Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboeken

Handboek Douane

18.00.00 Tijdelijke invoer

Handboek Douane

18.00.00 Tijdelijke invoer, 12 april 2010, versie 6

66. Bijlage 20. Procedures overdragen goederen tussen vergunninghouders

66.1. A. Normale procedure (3 exemplaren enig document)

1. Wanneer goederen tussen vergunninghouders worden overgebracht zonder dat de regeling wordt aangezuiverd, wordt een formulier ingevuld dat overeenstemt met het bepaalde in de artikelen 205 tot en met 215 op de exemplaren 1 en 4 en wordt een kopie van exemplaar 1 gemaakt.

2. Voordat de goederen worden overgebracht, wordt het controlekantoor dat toezicht houdt op de eerste vergunninghouder van de voorgestelde overbrenging in kennis gesteld, op de door dat kantoor voorgeschreven wijze, zodat dit eventueel controles kan verrichten.

3. De eerste vergunninghouder (de verzender van de goederen) behoudt de kopie van exemplaar 1 voor zijn administratie, terwijl het exemplaar 1 zelf naar het controlekantoor wordt gezonden.

4. Exemplaar 4 blijft bij de goederen en wordt door de tweede vergunninghouder bij diens administratie bewaard.

5. Het controlekantoor van de eerste vergunninghouder zendt exemplaar 1 naar het controlekantoor van de tweede vergunninghouder.

6. De tweede vergunninghouder doet de eerste vergunninghouder een ontvangstbewijs van de overgebrachte goederen of producten toekomen onder opgave van de datum van opneming in de administratie (aanvaarding van de schriftelijke of elektronische douane-aangifte bij tijdelijke invoer) dat door laatstgenoemde wordt bewaard.

66.2. B. Vereenvoudigde procedures

I. Met gebruik van twee exemplaren van het enig document:

1. Wanneer goederen tussen vergunninghouders worden overgebracht zonder dat de regeling wordt aangezuiverd, worden slechts de exemplaren 1 en 4 van het hierboven onder deel A 1. bedoelde document ingevuld.

2. Voordat de goederen worden overgebracht, worden de controlekantoren van de voorgenomen overbrenging in kennis gesteld op de door hen vastgestelde wijze, zodat zij de door hen nodig geachte controles kunnen verrichten.

3. De eerste vergunninghouder (de verzender van de goederen) behoudt exemplaar 1 voor zijn administratie.

4. Exemplaar 4 kan bij de goederen blijven en wordt door de tweede vergunninghouder bij diens administratie bewaard.

5. Deel A 6 is van toepassing.

II. Met gebruik van andere middelen dan het enig document voorzover de nodige informatie wordt verstrekt met behulp van:

- de automatische gegevensverwerking,

- handelsbescheiden of administratieve documenten, of

- andere documenten.

Bij gebruik van exemplaren van het enig document, moeten de volgende vakken worden ingevuld:

2. Afzender: naam en adres van de eerste vergunninghouder, naam en adres van zijn controlekantoor, gevolgd door het vergunningnummer en de naam van de instantie die de vergunning heeft afgegeven.

3. Formulieren: het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets. Wanneer de aangifte slechts op één soort goederen betrekking heeft (met andere woorden wanneer één enkel vak "omschrijving van de goederen" wordt ingevuld) wordt in vak 3 niets vermeld. In vak 5 wordt dan slechts het cijfer 1 vermeld.

5. Artikelen: het totale aantal artikelen dat wordt aangegeven door middel van alle gebruikte formulieren of aanvullende formulieren. Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken "omschrijving van de goederen", dat wordt ingevuld.

8. Geadresseerde: naam van de tweede vergunninghouder, naam en adres van zijn controlekantoor en het adres waar de goederen zullen worden opgeslagen, gebruikt, behandeld of veredeld, gevolgd door het vergunningnummer en de naam van de instantie die de vergunning heeft afgegeven.

15. Land van verzending: lidstaat waaruit de goederen worden verzonden.

31. Colli en omschrijving van de goederen; merken en nummers - nummer container(s) - aantal en soort: merken, (identificatie-)nummers, aantal en soort colli of, voor onverpakte goederen, het aantal goederen waarop de aangifte betrekking heeft of de vermelding "los gestort", al naar gelang van het geval, alsmede alle andere gegevens om de goederen te kunnen identificeren.

Onder omschrijving van de goederen wordt verstaan hun gebruikelijke handelsbenaming die voldoende duidelijk moet zijn om de goederen te kunnen herkennen. Bij gebruik van containers, worden in dit vak bovendien de identificatiekenmerken van de containers vermeld.

32. Artikelnummer: het volgnummer van het betrokken artikel ten opzichte van het totale aantal artikelen dat met de gebruikte formulieren of aanvullende formulieren is aangegeven als omschreven in vak 5. Wanneer de aangifte slechts op een artikel betrekking heeft, kunnen de douaneautoriteiten bepalen dat in dit vak niets wordt ingevuld.

33. Goederencode: GN-code voor het betrokken artikel 1).

35. Brutomassa: indien nodig, vermelding van de brutomassa in kg van de in het overeenkomstige vak 31 omschreven goederen. De brutomassa is de massa van de goederen en de verpakking tezamen, met uitzondering van de containers en het andere transportmaterieel.

38. Nettomassa: de nettomassa in kg van de goederen die in het overeenkomstige vak 31 zijn omschreven. De nettomassa is de eigen massa van de goederen ontdaan van al hun verpakkingen.

41. Bijzondere maatstaf: voorzover nodig in te vullen in de eenheid die in de gecombineerde nomenclatuur is aangegeven.

44. Bijzondere vermeldingen; overgelegde stukken; certificaten en vergunningen: vermelding van de datum waarop de goederen onder de regeling werden geplaatst en het woord "overbrenging" in hoofdletters, gevolgd door, al naar gelang van het geval:

- "DE" -

- "AV/S" -

- "BOD" -

- "TI" -.

Wanneer de invoergoederen aan bijzondere handelspolitieke maatregelen zijn onderworpen die op het moment van de overbrenging nog van toepassing zijn, moet deze vermelding gevolgd worden door het woord "Handelspolitiek".

47. Berekening van de belastingen: vermeld de heffingsgrondslag (waarde, gewicht of andere grondslag).

54. Plaats en datum, handtekening en naam van de aangever of zijn vertegenwoordiger: de handtekening van de in vak 2 genoemde persoon, gevolgd door diens naam. Indien de betrokkene een rechtspersoon is, moet de ondertekenaar na zijn handtekening zijn naam en functie vermelden.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Actueel
Veelgestelde vragen
Downloaden
Help
Contact
Sitemap
Terug naar tekstnavigatie