15.00.00 Douane-entrepots

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek Douane

15.00.00 Douane-entrepots, 27 september 2010, Versie 5

6. Beëindiging van de entrepotregeling (uitslag)

In de vorige twee hoofdstukken zijn achtereenvolgens de onderwerpen "Plaatsing onder het stelsel (inslag)" en "Opslag" behandeld.

Dit hoofdstuk gaat over het aanzuiveren van de entrepotregeling, de uitslag. Bij uitslag verlaten de goederen het entrepot en krijgen ze een nadere douanebestemming.

Welke douanebestemmingen mogelijk zijn, vindt u in paragraaf 6.1. Paragraaf 6.2 beschrijft de procedure die daarvoor moet worden gevolgd. In de overige paragrafen worden nadere bepalingen, uitzonderingen en strafbepalingen besproken.

6.1. Algemeen

Bij beëindiging van de regeling douane-entrepot voor goederen die zijn opgeslagen in het entrepot, moet de regeling douane-entrepots worden aangezuiverd. Daaarvoor moet voor de goederen een aangifte voor de nadere douanebestemming worden gedaan. Dat kan via de normale procedure of vereenvoudigde procedures. Deze procedures worden beschreven in onderdeel 12.00.00 van dit Handboek.

De communautaire wetgeving maakt voor de goederen de volgende douanebestemmingen mogelijk. In de lijst zijn bij deze bestemmingen de decimaalnummers vermeld waaronder zij in dit Handboek worden behandeld:

De douanebestemmingen zijn:

  Douaneregeling Onderdeel Handboek
.... ..................................... ...........................

a.

Plaatsing onder een van de volgende douaneregelingen:

 
 

In het vrije verkeer brengen

13.00.00 van dit Handboek

 

Douanevervoer

14.00.00 tot en met 14.46.00 van dit Handboek, en 14.50.00 tot en met 14.80.00 van dit Handboek

 

(in een ander) Douane-entrepot

15.00.00 van dit Handboek

 

Actieve veredeling

16.00.00 van dit Handboek

 

Behandeling onder douanetoezicht

17.00.00 van dit Handboek

 

Tijdelijke invoer

18.00.00 van dit Handboek

 

Passieve veredeling

19.00.00 van dit Handboek

 

Uitvoer

20.00.00 van dit Handboek

b.

Binnenbrengen in een vrije zone of vrij entrepot

21.00.00 van dit Handboek

c..

Wederuitvoer van goederen uit het douanegebied

22.00.00 van dit Handboek

d.

Vernietiging van de goederen

22.00.00 van dit Handboek

e.

Afstand van de goederen aan de Schatkist

Deze bestemming is in Nederland nationaal niet nader uitgewerkt

(artikelen 4 en 89 CDW)

6.2. Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Voordat de goederen die onder het entrepotstelsel zijn geplaatst kunnen worden uitgeslagen, moet een aangifte worden gedaan voor de nieuwe bestemming.

(artikel 59 CDW; artikel 201 TVo. CDW)

Deze aangifte kan via de normale procedure of via een vereenvoudigde procedure worden gedaan.

De aangifte moet worden gedaan op het controlekantoor. De mogelijkheden en procedures daarvoor worden beschreven in onderdeel 12.00.00 van dit Handboek. De ambtenaar van het controlekantoor aanvaardt de aangifte als deze volledig is ingevuld. Hij kan de aangifte ook verifiëren. Door de aanvaarding van de aangifte vindt aanzuivering plaats van het entrepotstelsel.

          Ambtelijke werkzaamheden entrepots type B en C

          Als u belast bent met toezicht of controle bij een entrepot type B en C handelt u als volgt:

          1. Ga na of de aangifte door het controlekantoor is aanvaard. De aanvaarding blijkt uit de op het voor de volgende douanebestemming aan u overhandigde aangifteformulier of volgbriefje. Daarop moet het controlekantoor een registratievolgnummer, handtekening van de behandelende ambtenaar en een afdruk van het metalen dienststempel hebben aangebracht. Bij het formulier Enig document is dat in vak A.
          Er zijn nu twee mogelijkheden:

            - De aangifte is aanvaard: verleen toestemming tot uitslag uit het douane-entrepot.

            - De aangifte is niet aanvaard: verwijs de belanghebbende naar het controlekantoor.

          2. Controleer de goederen bij de uitslag en inlading; Houd hierbij in beginsel rekening houden met de controleplanning voor het entrepot.

          3. Maak voor elke uitgevoerde fysieke controle een FYCO-formulier op (zie bijlage 4).

          4. Lever dit formulier in op het controlekantoor. Aldaar moet het worden opgeborgen in het controledossier van het entrepot.

          5. Behandel de aangifte voor de nieuwe douanebestemming volgens de daarvoor geldende voorschriften; dit betekent bijvoorbeeld dat u bij de bestemming douanevervoer de aangifte/het document na inlading ambtelijk aftekent. De meest voorkomende bescheiden daarbij zijn document T en carnet TIR.

          De procedure daarvoor wordt beschreven voor:

          - communautair douanevervoer in onderdeel 14.00.00 en volgende van dit Handboek;

          - TIR-vervoer in onderdeel 14.50.00 van dit Handboek.

          6. Breng als de betreffende regeling dat nodig maakt de vereiste verzegeling aan op de colli c.q. de laadruimte(n) of het vervoermiddel waarin de wegvoering plaats zal vinden.

          7. Teken de aangebrachte verzegeling aan op de aangifte/het document.

          8. Geef de exemplaren van de aangifte of het document terug aan belanghebbende. In voorkomend geval kan bij carnet TIR de definitieve vermelding van de douanesluiting middels een briefje aan uw douanekantoor of controlekantoor worden medegedeeld. Dat is nodig wanneer om organisatorische reden de definitieve afhandeling daar moet plaats vinden. In dat geval geeft u aan de belanghebbende het sluitbriefje mee en verwijst u hem naar het douanekantoor c.q. het controlekantoor.

          9. Verleen toestemming tot wegvoering van de goederen.

          Ambtelijke werkzaamheden entrepots type C, D en E

Bij entrepots type C, D en E waar de administratie een hoog niveau heeft en waarvoor een vergunning voor toepassing van de domiciliëringsprocedure bij invoer is verleend, kan de aangifte achteraf worden gedaan. Bij deze entrepots worden de meeste goederen via deze procedure uitgeslagen en vindt de aangifte meestal maandelijks plaats. Het uitschrijven van de goederen uit de administratie geldt hier als de aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer.

De aangifte achteraf wordt bij deze procedure bij het controlekantoor ingediend. De aangifte moet voor de derde werkdag van iedere maand worden gedaan. In uitzonderingsgevallen kan dat uiterlijk op de tiende dag van de maand na de uitslag. De periodieke aangifte betreft derhalve de goederen die onder deze procedure de voorgaande maand zijn uitgeslagen.

De controle op de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de in de periodieke aangifte vermelde gegevens, wordt gedaan aan de hand van de administratie van de entreposeur. Deze procedure voor de aangifte voor het vrije verkeer wordt beschreven in onderdeel 13.00.00 van dit Handboek.

(artikelen 263 tot en met 267 TVo. CDW)

Voor goederen die niet volgens deze procedure zullen worden uitgeslagen uit entrepot type C, D of E, moet in beginsel de normale procedure worden gevolgd. In dat geval is de procedure zoals hiervoor is beschreven voor de entrepots type B, C.

Een vereenvoudiging kan zich voordoen bij toepassing van de regeling Toegelaten afzender. Hierover vindt u enige toelichting in paragraaf 6.3.3, met verwijzing naar de desbetreffende onderdelen van dit Handboek.

          Kennisgeving van uitslag

Op alle typen douane-entrepots is voor de uitslag van goederen in beginsel het kennisgevingensysteem van toepassing. Dit geldt ook voor de goederen in uitgaande opslag, bedoeld in paragraaf 6.3.1. Voor de kennisgevingen is het controleprogramma voor het entrepot van belang. Daaruit moet blijken welke fysieke aanvullende controles gedaan moeten worden.

Het kennisgevingensysteem is uitgewerkt in paragraaf 2.3.6.

(artikel 76 CDW; artikelen 266 en 273 TVo. CDW; artikelen 80 en 82 Douanebesluit)

6.3. Nadere bepalingen

In deze paragraaf komen de volgende onderwerpen aan de orde:

- Uitslag na uitgaande opslag (paragraaf 6.3.1);

- Uitslag na gezamenlijke opslag (paragraaf 6.3.2).

6.3.1. Uitslag voor uitvoer en wederuitvoer

Uitvoer is het uit het douanegebied brengen van communautaire goederen. In de communautaire douanewetgeving is de uitvoer geplaatst als een douaneregeling. De diverse mogelijkheden en hun bijzonderheden bij uitvoer (onder andere voor landbouwgoederen) zijn behandeld in dit Handboek, de onderdelen 20.00.00 tot en met 20.07.00.

Wederuitvoer is de douanebestemming waaronder niet-communautaire goederen na hun eerdere binnenkomst in het douanegebied weer uit dat gebied worden weggevoerd. Bij die binnenkomst zijn de goederen onder een douaneregeling geplaatst, die door de wederuitvoer moet worden aangezuiverd. De wederuitvoer is in dit handboek behandeld in dit Handboek, onderdeel 22.00.00.

Deze paragraaf handelt over de uitslag na opslag in een douane-entrepot en beziet zowel de uitslag voor uitvoer als die voor wederuitvoer.

Beide groepen goederen kunnen in afwachting van de uitvoer c.q. wederuitvoer worden opgeslagen in douane-entrepots. Bij uitvoer is dat uitgaande opslag waarbij goederen weliswaar in entrepot liggen maar niet onder de regeling douane-entrepots. Bij wederuitvoer is dat in het algemeen wel opslag onder de regeling douane-entrepots.

          Uitslag met bestemming uitvoer

De uitslag en wegvoering van uit te voeren goederen vindt plaats met het exemplaar nummer 3 van de aangifte ten uitvoer. Van de uitslag moet tijdig vooraf kennis worden gegeven aan de douane die daarop controles kan uitvoeren in overeenstemming met het controleprogramma voor het entrepot. Zie hiervoor onder andere paragraaf 2.3.6.

          Uitslag met bestemming wederuitvoer

Ook in dit geval is het kennisgevingssysteem van toepassing, dat wil dus ook hier zeggen dat tijdig vooraf aan de douane gemeld moet zijn welke goederen zullen worden uitgeslagen.

Bij de uitslag en wegvoering van wederuitvoergoederen zijn de mogelijkheden als volgt:

a. de goederen bevinden zich nog onder een andere regeling dan douane-entrepot omdat ze voor een tussenstop (bijvoorbeeld in verband met overlading) naar het kantoor van bestemming of kantoor van uitgang kortstondig in het entrepot zijn ondergebracht. De uitslag kan dan plaats vinden met het bij de goederen behorende document T1/T2, mits dat nog geldig is.

b. de goederen bevinden zich onder de regeling douane-entrepots.

Uitslag kan dan plaats vinden na daartoe gedane aangifte. Dat kan met een document voor communautair douanevervoer (T1 of carnet TIR). In dat geval worden de goederen onder de regeling voor extern communautair douanevervoer geplaatst en wordt de entrepotregeling daarmee beëindigd.

Uitslag van entrepotgoederen naar derdelanden wordt aangeduid als wederuitvoer. Het is mogelijk om de wederuitvoer en het vervoer naar het kantoor van uitgang vanuit entrepots type C, D en E te laten plaats vinden onder de regeling voor douane-entrepot. In dat geval behoeven de procedures voor het communautair douanevervoer niet te worden toegepast. Wel is het vooral in verband met de soort van de goederen mogelijk dat de zekerheid van het entrepot moet worden verhoogd.

(artikel 512, lid 3, TVo. CDW)

Het gebruik van de entrepotregeling voor de wederuitvoer moet zijn toegestaan in de entrepotvergunning. Met gebruik van deze regeling kunnen de wederuitvoergoederen na kennisgeving aan de douane zonder verdere douaneformaliteiten van het entrepot naar het kantoor van uitgang worden gebracht. Op het door het kantoor van uitgang te behandelen bescheid voor wederuitvoer stelt de entreposeur in het rood de aantekenintg "Ret Exp, artikel 512(3) Verordening 2454/93". Bij gebruik van het formulier Enig document stelt hij deze aantekening in vak 44. Pas bij het kantoor van uitgang wordt dan de aangifte voor de wederuitvoer gedaan. De entrepotregeling wordt in dit geval beëindigd doordat de goederen het douanegebied daadwerkelijk hebben verlaten. Als bewijs daarvan geldt de voor het uitgaan door het kantoor van uitgang gestempelde kopie van het formulier EX3 Enig document of van het handels- of administratief document. De entreposeur moet dit bewijsstuk bij de voorraadadministratie bewaren.

Omdat bij deze vereenvoudigingsprocedure niet een vervoerszekerheidstelling maar de entrepotzekerheid van toepassing is, kan voor sommige goederensoorten een verhoging daarvan noodzakelijk zijn. Zie hiervoor paragraaf 2.5.5.

(artikelen 76, 161 en 182 CDW; artikelen 273, 512, en 841 TVo. CDW; artikelen 80 en 82 Douanebesluit)

          Ambtelijke werkzaamheden

          1. Ga na of het uitslagdocument T1/T2 nog geldig is en of de eventueel eerde verleende vervoerstermijn naar het kantoor van bestemming / uitgang nog niet is beëindigd. De uiterste datum is vermeld in vak A, C of D/J. Als geen aparte geldigheidsduur in vak A is vermeld, geldt een geldigheidsduur van 1 maand na de afgiftedatum van de T1/T2 die is genoemd in vak A of C. Wanneer de geldigheidsduur is verstreken moet de belanghebbende voor het doen van een nieuwe aangifte worden verwezen naar het controlekantoor.

          2. Als aan u een geldig document T1/T2 is overhandigd, verleent u toestemming tot uitslag uit het entrepot. Voor zover dat nog niet is gebeurd plaatst u in vak D, rekening houdend met een voor het transport feitelijk benodigde tijdsduur, de datum waarop het vervoer moet zijn beëindigd.

          3. Controleer de goederen bij uitslag en inlading in het vervoermiddel. Houd daarbij rekening met de controleplanning van uw douane-eenheid. Besteed bij deze controle bijzondere aandacht aan de identiteitsgegevens van de goederen (merken, nummers en dergelijke). Dit heeft tot doel om verwisseling van goederen te voorkomen.

          4. Bij bevinding van verschillen vermeldt u deze in vak 56 op de exemplaren nummer 4 en 5 van het document T1/T2 c.q. op de achterzijde van exemplaar nummer 3 van de aangifte ten uitvoer c.q. in vak 27 van het carnet TIR.

          5. Plaats bij deze aantekeningen uw handtekening, naam en een afdruk van het metalen dienststempel. Daarna verwijst u belanghebbende naar het controlekantoor c.q. het douanekantoor. Dit dient te beoordelen of de aangifte/het document nog kan dienen voor het verder vervoer dan wel moet worden vervangen door een nieuwe aangifte/document omdat de verschillen de toegestane spelingen te boven gaan. De bepalingen of een aangifte/document waarbij zich verschillen voordoen ten opzichte van de bijbehorende goederen nog aanvaardbaar is, worden behandeld in onderdeel 12.00.00 van dit Handboek.

          6. Maak voor elke uitgevoerde fysieke controle een FYCO-formulier op (zie bijlage 4).

          7. Lever dit formulier in op het controlekantoor. Aldaar moet het worden opgeborgen in het controledossier van het entrepot.

          Let op:

          8. Van bevonden verschillen in een aangifte ten uitvoer die is gedaan door een Nederlandse exporteur moet het controlekantoor een renseignering zenden aan de eenheid Ondernemingen van de Belastingdienst waaronder die exporteur ressorteert. Als u hiermee belast bent, zendt u aan die eenheid de volgende bescheiden:

            - een (foto-)kopie van het exemplaar nummer 3 van de uitvoeraangifte en

            - een fotokopie van het FYCO-formulier.

          9. Na de uitslag en inlading met geldige aangifte / document, vult u in:

            - de vakken 55 en F op de exemplaren nummer 4 en 5 van het document T1/T2;

            - de achterzijde van exemplaar nummer 3 van de aangifte ten uitvoer;

            - het carnet TIR. Als om organisatorische reden de afhandeling van carnet TIR plaats vindt op uw douanekantoor of controlekantoor, vult u het sluitbriefje voor het carnet TIR in.

          10. Plaats bij de invulling uw handtekening, naam en een afdruk van het metalen dienststempel.

          11. Geef, na eventuele ambtelijke sluiting van laadruimte of vervoermiddel, de aangifte /het document terug aan belanghebbende. Voor zover nodig verwijst u belanghebbende voor de afhandeling van een carnet TIR nog naar het douanekantoor c.q. het controlekantoor.

          12. U verleent toestemming tot vertrek van de goederen.

          13. Bij gebruik van de procedure waaronder wederuitvoergoederen vanaf de locatie van een entrepotvergunninghouder onder zijn entrepotregeling naar het kantoor van uitgang worden gebracht alwaar de aangifte voor wederuitvoer wordt gedaan, ziet u na behandeling van de aangifte er op toe dat de goederen het douanegebied verlaten. Als bewijs voor het uitgaan kan de vergunninghouder verzoeken om afstempeling van exemplaar nummer 3 van die aangifte of een daarvoor in de plaats gesteld ander document of handelsbescheid. Over uw bevinding plaatst u aantekening, stempel en uw handtekening. De vergunninghouder moet zorg dragen dat hij dit bewijs bij zijn administratie bewaart ten behoeve van controle op de aanzuivering van de entrepotregeling.

De procedure is hiermee voltooid; de goederen mogen worden weggevoerd.

6.3.2. Uitslag na gezamenlijke opslag

Bij uitslag na gezamenlijke opslag kan de niet-communautaire of communautaire douanestatus van de goederen naar keuze van de belanghebbende worden aangegeven voor de nieuwe bestemming. Het zal duidelijk zijn dat de belanghebbende daarbij moet blijven binnen de hoeveelheden die met een bepaalde douanestatus waren opgeslagen.

(artikel 534 TVo. CDW)

6.3.3. Regeling toegelaten afzender

Met name bij de entrepots type C, D en E is er een extra mogelijkheid tot vereenvoudiging bij verzending van goederen onder douaneverband: de regeling toegelaten afzender. Daarvoor is een administratie nodig die aan de douane voor controle voldoende waarborgen biedt.

Als de administratie van het entrepot ook daarvoor voldoende waarborgen bevat voor het douanetoezicht, kan de inspecteur die vergunning verlenen.

De regeling voor toegelaten afzender wordt behandeld in onderdeel 14.45.00 van dit Handboek.

6.4. Uitzonderingen

Bijzondere vormen van uitslag uit douane-entrepot zijn die bij entrepotverwisseling en de tijdelijke uitslag.

6.4.1. Uitslag bij entrepotverwisseling

In deze paragraaf komt de entrepotverwisseling aan de orde bij entrepots type B en voor zover daarvoor geen gebruik wordt gemaakt van de vereenvoudigde procedure voor het overbrengen als bedoeld in de paragrafen 2.5.5. en 4.3.3. bij de entrepots type C, D en E. In dit geval wordt de entrepotregeling wel worden onderbroken. Bij de uitslag en wegvoering van de goederen moet dan de regeling voor extern communautair douanevervoer worden toegepast en moet voor de uitslag een geldig T1 document worden aangeboden.

(artikel 111 CDW)

          Ambtelijke werkzaamheden

          De ambtelijke werkzaamheden zijn gelijk aan die vermeld in paragraaf 6.3.1.

6.4.2. Tijdelijke uitslag

Voor goederen waarvoor onder de regeling douane-entrepot toestemming is verleend tot tijdelijke uitslag moet de vergunninghouder bij de uitslag desgevraagd die vergunning tonen. Daarin is onder andere vermeld aan welke voorwaarden bij de tijdelijke uitslag moet zijn voldaan, waaronder de toepassing van het kennisgevingssysteem bij de uitslag en het al dan niet aanwezig zijn van identiteitsgegevens (bijvoorbeeld merken en nummers op de goederen). Zie voor de regeling tijdelijke uitslag ook paragraaf 5.3.1.

(artikel 532 TVo. CDW)

          Ambtelijke werkzaamheden

          Als u bij het entrepot belast bent met toezicht en controle gaat u bij de tijdelijke uitslag aan de hand van de door de vergunninghouder aan u te overhandigen vergunning na of aan de voorwaarden (bijvoorbeeld de aanwezigheid van merken en nummers op de goederen voor identiteitshandhaving) wordt voldaan.

          Bevindt u onregelmatigheden dan treedt u voor eventueel te nemen maatregelen in overleg met uw douane-eenheid.

6.5. Strafbepalingen

De belangrijkste strafrechtelijke bepalingen met betrekking tot de uitslag zijn:

- uitslag en lading van goederen uit een douane-entrepot zonder dat de vereiste aangifte is gedaan;
(artikel 46 Douanewet)

- onjuiste of onvolledige gegevens voor de aangifte voor de aanzuivering van het stelsel van douane-entrepots;
(artikel 48 Douanewet)

- uitslag en lading van goederen uit douane-entrepot zonder toestemming van de douane;
(artikel 82, letter a, Douanebesluit)

- achterwege laten van kennisgeving van de voorgenomen uitslag en lading uit douane-entrepot;
(artikel 82, letter b, Douanebesluit)

- de entreposeur die handelt in strijd met de bepalingen van de verleende vergunning, krijgt een administratieve boete.
(artikel 81 Douanebesluit)

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie