20.00.00 Uitvoer

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboeken

Handboek Douane

20.00.00 Uitvoer

Handboek Douana

20.00.00 Uitvoer, 28 november 2011, versie 9

6. Overige situaties

In dit hoofdstuk komen de volgende situaties aan de orde:

- aangifte ten uitvoer achteraf (paragraaf 6.1);

- aangifte bij douanevervoer (paragraaf 6.2);

- aangifte bij uitvoer per spoor (paragraaf 6.3);

- tijdelijke uitvoer met een Carnet ATA (paragraaf 6.4);

- uitvoer van accijnsgoederen (paragraaf 6.5);

- formulier 302 (paragraaf 6.6);

- aangifte bij postzendingen (paragraaf 6.7);

- aangifte bij verzamelzendingen (paragraaf 6.8);

- aangifte voor landbouwgoederen (paragraaf 6.10);

- document T2L(F) (paragraaf 6.11).

6.1. Aangifte ten uitvoer achteraf

Goederen die de Gemeenschap hebben verlaten zonder dat daarvoor aangifte ten uitvoer is gedaan, moet de exporteur alsnog ten uitvoer aangeven. Hij moet dit doen bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar hij is gevestigd.

(artikelen 161, lid 5 CDW en 795 TVo. CDW)

De aangifte wordt gedaan met toepassing van lopende procedure, code 2. Zie hiervoor ook de Codelijst Sagitta, uitvoer, tabel A15. Op de aangifte ten uitvoer moet de aangever de clausule "aangifte ex artikel 795 TVo. CDW" vermelden.

De aangifte mag alleen worden aanvaard als de exporteur stukken overlegt waaruit blijkt wat de aard en de hoeveelheid van de goederen was en dat die goederen het douanegebied van de Gemeenschap ook daadwerkelijk hebben verlaten. Het exemplaar nummer 3 van het Enig document/UGD wordt in dit geval op het behandelende douanekantoor geviseerd voor uitgang van de goederen. Bij de aanvaarding van deze aangifte achteraf blijven de toepassing van sancties en de eventuele gevolgen op het gebied van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van kracht.

(artikel 795 TVo. CDW)

6.2. Aangifte bij douanevervoer

De douaneregeling douanevervoer maakt het mogelijk om niet-communautaire en communautaire goederen te vervoeren van de ene plaats in het douanegebied van de Gemeenschap naar een andere plaats in het douanegebied van de Gemeenschap.

In een aantal gevallen moet voor communautaire goederen voorafgaand aan de regeling douanevervoer een aangifte ten uitvoer worden gedaan.

In de volgende paragrafen worden achtereenvolgens behandeld communautaire goederen die worden geplaatst onder de regeling:

- extern gemeenschappelijk douanevervoer (6.2.1);

- intern communautair of gemeenschappelijk douanevervoer (6.2.2);

- vervoer met een carnet TIR (6.2.3).

6.2.1. Aangifte bij extern gemeenschappelijk douanevervoer

In sommige situaties kunnen ten uitvoer aangegeven goederen van het douanekantoor van uitvoer naar het douanekantoor van uitgang worden vervoerd onder de regeling voor extern gemeenschappelijk douanevervoer.

Het gaat hier om communautaire goederen die naar EVA-landen worden uitgevoerd of worden uitgevoerd naar andere derde landen waarbij het vervoer plaatsvindt over het grondgebied van een of meer EVA-landen en waarvoor de overeenkomstige douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld.

Er zijn vier categorieën:

- Communautaire goederen waarvoor de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld, met het oog op de toekenning van restituties bij de uitvoer in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

- Communautaire goederen waarvoor waarvoor het volgende geldt:

- de goederen moeten afkomstig zijn uit interventievoorraden, en

- het gebruik en/of de bestemming moet worden gecontroleerd, en

- de douaneformaliteiten bij uitvoer naar derde landen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten zijn vervuld.

- Communautaire goederen die in aanmerking komen voor terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer indien zij weer uit het douanegebied van de Gemeenschap worden uitgevoerd.

- Communautaire goederen in de vorm van veredelingsproducten of goederen in ongewijzigde staat waarvan de douaneformaliteiten bij uitvoer naar derde landen zijn vervuld ter zuivering van de regeling actieve veredeling terugbetalingssysteem, met het oog op de terugbetaling of de kwijtschelding van de rechten.

(artikel 340quater, lid 3, TVo. CDW)

Zie voor meer informatie over dit onderwerp de onderdelen 14.00.00 en 14.20.00 (douanevervoer) en onderdeel 16.00.00, hoofdstuk 13 (actieve veredeling met het systeem van terugbetaling) van dit Handboek.

De aangifte ten uitvoer van de goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap of ieder daarmee gelijk te stellen bescheid, moet bij het kantoor van vertrek worden overgelegd. Dit moet samen met de aangifte voor extern gemeenschappelijk douanevervoer gebeuren.

Bij de toepassing van vereenvoudigde procedures (bijvoorbeeld de vereenvoudigde procedures bij uitvoer of de regeling toegelaten exporteur) kan hiervan worden afgeweken.

(artikel 219, lid 2, TVo. CDW)

Voor de ambtelijke werkzaamheden bij het aanvaarden van de aangifte ten uitvoer wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Na aanvaarding van de aangifte voor douanevervoer kan de aangifte ten uitvoer voor (fictieve) uitgang worden afgetekend en geeft u dit aan de aangever terug volgens de procedure die is beschreven in paragraaf 5.4. na (indien van toepassing) op alle exemplaren van het douanevervoerdocument, of op een ander document dat als zodanig dienst doet, in het rood "Export" te hebben vermeld. Het douanekantoor van uitgang houdt toezicht op het daadwerkelijk uitgaan van de goederen.

(artikel 793ter, lid 1, TVo. CDW)

6.2.2. Aangifte bij intern communautair of gemeenschappelijk douanevervoer

            Intern communautair douanevervoer

In sommige situaties moeten ten uitvoer aangegeven goederen van het douanekantoor van uitvoer worden vervoerd onder de regeling voor intern communautair douanevervoer. Dit is het geval bij goederen die worden vervoerd:

De toepassing van de regeling Intern communautair douanevervoer is verplicht voor het vervoer van communautaire goederen:

- van gemeenschapsgebieden waar Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006, de BTW-Richtlijn, niet van toepassing is naar de rest van de Gemeenschap;

- van de rest van de Gemeenschap naar gemeenschapsgebieden waar Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006, de BTW-Richtlijn, niet van toepassing is;

- vervoer tussen gebieden waar deze Richtlijn niet van toepassing is.

Zie voor meer informatie over dit onderwerp onderdeel 14.00.00, paragraaf 2.3.4 van dit Handboek.

(artikel 340quater, lid 1, TVo. CDW)

            Intern gemeenschappelijk douanevervoer

Als communautaire goederen een EVA-land als bestemming hebben, of via het grondgebied van een EVA-land worden vervoerd, dan kan de regeling Intern communautair douanevervoer worden toegepast op grond van de overeenkomst. Voor deze goederen moet een aangifte ten uitvoer worden gedaan. Voor het vervoer kan in dat geval een aangifte T2 worden gebruikt.

(artikel 2 van de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer)

            Let op!

Gebruik van de regeling gemeenschappelijk douanevervoer is niet verplicht. In de Overeenkomst staat slechts vermeld dat in een aantal gevallen de T2-regeling mag worden gebruikt. Die gevallen zijn genoemd in artikel 2, lid 3, van de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer.

Zie voor meer informatie over dit onderwerp onderdeel 14.00.00, paragraaf 2.3.4 van dit Handboek.

Voor de ambtelijke werkzaamheden bij het aanvaarden van de aangifte ten uitvoer wordt verwezen naar hoofdstuk 3.

Na aanvaarding van de aangifte voor douanevervoer kan de aangifte ten uitvoer voor (fictieve) uitgang worden afgetekend en geeft u dit aan de aangever terug volgens de procedure die is beschreven in paragraaf 5.4. na (indien van toepassing) op alle exemplaren van het douanevervoerdocument, of op een ander document dat als zodanig dienst doet, in het rood "Export" te hebben vermeld.

Het douanekantoor van uitgang houdt toezicht op het daadwerkelijk uitgaan van de goederen.

(artikel 793ter, lid 1, TVo. CDW)

6.2.3. Aangifte bij TIR-vervoer

Voor goederen die op grond van de TIR-overeenkomst zullen worden vervoerd, moet een aangifte ten uitvoer worden gedaan, tenzij het vervoer betreft van goederen uit het vrije verkeer die via een derde land van een deel van de Gemeenschap naar een ander deel van de Gemeenschap worden vervoerd.

Zie voor meer informatie over dit onderwerp onderdeel 14.50.00 van dit Handboek.

Voor de ambtelijke werkzaamheden bij het aanvaarden van de aangifte ten uitvoer wordt verwezen naar hoofdstuk 3.

Op de (eerste twee) bladen (bij meerdere laadplaatsen kan dit ook op verdere bladen geschieden) van het carnet TIR moet in rood het stempel 'EXPORT' worden geplaatst. Dit omdat het derde exemplaar van de uitvoeraangifte de goederen niet begeleid naar de buitengrens. Het derde exemplaar van de uitvoeraangifte wordt afgewerkt en aan de aangever teruggegeven volgens de procedure die is beschreven in paragraaf 5.4. Zorg er wel voor dat als er meerdere posten op het carnet staan de stempel gezet wordt bij de posten waar de aantekening voor bedoeld is.

(artikel 793ter, lid 1, TVo. CDW)

            Let op!

Er kunnen nog andere vermeldingen van belang zijn zoals: AV/S, AV/T, Handelspolitiek en T1-goederen.

6.3. Aangifte bij uitvoer per spoor

Voor goederen die per spoor zullen worden uitgevoerd, moet een aangifte ten uitvoer worden gedaan. Daarnaast moet voor het vervoer door de spoorwegmaatschappij naar een derde land een van de volgende documenten worden gebruikt:

- een vrachtbrief CIM / overdrachtsformulier TR; (alleen voor spoorwegmaatschapppijen die in het bezit zijn van een vergunning om de vrachtbrief CIM of BDR als douane-aangifte te mogen gebruiken)

- een aangifte T;

- een carnet TIR;

- een carnet ATA.

Voor afgifte van deze documenten moet de aangever de aangifte ten uitvoer aan de douaneambtenaren overleggen.

(artikel 219, lid 2, TVo. CDW)

Zie voor de verdere ambtelijke werkzaamheden met betrekking tot de aangifte ten uitvoer hoofdstuk 3 en 5.

6.4. Tijdelijke uitvoer met een Carnet ATA

Het carnet ATA kan onder meer worden gebruikt bij tijdelijke uitvoer van de goederen die opgenomen zijn in bijlage 18 van het onderdeel Tijdelijke invoer, nummer 18.00.00 van dit Handboek. Bij tijdelijke uitvoer doet het carnet dienst als aangifte van de goederen waarop het betrekking heeft.

Een carnet ATA kan uiteraard alleen voor tijdelijke uitvoer worden aanvaard als het om tijdelijke uitvoer uit de Gemeenschap gaat. Daarbij is het mogelijk dat de goederen, voordat zij het douanegebied van de Gemeenschap verlaten, het grondgebied van een andere lidstaat of meerdere andere lidstaten passeren.

Voor de procedures en ambtelijke werkzaamheden wordt verwezen naar onderdeel 14.60.00, paragraaf 5.2. van dit Handboek.

Als tijdelijk uitgevoerde goederen niet worden wederingevoerd, stuurt de douanepost Zuivering aan het betreffende douanekantoor van uitgang het bericht dat de titularis van het carnet ATA voor de goederen een uitvoeraangifte moet overleggen. Bij die uitvoeraangifte moet het carnet ATA worden overgelegd. Het douanekantoor van uitvoer viseert exemplaar nummer 3 van de uitvoeraangifte en maakt de stam en de strook van het wederinvoerblad van het carnet ongeldig. De ongeldig gemaakte strook wordt door het douanekantoor gezonden aan de douanepost Zuivering met de vermelding dat een uitvoeraangifte is overgelegd.

(artikel 798 TVo. CDW)

6.5. Uitvoer van accijnsgoederen

Voor accijnsgoederen die bestemd zijn om vanuit een accijnsgoederenplaats onder schorsing van accijns te worden uitgevoerd, moet de aangifte ten uitvoer worden ingediend bij het douanekantoor van uitvoer dat daarvoor volgens de algemene regel bevoegd is.

- Behandel de uitvoeraangifte bij afgifte overeenkomstig hoofdstuk 2.

- Werk de uitvoeraangifte voor wat betreft de formaliteiten van het kantoor van uitgang geheel af op het kantoor van uitvoer. Zie hiervoor hoofdstuk 5.

- Vermeld bij de aftekening voor uitgang op de hiervoor bestemde plaats van exemplaar nummer 3 van het Enig document/UGD het nummer van het administratief geleidedocument dat de goederen zal begeleiden naar het kantoor van uitgang.

- Geef het exemplaar nummer 3 van het Enig document/UGD terug aan degene die dit bij het douanekantoor van uitvoer heeft overhandigd.

Met het administratief geleidedocument gaat u als volgt te werk:

- vermeld in vak A op alle exemplaren van het administratief geleidedocument in rood de aantekening "EXPORT".
Vermeld hierbij het aangifte identificatienummer van de aangifte ten uitvoer;

- plaats bij deze vermelding als waarmerk:

    - uw handtekening en naamstempel. En

    - een afdruk van de metalen dienststempel.

(artikel 793quater, lid 1 TVo. CDW)

Voor de werkzaamheden van het kantoor van uitgang wordt verwezen naar paragraaf 5.5.2. van dit onderdeel.

6.6. Formulier 302

Zie voor de procedure bij uitvoer met betrekking tot het Formulier 302 (militaire goederen) het onderdeel 14.80.00, paragraaf 2.2.4 van dit Handboek.

6.7. Aangifte bij postzendingen

Zie voor de procedure bij uitvoer met betrekking tot postzendingen onderdeel 43.00.00, hoofdstuk 4 van dit Handboek.

6.8. Aangifte bij verzamelzendingen

(Vervallen)

6.9. Aangifte voor landbouwgoederen

Zie voor de procedure bij uitvoer met betrekking tot landbouwgoederen de volgende onderdelen van dit Handboek:

- onderdeel 20.01.00, paragraaf 3.5 (restituties);

- onderdeel 20.02.00 (aangiften ten uitvoer landbouwgoederen);

- onderdeel 20.03.00 (uitvoercertificaten landbouwgoederen);

- onderdeel 20.05.00, paragraaf 2.2.1 (interventie);

- onderdeel 20.07.00 (heffingen bij uitvoer van landbouwgoederen).

6.10. Document T2L(F)

Het T2L of T2LF en T2L bis of T2LF bis of andere bescheiden voor het aantonen van de communautaire status mogen niet worden afgegeven of gebruikt voor goederen waarvoor de uitvoerformaliteiten zijn vervuld of die onder de regeling actieve veredeling met terugbetaling worden geplaatst.

(artikel 314, lid 3 TVo. CDW)

Zie voor meer informatie over dit onderwerp de onderdeel 14.10.00 van dit Handboek.

6.11. Nadere bepalingen

In dit hoofdstuk zijn geen nadere bepalingen opgenomen.

6.12. Uitzonderingen

In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.

6.13. Strafbepalingen

In dit hoofdstuk zijn geen strafbepalingen opgenomen.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie