15.00.00 Douane-entrepots

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek Douane

15.00.00 Douane-entrepots, 27 september 2010, Versie 5

8. Gezamenlijke opslag

8.1. Algemeen

Onder gezamenlijke opslag wordt verstaan de opslag in dezelfde opslaginrichting van goederen die gelijksoortig zijn maar waarvan de douanestatus verschilt. Met douanestatus wordt bedoeld of sprake is van niet-communautaire goederen dan wel van communautaire goederen.

(artikel 4 CDW)

De communautaire wetgeving maakt gezamenlijke opslag in douane-entrepots mogelijk onder voorwaarde dat het douanetoezicht niet in het gedrang komt.

(artikel 106 CDW; artikel 534 TVo. CDW)

Deze mogelijkheid voor entrepots is gegeven om te voorzien in een economische behoefte. De omvang van de opslag in het entrepot van de communautaire goederen mag echter niet overwegen. Dat betekent dat het entrepot niet voortdurend en in hoofdzaak gebruikt mag worden voor de opslag van communautaire goederen en de opslag van niet-communautaire goederen slechts bijkomstig is.

Onderscheid kan worden gemaakt tussen:

a. goederen waarvan de opslag gebeurt in stuks, colli en dergelijke. Deze goederen zijn vooral door merken en nummers op de goederen zelf of op hun verpakking, steeds te identificeren.

b. goederen waarvan door de aard of door de wijze van opslag de identiteit en/of de douanestatus niet meer op ieder moment is vast te stellen. Voorbeeld: opslag van partijen minerale oliën in één opslagtank.

In alle gevallen moeten de gegevens over de gezamenlijke opslag in de voorraadadministratie van het entrepot zijn vermeld zodat controle op de douanestatus van de aanwezige goederen mogelijk is.

(artikel 529 TVo. CDW)

De paragraafindeling van dit hoofdstuk wijkt af van de standaard paragraafindeling van het Handboek.

8.2. Gezamenlijke opslag stukgoederen

De gezamenlijke opslag van stukgoederen is voor de douane controleerbaar aan de hand van de identiteitsgegevens. Daaronder worden verstaan de merken en nummers die op goederen of op hun verpakkingen zijn aangebracht. Deze gegevens moeten in aangiften en documenten worden vermeld.

Type entrepot Gegevens
............. ......................................................

B

Bij dit type entrepot blijven deze gegevens voor de douane bewaard in de na inslag op het controlekantoor ingeleverde aangiften/documenten.

C, D en E

Bij deze entrepottypen moeten de identiteitsgegevens bij de inslag worden opgenomen in de administratie van het entrepot.

8.3. Gezamenlijke opslag massagoederen

De meeste goederen zijn herkenbaar doordat op de goederen zelf of op hun verpakkingen identiteitsgegevens voorkomen (merken, nummers, namen, adressen, enzovoort). Maar die zijn niet altijd aanwezig. Bij bepaalde goederensoorten vinden vooral onverpakt vervoer en opslag plaats, zoals bijvoorbeeld bij chemicaliën, vloeistoffen, gassen, granen, enzovoort Dit gebeurt veelal in bijzondere opslagmiddelen, zoals opslagtanks en silo's.

Om diverse redenen (onder andere milieu, energievoorziening en energiebesparing) hebben de communautaire wettelijke bepalingen voor deze goederen de gezamenlijke opslag mogelijk gemaakt. Daarbij gaat echter de douanestatus van elke afzonderlijke druppel of korrel verloren. Bij die opslag wordt daarom de douanestatus verbonden aan de partijen goederen zoals zij voorkomen in de administratie van het entrepot. Vereist is bij deze opslag dat het gaat om gelijkwaardige goederen.

(artikel 534 TVo. CDW)

8.3.1. Gelijkwaardige goederen

De gezamenlijke opslag van partijen los gestorte goederen is alleen toegestaan als de goederen gelijkwaardig zijn. Hiervoor stellen de wettelijke bepalingen de volgende voorwaarden:

a. de goederen vallen onder dezelfde onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur; en

b. de goederen hebben dezelfde handelskwaliteit en technische kenmerken.

De vermenging van de partijen goederen onder deze omstandigheden is in beginsel niet bezwaarlijk.

Er kunnen evenwel bijzondere bepalingen zijn die gezamenlijke opslag verhinderen of waar gezamenlijke opslag een mogelijke fiscaal recht zou doorkruisen. Voorbeeld: preferentiële bepalingen die alleen toepasbaar zijn op een specifieke partij goederen.

In zo'n geval zou de preferentie verloren kunnen gaan ondanks de gelijkwaardigheid van goederen.

(artikel 534 TVo. CDW)

8.3.2. Olie en olieproducten

Ook voor de gezamenlijke opslag in entrepot van olie en olieproducten geldt de eis van gelijkwaardigheid. Vanwege de grote verscheidenheid van goederen in deze sector is voor gelijkwaardigheid aansluiting gezocht bij de in het handelsverkeer gebruikelijke elementen. Het betreft de benamingen, kwaliteitsnormen en technische kenmerken van deze goederen. De aldus verkregen criteria zijn verwerkt in de GN-code, opgenomen in de gecombineerde nomenclatuur van de EG.

Voor de gezamenlijke opslag kunnen als gelijkwaardig worden beschouwd de producten die onder dezelfde GN-code zijn in te delen.

Voor bepaalde soorten aardoliën en producten daarvan gelden aanvullende criteria. De opslag van deze goederen vindt plaats in tanklocaties. Meestal zijn de tanks onderling met elkaar verbonden. Bij deze goederensoorten is voor de vaststelling van de douanestatus bepalend de begrenzing van de tanklocatie. Bij deze opslag is het mogelijk om gelijkwaardige partijen uit de diverse tanks met elkaar te verwisselen onder voorwaarde dat het gaat om goederen van dezelfde eigenaar, die zich bevinden op dezelfde locatie. De belanghebbende moet de douanestatus kunnen aanwijzen. Er kan voor deze verwisseling dus niet vooruitgelopen worden op de komst van goederen die elders zijn of nog onderweg zijn.

De locatie moet in dit verband een afgesloten werkgebied zijn. Dit gebied kan bestaan uit een of meer aaneengesloten kadastrale percelen die in gebruik zijn bij dezelfde vergunninghouder. Als door dit werkgebied een openbare weg loopt, is dat geen belemmering voor het aanmerken als één locatie.

In verband met de eis dat de goederen gelijkwaardig moeten zijn, is vastgesteld welke soorten aardolie en aardolieproducten voor de gezamenlijke opslag als gelijkwaardig worden aangemerkt. Zie hiervoor bijlage 3. Dit brengt mede dat in de administratie van de entrepots de soorten oliën en olieproducten moeten blijken volgens de vermelding in de vorengenoemde bijlage.

8.3.3. Landbouwgoederen

De algemene bepaling is dat goederen met prefinanciering in beginsel van gezamenlijke opslag zijn uitgesloten. Deze regel geldt wanneer niet meer onmiddellijk kan worden vastgesteld welke de douanestatus van de goederen is, zoals bij gezamenlijke opslag in silo's en tanks het geval is. Toch zijn er een aantal specifieke landbouwregelingen waardoor het mogelijk is dat de gezamenlijke opslag toch wordt toegestaan.

Onder voorwaarde dat zij niet samen worden opgeslagen met interventiegoederen, zijn dat de volgende goederensoorten:

Goederensoorten GN-post/hoofdstuk
.............................. ..............................

witte suiker

GN-post 17019910

onverwerkte granen

GN-hoofdstuk 10

rijst (met uitzondering van breukrijst)

GN-post 1006

meel van tarwe

GN-post 1101

roggemeel

GN-post 1102

mout

GN-post 1107

aardappelzetmeel

GN-post 1108

8.3.4. Toerekening douanestatus massagoederen

Bij de uitslag moet de entreposeur of de entrepositaris aangeven met welke douanestatus een hoeveelheid goederen wordt uitgeslagen. Die hoeveelheid kan niet groter zijn dan de hoeveelheid goederen met die douanestatus die zich in het entrepot bevindt op het tijdstip van de aanzuivering. De voorraadadministratie moet een juiste toepassing van deze regel waarborgen.

(artikel 534 TVo. CDW)

Voorbeeld:

In een tank is opgeslagen 10.000 liter niet-communautaire zwavelzuur en 5.000 liter communautair zwavelzuur. Bij de uitslag uit de tank kan dan voor maximaal 5.000 liter zwavelzuur aanspraak worden gemaakt op de communautaire status.

          Verschillen

Bij toepassing van gezamenlijke opslag kunnen verschillen zijn ontstaan. Dat kan bijvoorbeeld doordat goederen verloren gaan of verdampen. In dat geval wordt het verlies van de niet-communautaire goederen vastgesteld en erkend in verhouding tot de totaal opgeslagen hoeveelheden op het tijdstip van het verlies. De toerekening vindt dus verhoudingsgewijs plaats.

(artikel 534 TVo. CDW)

8.4. Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Voor de gezamenlijke opslag moet de entreposeur toestemming hebben gekregen van de inspecteur of de door hem aangewezen ambtenaren.

De entreposeur moet daarvoor een schriftelijk verzoek in tweevoud bij het controlekantoor indienen. Het verzoek moet alle bijzonderheden bevatten die voor het douanetoezicht van belang zijn.

(artikel 106 CDW; artikelen 529, 534 TVo. CDW)

De gegevens die het verzoek moet bevatten zijn ten minste:

- de soort van de goederen met vermelding van de GN-code;

- de hoeveelheid (colli, aantal stuks, kg, liters, meters, enzovoort);

- de identiteitsgegevens (merken en nummers op de goederen of op hun verpakkingen);

- de locatie van de goederen in het entrepot.

Afhankelijk van de omstandigheden kan een toestemming worden verleend of worden geweigerd (bijvoorbeeld bij onaanvaardbare fiscale of niet-fiscale risico's).

Verlening van de toestemming kan per voorval of doorlopend gebeuren. Zelfs kan een toestemming worden opgenomen in de entrepotvergunning.

1. Bij weigering tekent u op het verzoek de reden van weigering aan en geeft u een exemplaar van het verzoek terug aan de belanghebbende.

2. Bij toestemming maakt u hiervan aantekening op het verzoek. Plaats daarbij uw handtekening en een afdruk van het metalen dienststempel.

3. Geef een exemplaar van de toestemming terug aan de entreposeur; deze moet dit bewaren bij zijn administratie.

4. Berg het andere exemplaar in het controledossier van het entrepot.

Als u belast bent met controle bij een entrepot waarin gezamenlijke opslag plaats vindt is voor u het volgende van belang:

5. De belanghebbende bij de goederen of de entreposeur moet u desgevraagd aantonen welke douanestatus goederen hebben;

6. Controleer de juistheid van de gegevens. Doe dit aan de hand van de merken, nummers en/of voorraadadministratie. Deze controle kunt u zowel tijdens inslag, opslag als bij de uitslag uitvoeren;

7. Zie er op toe dat de voor de gezamenlijke opslag gestelde voorwaarden worden nagekomen. Dit betreft met name voorwaarden om de mogelijkheid van verwisseling tegen te gaan.

8. Als de voorwaarden niet worden nagekomen, rapporteert u hierover aan het controlekantoor. In overleg met het controlekantoor moet worden besloten welke maatregelen ter zake nodig zijn.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie