20.00.00 Uitvoer
20.00.00 Uitvoer, 28 november 2011, versie 9
In dit deel van het Handboek vindt u een beschrijving van de formaliteiten en aanwijzingen voor uw werkzaamheden, die verband houden met de douaneregeling uitvoer.
De volgende onderwerpen worden in dit onderdeel behandeld:
- wettelijke bepalingen en algemene bepalingen (hoofdstuk 1;
- de elektronische en schriftelijke aangifte ten uitvoer (hoofdstuk 2);
- de mondelinge aangifte ten uitvoer; (hoofdstuk 3);
- de aangifte ten uitvoer door enige andere handeling (hoofdstuk 4);
- douanekantoor van uitgang (hoofdstuk 5);
- overige situaties (hoofdstuk 6).
De bepalingen die betrekking hebben op de vereenvoudigde aangifteprocedures zijn opgenomen in onderdeel 12.50.00
Uitvoer is het kenbaar maken van het voornemen tot het brengen van communautaire goederen buiten het douanegebied van de Gemeenschap. Bij overbrenging van goederen als gevolg van een transactie naar een bestemming in een andere lidstaat van de Gemeenschap is er geen sprake van uitvoer, maar van een intracommunautaire transactie.
De exporteur is degene voor wiens rekening de aangifte ten uitvoer wordt gedaan en die op het tijdstip van aanvaarding van die aangifte eigenaar is van de betrokken goederen of die daarover een gelijkaardig beschikkingsrecht heeft.
(
Voorbeeld
Een Nederlandse fabrikant levert goederen aan een in Canada gevestigde koper onder de leveringsconditie "franco huis". De Nederlandse fabrikant wordt in dat geval door de wet als exporteur aangewezen.
Het kan voorkomen dat de eigenaar van de goederen (of degene die daarover een gelijkaardig beschikkingsrecht heeft) als gevolg van de overeenkomst die aan de uitvoer ten grondslag ligt, niet in de Gemeenschap is gevestigd. In dat geval is bij wetsfictie bepaald dat de in de Gemeenschap gevestigde partij die de overeenkomst sluit, de exporteur is.
(
Voorbeeld
Een Nederlandse fabrikant levert goederen aan een in Canada gevestigde koper onder de leveringsconditie "ex works" ("af fabriek"). De Nederlandse fabrikant wordt in dat geval door de wet als exporteur aangewezen, hoewel zijn bemoeienis met de goederen niet verder strekt dan de poort van zijn fabriek.
Voor de douaneregeling uitvoer zijn de volgende communautaire bepalingen (uit het CDW) van belang:
- de douaneregeling uitvoer maakt het mogelijk dat communautaire goederen het douanegebied van de Gemeenschap verlaten. Bij uitvoer van goederen zijn de formaliteiten van toepassing die voor het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap zijn vastgesteld, met inbegrip van de handelspolitieke maatregelen en in bepaalde gevallen de rechten bij uitvoer;
(
- alle communautaire goederen die het douanegebied van de Gemeenschap verlaten, moeten onder de douaneregeling uitvoer worden geplaatst, behalve de volgende goederen:
- goederen die onder de regeling passieve veredeling zijn geplaatst;
- goederen die volgens
- goederen die, zonder aan een douaneregeling te zijn onderworpen, onder de gestelde voorwaarden worden vervoerd van een plaats in het douanegebied van de Gemeenschap naar een andere plaats in het douanegebied van de Gemeenschap en daarbij het douanegebied tijdelijk verlaten;
(
- goederen die naar het eiland Helgoland zijn verzonden, worden niet beschouwd als te zijn uitgevoerd.
(artikel 161, lid 3 CDW)
- voor het plaatsen van de goederen onder de douaneregeling uitvoer moet een aangifte (de aangifte ten uitvoer) worden gedaan;
(
- in
- artikel 161, lid 4 CDW biedt de mogelijkheid op communautair niveau nadere bepalingen vast te stellen voor de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder goederen niet ten uitvoer hoeven te worden aangegeven;
- de vergunninghouder actieve veredeling met terugbetalingssysteem, kan om teruggaaf of kwijtschelding verzoeken indien de veredelingsgoederen of de goederen in ongewijzigde staat zijn uitgevoerd;
(
- teruggaaf of kwijtschelding kan in bepaalde gevallen worden verleend onder voorwaarde van uitvoer;
(
- De communautaire goederen die voor de douaneregeling uitvoer zijn aangegeven, bevinden zich onder douanetoezicht vanaf het ogenblik waarop de douaneaangifte is aanvaard tot op het ogenblik waarop zij het douanegebied van de Gemeenschap verlaten of worden vernietigd of tot het ogenblik waarop de douaneaangifte ongeldig wordt verklaard;
(
- voor niet communautaire goederen die onder een economische douaneregeling waren geplaatst en bestemd zijn voor wederuitvoer (bijvoorbeeld actieve veredeling schorsing), moet een douaneaangifte gedaan worden en zijn de leden 4 en 5 van
(
Communautaire uitvoeringsbepalingen zijn opgenomen in de
Nationale bepalingen voor de uitvoer zijn opgenomen in de
| Bron | Artikel | Onderwerp |
| ...................... | ........... | ....................................... |
Algemene douaneregeling |
Plaats van vestiging douanekantoren | |
Overleggen bescheiden elektronische aangifte | ||
voorafaangifte | ||
Uitgaan via zee en lucht |
In deze paragraaf komt de plaats aan de orde waar de aangifte ten uitvoer moet worden ingediend.
De plaats waar de aangifte moet worden ingediend, is gebonden aan regels. De algemene regel is dat de aangever de aangifte moet indienen bij een douanekantoor dat bevoegd is voor het gebied waarvoor één van de volgende condities geldt:
1. de exporteur is in het gebied gevestigd;
2. de goederen zijn in het gebied verpakt;
3. de goederen zijn in het gebied geladen met het oog op de uitvoer.
(
Onder de vestigingsplaats van de exporteur wordt verstaan: de statutaire plaats van vestiging of de plaats waar de administratie wordt gevoerd. Een vertegenwoordiging of een postbusnummer wordt dus niet als een vestiging aangemerkt.
Met "geladen met het oog op de uitvoer" wordt bedoeld: de eerste belading van de goederen op het moment dat bekend is dat deze de bestemming uitvoer hebben. Het vervoermiddel waarin of waarop de goederen worden geladen, hoeft niet het vervoermiddel te zijn waarmee de goederen ook buiten het douanegebied van de Gemeenschap zullen worden gebracht.
Voorbeeld
Goederen worden verkocht aan een klant in de Verenigde Staten van Amerika. De goederen worden met een vrachtauto overgebracht van Utrecht naar Rotterdam en daar overgeladen in het uitgaande zeeschip. De inlading met het oog op de uitvoer heeft plaats bij de exporteur in Utrecht, omdat daar al vaststaat dat de bestemming in de Verenigde Staten ligt. De aangifte moet daarom worden ingediend bij een douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats Utrecht.
Op de algemene regel bestaan verschillende uitzonderingen. Een aantal daarvan is communautair bepaald, de overige zijn nationaal bepaald.
Let op!
Bij uitzonderingen op de algemene regel moet u extra veel aandacht besteden aan de goederen. Onbekendheid met klant en goederenstroom kan op basis van risicoanalyse namelijk extra aandacht vereisen. In de meeste gevallen zullen de goederen dan bij het douanekantoor van uitvoer worden aangebracht in een geladen situatie. De TVo. CDW bepaalt daarom dat bij de toe te passen controle op verbods- en beperkingsmaatregelen met deze afwijkende situatie rekening moet worden gehouden. Dit betekent dat bij aangifte ten uitvoer op een afwijkende plaats meer dan normale aandacht moet worden besteed aan:
- landbouwgoederen waarvoor restitutie wordt gevraagd (zie dit Handboek nummer 20.02.00
- goederen waarop bijzondere wetten van toepassing zijn (zoals cultuurgoederen en strategische goederen).
De controle van deze goederen moet in ieder geval door verificatie aan de hand van bescheiden gebeuren en vaker dan normaal door fysieke opname van de goederen.
Communautair bepaalde uitzonderingen
Communautair is bepaald dat de plaats van aangifte in de volgende gevallen kan afwijken van de algemene regel bij:
- onderaanneming;
- groepage;
- noodzaak vanwege de administratieve organisatie;
- gerechtvaardigde reden;
- goederen met een beperkte waarde;
- een mondelinge aangifte;
- uitvoer van landbouwgoederen met aanspraak op restitutie.
In geval van onderaanneming kan de aangifte ten uitvoer worden ingediend bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats van vestiging van de onderaannemer. Het begrip "onderaannemer" wordt in de wettelijke bepalingen niet nader toegelicht.
In de praktijk zal het meestal gaan om een ondernemer die in opdracht van de exporteur goederen heeft vervaardigd, bewerkt, gemonteerd, enzovoorts. De goederen bevinden zich bij de onderaannemer en niet bij de exporteur. Daarom is aan de wettelijke bepalingen het logische gevolg gegeven dat de aangifte in dit geval bij het douanekantoor kan worden gedaan dat bevoegd is over de plaats van vestiging van de onderaannemer.
(
Let op!
Een vervoerder die de goederen in opdracht van de exporteur vervoert, is geen onderaannemer zoals in de alinea hiervoor is bedoeld.
Goederen kunnen op een verzamelpunt, zoals expeditieknooppunten en logistieke centra, worden aangebracht. Vandaar worden deze met andere goederen in een ander vervoermiddel of container uitgevoerd (groepage).
De aangifte ten uitvoer kan dan worden ingediend bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar het verzamelpunt is gevestigd. Hierbij wordt dit verzamelpunt aanvaard als de plaats waar de goederen met het oog op de uitvoer in of op het vervoermiddel worden geladen.
Onder groepage wordt niet verstaan:
- het samenbrengen van (stuk)goederen in een zeehaven, in afwachting van de inlading in een uitgaand zeeschip;
- het enkel bij- of samenladen in een al gedeeltelijk geladen vervoermiddel;
- het gereedmaken van lading voor het vervoer per vliegtuig (het zogenaamde consolideren van lading).
Voor deze goederen moet de aangifte ten uitvoer per afzonderlijke zending zijn of worden gedaan volgens de algemene regel.
Als de organisatie van de Douane dat nodig maakt (bijvoorbeeld als er geen binnenlandse douanekantoren zouden bestaan), mag de minister van de algemene regel afwijken en andere kantoren aanwijzen.
(
In Nederland is van deze mogelijkheid nog geen gebruik gemaakt.
Als bijzondere redenen dit rechtvaardigen, mag de aangifte ten uitvoer, in afwijking van de algemene regel, door een ander douanekantoor worden aanvaard.
(
Van een gerechtvaardigde reden is sprake als zich een situatie voordoet waarin de exporteur een onevenredige economische inspanning moet leveren om de algemene regel van artikel 161, lid 5 CDW te kunnen toepassen. Voor het indienen van een aangifte bij een ander douanekantoor is een vergunning vereist. Deze moet worden aangevraagd bij het douanekantoor dat bevoegd is over de plaats waar de aangifte op grond van
Voorbeelden
Goederen worden naar een bestemming in de Gemeenschap verzonden en na het vertrek van de goederen vindt een contractwijziging plaats die ertoe leidt dat de goederen moeten worden uitgevoerd.
Op grond van de algemene regel van
Indien op het kantoor van uitgang een meerbevinding wordt vastgesteld, dient voor de meerbevonden goederen een aangifte ten uitvoer te worden ingediend (Zie ook paragraaf 5.3.3). Pas als de uitvoerformaliteiten zijn vervuld, kunnen deze goederen de Gemeenschap verlaten. De aangifte ten uitvoer mag in dit geval worden aanvaard door het kantoor van uitgang.
(
Goederen die niet aan een verbods- of beperkingsmaatregel zijn onderworpen èn waarvan de waarde per zending èn per aangever niet meer bedraagt dan € 3.000 mogen worden aangegeven bij het douanekantoor van uitgang (zie hoofdstuk 5).
De lidstaten hebben de bevoegdheid te bepalen dat deze regeling niet geldt voor een tussenpersoon als de douane-expediteur. Deze restrictie is in Nederland echter niet aangebracht.
(
Met "zending" wordt hier de hoeveelheid goederen bedoeld die in een vervoermiddel (vrachtauto, container, spoorwagon enzovoorts) wordt aangebracht bij het douanekantoor van uitgang. De achterliggende gedachte hierbij is dat voorkomen moet worden dat een partij goederen wordt opgesplitst in kleinere partijen, uitsluitend met de bedoeling de aangifte ten uitvoer met toepassing van deze uitzonderingsbepaling bij het douanekantoor van uitgang te kunnen doen.
De mondelinge aangifte kan uitsluitend gedaan worden bij het douanekantoor van uitgang.
(
Als plaats van inlading voor het vervoer van producten die bestemd zijn voor uitvoer kan worden beschouwd:
- voor producten die worden uitgevoerd in containers, de plaats waar de producten in de containers worden geladen;
- voor producten die worden uitgevoerd in bulk of in zakken, kartons, dozen, flessen en dergelijke die niet in containers worden geladen, de plaats waar deze producten worden geladen in het vervoermiddel waarmee zij het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten.
(
Nationaal bepaalde uitzonderingen
Nationaal is bepaald dat de plaats van aangifte in de volgende gevallen kan afwijken van de algemene regel bij:
- risicodragende goederen;
- aanwijzing door de Minister;
- bij- en samenlading;
- uitvoer van goederen die door een handelsonderneming in een andere lidstaat zijn gekocht;
- gesloten douanekantoor;
- omweg.
Bij goederen die onderworpen zijn aan uitvoerverboden of -beperkingen of bij goederen waarmee grote financiële belangen zijn gemoeid, kan de inspecteur - uit oogpunt van controle - besluiten van de algemene regel af te wijken. De aangifte ten uitvoer moet in zo'n geval bij een ander, nabijgelegen douanekantoor gebeuren.
De aangifte ten uitvoer voor goederen die op meer plaatsen (al dan niet gelegen in meerdere ambtsgebieden) in een vervoermiddel worden geladen, kan worden gedaan bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de laatste plaats van lading. Om in aanmerking te komen voor deze uitzonderingsbepaling moet de exporteur een verzoek indienen bij de inspecteur waar hij is gevestigd. Toestemming op het verzoek wordt verleend bij wijze van vergunning. De inspecteur verleent de vergunning in overleg met de inspecteur waaronder het aan te wijzen kantoor valt.
Een model van de verplicht te gebruiken aanvraag van de vergunning "Vergunning aangifte ten uitvoer doen bij een ander douanekantoor" is opgenomen in bijlage 1.
Een model van een vergunning "Vergunning aangifte ten uitvoer doen bij een ander douanekantoor" is opgenomen in bijlage 2. Deze vergunning wordt in het Klant Informatie Systeem geregistreerd onder nummer 8.915.999.
Voorbeeld
Een bedrijf dat aardappelen exporteert, haalt de lading rechtstreeks bij diverse boerenbedrijven op en gaat na de laatste partij naar het bevoegde douanekantoor om de hele partij ten uitvoer aan te geven. In dit geval hoeft niet vanaf iedere plaats van lading eerst het bevoegde douanekantoor te worden bezocht.
In Nederland gevestigde handelsondernemingen die goederen hebben gekocht in een andere lidstaat en die deze goederen willen uitvoeren nadat zij naar Nederland zijn overgebracht, hoeven de goederen niet aan te geven in de plaats waar zij zijn gevestigd. De aangifte kan worden ingediend bij het douanekantoor waar de goederen aanwezig zijn op het moment dat daaraan de bestemming "uitvoer" wordt gegeven.
Als het niet mogelijk is de aangifte ten uitvoer in te dienen bij het bevoegde douanekantoor omdat dit gesloten is, kan de aangifte ten uitvoer worden ingediend bij een ander Nederlands douanekantoor op de logistieke route.
In sommige gevallen moet voor het bereiken van het bevoegde douanekantoor een aanzienlijke omweg gemaakt worden. Het is dan mogelijk in overleg met de inspecteur waaronder dat douanekantoor valt, te komen tot bijzondere afspraken. Bijvoorbeeld het indienen van de aangifte ten uitvoer bij een ander douanekantoor dat beter aansluit bij de logistieke route. Als dit douanekantoor in het ambtsgebied van een andere inspecteur ligt, wordt deze inspecteur bij de afspraak met de exporteur betrokken.
Let op!
Als er geen sprake is van een gerechtvaardigde reden en als er geen andere reden is op grond waarvan de aangifte elders kan worden gedaan (bijvoorbeeld als de inspecteur met de exporteur een afspraak heeft gemaakt), dan kan de aangifte toch op een afwijkend douanekantoor in behandeling worden genomen. Er moet hier dan wel sprake zijn van een incidenteel geval.
De exporteur moet er in dit geval wel op gewezen worden dat hij de aangifte ten uitvoer eigenlijk op het bevoegde douanekantoor had moeten indienen. Ook moet in deze gevallen - met het oog op de naleving van uitvoerverboden of beperkingen meer dan normale aandacht aan de goederen worden besteed. De exporteur kan immers een speciale reden hebben om de aangifte op een andere dan de daarvoor aangewezen plaats in te dienen.
Let op!
Als aangiften ten uitvoer van een bepaalde exporteur in strijd met
- wijs de exporteur erop dat hij de aangifte ten uitvoer op het bevoegde douanekantoor moet indienen; en
- breng de bevoegde inspecteur in wiens ambtsgebied de exporteur is gevestigd, onmiddellijk op de hoogte.
Exporteurs kunnen de aangifte op verschillende manieren doen. Dit kan door middel van een:
- Schriftelijke aangifte;
- Elektronische aangifte;
- Mondelinge aangifte en aangifte door enige andere handeling.
In de volgende hoofdstukken worden deze procedures beschreven. Niet besproken worden de algemene bepalingen voor de aangiften, zoals de wijze van invulling, de taal die moet worden gebruikt of het tijdstip van aanvaarding van een aangifte. Die algemene bepalingen worden besproken in onderdeel 12.00.00
De uitvoerformaliteiten die op het douanekantoor van uitvoer moeten worden verricht, kunnen worden vereenvoudigd.
(
Voor het doen van de aangifte ten uitvoer en het vervullen van de uitvoerformaliteiten bestaan drie vereenvoudigde procedures:
- de onvolledige aangifte;
- de vereenvoudigde aangifte;
- de domiciliëringsprocedure-uitvoer.
Deze drie procedures worden in onderdeel 12.50.00, Vereenvoudigde procedures, van dit Handboek uitgebreid besproken.
In dit hoofdstuk zijn geen procedures en ambtelijke werkzaamheden opgenomen.
In dit hoofdstuk zijn geen nadere bepalingen opgenomen.
In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.
