18.00.00 Tijdelijke invoer
18.00.00 Tijdelijke invoer, 12 april 2010, versie 6
Dit hoofdstuk behandelt de termijnen die bij de regeling tijdelijke invoer in acht moeten worden genomen. Ook wordt ingegaan op het verlengen van deze termijnen.
In deze paragraaf vindt u de volgende onderwerpen:
- algemene termijnen (paragraaf 34.1.1);
- bijzondere termijnen (paragraaf 34.1.2).
De regeling tijdelijke invoer wordt beëindigd door binnen een termijn de invoergoederen uit het douanegebied van de Gemeenschap weder uit te voeren of daaraan een andere douanebestemming te geven. Deze termijn wordt vastgesteld met inachtneming van de tijd die nodig is om het doel van het gebruik van de tijdelijk invoer te bereiken.
Invoergoederen mogen zich in principe 24 maanden onder de regeling tijdelijke invoer in de Gemeenschap bevinden. Deze termijn geldt als de totale termijn waarin de goederen door dezelfde vergunninghouder voor hetzelfde doel mogen worden gebruikt, en geldt ook als de goederen, nadat de regeling tijdelijke invoer is aangezuiverd door het plaatsen van die goederen onder een andere schorsende douaneregeling, opnieuw onder de regeling tijdelijke invoer worden geplaatst.
De termijn van 24 maanden kan op verzoek van belanghebbende worden verlengd voor de tijdsduur dat de goederen niet daadwerkelijk worden gebruikt.
(
Een kortere termijn kan in overleg met belanghebbende worden vastgesteld. Een langere termijn kan op verzoek van belanghebbende worden toegestaan in bijzondere omstandigheden. Hieronder worden gebeurtenissen verstaan als gevolg waarvan goederen voor een langere periode onder de regeling tijdelijke invoer moeten verblijven voor het realiseren van het doel waarvoor de goederen onder de tijdelijke invoer zijn gebracht. Die langere termijn moet redelijk zijn gelet op dat doel.
(
In het kader van de tijdelijke invoer moet een termijn in acht worden genomen waarbinnen de goederen mogen worden gebruikt. De algemeen geldende termijn hiervoor kan op verzoek van belanghebbende worden verkort of verlengd (zie paragraaf 34.1.1).
Hierna zijn de goederensoorten opgenomen waarbij echter in principe een bijzondere aanzuiveringstermijn moet worden gehanteerd:
- wegvoertuigen voor particuliere doeleinden met bijzondere kentekens binnen de volgende termijnen:
- ingeval van personen die buiten de Gemeenschap zijn gevestigd: binnen een termijn van maximaal zes maanden;
- ingeval van natuurlijke personen die in de Gemeenschap zijn gevestigd: binnen een termijn van maximaal drie maanden;
(zie paragraaf 6.1.8)
- wegvoertuigen voor particuliere doeleinden binnen de volgende termijnen:
- ingeval van studenten; de periode voor de studie in de Gemeenschap;
- ingeval van personen met opdrachten; de periode voor de opdracht in de Gemeenschap, en
- ingeval van andere personen en omstandigheden; maximaal zes maanden;
(zie paragraaf 6.1.10)
- spoorwegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden; binnen een termijn van maximaal twaalf maanden (zie paragraaf 7.1.9);
- luchtvaartuigen voor particuliere doeleinden; binnen een termijn van maximaal zes maanden (zie paragraaf 8.1.11);
- zeevaartuigen en vaartuigen voor binnenwateren voor particuliere doeleinden; binnen een termijn van maximaal achttien maanden (zie paragraaf 9.1.11);
- goederen die op grond van een koopovereenkomst worden ingevoerd onder de voorwaarde dat de goederen eerst zullen worden verkocht na het uitvoeren van proeven voorzover de resultaten door de koper en/of een derde als bevredigend worden aangemerkt; binnen een termijn van maximaal zes maanden (zie paragraaf 23.1.4);
- vervangende productiemiddelen; binnen een termijn van maximaal zes maanden (zie paragraaf 25.1.4);
- goederen op proef die de afzender wenst te verkopen en de geadresseerde na onderzoek kan besluiten te kopen; binnen een termijn van maximaal twee maanden (zie paragraaf 26.1.6);
- goederen onder bijzondere omstandigheden zonder economische gevolgen; binnen een termijn van maximaal drie maanden (zie paragraaf 27.1.5);
- provisie, scheepsbehoeften, brandstoffen en smeermiddelen in vaartuigen en luchtvaartuigen voor particuliere doeleinden; binnen een termijn van maximaal achttien maanden en maximaal zes maanden (zie paragraaf 29.1.4).
In deze paragraaf zijn de volgende onderwerpen opgenomen:
- verlenging van de termijn van wederuitvoer (paragraaf 34.2.1);
- verlenging van de termijn van wederuitvoer achteraf (paragraaf 34.2.2).
Verlenging van de termijn van wederuitvoer kan zich voordoen bij de volgende situaties:
- een vergunning op aangifte;
- een schriftelijke vergunning.
Een verzoek om verlenging van de termijn van wederuitvoer moet in principe worden ingediend voordat de vastgestelde termijn is verstreken.
Als de omstandigheden dit rechtvaardigen kan echter ook na het verstrijken van deze termijn een verlenging daarvan worden toegestaan. Voor deze gevallen wordt verwezen naar paragraaf 34.2.2 (Verlenging achteraf).
De vergunninghouder die de in zijn vergunning opgenomen termijn van wederuitvoer wil verlengen, moet hiervoor een verzoek indienen bij het controlekantoor. Dit is voor vergunningen die schriftelijk zijn afgegeven (zie hoofdstuk 35) het in de vergunning genoemde controlekantoor. Voor de vergunningen die op aangifte zijn afgegeven (zie hoofdstuk 35) is dat het kantoor Heerlen Huskensweg (proces zuivering). Het verzoek moet schriftelijk en met redenen omkleed worden ingediend. Als de omstandigheden dit rechtvaardigen wordt de termijn verlengd.
Om de termijn van wederuitvoer te verlengen, doet u het volgende: - stel vast dat de oorspronkelijke termijn is verstreken; - beoordeel of de omstandigheden een verlenging van de termijn rechtvaardigen; - verleng de termijn tot de tijd die nodig is om de invoergoederen weder uit te voeren; - maak de wijziging van de termijn aan de vergunninghouder bekend door deze een wijzigingsbeschikking toe te zenden; - voeg een afschrift van de wijzigingsbeschikking in het klantdossier. |
Verlenging achteraf van de termijn van wederuitvoer kan zich voordoen bij de volgende situaties:
- een vergunning op aangifte;
- een schriftelijke vergunning.
De vergunninghouder die de in zijn vergunning opgenomen termijn van wederuitvoer wil verlengen, moet hiervoor een verzoek indienen bij het controlekantoor. Dit is voor vergunningen die schriftelijk zijn afgegeven (zie hoofdstuk 35) het in de vergunning genoemde controlekantoor. Voor de vergunningen die op aangifte zijn afgegeven (zie hoofdstuk 35) is dat het kantoor Heerlen Huskensweg (proces zuivering). Het verzoek moet schriftelijk en met redenen omkleed worden ingediend. Als de omstandigheden dit rechtvaardigen wordt de termijn verlengd.
Om de termijn van wederuitvoer achteraf te verlengen, doet u het volgende: - stel vast dat de oorspronkelijke termijn is verstreken; - beoordeel of de omstandigheden een verlenging van de termijn rechtvaardigen; - verleng de termijn tot de tijd die nodig is om de invoergoederen weder uit te voeren; - maak de wijziging van de termijn aan de vergunninghouder bekend door deze een wijzigingsbeschikking toe te zenden; - voeg een afschrift van de wijzigingsbeschikking in het klantdossier. |
Gevolgen van de verlenging van de termijn van wderuitvoer
Bij de tijdelijke invoer is reeds een douaneschuld ontstaan op het moment dat de oorspronkelijke termijn van wederuitvoer is verstreken. De invoergoederen hebben immers niet binnen de termijn van wederuitvoer een nadere douanebestemming gevolgd; de vergunninghouder heeft daarmee niet voldaan aan de verplichtingen van de douaneregeling waaronder zij zijn geplaatst (
Dit kan reeds aanleiding zijn geweest om de rechten bij invoer na te vorderen. Als voor het bedrag van de douaneschuld al een uitnodiging tot betaling is verzonden waarop door de vergunninghouder betaling heeft plaatsgevonden, dan heeft de verlenging van de termijn van wederuitvoer tot gevolg dat moet worden overgegaan tot terugbetaling van het bedrag aan rechten bij invoer.
(
In dit hoofdstuk zijn geen nadere bepalingen opgenomen.
In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.
Zie voor de strafbare feiten paragraaf 2.5.
