18.00.00 Tijdelijke invoer

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboeken

Handboek Douane

18.00.00 Tijdelijke invoer

Handboek Douane

18.00.00 Tijdelijke invoer, 12 april 2010, versie 6

7. Spoorwegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden

Dit hoofdstuk bevat aanwijzingen voor het gebruik van regeling tijdelijke invoer ingeval van spoorwegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden.

7.1. Algemeen

In deze paragraaf vindt u de volgende onderwerpen:

- bron (paragraaf 7.1.1);

- reikwijdte (paragraaf 7.1.2);

- registreren of toebehoren (paragraaf 7.1.3);

- gebruiken (paragraaf 7.1.4);

- vervoeren (paragraaf 7.1.5);

- personen in de Gemeenschap (paragraaf 7.1.6);

- reserveonderdelen, toebehoren en normale uitrusting (paragraaf 7.1.7);

- aanzuivering (paragraaf 7.1.8);

- aanzuiveringstermijn (paragraaf 7.1.9).

7.1.1. Bron

De volledige vrijstelling van rechten bij invoer voor spoorwegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden is gebaseerd op de artikelen 554, eerste alinea en 558, 559 en 562 TVo. CDW.

7.1.2. Reikwijdte

Onder "spoorwegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden" wordt verstaan het gebruik van spoorwegvoertuigen voor het vervoer van personen - onder bezwarende titel, of voor het industriële of commerciële vervoer van goederen - al dan niet onder bezwarende titel.

Spoorwegvoertuigen die buiten het douanegebied van de Gemeenschap zijn gebruikt, dienen in de Gemeenschap ook als spoorwegvoertuigen te worden gebruikt. Spoorwegvoertuigen die tot een handelsvoorraad behoren of die zijn bestemd voor bijvoorbeeld verkopen of afleveren kunnen niet worden begrepen onder spoorwegvoertuigen die voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt.

(artikel 555, lid 1, letter a, TVo. CDW)

7.1.3. Registreren of toebehoren

Spoorwegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden moeten buiten het douanegebied van de Gemeenschap zijn geregistreerd op naam van een persoon of toebehoren aan een persoon die buiten de Gemeenschap is gevestigd.

(artikel 558, lid 1, letter a, TVo. CDW)

7.1.4. Gebruiken

Spoorwegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden dienen te worden gebruikt door personen die buiten het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd. Zie verder paragraaf 7.1.6.

(artikel 558, lid 1, letter b, TVo. CDW)

7.1.5. Vervoeren

Spoorwegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden mogen worden gebruikt voor zowel het vervoer dat aanvangt of eindigt buiten het douanegebied van de Gemeenschap als het intern verkeer in het douanegebied van de Gemeenschap. Onder intern verkeer wordt verstaan het vervoer van personen of goederen die in het douanegebied van de Gemeenschap instappen of worden ingeladen en in dat gebied weer uitstappen of worden uitgeladen (artikel 555, lid 1, letter c, TVo. CDW).

(artikel 558, lid 1, letter c, TVo. CDW)

7.1.6. Personen in de Gemeenschap

Personen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd kunnen gebruik maken van spoorwegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden ingeval van samenwerkingsovereenkomsten waarbij is overeengekomen dat van deze voertuigen op de wederzijdse spoorwegsystemen gebruik kan worden gemaakt.

(artikel 559, letter a, TVo. CDW)

In artikel 4, lid 2, CDW is aangegeven wanneer sprake is van personen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd.

Voorbeelden van de samenwerkingsovereenkomsten zijn de volgende overeenkomsten:

- EUROP-overeenkomst;

- INTERCONTAINER-overeenkomst.

            EUROP-overeenkomst

De zogenaamde Europ-overeenkomst kan worden aangemerkt als zo'n overeenkomst tot gezamenlijk gebruik. Bij deze overeenkomst mogen de spoorwegvoertuigen van een aantal maatschappijen in het douanegebied van de Gemeenschap worden gebruikt, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

- de spoorwegvoertuigen moeten zijn voorzien van de aanduiding "EUROP";

- deze aanduiding moet zijn aangebracht in een omlijnde ruimte boven het gebruikelijke eigendomsmerk en het nummer van de spoorwegvoertuigen.

            INTERCONTAINER-overeenkomst

Voor het containervervoer is er ook een overeenkomst gesloten voor het gemeenschappelijk gebruik van containers en van platte spoorwegvoertuigen. De zogenaamde INTERCONTAINER-overeenkomst kan ook worden aangemerkt als een overeenkomst tot gezamenlijk gebruik. De spoorwegvoertuigen moeten dan wel zijn voorzien van de aanduiding "INTERCONTAINER".

7.1.7. Reserveonderdelen, toebehoren en normale uitrusting

Volledige vrijstelling van rechten bij invoer kan ook worden verleend voor reserveonderdelen, toebehoren en normale uitrusting als deze worden gebruikt voor herstellen en onderhouden (waaronder revisie, afstellen en bewaren in goede staat of behouden in de vereiste technische staat) van de onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste spoorwegvoertuigen. De reserveonderdelen, toebehoren en normale uitrusting moeten bij de spoorwegvoertuigen zijn gevoegd.

Onder toebehoren en uitrusting van spoorwegvoertuigen wordt bijvoorbeeld aangemerkt verbindingsapparatuur, beveiligingsapparatuur, schok-, temperatuur- of vochtigheidsmeter en andere bijzondere uitrusting voor bijvoorveeld het beheer van radioactieve of andere gevaarlijke stoffen. Ook benodigdheden om goederen te stouwen, te borgen of te beschermen kunnen hieronder worden gerangschikt.

(artikel 555, lid 2, TVo. CDW)

7.1.8. Aanzuivering

De regeling tijdelijke invoer kan ook worden gezuiverd als spoorwegvoertuigen in het kader van samenwerkingsovereenkomsten van dezelfde soort en vergelijkbare waarde worden uitgevoerd of wederuitgevoerd.

(artikel 584 TVo. CDW)

7.1.9. Aanzuiveringstermijn

De regeling tijdelijke invoer wordt ingeval van spoorwegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden in principe aangezuiverd binnen een termijn van maximaal twaalf maanden.

(artikel 562, letter a, TVo. CDW)

7.2. Procedures en ambtelijke werkzaamheden

U verricht de volgende werkzaamheden:

Ingeval van spoorwegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden moet in het bijzonder worden vastgesteld of de identiteit kan worden gehandhaafd aan de hand van onder meer registratiebewijzen, herkenningstekens en andere identificatiemiddelen, zoals handels- en administratieve bescheiden c.q. de bedrijfsadministratie.

7.3. Nadere bepalingen

In dit hoofdstuk zijn geen nadere bepalingen opgenomen.

7.4. Uitzonderingen

In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.

7.5. Strafbepalingen

Zie voor de strafbare feiten paragraaf 2.5.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie