20.00.00 Uitvoer
20.00.00 Uitvoer, 28 november 2011, versie 9
Dit hoofdstuk behandelt het doen van de douaneaangifte ten uitvoer door middel van enige andere handeling. Wanneer de douaneaangifte ten uitvoer door middel van een andere handeling in de zin van artikel 61, onder c, zijn de
In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan de orde:
- voor welke goederen aangifte door enige andere handeling (paragraaf 4.2);
- uitsluiting aangifte door enige andere handeling (paragraaf 4.3);
- plaats van de aangifte door enige andere handeling (paragraaf 4.4);
- aanbrengen en aangeven (paragraaf 4.5);
- controle van de aangifte (paragraaf 4.6);
- vrijgave (paragraaf 4.7).
Wanneer zij niet uitdrukkelijk bij de douane worden aangegeven, kan de aangifte ten uitvoer door enige andere handeling voor de volgende goederen worden gedaan:
- goederen die in de reizigersbagage zijn vervat en:
- waarop geen rechten bij uitvoer van toepassing zijn; en
- waaraan ieder handelskarakter vreemd is;
(
- in het douanegebied van de Gemeenschap geregistreerde voertuigen die zijn bestemd om weder ingevoerd te worden;
(
- goederen als bedoeld in Titel III
- zendingen die aan de geadresseerde worden toegezonden per briefpost of als postpakket en die goederen bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 10 euro bedraagt;
- huisdieren die de veestapel vormen van een landbouwbedrijf dat, na zijn activiteiten in het douanegebied van de Gemeenschap te hebben gestaakt, naar een derde land wordt overgebracht. Dit is beperkt tot het aantal huisdieren dat overeenstemt met de aard en de omgeving van het landbouwbedrijf.
- foerage en voedermiddelen van ongacht welke aard aan boord van vervoermiddelen die worden gebruikt voor het vervoer van dieren uit het douanegebied van de Gemeenschap naar een derde land, bestemd om onderweg aan de dieren te worden verstrekt.
(
- andere goederen, in uit economisch oogpunt onbelangrijke gevallen, na toestemming van de inspecteur of een door hem aangewezen ambtenaar. De inspecteur draagt er zorg voor, mede door eventueel overleg met andere inspecteurs dat eenheid van beleid en uitvoering zoveel mogelijk blijft geborgd.
(
In een aantal gevallen kan een aangifte ten uitvoer door enige andere handeling worden gedaan ter aanzuivering van goederen waarvoor een aangifte voor tijdelijke invoer is gedaan. Meer informatie hierover kunt u vinden in onderdeel 18.00.00, paragraaf 37.1.1
- een ieder die het douanegebied van de Gemeenschap, waar hij zijn normale verblijfplaats heeft, tijdelijk verlaat;
- een ieder die het douanegebied van de Gemeenschap, waar hij niet zijn normale verblijfplaats heeft, na een tijdelijk verblijf verlaat.
(
Zie voor een toelichting op het begrip normale verblijfplaats onderdeel 24.00.00, paragraaf 1.1.4
Voor de volgende goederen kan geen aangifte door enige andere handeling worden gedaan:
- goederen waarvoor restitutie of andere bedragen worden gevraagd;
- goederen waarvoor terugbetaling van rechten wordt gevraagd;
- goederen waarop uitvoerverboden of -beperkingen van toepassing zijn;
- goederen die aan speciale formaliteiten zijn onderworpen.
(
Onder aangifte ten uitvoer door enige andere handelingen wordt verstaan de enkele overschrijding van de grens van het douanegebied van de Gemeenschap.
(
Op het moment dat de aangever de grens gepasseert, wordt de aangifte geacht te zijn aanvaard en de vrijgave geacht te zijn verleend, mits aan alle voorwaarden is voldaan.
(
Blijkt uit de controle dat de aangifte ten uitvoer door enige andere handeling niet voldoet aan de bepalingen van deze wijze van aangifte doen, dan worden de goederen geacht op onregelmatige wijze te zijn uitgevoerd.
(
De aangifte ten uitvoer voor goederen die is ingediend door enige andere handeling is onderworpen aan dezelfde controlebepalingen die gelden voor de mondelinge aangifte ten uitvoer. In voorkomend geval kan de aangever een schriftelijke aangifte ten uitvoer indienen nadat deze zich bij u heeft gevoegd.
Op het moment dat de aangever de grens gepasseert, wordt de aangifte geacht te zijn aanvaard en de vrijgave geacht te zijn verleend, mits aan alle voorwaarden is voldaan.
(
De volgende handelingen zijn strafbaar, waarbij het laatstgenoemde verzuim een bestuurlijke boete betreft:
- het op onregelmatige wijze uitvoeren van goederen (
- het doen van een onjuiste aangifte (
- het niet, niet volledig of onjuist verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen (artikel 10:5, lid 1 Algemene douanewet);
- niet verlenen van medewerking (
