18.00.00 Tijdelijke invoer
18.00.00 Tijdelijke invoer, 12 april 2010, versie 6
Dit hoofdstuk bevat aanwijzingen voor het gebruik van regeling tijdelijke invoer ingeval van wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden.
Let op
Ingeval van wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden gelden naast de "douanebepalingen" ook zoals die ter zake van de
De wettelijke bepalingen zijn opgenomen in boekwerk Wetgeving Veiligheid, Gezondheid, Economie en Milieu.
In deze paragraaf vindt u de volgende onderwerpen:
- bron (paragraaf 5.1.1);
- reikwijdte (paragraaf 5.1.2);
- registreren of toebehoren (paragraaf 5.1.3);
- gebruiken (paragraaf 5.1.4);
- vervoeren (paragraaf 5.1.5);
- verhuren (paragraaf 5.1.6);
- personen in de Gemeenschap (paragraaf 5.1.7);
- natuurlijke personen in de Gemeenschap (paragraaf 5.1.8);
- reserveonderdelen, toebehoren en normale uitrusting (paragraaf 5.1.9);
- aanzuiveringstermijn (paragraaf 5.1.10).
De volledige vrijstelling van rechten bij invoer voor wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden is gebaseerd op de
Onder "wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden" wordt verstaan het gebruik van wegvoertuigen voor het vervoer van personen - onder bezwarende titel, of voor het industriële of commerciële vervoer van goederen - al dan niet onder bezwarende titel. Industrieel vervoer van goederen zonder bezwarende titel is bijvoorbeeld het vervoer van goederen in een fabriek en/of op een fabrieksterrein met eigen bedrijfsvoertuigen.
Wegvoertuigen die buiten het douanegebied van de Gemeenschap zijn gebruikt, dienen in de Gemeenschap ook als wegvoertuigen te worden gebruikt. Wegvoertuigen die tot een handelsvoorraad behoren of die zijn bestemd voor bijvoorbeeld verkopen of afleveren kunnen niet worden begrepen onder wegvoertuigen die voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt.
(
Wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden moeten buiten het douanegebied van de Gemeenschap zijn geregistreerd op naam van een persoon of toebehoren aan een persoon die buiten de Gemeenschap is gevestigd.
(
Wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden dienen te worden gebruikt door personen die buiten het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd. Zie verder de paragrafen 5.1.7 en 5.1.8.
(
Wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden mogen uitsluitend voor vervoer in het douanegebied van de Gemeenschap worden gebruikt dat aanvangt of eindigt buiten de Gemeenschap. Deze wegvoertuigen mogen voor intern verkeer worden gebruikt voor zover dat in de vervoersvoorschriften zoals die ter zake van exploitatie en toelating is toegestaan. Onder intern verkeer wordt verstaan het vervoer van personen of goederen die in het douanegebied van de Gemeenschap instappen of worden ingeladen en in dat gebied weer uitstappen of worden uitgeladen (
(
Wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden van een verhuurbedrijf dat in het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd kunnen aan personen buiten dat douanegebied worden verhuurd voor zover de wegvoertuigen binnen een termijn van maximaal acht dagen na de datum van inwerkingtreding van de verhuurovereenkomst de Gemeenschap worden wederuitgevoerd.
(
Personen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd kunnen gebruik maken van aanhangwagens (bedrijfswagens, opleggers, en dergelijke) voor zover die zijn gekoppeld aan wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden die in de Gemeenschap zijn geregistreerd. Wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden die in verband met een noodsituatie worden aangewend kunnen ook door personen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd worden gebruikt gedurende een termijn van maximaal vijf dagen. Personen die zijn gevestigd in het douanegebied van de Gemeenschap kunnen wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden van een verhuurbedrijf gebruiken voor zover de voertuigen binnen een termijn van maximaal vijf dagen de Gemeenschap worden wederuitgevoerd.
(
In buitengewone omstandigheden kan worden toegestaan dat wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden incidenteel of voor een beperkte periode worden gebruikt door personen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd.
(
In
Natuurlijke personen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd kunnen gebruik maken van wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden die in dienst zijn van de eigenaar of gemachtigd zijn door de eigenaar welke is gevestigd buiten het douanegebied van de Gemeenschap. Particulier gebruik van deze wegvoertuigen kan worden toegestaan voor zover dit in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen.
Het gebruik van wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden door deze natuurlijke personen kan in het kader van de regeling tijdelijke invoer worden beperkt ingeval van systematisch gebruik.
(
In
Volledige vrijstelling van rechten bij invoer kan ook worden verleend voor reserveonderdelen, toebehoren en normale uitrusting als deze worden gebruikt voor herstellen en onderhouden (waaronder revisie, afstellen en bewaren in goede staat of behouden in de vereiste technische staat) van de onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste wegvoertuigen. De reserveonderdelen, toebehoren en normale uitrusting moeten bij de wegvoertuigen zijn gevoegd.
Onder toebehoren en uitrusting van wegvoertuigen wordt bijvoorbeeld aangemerkt een radiotoestel of mobilofooninstallatie, telefooninstallatie, schok-, temperatuur- of vochtigheidsmeter en andere bijzondere uitrusting voor bijvoorveeld het beheer van radioactieve of andere gevaarlijke stoffen. Ook benodigdheden om goederen te stouwen, te borgen of te beschermen kunnen hieronder worden gerangschikt.
(
De regeling tijdelijke invoer wordt ingeval van wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden in principe aangezuiverd binnen een termijn die noodzakelijk is voor het doel waarvoor de goederen onder de regeling zijn gesteld.
(
U verricht de volgende werkzaamheden:
Ingeval van wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden moet in het bijzonder worden vastgesteld of de identiteit kan worden gehandhaafd aan de hand van onder meer kenteken- of registratiebewijzen, herkenningstekens en andere identificatiemiddelen, zoals handels- en administratieve bescheiden c.q. de bedrijfsadministratie. |
In dit hoofdstuk zijn geen nadere bepalingen opgenomen.
In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.
Zie voor de strafbare feiten paragraaf 2.5.
