18.00.00 Tijdelijke invoer

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboeken

Handboek Douane

18.00.00 Tijdelijke invoer

Handboek Douane

18.00.00 Tijdelijke invoer, 12 april 2010, versie 6

35. Vergunning

In dit hoofdstuk leest u op welke wijze een aanvraag voor een vergunning kan worden ingediend en een vergunning kan worden verleend in het kader van de regeling tijdelijke invoer. Ook worden de eisen van de (hoofd)boekhouding en administratie toegelicht.

            Let op

Voor wat betreft het gebruik van een carnet ATA of een carnet CDP China - Taiwan als vergunning wordt u verwezen naar hoofdstuk 38.

35.1. Algemeen

In deze paragraaf vindt u de volgende onderwerpen:

- inleiding (paragraaf 35.1.1);

- aanvrager (paragraaf 35.1.2);

- aanvragen vergunningen (paragraaf 35.1.3);

- verlenen vergunningen (paragraaf 35.1.4);

- bevoegdheden douane-autoriteiten (paragraaf 35.1.5);

- aanvraag vergunning op mondelinge aangifte of voorgeschreven handeling (paragraaf 35.1.6);

- aanvraag vergunning op aangifte (paragraaf 35.1.7);

- aanvullend bescheid (paragraaf 35.1.8);

- aanvraag vergunning model (schriftelijke vergunning) (paragraaf 35.1.9);

- aanvraag grensoverschrijdende vergunning model (schriftelijke vergunning) (paragraaf 35.1.10);

- geldigheidsduur vergunningen (paragraaf 35.1.11);

- terugwerkende kracht vergunningen (paragraaf 35.1.12);

- wijzigen of verlengen vergunningen (paragraaf 35.1.13);

- beschikking vergunningen weigeren, verlenen, intrekken, wijzigen of verlengen (paragraaf 35.1.14);

- bestemming volgen na geldigheidsduur vergunning (paragraaf 35.1.15);

- identiteitsmaatregelen (paragraaf 35.1.16);

- hoofdboekhouding, boekhouding en administratie (paragraaf 35.1.17).

35.1.1. Inleiding

Ingeval van de economische douaneregeling tijdelijke invoer is een vergunning vereist.

(artikel 85 CDW)

Een vergunning hiervoor kan slechts worden afgegeven als is voldaan aan het volgende:

- personen moeten zorgdragen voor de voorwaarden voor een goed verloop van het gebruik;
(artikel 86, eerste streepje, CDW)

- douane-autoriteiten moeten toezicht en controle kunnen uitoefenen op de regeling zonder dat administratieve maatregelen moeten worden genomen die niet in verhouding staan tot de economische behoeften;
(artikel 86, tweede streepje, CDW)

- nadere voorwaarden die voor het gebruik van de regeling zijn gesteld moeten in de vergunning worden opgenomen;
(artikel 87, lid 1, CDW)

- feiten en omstandigheden die wijzigen nadat een vergunning is afgegeven moeten aan de douane-autoriteiten worden medegedeeld in het bijzonder als deze gevolgen hebben voor de handhaving van de vergunning;
(artikel 87, lid 2, CDW)

- zekerheid kan worden geëist als waarborg voor de betaling van de douaneschuld die ter zake van de goederen eventueel kan ontstaan. Een bijzondere zekerheid kan worden geëist. Overbrengen van goederen in het kader van de tijdelijke invoer moet plaatsvinden met een aanvullende zekerheid (zie ook de hoofdstukken 36 en 37).
(artikel 514 TVo. CDW)

In Nederland wordt zekerheid gesteld. De procedures rondom het stellen - en het eventueel matigen - van de zekerheid staan vermeld in onderdeel 27.00.00, Zekerheid voor het bedrag van de douaneschuld van dit Handboek.

(
artikel 88 CDW)

Ingeval van de volgende goederensoorten behoeft geen zekerheid te worden gesteld:

- materiaal van spoorweg-, luchtvaart-, scheepvaartmaatschappijen en postbedrijven in internationaal verkeer, welk materiaal is voorzien van herkenningsteken of andere identificatiemiddelen (zie hoofdstukken 7, 8 en 9);

- materiaal voor hulpverlening bij rampen (zie hoofdstuk 12);

- medisch, chirurgisch en laboratoriummateriaal (zie hoofdstuk 13);

lege verpakkingen voorzien van herkenningstekens of andere identificatiemiddelen (zie hoofdstuk 20);

- goederen die van de ene vergunninghouder aan de andere vergunninghouder zijn overgedragen en worden overgebracht voor zover het goederen betreft die mondeling worden aangegeven of geacht worden te zijn aangegeven (zie paragraaf 35.1.6 en hoofdstuk 40).

(artikel 581, lid 1, TVo. CDW en bijlage 77 TVo. CDW)

35.1.2. Aanvrager

Een vergunning tijdelijke invoer kan alleen worden afgegeven op verzoek van een persoon die de goederen zelf gebruikt of laat gebruiken door derden.

(artikel 138 CDW)

35.1.3. Aanvragen vergunningen

Een vergunning tijdelijke invoer kan op de volgende manieren worden aangevraagd:

- het indienen van een mondelinge aangifte (zie artikel 229 TVo. CDW) waarbij gebruik kan worden gemaakt van het model van bijlage 15 of bijlage 16, of het doen van voorgeschreven handeling (zie artikel 232, lid 1, TVo. CDW);

- het indienen van een schriftelijke of electronische aangifte voor het plaatsen volgens de normale procedure (aanvraag vergunning op aangifte);

- het indienen van een schriftelijke aanvraag waarbij gebruik wordt gemaakt van het model van bijlage 17. Dit model is overigens niet verplicht ingeval van grensoverschrijdende vergunningen.

(artikel 497, lid 1, lid 3, letter c en laatste twee alinea's, lid 4, en bijlage 67 TVo. CDW)

35.1.4. Verlenen vergunningen

De vergunning tijdelijke invoer kan worden verleend:

- op een mondelinge aangifte (zie artikel 229 TVo. CDW) waarbij gebruik kan worden gemaakt van het model van bijlage 15 of bijlage 16, of op een voorgeschreven handeling (zie artikel 232, lid 1, TVo. CDW en paragraaf 35.1.6);

- op een schriftelijke of electronische aangifte voor het plaatsen volgens de normale procedure. Vergunning op aangifte. (zie paragraaf 35.1.7);

- op een schriftelijke aanvraag met het model van bijlage 17 voor gebruik in Nederland (zie paragraaf 35.1.9);

- op een schriftelijke aanvraag met het model van bijlage 17 voor gebruik in de Gemeenschap (grensoverschrijdende vergunning). Bij grensoverschrijdende vergunningen is dit model overigens niet verplicht. Zie paragraaf 35.1.10.

(artikel 497, lid 1, lid 3, letter c en laatste twee alinea's, lid 4, artikel 505 en bijlage 67 TVo. CDW)

35.1.5. Bevoegdheden douane-autoriteiten

Vergunningen voor tijdelijke invoer kunnen door de douane als volgt worden afgegeven:

- ingeval van een mondelinge aangifte (zie artikel 229 TVo. CDW) waarbij gebruik kan worden gemaakt van het model van bijlage 15 of bijlage 16, of een voorgeschreven handeling (zie artikel 232, lid 1, TVo. CDW) voor het plaatsen onder de regeling zijn bevoegd het hoofd van de douane-eenheid in wiens gebied de goederen onder de regeling worden geplaatst en het hoofd van de douane-eenheid in wiens gebied de plaats is gelegen alwaar het gebruik zal worden verricht. Dit is het gebied van de eenheid alwaar de administratie (zie ook paragraaf 35.1.17) wordt gevoerd en waar het verloop van de regeling kan worden gevolgd;

- ingeval van een schriftelijke of electronische aangifte voor het plaatsen onder de regeling zijn bevoegd het hoofd van de douane-eenheid in wiens gebied de goederen onder de regeling worden geplaatst;

- ingeval van een schriftelijke aanvraag met het model van bijlage 17 voor gebruik in Nederland is bevoegd het hoofd van de douane-eenheid in wiens gebied de plaats is gelegen alwaar het gebruik zal worden verricht. Dit is het gebied van de eenheid alwaar de administratie wordt gevoerd (zie ook paragraaf 35.1.17) en waar het verloop van de regeling kan worden gevolgd;

- ingeval van een schriftelijke aanvraag met het model van bijlage 17 voor gebruik in de Gemeenschap (grensoverschrijdende vergunning) is bevoegd het hoofd van de douane-eenheid in wiens gebied de plaats is gelegen alwaar de hoofdboekhouding (zie ook paragraaf 35.1.17) wordt bijgehouden en waar ten minste een deel van het gebruik zal worden uitgevoerd. Ingeval de bevoegdheid niet op deze manier kan worden vastgesteld is het hoofd van de douane-eenheid bevoegd in wiens gebied de plaats is gelegen waar de hoofdboekhouding wordt bijgehouden. De hoofdboekhouding moet worden gebruikt voor het controleren van het verloop van de regeling.

(artikel 498 en 500 TVo. CDW en artikel 1:5, lid 7 Algemene douanewet)

            Let op:

Vergunning voor invoergoederen zonder rechten bij invoer

Een vergunning tijdelijke invoer kan ook worden verleend voor niet-communautaire goederen die niet aan rechten bij invoer en andere heffingen zijn onderworpen, maar ter zake waarvan wel handelspolitieke maatregelen moeten worden toegepast dan wel moeten worden geschorst (zie hoofdstuk 30).

35.1.6. Aanvraag vergunning op mondelinge aangifte of voorgeschreven handeling

Een aanvraag voor een vergunning tijdelijke invoer met behulp van een mondelinge aangifte waarbij gebruik kan worden gemaakt van het model van bijlage 15 of 16, of een voorgeschreven handeling voor het plaatsen van invoergoederen onder de regeling kan slechts worden gedaan voor de volgende goederensoorten:

- Mondelinge aangifte

- laadborden (zie hoofdstuk 3);

- containers (zie hoofdstuk 4);

- vervoermiddelen (zie hoofdstukken 5 tot en met 9). Ingeval van niet-geregistreerde wegvoertuigen kan de aangifte worden gedaan met een triptiek of carnet de passage en douane dat is afgegeven onder aansprakelijkheid van een vereniging die is aangesloten bij de Alliance Internationale de Tourisme of de Federation Internationale Automibile;

- persoonlijke bezittingen en goederen voor sportdoeleinden (zie hoofdstuk 10);

- welzijnsgoederen voor zeelieden (zie hoofdstuk 11);

- levende dieren (zie hoofdstuk 14);

- materiaal, voertuigen en uitrusting voor radio- en televisieproducties of -rapportages van een persoon die buiten het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd (zie hoofdstuk 17);

- beroepsuitrusting van artsen voor het verlenen van zorg aan zieken die moeten worden behandeld in het kader van orgaantransplantaties (zie hoofdstuk 17);

- gevulde verpakkingen die leeg of gevuld worden wederuitgevoerd voor zover die zijn voorzien van herkenningstekens of andere identificatiemiddelen van een persoon die buiten het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd (zie hoofdstuk 20);

- andere goederen voor zover dat kan worden toegestaan gelet op aard en karakter van de goederen en het gebruik daarvan.

(artikel 229 TVo. CDW)

- Voorgeschreven handeling

- laadborden (zie hoofdstuk 3);

- containers (zie hoofdstuk 4);

- vervoermiddelen (zie hoofdstukken 5 tot en met 9). Ingeval van niet-geregistreerde wegvoertuigen kan de aangifte worden gedaan met een triptiek of carnet de passage en douane dat is afgegeven onder aansprakelijkheid van een vereniging die is aangesloten bij de Alliance Internationale de Tourisme of de Federation Internationale Automibile;

- persoonlijke bezittingen en goederen voor sportdoeleinden (zie hoofdstuk 10);

- welzijnsgoederen voor zeelieden (zie hoofdstuk 11);

(artikel 232 TVo. CDW)

            Let op

Ingeval van vervoermiddelen, persoonlijke bezittingen en goederen voor sportdoeleinden kan een normale schriftelijke of electronische aangifte worden geëist indien een aanzienlijk bedrag aan rechten bij invoer kan worden verschuldigd en het risico bestaat dat niet aan de voorwaarden zal worden voldaan (zie paragraaf 35.1.7).

(artikel 579 TVo. CDW)

Deze aangiften kunnen alleen worden aanvaard als, naast aan de eisen is voldaan die aan een aangifte worden gesteld, ook is voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de afgifte van de vergunning.

(artikel 505 TVo. CDW)

35.1.7. Aanvraag vergunning op aangifte

Een aanvraag voor een vergunning tijdelijke invoer met behulp van een normale schriftelijke of electronische aangifte voor het plaatsen van invoergoederen onder de regeling wordt gedaan met:

- de aangifte tot plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer;

Deze aangiften kunnen alleen worden aanvaard als, aan de eisen is voldaan die aan een aangifte worden gesteld, maar ook als is voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de afgifte van de vergunning.

(artikel 505 TVo. CDW)

Bij deze aangifte dient het aanvullend bescheid te worden gebruikt (zie paragraaf 35.1.8)

(artikel 499 TVo. CDW)

35.1.8. Aanvullend bescheid

Ingeval een vergunning tijdelijke invoer wordt aangevraagd met behulp van een normale schriftelijke of elektronische aangifte (vergunning op aangifte) is de aanvrager verplicht om van het internetadres www.douane.nl het aanvullend bescheid te downloaden en in te vullen. Het aanvullend bescheid hoeft niet bij de aangifte te worden gevoegd, maar moet in de administratie worden bewaard en op eerste verzoek van de ambtenaar worden overgelegd.

(artikel 499, alinea's 1 en 2, TVo. CDW)

35.1.9. Aanvraag vergunning model (schriftelijke vergunning)

Een vergunning tijdelijke invoer kan worden aangevraagd met behulp van het model van bijlage 17 voor gebruik in Nederland. Het model moet worden ingevuld overeenkomstig de aanwijzingen van het model en de toelichting. De aanvraag moet zijn gedateerd en door de aanvrager zijn ondertekend.

Ingeval niet voldoende gegevens zijn aangeboden kunnen aanvullende gegevens worden gevraagd.

(artikel 499, alinea's 1 en 2, TVo. CDW)

Binnen 30 dagen na het tijdstip van het indienen van de aanvraag of na het tijdstip waarop de aanvullende gegevens zijn verstrekt wordt de aanvrager van het afgeven van de vergunning of van het weigeren van de vergunning in kennis gesteld.

(artikelen 505 en 506 TVo. CDW)

35.1.10. Aanvraag grensoverschrijdende vergunning model (schriftelijke vergunning)

Een grensoverschrijdende vergunning tijdelijke invoer dient te worden aangevraagd met behulp van het model van bijlage 17. Een grensoverschrijdende vergunning is een vergunning voor het plaatsen en/of aanzuiveren van de regeling inzake (achtereenvolgend) gebruik waarbij meerdere douane-administraties zijn betrokken. Het model moet worden ingevuld overeenkomstig de aanwijzingen van het model en de toelichting. De aanvraag moet zijn gedateerd en door de aanvrager zijn ondertekend. Ingeval niet voldoende gegevens zijn aangeboden kunnen aanvullende gegevens worden gevraagd.

(artikelen 496, letter c, en 499, alinea's 1 en 2, TVo. CDW)

InstemmingsprocedureIndien een aanvraag voor een grensoverschrijdende vergunning is ingediend en de gegevens van de aanvraag zijn gecontroleerd en juist zijn bevonden, wordt een concept-vergunning opgemaakt waarbij gebruik wordt gemaakt van het model van bijlage 17. De aanvraag en de concept-vergunning moeten worden ingestuurd aan Belastingdienst/Douane Rotterdam/Expertise Centrum Grensoverschrijdende Vergunningen (ECGOV).

De adresgegevens van het ECGOV zijn:

Belastingdienst/Douane Rotterdam

Kantoor Laan op Zuid

Expertise Centrum Grensoverschrijdende Vergunningen

Postbus 50966

3007 BJ Rotterdam

Het ECGOV toetst de aanvraag en de conceptvergunning op volledigheid, juistheid en eenheid van beleid en uitvoering. Eventueel wordt contact opgenomen met de verantwoordelijke klantcoördinator. Is er geen contact nodig dan zendt het ECGOV de aanvraag en de conceptvergunning rechtstreeks ter beoordeling naar de aangewezen douaneadministraties.

De douane-autoriteiten die een aanvraag en ontwerp-vergunning voor instem ming hebben voorgelegd gekregen moeten de ontvangst hiervan binnen 15 dagen bevestigen. De douane-autoriteiten van de betrokken douane-administraties dienen binnen 30 dagen na ontvangst hun eventuele bezwaren mee te delen. Als binnen deze termijn bezwaren worden ontvangen en alsnog geen overeenstemming wordt bereikt, wordt de aanvraag afgewezen. Als binnen deze termijn geen bezwaren worden ontvangen kan de vergunning worden afgegeven.

Een afschrift van de grensoverschrijdende vergunning wordt via ECGOV aan de douane-autoriteiten van de betrokken douane-administraties gestuurd.

(artikel 500, leden 3 en 4, en artikel 505 TVo. CDW)

            Kennisgevingsprocedure

Als douane-administraties overeenstemming hebben bereikt over de voorwaarden van een grensoverschrijdende vergunning kan worden overeengekomen dat de hiervoor bedoelde instemmingsprocedure wordt vervangen door een kennisgevingsprocedure.

(artikelen 501, lid 1, en artikel 505 TVo. CDW)

Een kennisgeving kan worden gedaan als een grensoverschrijdende vergunning wordt verlengd, geannuleerd of ingetrokken of het model van bijlage 17 niet behoeft te worden gebruikt.

(artikel 501, lid 2, letters a en b, TVo. CDW)

Een kennisgeving in het kader van een grensoverschrijdende vergunning behoeft niet te worden gedaan ingeval van een mondelinge aangifte (artikel 229 TVo. CDW) of een andere handeling (artikel 232, lid 1, TVo. CDW) en ingeval van het gebruik van een carnet ATA of een carnet CPD (zie hoofdstuk 38).

(artikel 501, lid 3, letter a, TVo. CDW)

Bij deze kennisgevingsprocedure dient de termijn van 30 dagen te worden gehanteerd.

(artikelen 501 en 506 TVo. CDW)

35.1.11. Geldigheidsduur vergunningen

De geldigheidsduur van een vergunning tijdelijke invoer vangt aan op het tijdstip wanneer een vergunning wordt afgegeven. Ook kan een vergunning inwerkingtreden op een ander en later tijdstip.

(artikel 507, lid 1, TVo. CDW)

De geldigheidsduur van vergunningen tijdelijke invoer moet worden onderscheiden in een algemene termijn en in bijzondere termijnen. De algemene termijn is 24 maanden welke termijn op verzoek van belanghebbende kan worden verkort en in bijzondere omstandigheden kan worden verlengd. De bijzondere termijnen dienen in principe te worden gehanteerd indien bepaalde goederensoorten onder de regeling worden geplaatst (Zie de paragrafen 34.1.1 en 34.1.2).

(artikel 140 CDW en artikel 553 TVo. CDW)

35.1.12. Terugwerkende kracht vergunningen

Een vergunning tijdelijke invoer kan met terugwerkende kracht worden verleend. Het tijdstip van inwerkingtreding is echter het tijdstip waarop de aanvraag voor een vergunning wordt ingediend.

(artikel 508, lid 1, TVo. CDW)

Een vergunning tijdelijke invoer kan ook als volgt met terugwerkende kracht worden verleend. Indien een geldigheidsduur van een afgegeven vergunning is verstreken en een nieuwe vergunning wordt aangevraagd, kan als tijdstip van inwerkingtreding van deze vergunning worden gekozen het tijdstip waarop de geldigheidsduur van oude vergunning is beëindigd. Er moet echter sprake zijn van dezelfde invoergoederen hetzelfde gebruik en er mogen geen wijzigingen zijn opgetreden in de bedrijfshandelingen. De termijn van de terugwerkende kracht is in principe niet beperkt, maar controle op het verloop van de bedrijfshandelingen moet kunnen worden uitgevoerd.

(artikel 508, lid 2, TVo. CDW)

In buitengewone omstandigheden kan een vergunning tijdelijke invoer echter ook met de terugwerkende kracht worden verleend tot maximaal twaalf maanden voor het tijdstip waarop een aanvraag voor een vergunning wordt ingediend. Hiervoor moet een economische behoefte worden aangetoond en er moet zijn voldaan aan de volgende voorwaarden:

- de aanvraag mag geen verband houden met pogingen tot bedrog of kennelijke nalatigheid. Van kennelijke nalatigheid is bijvoorbeeld sprake als een persoon die bekend is of die in redelijkheid bekend had moeten zijn met douanewetgeving, in het bijzonder met procedures die in het kader van vergunningen voor de regeling tijdelijke invoer moeten worden gevolgd maar deze wetgeving c.q. procedures niet heeft toegepast;

- de geldigheidsduur van vergunningen mag niet zijn verstreken zoals die overeenkomstig de paragrafen 34.1.1 en 34.1.2 zouden zijn verleend. De geldigheidsduur van een vergunning met terugwerkende kracht kan niet verder teruggaan dan de geldigheidsduur die normaal aan een vergunning zou worden gegeven. Als bijvoorbeeld een vergunning voor drie maanden kan worden verleend, kan geen vergunning met terugwerkende kracht worden verleend als er inmiddels al vijf maanden zijn verstreken. De terugwerkende kracht is in dat geval maximaal drie maanden;

- de boekhouding van de aanvrager moet dusdanig zijn ingericht dat daarvan kan worden afgeleid dat aan alle voorwaarden voor het toekennen van de regeling is voldaan en de goederen aan de hand daarvan kunnen worden geïdentificeerd en de regeling op grond daarvan kan worden gecontroleerd. De voorwaarden moeten in formele en materiële zin worden gescheiden. Een vergunning moet worden aangevraagd en eventueel worden afgegeven aan de hand van de procedure en modellen zoals in paragraaf 35.1.7 en verder zijn bedoeld. Met betrekking tot bijvoorbeeld de vrijstellingsmogelijkheden moet een nader onderscheid worden aangebracht in "oude" en "nieuwe" mogelijkheden. De vrijstellingsmogelijkheden kunnen niet met terugwerkende kracht worden toegepast tot aan de periode waarin de oude vrijstellingsmogelijkheden hebben gegolden, en

- alle formaliteiten om de situatie van de goederen te regulariseren kunnen worden verricht, eventueel met inbegrip van het ongeldigmaken van de "oude" aangiften en het aanvaarden van de "nieuwe" aangiften.

(artikel 508, lid 3, TVo. CDW)

35.1.13. Wijzigen of verlengen vergunningen

Een vergunning tijdelijke invoer kan op een eenvoudig schriftelijk verzoek worden verlengd of gewijzigd als sprake is van dezelfde invoergoederen, hetzelfde gebruik en geen wijzigingen zijn opgetreden in de bedrijfshandelingen. Er behoeft geen gebruik te worden gemaakt van het model van bijlage 17.

(artikel 497, lid 2, TVo. CDW)

35.1.14. Beschikking vergunningen weigeren, verlenen, intrekken, wijzigen of verlengen

Op een verzoek voor een vergunning tijdelijke invoer dient een beslissing te worden genomen in de vorm van een voor bezwaar en beroep vatbare beschikking. Een beslissing kan betrekking hebben op het weigeren, verlenen, intrekken, wijzigen of verlengen van een vergunning.

(artikel 6 CDW)

            Intrekken terugwerkende kracht

Een eenmaal afgegeven vergunning tijdelijke invoer kan met terugwerkende kracht worden ingetrokken. Een vergunning wordt met terugwerkende kracht ingetrokken als blijkt dat de vergunning is afgegeven op grond van onjuiste of onvolledige gegevens, en:

- de verzoeker van de onjuistheid of de onvolledigheid van die gegevens afwist of redelijkerwijs daarvan had moeten afweten;

- de vergunning op grond van de juiste en volledige gegevens niet had kunnen worden afgegeven.

Indien de vergunning bij beschikking met terugwerkende kracht wordt ingetrokken, wordt dit bekendgemaakt aan de vergunninghouder. De intrekking gebeurt met ingang van het tijdstip waarop de met terugwerkende kracht ingetrokken beschikking is afgegeven. Dit heeft tot gevolg dat:

- alle voordelen die door de afgifte van de vergunning zijn ontstaan ongedaan worden gemaakt;

- over de goederen die onder het schorsingssysteem zijn ingevoerd alsnog rechten bij invoer zullen moeten worden betaald, alsof de goederen ten invoer tot verbruik waren aangegeven op het moment van plaatsing onder de regeling. Ook zullen eventuele handelspolitieke maatregelen moeten worden toegepast (zie hoofdstuk 30).

(artikel 8 CDW)

            Intrekken anders

Een eenmaal afgegeven vergunning tijdelijke invoer kan worden ingetrokken of gewijzigd als, in andere gevallen dan hiervoor is bedoeld, aan een of meer voorwaarden niet is of niet meer wordt voldaan. Een beschikking kan worden ingetrokken als degene tot wie zij is gericht niet voldoet aan de verplichtingen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de vergunninghouder niet voldoet aan de voorwaarden van de vergunning.

De intrekking of de wijziging van de beschikking wordt bekend gemaakt aan de vergunninghouder. De intrekking of de wijziging van de beschikking wordt van kracht op het tijdstip waarop zij wordt bekendgemaakt. In uitzonderlijke gevallen kan de beschikking op een later tijdstip worden ingetrokken of gewijzigd in verband met de rechtmatige belangen van de vergunninghouder.

(artikel 9 CDW)

35.1.15. Bestemming volgen na geldigheidsduur vergunning

De geldigheidsduur van de vergunning tijdelijke invoer is niet van invloed op de termijn waarbinnen goederen hun bestemming moeten volgen met het oog waarop de vergunning is verleend.

Goederen die voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning onder de regeling zijn geplaatst, kunnen ook nadat de geldigheidsduur van de vergunning is verstreken hun bestemming volgen op de wijze en binnen de termijn die is opgenomen in de vergunning.

35.1.16. Identiteitsmaatregelen

De invoergoederen moeten in het kader van de regeling tijdelijke invoer kunnen worden geïdentificeerd. De bedrijfshandelingen en het verloop van de regeling moeten kunnen worden gecontroleerd. De manier waarop de identiteit wordt gehandhaafd wordt opgenomen in de vergunning.

De identiteit van de invoergoederen kan op de volgende nadere manieren worden gehandhaafd:

- volgnummers of fabricagenummers;

- loodjes, zegels, stempels of andere merktekens;

- inlichtingbladen INF;

- monsters, stalen, tekeningen of technische beschrijvingen;

- analyses;

- andere identificatiemiddelen zoals handelsbescheiden en administratieve bescheiden c.q. de administratie.

(artikel 139 CDW en bijlage 67, vak 12, TVo. CDW)

35.1.17. Hoofdboekhouding, boekhouding en administratie

In het kader van het toezicht en de controle van de economische douaneregeling tijdelijke invoer kan worden geëist dat een boekhouding of administratie wordt bijgehouden. Een inventarisatie van de goederen die onder de regeling zijn geplaatst kan ook worden geëist.

Onder boekhouding wordt verstaan de commerciële, fiscale of andere boekhoudkundige gegevens welke gegevens moeten worden bijgehouden door de vergunninghouder en/of gebruikers. Een administratie is een verzameling informatie en gegevens aan de hand waarvan de bedrijfshandelingen en het verloop van de regeling kunnen worden gecontroleerd. Een administratie kan op een elke vorm van een drager worden gevoerd. Een boekhouding kan gelijk worden gesteld aan de hiervoor bedoelde administratie. Een hoofdboekhouding bij grensoverschrijdende vergunningen moet van geval tot geval in overleg met andere douane-administraties worden vastgesteld en dient ten minste als administratie te kunnen worden aangemerkt waarin de hierna volgende gegevens zijn opgenomen.

(artikel 86 CDW, artikel 496, letters i en j, artikel 515 en 581, lid 2, TVo. CDW)

De administratie bevat de volgende gegevens:

- de gegevens van bijlage 37 TVo. CDW en bijlage VI Algemene douaneregeling die moeten worden vermeld in de aangiften tot plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer;

- de gegevens van bijlage 37 TVo. CDW en bijlage VI Algemene douaneregeling die moeten worden vermeld in de aangiften tot aanzuivering van de regeling;

- de datum en verwijzingen naar andere douanedocumenten en documenten die betrekking hebben op het plaatsen en aanzuiveren van de regeling;

- de aard van het gebruik;

- de gegevens voor het volgen van de goederen, waaronder de plaats waar deze zich bevinden, en de gegevens over het eventueel overbrengen en overdragen;

- de handelsomschrijving of technische beschrijving aan de hand waarvan de goederen kunnen worden geïdentificeerd.

(artikel 516 TVo. CDW)

In voorkomend geval moeten de (hoofd)boekhouding of administratie ook de gegevens bevatten die noodzakelijk zijn voor het controleren van de vereenvoudigde manier van het plaatsen en/of aanzuiveren van de regeling. Zie hiervoor de hoofdstukken 36 en 37.

35.2. Procedures en ambtelijke werkzaamheden

In deze paragraaf komen de volgende onderwerpen aan de orde:

- procedure behandelen aanvragen en verlenen vergunningen (paragraaf 35.2.1);

- Klant Informatie Systeem (paragraaf 35.2.2).

35.2.1. Procedure behandelen aanvragen en verlenen vergunningen

De procedure voor het behandelen van aanvragen en het al dan niet verlenen van vergunningen tijdelijke invoer is als volgt:

De procedures voor het behandelen van een aanvraag voor een vergunning tijdelijke invoer zijn beschreven in het Handboek Klantbehandeling Douane.

35.2.2. Klant Informatie Systeem

De gegevens over de vergunninghouder en de vergunning tijdelijke invoer worden ingebracht in het zogenaamde Klant Informatie Systeem. Dit is een landelijk systeem over vergunninghouders waarin een overzicht wordt gegeven van vergunningen, zekerheden en kantoren van controle. De andere douanekantoren, waaronder de kantoren van plaatsing en de kantoren van aanzuivering, kunnen dit systeem raadplegen.

De volgende werkwijze wordt daarbij gehanteerd:

De klantcoördinator van de vergunninghouder draagt zorg dat de gegevens van de vergunninghouder en vergunning worden ingebracht in het Klant Informatie Systeem. De procedures voor het gebruik zijn beschreven in de Gebruikershandleiding Klant Informatie Systeem.

35.3. Nadere bepalingen

In dit hoofdstuk zijn geen nadere bepalingen opgenomen.

35.4. Nadere bepalingen

In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.

35.5. Strafbepalingen

Zie voor de strafbare feiten paragraaf 2.5.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie