15.00.00 Douane-entrepots

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek Douane

15.00.00 Douane-entrepots, 27 september 2010, Versie 5

7. Gebruikelijke behandelingen

7.1. Algemeen: gebruikelijke behandelingen

Hoofdregel is dat tijdens de entrepotopslag goederen moeten blijven in de staat waarin zij zijn aangebracht. Toch staat de communautaire wetgeving bepaalde behandelingen tijdens het verblijf van de goederen in douane-entrepot toe. Deze behandelingen worden aangeduid als gebruikelijke behandelingen. Essentieel is dat de behandelingen het risico van fraude met de goederen niet mogen vergroten. Mede daarom is vooraf schriftelijke aanvraag en toestemming van de douane voor de behandelingen nodig.

Hierbij kunnen voorwaarden worden gesteld die de juiste toepassing van de wettelijke bepalingen moeten waarborgen. Dat is onder andere opgave van het tijdstip waarop een gebruikelijke behandeling zal plaats vinden. Verder moet de belanghebbende er voor zorgen dat de voorraadadministratie de situatie van de goederen steeds juist weergeeft, zoals bijvoorbeeld de nieuw aangebrachte merken en nummers op de goederen of hun verpakking. Een lijst van de door de communautaire wetgeving genoemde gebruikelijke behandelingen vindt u als bijlage 2 bij dit onderdeel van dit Handboek.

(artikel 109 CDW; artikelen 531, 533 en bijlage 72 TVo. CDW)

Bij gebruikelijke behandellingen als mengen is het van belang dat de goederen na de behandeling niet meer op eenvoudige wijze kunnen worden teruggebracht in de vorige staat. In dat geval zou dan de behandeling immers weer ongedaan worden gemaakt. In de regel valt het reguliere gebruik van de wettelijke mogelijkheden niet onder het begrip fraude. Zo hoeft niet als fraude te worden aangemerkt dat door de gebruikelijke behandeling een tariefvoordeel wordt bereikt. Voorbeelden daarvan zijn:

- waardevermindering bij denaturering van goederen;

- verspringing van tariefpost mits dat voor die behandeling wettelijk is toegestaan;

- wegvallen van de antidumpingheffing door de behandeling.

Voor uitvoergoederen die in afwachting van hun uitgaan in douane-entrepot zijn opgeslagen, zijn op grond van het Douanebesluit eveneens bepaalde behandelingen mogelijk. Deze zijn beperkter dan voor goederen die zijn geplaatst onder de entrepotregeling. Zij zijn genoemd in paragraaf 3.1.2.

(artikel 42 Douanebesluit)

De paragraafindeling van dit hoofdstuk wijkt af van de standaard paragraafindeling van het Handboek.

7.1.1. Andere behandelingen

Opgemerkt wordt dat in de ruimte van het entrepot nog andere behandelingen dan de gebruikelijke behandelingen kunnen voorkomen. Die behandelingen vinden echter niet plaats onder het stelsel van douane-entrepots.

Het zijn behandelingen onder de volgende douaneregelingen:

- actieve veredeling;

- behandeling onder douanetoezicht

Bij toepassing van die regelingen in de ruimte van een entrepot, moet de entreposeur de goederen overbrengen van de entrepotadministratie naar een afzonderlijke administratie voor die regelingen. Dat gebeurt via een aangifte voor de betreffende regeling.

De aangifteprocedure daarvoor wordt beschreven in onderdeel 12.00.00 van dit Handboek.

De procedures voor de regelingen Actieve veredeling en Behandeling onder douanetoezicht worden beschreven in respectievelijk onderdeel 16.00.00 en 17.00.00 van dit Handboek.

7.2. Strekking van de gebruikelijke behandelingen

Gebruikelijke behandelingen zijn behandelingen die strekken tot:

a. bewaring van de goederen in goede staat;

b. tot verbetering van de presentatie of handelskwaliteit;

c. ter voorbereiding op de distributie of wederverkoop.

Voor toepassing van gebruikelijke behandelingen moet de belanghebbende vooraf een schriftelijk verzoek om goedkeuring indienen bij de douane. Daarin moet hij vermelden welke behandelingen hij de goederen wil laten ondergaan en met welk oogmerk. Behandelingen die er alleen toe dienen om bijvoorbeeld een lager douanetarief te bereiken waarbij na de entrepotopslag de goederen (soms zelfs weer op eenvoudige wijze) in hun oude staat zullen worden teruggebracht, zijn in wezen niet een gebruikelijke behandeling als bedoeld in de communautaire douanewetgeving.

(artikel 109 CDW)

Of de meerwaarde door gebruikelijke behandelingen moet worden begrepen in de douanewaarde van invoergoederen hangt af van omstandigheden. Als de douanewaarde gebaseerd is op de werkelijke prijs van goederen die gebruikelijke behandelingen hebben ondergaan in entrepot type D, dan hoeft de meerwaarde niet in de douanewaarde bij beëindiging van de entrepotopslag te zijn opgenomen. Bij type D is immers basis de situatie (soort, waarde en hoeveelheid) van de goederen op het tijdstip van hun plaatsing in het entrepot.

Bij entrepots type B, C en E hoeft alleen voor onder letter a vallende behandelingen de meerwaarde niet te worden inbegrepen in de douanewaarde mits de kosten daarvan te onderkennen zijn. Maar wel moet in de douanewaarde bij de beëindiging van de opslag de meerwaarde van de onder de letters b en c vallende behandelingen worden begrepen, tenzij in het vooraf benodigde verzoek ook verzocht is om van die regel af te mogen zien.

(artikelen 109 en 112 CDW)

7.3. Goederensoorten en behandelingen

De goederensoorten waarmee gebruikelijke behandelingen mogen plaatsvinden zijn:

a. niet-communautaire goederen (met inbegrip van niet-communautaire landbouwgoederen);
(artikel 109 CDW)

b. communautaire goederen die onder het stelsel van douane-entrepots zijn geplaatst en waarop maatregelen van toepassing zijn die aan uitvoer zijn verbonden;
(artikel 109 CDW)

De gebruikelijke behandelingen van niet-communautaire goederen zijn genoemd in bijlage 2 bij dit onderdeel van het Handboek. Uitspraken in specifieke zaken van het daarvoor bevoegde EU-Comité Communautair douanewetboek zijn voorbeeldsgewijs en als toelichting op de wettelijke bepaling opgenomen in een bijlage bij bijlage 2.

Een verzoek om gebruikelijke behandelingen toe te mogen passen, moet de specifieke gegevens bevatten over de goederen en over de voorgenomen werkzaamheden, zoals:

- partijgegevens / identiteitsgegevens over de goederen

- oude kenmerken

- nieuwe kenmerken

- aanvangstijden van de behandeling

- plaats van de behandeling

- reden van de behandeling

- bestemming na de behandeling.

Voor de behandeling van veterinaire goederen gelden altijd de volgende algemene voorwaarden:

1. Een verzoek om toestemming voor ompakken, verpakken en/of het veranderen van merken van deze goederen wordt door de douane pas behandeld als de bevoegde veterinaire dienst (in Nederland in het algemeen de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees) daarvoor zijn goedkeuring heeft gegeven. Dat moet blijken uit een stempel van die dienst en een handtekening van degene die de goedkeuring gaf.

2. Als op de verpakking de hierna genoemde gegevens zijn vermeld, moeten deze op de nieuwe verpakking worden overgenomen, te weten:

- de oorsprong

- productie en producent

- gezondheid

- kwaliteit

- houdbaarheid

- verpakkings-/productiedatum

- uiterste verkoopdatum.

Deze vermeldingen mogen op de nieuwe verpakkingen slechts in afmetingen voorkomen die evenredig zijn aan die op de oude verpakkingen, zodat bijvoorbeeld niet een schijnbaar andere oorsprong ontstaat.

Er kan geen toestemming worden gegeven voor het aanbrengen van gegevens die niet voor de Nederlandse douane aantoonbaar zijn, zoals bijvoorbeeld het toevoegen van een uiterste consumptiedatum.

3. Aanvullende aanduidingen mogen geen verwarring geven.
Voorbeelden hiervan zijn:

- bij herverpakken mag wel gebruikt worden "repacked" maar niet "packed";

- bij wederuitvoer mag wel gebruikt worden "re-exported" maar niet "exported".

          Gebruikelijke behandelingen bij uitgaande opslag

Gebruikelijke behandelingen van goederen in uitgaande opslag zijn slechts heel beperkt toegestaan. Aan de goederen zelf mag niets gebeuren. Het mag alleen gaan om:

- vervanging van verpakkingsmiddelen,

- splitsen van colli,

- verandering van merken en/of nummers van de colli,

- verpakken van losse of gestorte goederen,

- ontpakken van goederen die normaliter gestort worden aangeboden,

- onderzoek en bemonstering.

(Douanebesluit artikel 42)

7.3.1. Producten verkregen door vermenging

          Geen nieuw product

Uitgangspunt bij gebruikelijke behandelingen is dat er geen nieuwe producten mogen ontstaan. Bij vermenging wil dat zeggen dat er geen stof mag ontstaan die een heel ander karakter heeft dan de oorspronkelijke stoffen. In dat geval zou er meer gebeuren dan het verbeteren van de kwaliteit.

          Voorbeeld:

Het mengen van methanol met butylalcohol, zodanig dat het product niet meer kan dienen voor dezelfde doeleinden als methanol of butylalcohol is niet toegestaan als gebruikelijke behandeling.

Wel mogen goederen in het kader van gebruikelijke behandelingen op een standaardkwaliteit worden gebracht.

          Voorbeeld:

Het op octaangehalte brengen van benzine.

          Toerekening herkomst/oorsprong

Bij producten die verkregen zijn door vermenging kunnen herkomst en oorsprong van de goederen van belang zijn.

Hierbij geldt voor de herkomst het volgende:

Bij mengsels van niet-communautaire goederen met communautaire goederen kan aan het verkregen goed de douanestatus niet-communautair dan wel communautair worden toegekend. Dat kan naar rato van de gebruikte hoeveelheden. Als mengeenheid dient de eenheid waarin de goederen gewoonlijk worden verhandeld (kg, liter, enzovoort).

          Voorbeeld:

Uit samenvoeging van 10.000 liter niet-communautaire benzine en 2.000 liter communautaire tertiaire butylalcohol kan 12.000 liter benzine ontstaan. Daarvan kan aan 10.000 liter de niet-communautaire douanestatus en aan 2.000 liter de communautaire status worden toegekend.

In dit voorbeeld kan voor 2.000 liter benzine een herkomstbescheid worden afgegeven. Daarbij wordt ingetrokken een eventueel voorafgaand herkomstbescheid voor 2.000 liter butylalcohol.

Voor de oorsprong geldt dat het oorsprongsbegrip in de verschillende preferentieregelingen onlosmakelijk met de goederen verbonden is. Een eventuele preferentiële oorsprong van één van de bestanddelen van een mengsel, kan door het mengen verloren gaan.

7.4. Procedure en ambtelijke werkzaamheden

Voor het verrichten van een gebruikelijke behandeling is toestemming nodig van de douane.

De belanghebbende moet een schriftelijk verzoek in tweevoud indienen bij het controlekantoor. Daaruit moet blijken:

- om welke goederen het gaat met vermelding van de identiteitsgegevens (merken en nummers) van die goederen;

- de plaats van de goederen en met welk document zij zijn opgeslagen in het entrepot type B c.q. in de administratie van het entrepot type C, D of E zijn opgenomen;

- wat de bestaande toestand van de goederen is;

- welke behandeling wordt gewenst;

- wanneer de werkzaamheden zullen plaats vinden;

- in welke toestand de goederen zullen zijn na de behandeling.

Als door de behandeling de goederencode zal wijzigen, moet dit uit het verzoek blijken. De belanghebbende moet in dat geval de bestaande en de nieuwe goederencode vermelden.

Als de belanghebbende toestemming heeft gekregen voor de behandeling, moet hij vòòr aanvang van de werkzaamheden voor het volgende zorg dragen:

Type entrepot Zorg dragen dat
............. .....................................................

B

- de ter plaatse toezichthoudende ambtenaar in kennis is gesteld van de gebruikelijke behandeling;

- desgevraagd de schriftelijke toestemming aan de ter plaatse toezichthoudende ambtenaar ter inzage wordt overhandigd.

C, D en E

- de werkzaamheden zijn ingeschreven in het register van kennisgevingen. Bij controle van het entrepot moet hij dit register en de in zijn bezit zijnde schriftelijke toestemming ter inzage aan de controlerende ambtenaar overhandigen.

          Ambtelijke werkzaamheden

          Als u op het controlekantoor met de behandeling van het verzoek bent belast, handelt u als volgt:

          1. Beoordeel aan de hand van bijlage 2 of de gevraagde behandeling kan worden toegestaan. Er zijn nu twee mogelijkheden:

            - De behandeling kan niet worden toegestaan: weiger toestemming en geef het verzoek terug aan belanghebbende;

            - De behandeling kan wel worden toegestaan: voorzie het verzoek van uw aantekening voor toestemming. Vermeld daarbij eventueel te stellen voorwaarden. Plaats daarbij uw handtekening en een afdruk van het metalen dienststempel.

          Let op:

          De belanghebbende moet in het geval datde gebruikelijke behandeling op verschillende tijdstippen zal worden voortgezet, tijdig en per tijdstip de kennisgeving daarvan aan de douane doen. Dit is belangrijk voor het uit te oefenen douanetoezicht.

          2. Geef een exemplaar van de toestemming aan de belanghebbende. Deze moet het exemplaar bewaren bij zijn administratie. Desgevraagd moet hij het ter inzage overhandigen aan controlerende ambtenaren.

          3. Houd het andere exemplaar achter op het controlekantoor. Ga na aan de hand van het controleprogramma van het entrepot of fysieke controle nodig is. Er zijn nu weer twee mogelijkheden:

            - Fysieke controle is niet uitdrukkelijk nodig en u heeft geen bijzondere aanleiding voor fysieke maatregelen hebt gevonden: berg het exemplaar in het controledossier van het entrepot.

            - Fysieke controle moet wel worden verricht: stel de daarmee belaste ambtenaren op de hoogte van de voorgenomen behandeling.

          Als u belast bent met toezicht in en/of controle van het douane-entrepot, geldt het volgende:

          4. Zie er op toe dat in het entrepot geen behandeling plaatsvindt:

            - waarvoor geen toestemming door de douane is verleend of

            - die niet overeenkomstig de verleende toestemming is.

Verder geldt:

Soms is het van belang dat de situatie van de goederen na afloop van de gebruikelijke behandelingen ambtelijk wordt vastgesteld. Het controlekantoor zal daarvan aantekening stellen op de schriftelijke toestemming. Bij de kennisgeving vooraf zal de belanghebbende u daar om vragen.

U doet dan het volgende:

- Stel na afloop van de werkzaamheden op de schriftelijke toestemming uw bevindingen.

- Plaats daarbij uw handtekening en een afdruk van het dienststempel.

- U geeft de aldus behandelde toestemming terug aan de belanghebbende.

De belanghebbende moet zorgen dat de toestemming daarna bij het controlekantoor wordt ingeleverd. Eventuele nieuwe aantallen, merken en nummers moeten in de bij de goederen behorende aangiften/documenten en entrepotvoorraadadministratie zijn vermeld.

Het controlekantoor voegt na terugontvangst de schriftelijke toestemming in het controledossier van het entrepot.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie