15.00.00 Douane-entrepots

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek Douane

15.00.00 Douane-entrepots, 27 september 2010, Versie 5

5. Opslag

In hoofdstuk 4 is beschreven hoe de plaatsing (inslag) van goederen in het douane-entrepot in zijn werk gaat. Als de goederen eenmaal in het entrepot zijn geplaatst, begint de fase van de opslag. Deze is beschreven in dit hoofdstuk. Zij duurt tot de uitslag, die behandeld wordt in hoofdstuk 6.

Tijdens de opslag van goederen in het douane-entrepot moet de douane regelmatig controleren of de voorwaarden voor de opslag worden nageleefd. Ook moet gecontroleerd worden of er nog overeenstemming bestaat tussen de voorraadadministratie van de entreposeur en de opgeslagen goederen. Er kunnen immers verschillen zijn ontstaan.

Twee bijzondere onderwerpen die met de opslag verband houden, worden in aparte hoofdstukken behandeld. Dat zijn:

- de gebruikelijke behandelingen tijdens de opslag; deze vindt u in hoofdstuk 7;

- de gezamenlijke opslag van goederen; deze vindt u in hoofdstuk 8.

5.1. Algemeen

In deze paragraaf worden de volgende onderwerpen besproken:

- de duur van de opslag (paragraaf 5.1.1);

- vervanging van aangiften/documenten bij entrepot type B (paragraaf 5.1.2);

- inventarisatie (paragraaf 5.1.3);

- verschillen tijdens de opslag (paragraaf 5.1.4).

De douanecontrole op de goederen in het entrepot vindt plaats aan de hand van de administratie die voor een entrepot wordt bijgehouden. Hierbij wordt het volgende opgemerkt:

Type entrepot Opmerkingen
............. ..................................................

B

Bij dit type entrepot is er geen voorraadadministratie. Het controlekantoor bewaart zelf als administratieve maatregel de inslagaangiften of inslagdocumenten. Aan de hand daarvan houdt het controlekantoor toezicht op de goederen in het entrepot type B.

C, D en E

Bij deze entrepottypen voert de entreposeur zelf de voorraadadministratie. Deze administratie moet door de inspecteur zijn goedgekeurd. De entreposeur moet de administratie voeren overeenkomstig de wettelijke bepalingen en op de wijze zoals de inspecteur bij de vergunningsverlening heeft voorgeschreven.

5.1.1. Duur van de opslag

De periode van opslag van goederen in alle typen douane-entrepots is onbeperkt.

Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:

a. De douane is bevoegd om in uitzonderlijke gevallen een termijn vast te stellen waarbinnen aan de goederen een nieuwe douanebestemming moet zijn gegeven. Hierbij moet onder andere worden gedacht aan de situatie dat een entrepot wordt opgeheven (zie paragraaf 2.5.2). Te denken valt ook aan goederen die onder de regeling van de prefinanciering zijn opgeslagen (maximum opslagtermijn 6 maanden).

b. De opslagduur van goederen in uitgaande opslag wordt begrensd door de geldigheidsduur van de bij die goederen behorende aangiften/ documenten.

5.1.2. Vervanging van aangiften/documenten bij type B

Het controlekantoor kan om praktische redenen vaststellen dat de aangiften of documenten van de opgeslagen goederen moeten worden vervangen. Dit is vooral van belang voor het toezicht op opgeslagen goederen die in veel kleine partijen worden weggevoerd. Bij de vervanging stemt het controlekantoor met de entrepositaris de gegevens over de betrokken goederen af. Aldus wordt een actueel beeld verkregen. Eventuele afschrijvingsfouten kunnen worden vastgesteld en hersteld.

Als richtlijn voor de vervanging van de aangiften/documenten geldt ten hoogste een keer per jaar.

          Procedure en ambtelijke werkzaamheden

          Als u met de behandeling van het vervangen belast bent, handelt u als volgt:

          1. Deel de entrepositaris mee dat vervanging moet plaats vinden.

          2. Laat de entrepositaris zorg dragen voor vervangende aangiften en/of documenten; de gegevens daarin moeten overeenkomen met de feitelijke situatie van de goederen.

          3. Vergelijk de gegevens van de nieuwe en de oude bescheiden met elkaar.

            - bij bevinding van verschillen tussen de gegevens van het controlekantoor en die van de entrepositaris, moet u beoordelen of sprake is van een administratieve fout dan wel van een andere oorzaak;

            - een administratieve fout kunt u herstellen als er geen gevolgen zijn voor de toepassing van de wettelijke bepalingen; wanneer u dat doet, plaatst u bij de herstelling uw paraaf en afdruk van het dienststempel.

          Als er een andere reden voor het bevonden verschil is, dan hangt van de aard daarvan af, welke maatregel u moet nemen; daarbij moet u er op letten dat er zowel fiscale als niet-fiscale belangen kunnen zijn.

          4. Beoordeel welke belangen er spelen. Zo nodig moet u procedures in werking stellen voor inventarisatie, invordering, administratieve boete en/of strafrechtelijke maatregelen. U neemt deze maatregelen in beginsel voordat de vervanging plaats vindt.

          5. Aanvaard, als er overeenstemming is tussen de gegevens van het oude en het nieuwe opslagbescheid, het nieuwe opslagbescheid; doe dit door op het af te geven opslagbescheid een afdruk van het metalen dienststempel en uw paraaf te plaatsen;

          6. Teken het te vervangen bescheid bij overeenstemming af voor vervanging, waarna dit moet worden afgewerkt overeenkomstig de procedures voor de afhandeling van aangiften (zie onderdeel 12.00.00 van dit Handboek).

Zie met betrekking tot alle typen douane-entrepots voor meer informatie over bepaalde onderwerpen:

Onderwerp Paragraaf/onderdeel Handboek
.............................. ...............................

Inventarisatie

paragraaf 5.1.3

Vaststellen van de douaneschuld

28.00.00 van dit Handboek

Administratieve boete

35.00.00 van dit Handboek

Strafrechtelijke maatregelen

36.00.00 van dit Handboek

5.1.3. Inventarisatie

Tijdens de opslag kan het controlekantoor overgaan tot inventarisatie.

Inventarisatie is een controlemiddel. Inventarisatie wordt gedaan door alle in het entrepot aanwezige goederen, of een bepaald deel daarvan, op te nemen.

Bij entrepot type B wordt het resultaat daarvan vergeleken met de aangiften/documenten op het controlekantoor; bij entrepots type C, D en E wordt het resultaat daarvan vergeleken met de voorraadadministratie van de entreposeur.

Bij bevinding van verschillen zijn de aangiften/documenten c.q. is de administratie bepalend.

(artikel 515 TVo. CDW)

Inventarisatie van een douane-entrepot moet periodiek plaats vinden. In de regel is dat één keer per jaar. Voor inventarisatie moet rekening worden gehouden met het controleprogramma voor het entrepot. Onder andere afhankelijk van de risico-analyse voor het entrepot, kan daarin een andere frequentie voor de inventarisatie zijn aangegeven. Ook kan een bijzonder voorval reden zijn tot inventarisatie.

Verder is van belang dat naast de inventarisatie door het controlekantoor regelmatig wordt nagegaan of de AO/IC van de vergunninghouder tenminste nog dezelfde waarde heeft als destijds bij het verlenen van de vergunning het geval was.

          Procedure en ambtelijke werkzaamheden

U volgt voor de inventarisatiewerkzaamheden eventuele aanwijzingen van het controleprogramma. Als in het controleprogramma geen speciale aanwijzingen voor de inventarisatie zijn gegeven, kiest u tussen de volgende mogelijkheden:

a. eerst de hoeveelheid en zo nodig soort goederen opnemen en dan vergelijken met de administratie;

b. eerst uit de administratie de aanwezigheid van bepaalde goederen vaststellen en daarna de opneming verrichten.

U handelt als volgt:

1. Meld de voorgenomen inventarisatie aan de entrepositaris c.q. de entreposeur; deze moet als dat nodig is bij de inventarisatie aanwijzingen geven en medewerking verlenen.
(artikel 28 Douanewet)

2. Stel de hoeveelheden goederen vast die in het entrepot zijn (aantal colli of losse voorwerpen, bij los gestorte goederen het aantal kilogrammen of liters naar gelang van de soort van de goederen, enzovoort).

3. Let bij de opneming van goederen op de merken en nummers die op de goederen of hun verpakking voorkomen. Dit zijn de identiteitsgegevens van de goederen.

4. Vergelijk de opgenomen goederen en de gegevens die in de aangiften/documenten c.q. administratie voorkomen met elkaar. Dit kan leiden tot het vaststellen van verschil.

5. Deel bij conformbevinding dit mee aan de entrepositaris c.q. entreposeur als hij aanwezig is;
bij verschilbevinding moet in alle gevallen de entreposeur c.q. entrepositaris daarvan mededeling worden gedaan. Zie ook de volgende paragraaf.

5.1.4. Verschillen tijdens de opslag

Bij een inventarisatie kan blijken dat bepaalde goederen in het entrepot niet aanwezig zijn. Dit heet een vermis. Als blijkt dat er meer goederen aanwezig zijn dan in de administratie zijn vermeld, is sprake van een meerbevinding.

          Vermis

Bij de inventarisatie kunt u vaststellen dat er minder goederen aanwezig zijn dan in de aangiften/documenten c.q. administratie van het entrepot zijn vermeld. In dat geval is voor de ontbrekende goederen het stelsel van douane-entrepot niet op de juiste wijze beëindigd.

Vermis heeft in het algemeen twee gevolgen:

1. het niet of onvolledig aanzuiveren van het stelsel van douane-entrepot leidt tot een vermis in entrepot. Bij zo'n vermis beloopt de entreposeur een administratieve boete;
(artikel 39 Douanewet)

2. de rechten bij invoer worden alsnog verschuldigd.
(artikelen 203 en 204 CDW)

Van een vermis maakt u rapport op. Daarin vermeldt u zoveel mogelijk gegevens over de betreffende goederen, met inbegrip van de niet-fiscale belangen als die er zijn. Het rapport zendt u aan het controlekantoor.

Het controlekantoor zendt aan de entreposeur c.q. entrepositaris schriftelijk mededeling van het vermis.

Vervolgens moeten de bepalingen worden ingezet inzake:

- ontstaan van de douaneschuld (zie onderdeel 28.00.00 van dit Handboek);

- administratieve boeten (zie onderdeel 35.00.00 van dit Handboek);

- niet-fiscale bepalingen.

In ernstige gevallen (bijvoorbeeld veelvuldig voorkomen van vermissen) kan er aanleiding zijn om verdergaande maatregelen te nemen. Dit kan zelfs leiden tot intrekking van de entrepotvergunning (zie hierbij paragraaf 2.5.2). Het controlekantoor moet in een dergelijk geval alle bijzonderheden schriftelijk voorleggen aan de inspecteur.

          Overmaat

Bij de inventarisatie kan worden vastgesteld dat er meer goederen in het entrepot aanwezig zijn dan uit de aangiften/documenten c.q. administratie blijkt.

In het geval van een overmaat doet u het volgende:

1. Maak van een overmaat rapport op. Vermeld daarin zo veel mogelijk gegevens over de meer bevonden goederen.

2. Zend het rapport aan het controlekantoor.

Gevallen van overmaat:

Type entrepot Mogelijkheid tot meerbevinding Gevolgen wettelijke fictie
............. ......................... ..................

B

De mogelijkheid van overmaat is aanwezig bij dit entrepottype. Bij dit entrepot is het entrepot een gebouw, lokaal, een bepaalde ruimte en dergelijke. Bij overmaat van goederen daarin, geldt een wettelijke fictie waardoor de goederen worden aangemerkt als entrepotgoederen.
(artikel 28 Douanebesluit)

Bij dit entrepottype moet de verantwoordelijke entrepositaris daarvoor een aangifte tot plaatsing in het entrepot opmaken en indienen bij het controlekantoor.

C

De mogelijkheid van overmaat is aanwezig bij dit entrepottype. Bij dit entrepot is het entrepot een gebouw, lokaal, een bepaalde ruimte en dergelijke. Bij overmaat van goederen daarin, geldt een wettelijke fictie waardoor de goederen worden aangemerkt als entrepotgoederen.
(artikel 28 Douanebesluit)

Bij dit entrepottype moet de entreposeur de meer bevonden goederen opnemen in zijn voorraadadministratie

D

De mogelijkheid van overmaat is aanwezig bij dit entrepottype. Bij dit entrepot is het entrepot een gebouw, lokaal, bepaalde ruimte en dergelijke. Bij overmaat van goederen daarin, geldt een wettelijke fictie waardoor de goederen worden aangemerkt als entrepotgoederen.
(artikel 28 Douanebesluit)

Bij dit entrepottype moet de entreposeur de meer bevonden goederen opnemen in zijn voorraadadministratie

E

De mogelijkheid van overmaat lijkt bij het entrepot type E vrijwel alleen theoretisch mogelijk. De basis voor dit entrepottype is immers de administratie van de entreposeur. Toch komt ook bij dit entrepottype de overmaat voor. Zij gaat dan meestal niet uit van de controlerende ambtenaren maar van de entreposeur. In het kader van de eigen administratie bij dit entrepottype wordt door vergunningshouders wel gebruik gemaakt van verschillenlijsten. Als dat het geval is, kan bij de vergunningsverlening worden bepaald dat van elke verschillenlijst een kopie bij de maandelijkse aangifte wordt gevoegd. De daarop vermelde meerbevonden goederen worden geacht geëntreposeerd te zijn.
(artikel 28 Douanebesluit)

Bij dit entrepottype moet de entreposeur de meer bevonden goederen opnemen in zijn voorraadadministratie

Zo nodig kan de douane de meer bevonden goederen in bewaring nemen. De procedure hiervoor wordt beschreven in onderdeel 5.00.00 in dit Handboek.

Opgemerkt wordt dat u bij de inventarisatie van de entrepots rekening moet houden met de mogelijkheid dat andere dan de entrepotgoederen aanwezig kunnen zijn. Dit kunnen zijn:

- goederen die niet onder de regeling Douane-entrepots zijn geplaatst (zie paragraaf 3.1.2) en/of

- goederen in uitgaande opslag (zie paragraaf 3.1.2).

De douanestatus van die goederen moet de entreposeur of de entrepositaris u aantonen. Dat kan hij doen aan de hand van:

- een voor die opslag door het controlekantoor verleende goedkeuring; of

- bij de goederen behorende aangiften/documenten voor uitvoer c.q. vervoer.

5.2. Procedures en ambtelijke werkzaamheden

De belangrijkste taak van de douane bij het toezicht op de goederen in entrepotopslag, is er op toezien dat:

- geen goederen aan het entrepot worden onttrokken;

- geen handelingen met de goederen worden verricht die in strijd zijn met de wettelijke bepalingen, zowel de fiscale als de niet-fiscale bepalingen;

- de onder het stelsel geplaatste goederen blijven in de staat waarin zij bij het entrepot zijn aangebracht.

Het toezicht gebeurt in beginsel op basis van de controleprogramma's van de afzonderlijke entrepots. De douane-eenheid over het ambtsgebied waarin de entrepots zijn gevestigd, maakt hiervoor een controleplanning. In die planning wordt zowel permanent als ambulant douanetoezicht opgenomen.

          Bevinding van onregelmatigheden

U kunt bij uw werkzaamheden tot de conclusie komen dat er tijdens de opslag onregelmatigheden zijn voorgevallen. Als dat het geval is, zijn verschillende mogelijkheden open. Veel hangt af van de aard van de onregelmatigheden.

Als u van oordeel bent dat nadere maatregelen nodig zijn, moet u de volgende procedures overwegen:

Procedure Uitgewerkt in onderdeel
................................ ...............................

Vaststellen van de douaneschuld

28.00.00 van dit Handboek

Administratieve boete

35.00.00 van dit Handboek

Strafrechtelijke maatregelen

36.00.00 van dit Handboek

5.3. Nadere bepalingen

In deze paragraaf vindt u enkele andere bijzondere zaken die tijdens de opslag kunnen plaats vinden. Zo kunnen goederen tijdens de opslag in een douane-entrepot:

- tijdelijk worden uitgeslagen (paragraaf 5.3.1);

- actieve veredeling ondergaan (paragraaf 5.3.2);

- worden geplaatst onder de regeling Behandeling onder douanetoezicht (paragraaf 5.3.3).

Verder zijn in verband met het belang en de uitgebreidheid van de volgende onderwerpen, aparte hoofdstukken opgenomen voor:

a. de gebruikelijke behandelingen in douane-entrepots (hoofdstuk 7);

b. de gezamenlijke opslag van goederen die een verschillende douanestatus hebben (hoofdstuk 8).

5.3.1. Tijdelijke uitslag

Goederen in opslag in douane-entrepot kunnen in bepaalde gevallen tijdelijk uit het entrepot worden uitgeslagen. Deze mogelijkheid is met name van belang voor de toepassing van gebruikelijke behandelingen die door hun aard niet in het entrepot kunnen gebeuren, zoals bijvoorbeeld het ontsmetten van goederen door middel van gas.

Alle benodigde gegevens over de tijdelijk uitgeslagen goederen moeten in de voorraadadministratie van het entrepot zijn vermeld zodat controle op de goederen mogelijk is.

(artikel 529 TVo. CDW)

De maximale tijdsduur voor de tijdelijke uitslag is 3 maanden. In bijzondere gevallen kan deze termijn worden verlengd. Aan de mogelijkheid van tijdelijke uitslag is verbonden dat de goederen identificeerbaar zijn. Zonodig zullen daarvoor voorzieningen worden getroffen.

Zie voor de gebruikelijke behandelingen de uitwerking in hoofdstuk 7.

Voor de tijdelijke uitslag is toestemming nodig van de inspecteur. Bij verlening daarvan moeten de daarvoor gestelde voorwaarden voor het douanetoezicht worden nagekomen.

Deze bepaling geldt ook voor goederen in entrepot type E.

(artikel 110 CDW; artikel 532 TVo. CDW)

          Procedure en ambtelijke werkzaamheden

De belanghebbende moet een schriftelijk verzoek in tweevoud indienen bij het controlekantoor. Daarin moeten alle gegevens zijn vermeld die nodig zijn om het douanetoezicht op de goederen te verzekeren.

Als u met de behandeling van het verzoek belast bent, handelt u als volgt:

1. Controleer of alle benodigde gegevens (ten minste de soort van de goederen, de identiteit en de hoeveelheid) in het verzoek zijn vastgelegd.

2. Beoordeel of het verzoek kan worden ingewilligd. Er zijn nu twee mogelijkheden:

    - het verzoek kan niet worden ingewilligd. In dat geval weigert u toestemming en geeft u het verzoek terug aan belanghebbende;

    - het verzoek kan worden ingewilligd. In dat geval vermeldt u daarop de voorwaarden ter verzekering van het douanetoezicht (voorbeeld: het aanbrengen van een douanezegel, ambtelijke sluiting van het vervoermiddel en/of ambtelijke toezicht bij de te verrichten behandeling; de uiterste tijdsduur voor de tijdelijke uitslag, enzovoort).

3. Plaats een aantekening inzake uw toestemming, uw handtekening en een afdruk van het metalen dienststempel op het verzoek en geeft dit terug aan de belanghebbende.

4. Bewaar de kopie van het verzoek in het controledossier van het entrepot.

Bij de terugkeer van de goederen in het entrepot moet de entreposeur daarvan schriftelijk mededeling doen aan het controlekantoor. Daarin moet hij eventuele bijzonderheden vermelden.

5. Voeg de mededeling van terugkeer bij de kopie van de toestemming in het controledossier.

5.3.2. Actieve veredeling

In de communautaire wetgeving is het mogelijk gemaakt om goederen in het douane-entrepot te behandelen in het kader van de regeling Actieve veredeling.

(artikel 106 CDW; artikelen 536 tot en met 549 TVo. CDW)

Voor toepassing van deze mogelijkheid is vereist dat de entreposeur een afzonderlijke administratie voert voor de goederen die onder de regeling Actieve veredeling zijn geplaatst.

De procedure voor deze regeling wordt beschreven in onderdeel 16.00.00 van dit Handboek.

5.3.3. Behandeling onder douanetoezicht

In de communautaire wetgeving is het mogelijk gemaakt om goederen in het douane-entrepot te plaatsen onder de regeling Behandelingen onder douanetoezicht. Met toepassing van deze regeling kan worden bereikt dat een lager douanetarief voor invoer kan worden betaald. Dit kan wanneer de eindproducten lager belast zijn dan de grondstof of het halffabrikaat.

(artikel 106 CDW; artikelen 536 tot en met 549 TVo. CDW)

Voor toepassing van deze mogelijkheid is vereist dat de entreposeur een afzonderlijke administratie voert voor de goederen die onder de regeling Behandeling onder douanetoezicht zijn geplaatst.

De procedure voor deze regeling wordt beschreven in onderdeel 17.00.00 van dit Handboek.

5.4. Uitzonderingen

In deze paragraaf komt de entrepotverwisseling aan de orde. Onder entrepotverwisseling wordt verstaan dat de in een entrepot opgeslagen goederen naar een ander entrepot worden overgebracht zonder dat de regeling Douane-entrepot wordt beëindigd. Voor deze goederenbeweging bevat de communautaire wetgeving een speciale regeling.

Deze procedure is niet mogelijk bij entrepot type B. Bij dat type entrepot wordt bij de uitslag de opslag beëindigd. Dat moet gebeuren door middel van aangifte voor het overbrengen naar en het plaatsen in het volgende entrepot. Zie daarvoor onderdeel 12.00.00 van dit Handboek.

Over de uitslag van die goederen leest u in paragraaf 6.4; over de inslag in het nieuwe entrepot leest u in paragraaf 4.3.3.

(artikel 111 CDW; artikelen 205, 513 en bijlage 68 TVo. CDW)

5.5. Strafbepalingen

De belangrijkste strafbepalingen bij situaties die tijdens de opslag in entrepot voorkomen, zijn:

- verandering brengen aan niet-communautaire en communautaire goederen zonder toestemming van de douane;
(artikelen 42 en 82, letter f, Douanebesluit)

- het niet of niet volledig aanzuiveren van de aangifte tot plaatsing van goederen onder het entrepot type B;
(artikel 38 Douanewet)

- handelen in strijd met de bepalingen van de entrepotvergunning.
(artikel 81 Douanebesluit)

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie