20.00.00 Uitvoer

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboeken

Handboek Douane

20.00.00 Uitvoer

Handboek Douana

20.00.00 Uitvoer, 22 februari 2010, versie 5

3. De mondelinge aangifte ten uitvoer

3.1. Inleiding

Dit hoofdstuk behandelt het doen van de mondelinge douaneaangifte ten uitvoer. Wanneer de douaneaangifte ten uitvoer mondeling wordt gedaan, in de zin van artikel 61, onder c, zijn de artikelen 62 tot en met 76 van het CDW mutatis mutandis van toepassing, zonder aan de daarin vervatte beginselen afbreuk te doen.

De algemene bepalingen worden besproken in onderdeel 12.00.00, Plaatsing van goederen onder een douaneregeling, van dit Handboek.

In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan de orde:

- voor welke goederen mondelinge aangifte (paragraaf 3.2);

- uitsluiting mondelinge aangifte (paragraaf 3.3);

- plaats van de mondelinge aangifte (paragraaf 3.4);

- controlebevoegdheden (paragraaf 3.5);

- aanbrengen, aangeven en aanvaarden (paragraaf 3.6);

- controle van de aangifte (paragraaf 3.7);

- vrijgave voor de regeling uitvoer (paragraaf 3.8).

3.2. Voor welke goederen mondelinge aangifte

Voor de volgende goederen kan de aangifte ten uitvoer mondeling worden gedaan:

- goederen waaraan ieder handelskarakter vreemd is:

- hetzij vervat in de persoonlijke bagage van reizigers;

- hetzij verzonden door particulieren.
(artikel 226, letter a TVo. CDW)

- commerciële goederen voor zover:

- de waarde per zending en per aangever niet meer bedraagt dan
€ 1.000;

- het gewicht niet meer is dan 1.000 kg;

- de zending geen onderdeel uitmaakt van een regelmatige reeks van goederen;

- ze niet door onafhankelijke vervoersondernemingen worden vervoerd als onderdeel van een grotere vervoerstransactie.
(artikel 226, letter b TVo. CDW en artikel 3, lid 1 Verordening 1917/2000)

- in de Gemeenschap geregistreerde voertuigen die zijn bestemd om weder ingevoerd te worden;
(artikel 226, letter c TVo. CDW)

- goederen als bedoeld in Titel III van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad. Dit betreft de artikelen 114 tot en met 121. Hiervan zijn voor Nederland relevant:

- zendingen die aan de geadresseerde worden toegezonden per briefpost of als postpakket en die goederen bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 10 euro bedraagt;

- huisdieren die de veestapel vormen van een landbouwbedrijf dat, na zijn activiteiten in het douanegebied van de Gemeenschap te hebben gestaakt, naar een derde land wordt overgebracht. Dit is beperkt tot het aantal huisdieren dat overeenstemt met de aard en de omgeving van het landbouwbedrijf;

- foerage en voedermiddelen van ongacht welke aard aan boord van vervoermiddelen die worden gebruikt voor het vervoer van dieren uit het douanegebied van de Gemeenschap naar een derde land, bestemd om onderweg aan de dieren te worden verstrekt.
(artikel 226, letter c TVo. CDW, artikel 3, lid 1 Verordening 1917/2000 en de artikelen 114 tot en met 121 Verordening (EG) nr. 1186/2009)

- pakketten, documenten, brieven en andere stukken die als poststukken aan diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen worden verstuurd of door koeriers 1) worden meegevoerd, voorzien van een officieel cachet, etiket, label of andere aanduiding waaruit de bestemming kan worden afgeleid;

            .....

            1) Koeriers moeten bij de aangifte ten uitvoer een verklaring van de dilomatieke of consulaire vertegenwoordiging overleggen. De koeriers zelf hebben meestal geen diplomatieke status. De douaneambtenaren mogen geen diplomatieke of consulaire (koeriers)zendingen, bestaande uit officiële brieven, andere diplomatieke of consulaire documenten en voor officieel gebruik bestemde goederen van diplomatieke of consulaire posten die al dan niet hier te lande gevestigd zijn, openen of vasthouden.

- verhuisboedels zonder handelskarakter die door particulieren worden verzonden, voor zover deze geen goederen bevatten waarvan de uitvoer is verboden, beperkt of aan bijzondere voorwaarden is onderworpen;

- andere goederen, in uit economisch oogpunt onbelangrijke gevallen, na toestemming van de inspecteur of een door hem aangewezen ambtenaar. De inspecteur draagt er zorg voor, mede door eventueel overleg met andere inspecteurs dat eenheid van beleid en uitvoering zoveel mogelijk blijft geborgd.
(artikel 226, letter d TVo. CDW)

In een aantal gevallen kan een mondelinge aangifte ten uitvoer worden gedaan ter aanzuivering van een aangifte voor tijdelijke invoer. Meer informatie hierover kunt u vinden in onderdeel 18.00.00, paragraaf 37.1.1. van dit Handboek.

(artikel 229, lid 2, TVo. CDW)

Voor de toepassing van de bepalingen over de mondelinge aangifte ten uitvoer wordt onder reiziger verstaan:

- een ieder die het douanegebied van de Gemeenschap, waar hij zijn normale verblijfplaats heeft, tijdelijk verlaat;

- een ieder die het douanegebied van de Gemeenschap, waar hij niet zijn normale verblijfplaats heeft, na een tijdelijk verblijf verlaat.
(artikel 236, letter B TVo. CDW)

Zie voor een toelichting op het begrip normale verblijfplaats onderdeel 24.00.00, paragraaf 1.1.4 van dit Handboek.

3.3. Uitsluiting mondelinge aangifte

De douaneautoriteiten kunnen bepalen dat de mondelinge aangifte ten uitvoer niet kan worden toegepast wanneer de persoon die de goederen uitklaart dit beroepshalve en voor rekening van derden doet.

Nederland heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

(artikel 227, lid 1 TVo. CDW)

Bij twijfel aan de juistheid of volledigheid van de mondelinge aangifte kunt u een schriftelijke aangifte eisen.

(artikel 227, lid 2 TVo. CDW)

Voor de volgende goederen kan geen mondelinge aangifte worden gedaan:

- goederen waarvoor restitutie of andere bedragen worden gevraagd;

- goederen waarvoor terugbetaling van rechten wordt gevraagd;

- goederen waarop uitvoerverboden of -beperkingen van toepassing zijn;

- goederen die aan speciale formaliteiten zijn onderworpen.
(artikel 235 TVo. CDW)

3.4. Plaats van de mondelinge aangifte

De plaats waar een mondelinge aangifte ten uitvoer kan worden gedaan, is beperkt tot een douanekantoor van uitgang. Op alle andere kantoren moet een schriftelijke aangifte ten uitvoer overgelegd worden.

(artikel 794, lid 2 TVo. CDW)

3.5. Controlebevoegdheden

Om de juistheid van de mondelinge aangifte te kunnen verifiëren hebt u dezelfde mogelijkheid als bij de schriftelijk of elektronisch ingediende aangifte ten uitvoer. Hierbij kunt u:

- bijgevoegde documenten controleren;

- eisen dat aanvullend documenten worden overgelegd om de juistheid van de aangifte vast te kunnen stellen;

- overgaan tot onderzoeken van de goederen; en

- monsters nemen voor analyse of grondige opneming.

(artikel 68 CDW)

De bij de verificatie bevonden resultaten vormen de basis voor de toepassing van de douaneregeling uitvoer. Indien u niet over gaat tot verificatie dan vormt de mondelinge aangifte de basis voor de toepassing van de douaneregeling uitvoer.

(artikel 71 CDW)

Indien het resultaat van de verificatie niet in overeenstemming is met de mondelinge aangifte, dien u dit in ieder geval aan de aangever te melden. Denk hierbij aan de mogelijkheid om een schriftelijke aangifte te eisen indien u twijfelt aan de juistheid of de volledigheid van de mondelinge aangifte.

(artikelen 227, lid 2 en 247, lid 2 TVo. CDW)

Voor de volledigheid wordt verwezen naar onderdeel 12.00.00, hoofdstuk 6 van dit Handboek. Dit onderdeel behandelt het plaatsen van goederen onder een douaneregeling.

3.6. Aanbrengen, aangeven en aanvaarden

3.6.1. Algemeen

De volledige procedure van aanbrengen van de goederen, indienen van de aangifte, aanvaarden van de aangifte en vrijgeven van de goederen voor de douaneregeling uitvoer is korter dan bij een schriftelijke of een elektronische aangifte.

Concreet dient u een drietal aspecten te beoordelen alvorens de aangifte te aanvaarden en te controleren overeenkomstig artikel 68 CDW:

- zijn de goederen aanwezig op het aangiftepunt;

- is de aangever bevoegd;

- heeft de aangever voldoende gegevens verstrekt om controle mogelijk te maken.

Als u belast bent met de behandeling van de mondelinge aangifte, gaat u als volgt te werk:

controleer of de goederen aanwezig zijn op het aangiftepunt;

controleer of u voldoende gegevens hebt.

Indien aan één of meerdere van de punten niet is voldaan, deelt u dit mee

aan de aangever of diens vertegenwoordiger. U kunt de aangifte niet

aanvaarden.

Indien aan deze drie punten is voldaan aanvaardt u de aangifte onmiddellijk.

Vervolgens gaat u over tot controle van de aangifte.

De datum dat u de mondelinge aangifte ten uitvoer hebt aanvaard, is bepalend voor de toepassing van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

3.7. Controle van de aangifte

Aan de hand van feiten en omstandigheden en/of interne instructies gaat u over tot controle van de aangifte.

Als u belast bent met de controle van de mondelinge aangifte ten uitvoer, gaat u als volgt te werk:

Meld in het Nederlands de aangever of diens vertegenwoordiger in duidelijke bewoordingen dat de goederen en/of de bijbehorende bescheiden aan een controle gaat onderwerpen. Behalve in het Nederlands mag u dit in voorkomend geval eveneens in het Frans, Duits of Engels doen.

Na de controle meldt u aan de aangever of diens vertegenwoordiger in het Nederlands of in voorkomend geval in het Frans, Duits of Engels dat de controle is beëindigd en wat uw bevindingen zijn.

3.8. Vrijgave voor de regeling uitvoer

De Douane geeft de goederen vrij voor uitvoer. Vrijgave is het ter beschikking stellen voor de doeleinden van de douaneregeling waaronder zij geplaatst zijn.

(artikel 4, lid 20 CDW)

Vrijgave voor uitvoer wordt verleend op voorwaarde dat de goederen het douanegebied van de Gemeenschap verlaten in de staat waarin zij zich bevonden op het tijdstip van aanvaarden van de mondelinge aangifte ten uitvoer.

(artikel 162 CDW)

De goederen kunnen niet vrijgegeven worden als er verbods- of beperkende maatregelen van toepassing zijn.

(artikel 73, lid 1 CDW)

Denk hierbij aan de niet-fiscale douanevoorschriften. Deze kunnen de vrijgave van de goederen verhinderen, bijvoorbeeld goederen die vallen onder de opiumwet.

Als u belast bent met de vrijgave van goederen die mondeling zijn geplaatst onder de douaneregeling uitvoer, gaat u als volgt te werk:

Geef in het Nederlands de aangever of diens vertegenwoordiger in duidelijke bewoordingen aan, dat de goederen hun weg kunnen vervolgen. Behalve in het Nederlands mag u dit in voorkomend geval eveneens in het Frans, Duits of Engels doen.

Stempel in voorkomend geval bescheiden af die voor uitvoer afgestempeld dienen te worden. Zie hiervoor ook paragraaf 2.10.

3.9. Nadere bepalingen

In dit hoofdstuk zijn geen nadere bepalingen opgenomen.

3.10. Uitzonderingen

In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.

3.11. Strafbepalingen

De volgende handelingen zijn strafbaar:

- het doen van een onjuiste aangifte (artikel 10:5, lid 1 Algemene douanewet);

- het overleggen van valse of vervalste bescheiden (artikel 10:5, lid 1 Algemene douanewet);

- het niet, niet volledig of onjuist verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen (artikel 10:5, lid 1 Algemene douanewet);

- niet verlenen van medewerking (artikel 10:6 Algemene douanewet);

- schenden van de identificatiemiddelen (artikel 10:8 Algemene douanewet).

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie