18.00.00 Tijdelijke invoer
18.00.00 Tijdelijke invoer, 12 april 2010, versie 6
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het overbrengen van invoergoederen onder de regeling tijdelijke invoer. Het overbrengen kan in de vergunning tijdelijke invoer worden toegestaan en moet in de administratie worden vastgelegd (zie verder hoofdstuk 35).
De regeling tijdelijke invoer wordt bij het overbrengen niet beëindigd. De regeling douanevervoer hoeft niet te worden toegepast.
(
In deze paragraaf vindt u de volgende onderwerpen:
- overbrenging van het kantoor van plaatsing naar de plaats van gebruik (paragraaf 37.1.1);
- overbrenging tussen de in de vergunning genoemde plaatsen van gebruik (paragraaf 37.1.2);
- overbrenging naar het kantoor van uitgang met het oog op de wederuitvoer (paragraaf 37.1.3);
- overbrengen en zekerheid (paragraaf 37.1.4).
De invoergoederen die onder de regeling tijdelijke invoer zijn geplaatst, kunnen van het kantoor van plaatsing naar de plaats van de vergunninghouder of gebruiker worden overgebracht onder dekking van de aangifte tot plaatsing. De overbrenging gebeurt zonder verdere douaneformaliteiten. De plaatsen moeten in de vergunning zijn opgenomen.Het overbrengen moet in de administratie van de vergunninghouder worden opgenomen.
(
Invoergoederen die onder de regeling tijdelijke invoer zijn geplaatst, kunnen van de ene plaats naar de andere plaats van de vergunninghouder worden overgebracht zonder dat de regeling wordt aangezuiverd. De overbrenging gebeurt zonder verdere douaneformaliteiten. De plaatsen moeten in de vergunning zijn opgenomen. Het overbrengen moet in de administratie van de vergunninghouder worden opgenomen.
(
Invoergoederen die onder de regeling tijdelijke invoer zijn geplaatst, kunnen van de plaats van de vergunninghouder of gebruiker naar een kantoor van uitgang worden overgebracht zonder dat de regeling wordt aangezuiverd. In principe moet voor de wederuitvoer aangifte worden gedaan. Het overbrengen naar een in de vergunning genoemd kantoor van uitgang, gebeurt zonder verdere douaneformaliteiten. De aangifte tot wederuitvoer wordt pas gedaan op het kantoor van uitgang. De regeling wordt gezuiverd als de goederen het grondgebied van de Gemeenschap daadwerkelijk hebben verlaten. Het overbrengen moet in de administratie van de vergunninghouder worden opgenomen.
(
Ingeval invoergoederen in het kader van de regeling tijdelijke invoer worden overgebracht, dient ingeval van fraudegevoelige goederen, genoemd in bijlage 44quater TVo. CDW, aanvullende zekerheid te worden gesteld zoals is voorgeschreven in die vervoersbepalingen.
(
Terzake van het overbrengen van:
- invoergoederen van het kantoor van plaatsing naar de plaats van de vergunninghouder of gebruiker,
- invoergoederen tussen plaatsen van de vergunninghouder of gebruiker en
- invoergoederen van de plaats van de vergunninghouder of gebruiker naar het kantoor van uitgang,
bestaan geen specifieke ambtelijke werkzaamheden. In alle gevallen geldt dat in de vergunning moet zijn vastgelegd dat van de overbrengingsprocedure(s) gebruik mag worden gemaakt (zie ook hoofdstuk 35).
In dit hoofdstuk zijn geen nadere bepalingen opgenomen.
In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.
Zie voor de strafbare feiten paragraaf 2.5.
