gestationeerd maar niet tot die lidstaat behoren, en voor deze goederen wordt een formulier 302 gebruikt waarop de betreffende militaire autoriteiten vermelden dat zij de goederen hebben ontvangen.
(
In dit hoofdstuk zijn geen strafbepalingen opgenomen.
