14.46.00 Vereenvoudigingsmaatregelen; Internationaal vervoer per spoor

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek Douane

14.46.00 Vereenvoudigingsmaatregelen; Internationaal vervoer per spoor, 23 mei 2011, Versie 5

1. Inleiding

Voor het internationaal vervoer van goederen per spoor is een aantal regelingen ingesteld. In dit hoofdstuk vindt u hierover informatie. Een uitleg van begrippen die in dit onderdeel worden gebruikt, vindt u in de verklarende woordenlijst in onderdeel 0.00.25 van dit Handboek. Dit onderdeel van het Handboek neemt verder de begripsbepalingen van de Toepassingsverordening en van de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (Overeenkomst) over. Het verdient aanbeveling eerst onderdeel 14.00.00 van dit Handboek te lezen, voordat u dit onderdeel over internationaal vervoer per spoor leest.

Op 1 januari 1994 is de Verordening (EEG) nr. 2913/92 in werking getreden. Deze verordening is beter bekend als het Communautair Douanewetboek (CDW). Verordening (EEG) nr. 2454/93 (TVo. CDW) bevat de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het CDW. Verder bevat de Toepassingsverordening in afdeling 3 van hoofdstuk 7 een aantal vereenvoudigingen.

Begripsbepaling:

Als spoorwegmaatschappij worden aangemerkt die spoorwegondernemingen die door het ministerie van Verkeer en Waterstaat een vergunning hebben gekregen voor het vervoer van goederen via het spoorwegennet op het grondgebied van Nederland.

De nieuwe spoorwegondernemingen zijn:

- DB Schenker Rail Nederland (voorheen Railion);

- HTSR Nederland (voorheen ACTS Nederland);

- ERS Railways;

- B-Cargo;

- Captrain Benelux (voorheen Veolia Cargo Nederland);

- CTL Logistics;

- Crossrail Benelux;

- HGK Hafer und Guterverkehr Koln;

- RRF Rotterdam Rail Feeding;

- Portfeeders;

- HSL Logistik Benelux;

- Rurtalbahn Benelux;

- TX Logistik.

De in de Toepassingsverordening opgenomen vereenvoudigingen kunnen slechts worden toegestaan indien de spoorwegonderneming beschikt over een door de inspecteur afgegeven vergunning. De vereenvoudigingen houden voornamelijk in dat:

- de volgende bescheiden als document T voor het vervoer per spoor kunnen dienen:

- een door een spoorwegonderneming aanvaarde internationale spoorvrachtbrief;

- een door een vervoersonderneming aanvaard overdrachtsformulier.

- de spoorwegmaatschappijen als aangever gelden;

- bij het binnenkomen en verlaten van de Gemeenschap geen formaliteiten hoeven te worden vervuld;

- een kennisgeving van doorgang ook niet hoeft te worden ingeleverd in de gevallen waarin dat in de normale procedure wel is voorgeschreven (bijvoorbeeld bij binnenkomst uit Zwitserland);

- geen verzegeling hoeft te worden aangebracht (tenzij er sprake is van bepaalde goederen, zie paragraaf 4.2.1 en 6.2.3);

- mede de spoorwegmaatschappijen toezien op de zuivering.

Let op
Deze vereenvoudigingsregelingen zijn niet verplicht. Het is ook mogelijk normaal communautair douanevervoer onder geleide van documenten T te plegen.
(artikel 442 TVo. CDW)

Het douanetoezicht op dit vervoer geschiedt onder meer aan de hand van de centrale administratie van de spoorwegondernemingen of de vervoersonderneming.

De Toepassingsverordening gaat ervan uit dat een vrachtbrief of overdrachtsformulier als douanedocument dient als er bij de goederen geen afzonderlijk douanedocument (bijvoorbeeld document T) aanwezig is.

In de bundel administratieve afspraken die tot stand is gekomen tussen de douaneadministraties van de lidstaten en de EVA-landen is afgesproken dat de werking van een eventueel aanwezig carnet TIR, carnet ATA of formulier 302 wordt opgeschort als voor deze goederen bij vervoer per spoor een vrachtbrief of overdrachtsformulier ten geleide dient. De bundel administratieve afspraken is op elk douaneregio kantoor aanwezig.

      Let op

Voor Nederlands defensiemateriaal is tussen de spoorwegonderneming en het ministerie van defensie afgesproken dat het formulier 302 niet wordt opgeschort. Het overdrachtsformulier of de vrachtbrief dient dan niet als douanedocument, maar alleen als vervoersdocument.

Wanneer wordt gesproken over vervoer door de spoorwegonderneming, moet hieronder worden verstaan het vervoer onder verantwoordelijkheid van de spoorwegonderneming. Dit vervoer kan, behalve per spoor, gedeeltelijk ook op andere wijze plaatsvinden.

Met de spoorwegonderneming is overeengekomen dat, voor het vervoer dat in Nederland aanvangt en een bestemming buiten Nederland heeft, steeds een vrachtbrief of een overdrachtsformulier als douanedocument moet worden gebruikt, tenzij bij de goederen al een afzonderlijk douanedocument aanwezig is.

De aangever voor het vervoer per spoor is de spoorwegonderneming of de internationale vertegenwoordiger voor de vervoersonderneming in de lidstaat of het EVA-land, als het vervoer aanvangt in een van deze landen. Als het vervoer aanvangt buiten een van de hiervoor genoemde landen, dan wordt als aangever aangemerkt de spoorwegonderneming of de nationale vertegenwoordiger voor de vervoersonderneming van de lidstaat of het EVA-land waar het vervoer het grondgebied van een van deze landen binnenkomt.

1.1. Bescheiden

Goederen die per spoor worden vervoerd, kunnen onder geleide van verschillende vrachtbrieven worden vervoerd:

      Vrachtbrief CIM

Over het algemeen worden goederen per spoor vervoerd onder geleide van een vrachtbrief CIM. In de praktijk wordt dit formulier veelal aangeduid met de term Internationale Spoorwegvrachtbrief of ISV.

De vrachtbrief CIM bestaat uit vijf exemplaren die in de volgorde van nummering zijn bestemd voor:

1. de geadresseerde;

2. de spoorwegonderneming in het land van bestemming;

3. de douane in het land van bestemming;

4. de afzender;

5. de spoorwegonderneming in het land van vertrek.

(artikel 413 TVo. CDW)

Zie bijlage 2 voor de routing van de exemplaren voor de vrachtbrief CIM.

Zie bijlage 6 voor het model van de vrachtbrief CIM.

      Overdrachtsformulier TR

Het overdrachtsformulier TR wordt gebruikt door de vervoersonderneming Intercontainer te Bazel voor het vervoer van grote containers. Intercontainer is opgericht door de gezamenlijke Europese spoorwegmaatschappijen.

Het overdrachtsformulier kan het volledige vervoer van de container begeleiden. Ook kan eventueel vervoer over zee tussen de stations van vertrek en bestemming onder geleide van dit formulier plaatsvinden. In de praktijk wordt het overdrachtsformulier veelal aangeduid met de term Bulletin de Remise of BDR.

(artikel 427 TVo. CDW)

Het overdrachtsformulier TR bestaat uit zeven exemplaren die in de volgorde van nummering zijn bestemd voor:

1. de algemene directie van de vervoersonderneming (Intercontainer te Bazel);

2. de nationale vertegenwoordiger van de vervoersonderneming op het station van bestemming;

3a. de douane in het land waar het vervoer volgens het overdrachtsformulier eindigt;

3b. de geadresseerde;

4. de algemene directie van de vervoersonderneming (Intercontainer te Bazel);

5. de nationale vertegenwoordiger van de vervoersonderneming op het station van vertrek;

6. de verzender.

(artikel 427 TVo. CDW)

Zie bijlage 3 voor de routing van de exemplaren voor het overdrachtsformulier TR.

Zie bijlage 7 voor het model van het overdrachtsformulier TR.

1.2. Gebruik CIM en TR als douanedocument

Zowel de vrachtbrief CIM als het overdrachtsformulier kunnen gelden als aangifte voor douanevervoer voor goederen die met toepassing van de regeling communautair douanevervoer worden vervoerd. Dit geldt als de regeling communautair douanevervoer is voorgeschreven. Beide formulieren worden in dat geval voorzien van een zwartgroen etiket. Dit etiket wordt ook op de colli of op de wagon of container aangebracht. Het model van dit etiket is opgenomen in bijlage 58 TVo. CDW. In plaats van een etiket, kan er ook een pictogramstempel worden gebruikt (zie bijlage 4 voor een voorbeeld).

(artikel 414, 417, 428 en 432 TVo. CDW)

Bij gebruik van zowel een vrachtbrief CIM als een overdrachtsformulier TR kan gebruik worden gemaakt van ladingslijsten. Ook kunnen de goederen onder groepage worden vervoerd. Voorwaarde daarbij is wel dat er voor goederen met een verschillende status (T1, T2) verschillende ladingslijsten worden opgemaakt. Het gebruik van ladingslijsten die afwijken van het model van bijlage 45 TVo.CDW is slechts mogelijk indien hiervoor een vergunning is afgegeven door de inspecteur. Zie onderdeel 14.45.00 van dit Handboek.

(artikel 441 en 341 TVo. CDW)

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie