14.47.00 Vereenvoudigde procedures douanevervoer door de lucht
14.47.00 Vereenvoudigde procedures douanevervoer door de lucht, 27 september 2010, Versie 4
Luchtvaartmaatschappijen die daarvoor toestemming hebben gekregen, mogen voor het doen van de vereiste aangifte voor douanevervoer T gebruik maken van bestaande systemen voor gegevensuitwisseling in plaats van de manifesten zoals voorzien in de vereenvoudigde procedure niveau 1. Dit systeem voor gegevensuitwisseling kan het algemene systeem (SITA-systeem) zijn dat internationale luchtvaartmaatschappijen gebruiken, maar ook een systeem van de luchtvaartmaatschappij zelf.
Op grond van
In dit hoofdstuk worden de procedures en werkzaamheden rondom de vereenvoudigde procedure niveau 2 behandeld.
De vereenvoudigde procedure niveau 2 kan slechts toepassing vinden indien de luchtvaartmaatschappij in het bezit is van een daartoe strekkende vergunning. De algemene voorwaarden van
In deze paragraaf vindt u de volgende onderwerpen:
- aanvraag vergunning (paragraaf 3.1.1);
- voorwaarden vereenvoudigde procedure niveau 2 (paragraaf 3.1.2);
- inhoud vereenvoudigde procedure niveau 2 (paragraaf 3.1.3);
- formaliteiten bij vertrek (paragraaf 3.1.4);
- formaliteiten bij bestemming (paragraaf 3.1.5);
- beëindiging van de regeling communautair douanevervoer
(paragraaf 3.1.6);
- controle achteraf bij gebruik van de vereenvoudigde procedure niveau 2 (paragraaf 3.1.7);
- ambtelijke werkzaamheden bij gebruik T.C. 21(A) op kantoor van vertrek (paragraaf 3.1.8);
- controleprocedure op de luchthaven van vertrek (paragraaf 3.1.9);
- administratieve controle (paragraaf 3.1.10);
- vervoer onder geleide van andere douanedocumenten
(paragraaf 3.1.11).
In Nederland gevestigde luchtvaartmaatschappijen en buiten de Gemeenschap gevestigde luchtvaartmaatschappijen met een regionaal (hoofd)kantoor in Nederland dienen hun aanvraag ter verkrijging van een vergunning in bij:
Douane West,
afdeling Klantbehandeling,
Postbus 57540,
1040 BK Amsterdam
Een model van het
Na ontvangst van de aanvraag informeert Douane West de lidstaten en EVA-landen op het grondgebied waarvan de luchthavens van vertrek en bestemming zijn gelegen, over dit verzoek en vraagt of zij instemmen met een "regeling als bedoeld bij
Een model van de vergunning vereenvoudigde procedure niveau 2 is als bijlage 3 bij dit onderdeel opgenomen.
De luchtvaartmaatschappij neemt zelf contact op met de douaneautoriteiten van de luchthavens van vertrek en bestemming om hen te informeren inzake het toepassen van de vergunning. Dit moet gebeuren ruimschoots voordat de vergunning wordt gebruikt. De luchtvaartmaatschappij maakt met de lokale douane afspraken over de volgende zaken:
- het systeem van gegevensuitwisseling;
- de toegang die de douane tot dat systeem moet hebben;
- de plaats van de controles van de goederen;
- de plaats van de controles in de administratie van de luchtvaartmaatschappij;
- wie eventueel als vertegenwoordiger van de luchtvaartmaatschappij optreedt.
De luchtvaartmaatschappij wordt als aangever aangemerkt en is aansprakelijk voor betaling van de douaneschuld en andere belastingschulden die ten aanzien van de goederen zijn ontstaan.
Een vertegenwoordiger kan de vergunning ook gebruiken, maar de verantwoordelijkheid blijft bij de luchtvaartmaatschappij.
De luchtvaartmaatschappij moet, naast de algemene voorwaarden die gelden voor vereenvoudigde regelingen, aan de navolgende voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor een vergunning vereenvoudigde procedure niveau 2 (
1. De maatschappij moet een belangrijk aantal intracommunautaire vluchten uitvoeren (zie ook onderdeel 14.40.00
2. De luchtvaartmaatschappij moet veelvuldig goederen verzenden en ontvangen (zie ook onderdeel 14.40.00
3. De douane moet de activiteiten van de luchtvaartmaatschappij bij vertrek en bestemming kunnen controleren via de schriftelijke of elektronische vastlegging van gegevens van die maatschappij (zie ook onderdeel 14.40.00
4. De luchtvaartmaatschappij moet haar hele administratie ter beschikking stellen voor controle. Deze administratie bevat tenminste alle gegevens die de luchtvaartmaatschappij in de aangifte voor douanevervoer T moet vermelden alsmede alsmede alle afwijkingen en onregelmatigheden die zich met betrekking tot de betreffende zendingen voordoen.
5. De luchtvaartmaatschappij is volledig aansprakelijk voor haar verplichtingen tegenover de douane en verleent medewerking bij het oplossen van alle afwijkingen en onregelmatigheden.
(
- De luchtvaartmaatschappij bewaart in haar administratie alle bescheiden waarmee ze de status van alle zendingen kan aantonen.
- Het manifest zoals opgemaakt op de luchthaven van vertrek, dat wordt doorgezonden via het systeem voor gegevensuitwisseling, is tegelijk het manifest voor de luchthaven van bestemming.
- De luchtvaartmaatschappij vermeldt naast elke post op het manifest de bij de goederen behorende status. Dit kan zijn:
- T1;
- TF (
- TD (afkorting van Transitdocument; voor een toelichting op deze status wordt verwezen naar paragraaf 3.1.4);
- het teken "C" (gelijk aan T2L) voor goederen waarvan het communautaire karakter kan worden aangetoond;
- het teken "X" (voor uit te voeren communautaire goederen die niet onder een regeling voor douanevervoer zijn geplaatst).
het teken "C" verwijst naar communautaire goederen die onderworpen zijn aan het systeem van de intracommunautaire transacties voor de heffing van omzetbelasting of aan het systeem van Intrastat, de statistiek voor het goederenverkeer tussen de lidstaten.
het teken "X" verwijst naar goederen waarvoor een aangifte ten uitvoer is gedaan. Het is hierbij niet van belang:
- of de uitvoeraangifte is afgetekend voor het uitgaan uit de Gemeenschap en daarom niet bij het manifest gevoegd wordt,
- of dat de uitvoeraangifte niet is afgetekend voor het uitgaan uit de Gemeenschap en daarom bij het manifest gevoegd wordt.
Bij de vereenvoudigde procedure niveau 2 behoeft dus niet voor iedere status een afzonderlijk manifest te worden opgemaakt.
Daarnaast dient het manifest de volgende gegevens te bevatten:
- de naam van de luchtvaartmaatschappij die de goederen vervoert;
- het vluchtnummer;
- de datum van de vlucht;
- de naam van de luchthaven van lading (luchthaven van vertrek) en lossing (luchthaven van bestemming);
en voor elke in het manifest vermelde zending:
- het nummer van de luchtvrachtbrief (Airwaybill);
- het aantal colli;
- de gebruikelijke handelsbenaming van de goederen in voldoende nauwkeurige termen om de goederen te kunnen identificeren;
- de brutomassa.
Bij groupagevervoer wordt de handelsbenaming, zo nodig, vervangen door de vermelding "consolidation", eventueel in afgekorte vorm. In dit geval dient de gebruikelijke handelsbenaming van de goederen, te zijn vermeld op de onderliggende huisluchtvrachtbrieven (zogenoemde house airwaybills of house manifesten).
(
De luchtvaartmaatschappij vermeldt in het systeem voor gegevensuitwisseling bij de betreffende post op het manifest het teken "TD" wanneer de goederen reeds onder een douanevervoerregeling zijn geplaatst (aangifte voor douanevervoer T, Carnet ATA, en dergelijke) of in het kader van de regeling actieve veredeling, douane-entrepots of tijdelijke invoer worden vervoerd. Deze code geeft aan dat er naast het manifest sprake is van een andere aangifte. Terzake van deze aangifte is niet de luchtvaartmaatschappij verantwoordelijk maar de titularis van die aangifte.
(
De bemoeienis van de douane bij vertrek is -in beginsel- beperkt. De vereenvoudigde procedure niveau 2 wordt met name door middel van administratieve controle achteraf gecontroleerd.
De douane op de luchthaven van vertrek kan echter -al dan niet steekproefsgewijs- verlangen dat de toepassing van de procedure vooraf (vóór het laden van het luchtvaartuig) bij haar wordt gemeld door overlegging van een print van het manifest (model opgesteld volgens de vereenvoudigde procedure) of anderszins. Deze maatregel houdt verband met het eventueel instellen van een fysieke controle. De goederen mogen in die situatie niet eerder worden geladen en weggevoerd dan nadat de douane daartoe toestemming heeft verleend.
De bemoeienis van de douane bij bestemming is -in beginsel- beperkt. De vereenvoudigde procedure niveau 2 wordt met name door middel van administratieve controle achteraf gecontroleerd.
De douane op de luchthaven van bestemming kan echter -al dan niet steekproefsgewijs- verlangen dat het aanbrengen van de goederen actief bij haar wordt gemeld en dat daarbij een print van het manifest (model opgesteld volgens de vereenvoudigde procedure) wordt overgelegd. Deze maatregel houdt verband met het eventueel instellen van een fysieke controle. De goederen mogen in die situatie niet eerder uit het luchtvaartuig worden gelost en/of van de locatie van aanbrengen worden weggevoerd dan nadat de douane daartoe toestemming heeft verleend.
Als douaneambtenaar op de luchthaven van bestemming kunt u de toepassing van de vereenvoudigde procedure ook controleren aan de hand van het systeem voor gegevensuitwisseling. In dat geval handelt u als volgt:
- voer via het systeem van gegevensuitwisseling een controle uit (gebaseerd op risico-analyse); - stuur, als dat nodig is, de bijzonderheden van de manifesten aan de douane van de luchthaven van vertrek. Dit gebeurt via rechtstreekse correspondentie (raadpleeg voor de adresgegevens van de douaneautoriteiten van de de luchthaven van bestemming het Handboek Douanevervoer van de Europese Commissie); - Bevindt u verschillen dan geeft u deze altijd door aan de douaneautoriteiten van de luchthaven van vertrek; - Gebruik voor het uitwisselen c.q. verifiëren van zendinggegevens het formulier T.C. 21(A) (zie bijlage 1). In elk formulier komen de gegevens van slechts één luchtvaartuig en één vergunninghouder voor. |
De luchtvaartmaatschappij is verantwoordelijk voor de vaststelling en melding van alle afwijkingen en onregelmatigheden die zich met betrekking tot de aangifte voordoen. Zij moet die afwijkingen en onregelmatigheden doorgeven aan de douane van de luchthaven van bestemming. De luchtvaartmaatschappij moet dus zelf in de gaten houden of alle goederen uit het manifest zijn aangekomen.
Deze afwijkingen en onregelmatigheden mag de luchtvaartmaatschappij oplossen volgens de afspraak in de vergunning.
(
De regeling communautair douanevervoer is beëindigd op het moment dat de goederen:
- bij douane op de luchthaven van bestemming zijn aangebracht;
- de douane op de luchthaven van bestemming kan beschikken over het doorgezonden manifest.
De regeling communautair douanevervoer wordt beschouwd als zijnde gezuiverd indien zich met betrekking tot de goederen geen -onoplosbare- afwijkingen of onregelmatigheden hebben voorgedaan.
(
Als er na twee maanden na aankomst van de goederen op de luchthaven van bestemming nog afwijkingen of onregelmatigheden zijn, geeft de douane van de luchthaven van bestemming dit door aan de douane van de luchthaven van vertrek. De luchthaven van vertrek zal vervolgens de niet-zuiveringsprocedure en de daaraan verbonden invorderingsprocedure starten.
(
NB.
Indien wordt vastgesteld dat de onregelmatigheid zich heeft voorgedaan op de luchthaven van bestemming is dit douanekantoor heffingsbevoegd.
Periodiek controleert de douane de toepassing van de procedure. De controlemethodiek die de douane voor de vereenvoudigde procedure niveau 2 gebruikt, is de controle achteraf aan de hand van de administratie van de luchtvaartmaatschappij. Hierbij wordt het systeem van risico-analyse toegepast. De douane op de luchthaven van vertrek controleert dus achteraf de administratie. Ook de douane van de haven van bestemming voert een dergelijke controle uit en stuurt, als dat nodig is, de bijzonderheden van de manifesten naar de douane van de luchthaven van vertrek volgens de procedure als beschreven in paragraaf 3.1.8.
Er kan ook aan de hand van de manifesten van de te lossen of geloste goederen worden gecontroleerd op het beëindigen van het douanevervoer.
Ambtelijke werkzaamheden wanneer het formulier T.C 21(A) als verzoek om informatie wordt uitgezonden
Als u het formulier T.C. 21(A) wenst uit te zenden als verzoek om informatie, doet u het volgende:
- Vul de rubrieken 1,2, en 3 van het formulier in. - Houd een kopie van het formulier achter in het klantdossier. - Zend het formulier aan de luchthaven van vertrek. U kunt dat rechtstreeks doen of via: |
Ambtelijke werkzaamheden wanneer u als kantoor van vertrek een formulier T.C. 21(A) ontvangt van een kantoor van bestemming
Als u het formulier T.C. 21(A) ontvangt van een kantoor van bestemming, doet u het volgende:
- Controleer de gegevens op het formulier T.C. 21(A). Doe dit aan de hand van de commerciële administratie van de vergunninghouder. De afwijkingen komen in rubriek 4 van het formulier, de overige gegevens in rubriek 5. - Neem geen maatregelen om verschuldigde bedragen in te vorderen, tenzij er sprake is van een overtreding in het land van vertrek. In alle andere gevallen neemt de douane op de luchthaven van bestemming maatregelen. - Stuur het oorspronkelijke formulier, binnen twee maanden nadat het door de informatievragende douanekantoor is verzonden, terug naar dit douanekantoor. |
Wanneer het formulier T.C. 21(A) niet binnen 2 maanden wordt geretourneerd start de volgende procedure:

In dit hoofdstuk zijn geen nadere bepalingen opgenomen.
In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.
Degene die in strijd met wettelijke bepalingen de douaneregeling douanevervoer niet of niet tijdig beëindigt krijgt een bestuurlijke boete op grond van
Het niet voldoen aan een verplichting voortvloeiend uit een vergunning die is verleend op grond van de douanewetgeving is een beboetbaar feit (
Een onjuiste of onvolledige opgave in een manifest dat dient als aangifte voor communautair douanevervoer T is strafbaar op grond van
Het zonder ambtelijke toestemming wegvoeren van goederen of vertrekken met een vervoermiddel is strafbaar op grond van
