15.00.00 Douane-entrepots

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek Douane

15.00.00 Douane-entrepots, 27 september 2010, Versie 5

3. Goederen

In dit hoofdstuk wordt beschreven welke soorten goederen er in een douane-entrepot kunnen worden opgeslagen. Soms is het mogelijk om naast niet-communautaire goederen ook andere goederen op te slaan.

3.1. Algemeen: soorten goederen

Douane-entrepots zijn ingesteld voor de opslag van niet-communautaire goederen en van bepaalde communautaire goederen, bijvoorbeeld landbouwgoederen in het kader van prefinanciering.

In de entrepotvergunning moet zijn vermeld welke soorten goederen of groepen van goederen in het entrepot mogen worden opgeslagen. Er kunnen wettelijke of controletechnische redenen zijn om opslag in het entrepot van bepaalde soorten goederen niet toe te staan.

Voor de opslag kan onderscheid worden gemaakt als volgt:

- niet-communautaire goederen (paragraaf 3.1.1);

- communautaire goederen onder het entrepotstelsel (paragraaf 3.1.2).

Een ander onderscheid kan zijn:

a. goederen in uitgaande opslag (paragraaf 3.1.3)

b. opslag van andere communautaire goederen (paragraaf 3.1.4; zie voor opslag van bulkgoederen in dit verband ook hoofdstuk 8).

3.1.1. Niet-communautaire goederen

De volgende niet-communautaire goederen kunnen in douane-entrepot worden opgeslagen:

a. alle niet-communautaire accijnsgoederen;

b. alle niet-communautaire landbouwgoederen;

c. andere niet-communautaire goederen.

(artikel 98, lid 1, CDW)

Voor de opslag in entrepot van de niet-communautaire landbouwgoederen gelden bijzondere voorwaarden. Deze vindt u in dit Handboek, onderdeel 20.01.00.

Niet-EEG-waardige veterinaire goederen mogen niet in een open entrepot worden opgeslagen. Hiervoor komt dan ook alleen een entrepot type B in aanmerking, mits dat ambtelijk gesloten is.

(Voorschrift Veterinair, Handboek Veiligheid, Gezondheid, Economie en Milieu, nummer 20.06.00)

Onder de andere niet-communautaire goederen vallen ook de goederen in uitgaande opslag. De uitwerking daarvan is daarvoor eender als voor uitgaande opslag van communautaire goederen. Dit vindt u in de volgende paragraaf.

3.1.2. Communautaire goederen

Bij de opslag van communautaire goederen in entrepot moet onderscheid worden gemaakt tussen:

a. goederen in uitgaande opslag;

b. goederen onder het entrepotstelsel;

c. andere goederen.

          Ad a. Goederen in uitgaande opslag

Onder uitgaande opslag wordt verstaan de opslag van goederen in afwachting van hun inlading in het uitgaande vervoermiddel. Het kan daarbij gaan om goederen met:

- aangifte/document voor douanevervoer;

- aangifte ten uitvoer.

- administratief geleidedocument

Uitgaande opslag in douane-entrepot is beschreven in paragraaf 4.4.1. Goederen die door de douane voor (weder-)uitvoer zijn vrijgegeven kunnen in afwachting van hun uitgaan onder meer worden opgeslagen in een entrepot. Zij verblijven daar dan onder de regeling voor (weder-)uitvoer en kunnen binnen de geldigheidsduur van de bijbehorende aangifte worden weggevoerd met dezelfde aangifte als waarmee ze zijn aangebracht. Zij mogen maar beperkt gebruikelijke behandelingen ondergaan; zie daarvoor in hoofdstuk 7. Ook voor goederen onder de uitgaande opslag zijn fysiek douanetoezicht en fysieke douanecontroles van groot belang. Daarom is deze opslag alleen mogelijk in entrepots type B en C voor zover deze zijn gelegen binnen een voor dat toezicht aanvaardbare afstand van een douanekantoor.

(artikelen 37 en 42 Douanebesluit)

          Ad b. Goederen onder het entrepotstelsel

Opslag van communautaire goederen onder het entrepotstelsel kan alleen als die plaatsing wettelijk is toegestaan. Dat is gebeurd voor:

a. communautaire goederen die met toepassing van een regeling voor prefinanciering van de uitvoerrestitutie in het entrepot worden geplaatst;

b. communautaire landbouwgoederen in het kader van bevoorradingsdepots, mits het entrepot een goedkeuring heeft als bevoorradingsdepot; zie paragraaf 2.6.2.

(artikel 98, lid 1, CDW)

          Ad c. Goederen zonder plaatsing onder het entrepotstelsel

Naast de in Ad a. genoemde uitgaande opslag kan de inspecteur op verzoek en onder voorwaarden toestaan dat communautaire goederen in het entrepot worden opgeslagen die niet onder het entrepotstelsel komen. De goederen houden de douanestatus van communautaire goederen. In de voorraadadministratie van het entrepot moeten de aard, identiteit, hoeveelheid, douanestatus en goederenverloop duidelijk zijn vastgelegd. Deze opslag maakt het mogelijk dat de entrepotruimte optimaal kan worden benut. Deze vrij-verkeer-opslag mag ten opzichte van de entrepotopslag niet overwegen en kan alleen worden toegestaan mits het douanetoezicht daardoor niet in het gedrang komt. Ook is deze vorm van opslag mogelijk voor communautaire goederen die bestemd zijn voor:

- levering met vrijstelling van accijns en omzetbelasting aan diplomaten in Nederland,

- levering aan diplomatieke en consulaire ambtenaren in het buitenland die daar hun beroep uitoefenen,

- levering aan reizigers die vanuit Nederland vertrekken met schepen of vliegtuigen in het internationale verkeer en die de goederen in hun persoonlijke bagage meevoeren (bijvoorbeeld goederen voor tax free shops),

- bevoorrading van schepen en luchtvaartuigen in het internationale verkeer,

- bevoorrading van boor- en productieplatforms die zich bevinden buiten de territoriale zee (12-mijls-zone).

(artikel 106, lid 1, CDW; artikel 534 TVo. CDW)

Onder gezamenlijke opslag wordt verstaan de opslag van dezelfde soort goederen maar met een verschillende douanestatus in dezelfde opslagruimte. Bij deze opslag kan onderscheid worden gemaakt tussen:

- identificeerbare goederen; en

- bulkgoederen (los gestorte massagoederen of vloeistoffen).

De douanecontrole bij gezamenlijke opslag moet voorkomen dat verwisseling plaats vindt van die goederen. Daarbij moet het toezicht op alle goederen in het entrepot op eenvoudige wijze mogelijk zijn. Het controlekantoor stelt de voorwaarden voor die opslag vast.

Voor identificeerbare goederen moet de administratie van het entrepot in elk geval de gegevens bevatten van hoeveelheid en identiteit. Uit die administratie moet ook blijken op welke locatie in het entrepot de goederen zijn of worden opgeslagen.

In verband met de bijzondere aspecten bij gezamenlijke opslag van bulkgoederen, vindt u een uitgebreide behandeling in hoofdstuk 8.

De opslag van communautaire goederen die niet onder het entrepotstelsel worden geplaatst, is ook mogelijk voor de volgende soorten communautaire goederen:

a. communautaire goederen die tot de inventaris van het entrepot gaan behoren;

b. communautaire goederen die dienen voor onderhoud of reparatie van entrepot of inventaris daarvan;

c. communautaire goederen die zullen worden ge-/verbruikt bij de behandeling van de overige goederen.

(artikel 106 CDW; artikel 534 TVo. CDW)

3.2. Procedures en ambtelijke werkzaamheden

In de procedures en ambtelijke werkzaamheden bij:

- plaatsing (inslag);

- opslag;

- aanzuivering van de regeling (uitslag);

moet als volgt onderscheid worden gemaakt:

a. voor goederen onder het entrepotstelsel vindt u de procedures en ambtelijke werkzaamheden in de hoofdstukken 4 tot en met 6 hierna;

b. voor goederen die niet onder het entrepotstelsel worden geplaatst, moet de belanghebbende (de entreposeur of de entrepositaris) vooraf een schriftelijk verzoek tot opslag doen aan het controlekantoor. Deze procedure is uiteraard niet van belang bij entrepots type E. Daar moet uit de administratie de douanestatus van de daarin opgenomen goederen blijken.

In het verzoek tot opslag van goederen die niet onder de entrepotregeling worden geplaatst, moeten de volgende gegevens duidelijk zijn vermeld:

- soort van de goederen;

- de identiteitsgegevens (merken en nummers en dergelijke);

- de hoeveelheid.

Het verzoek moet in tweevoud worden ingediend.

          Ambtelijke werkzaamheden

          Als u met de behandeling van het verzoek belast bent, doet u het volgende:

          1. Beoordeel of de goederen voldoende identificeerbaar zijn.

          2. Stel extra voorwaarden bij mogelijkheid van verwisseling met opgeslagen niet-communautaire goederen.

          Voorbeeld:

          Voordat toestemming kan worden gegeven moet de belanghebbende nadere identiteitskenmerken op de goederen aanbrengen.

          3. Plaats, als aan het verzoek kan worden voldaan, een afdruk van het metalen dienststempel met uw paraaf op het verzoek.

          Vervolgens handelt u als volgt:

          4. Berg een exemplaar op in het opslagdossier dat voor het entrepot op uw kantoor aanwezig is.

          bij entrepot type B

          5. Geef een exemplaar terug aan de belanghebbende. Deze moet met dit exemplaar de met het toezicht in het entrepot belaste ambtenaar kennisgeven van de voorgenomen goederenbeweging. Daarna bewaart de belanghebbende dit exemplaar bij de entrepotadministratie. Bij de latere uitslag moet hij daarmee aan de aanwezige ambtenaar de douanestatus van de goederen aantonen.

          bij entrepots type C en D

          6. Geef een exemplaar terug aan de belanghebbende. Deze moet dit bij zijn administratie bewaren en bij controle bij in-, op- of uitslag aan de ambtenaren tonen.

          (artikel 534 TVo. CDW)

3.3. Nadere bepalingen

Dit hoofdstuk bevat geen nadere bepalingen.

3.4. Uitzonderingen

Dit hoofdstuk bevat geen uitzonderingen.

3.5. Strafbepalingen

Dit hoofdstuk bevat geen strafbepalingen.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie