20.02.00 Aangiften ten uitvoer landbouwgoederen

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek Douane

20.02.00 Aangiften ten uitvoer landbouwgoederen, 7 februari 2011, versie 18

2. Aanvaarding van de aangifte ten uitvoer

2.1. Algemeen

Bij de uitvoer van landbouwgoederen kan er aanspraak worden gemaakt op restitutie. Om daarvoor in aanmerking te komen moet de aangifte ten uitvoer voldoen aan een aantal eisen. In dit hoofdstuk wordt beschreven aan welke eisen de aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie moet voldoen om te worden aanvaard.

Er zijn in theorie twee manieren om een aangifte ten uitvoer in te dienen met aanspraak op restitutie, namelijk elektronisch en schriftelijk. In paragraaf 2.1.1 wordt eerst de meest voorkomende wijze van aangifte doen beschreven, de elektronische. In paragraaf 2.1.2 wordt vervolgens stilgestaan bij aanvullende voorwaarden die gelden wanneer een schriftelijke aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie wordt gedaan.

2.1.1. Aanvaardingseisen electronische aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie

Voor de algemene eisen met betrekking tot het doen van een aangifte ten uitvoer wordt verwezen naar onderdeel 20.00.00 van dit Handboek.

Naast de standaardgegevens die bij een aangifte ten uitvoer verplicht zijn, moeten er in de elektronische aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie een aantal aanvullende gegevens worden vermeld. Deze gegevens zijn noodzakelijk voor de berekening van de restitutie. Het gaat onder andere om de volgende gegevens:

- de omschrijving van de goederen volgens de restitutienomenclatuur (vak 31);

- de netto hoeveelheid of de meeteenheid die van belang is voor de berekening van de restitutie (vak 38 of 31). U kunt hierover meer lezen in deze paragraaf, onder "Vooraanmelding en plaats van indiening";

- de samenstelling van de goederen of een verwijzing naar de receptuur, wanneer dit van belang is voor de restitutieberekening (vak 31 of 44). Deze vermelding kan in een aantal gevallen ook in een vereenvoudigde vorm plaatsvinden. Zie voor meer informatie hierover paragraaf 2.1.3;

- de productcode/restitutiecode (vak 33);

- de vermeldingen die voortvloeien uit de vele voetnoten op de restitutienomenclatuur (vak 31). In het Gebruikstarief Douane zijn per goederencode de bedoelde vermeldingen opgenomen.

Voorbeeld
GN-code 04013031 geldt voor melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van niet meer dan 45 gewichtsprocenten. Voor deze goederencode is aantekening NX 056 in de restitutienomenclatuur opgenomen. Deze is verwerkt in het Gebruikstarief Douane. Het betreft hier de mogelijkheid om aan dit product kleine hoeveelheden (niet meer dan 0,5%) stoffen toe te voegen die nodig zijn voor de bereiding of de conservering. De aangever moet op de aangifte ten uitvoer vermelden of er al dan niet producten zijn toegevoegd en, zo ja, wat het maximumgehalte van die toevoeging is.

- het nummer van het uitvoercertificaat, als dat bij de zending wordt overgelegd (vak 44);

- de restitutievoet (vak 44);

- de bijzondere vermeldingen die in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij de maandstaatprocedure en bij proviandering via bevoorradingsdepots) in vak 44 moeten worden geplaatst. U kunt hierover meer lezen in paragraaf 2.4.3 en in paragraaf 2.1.3, onder "Bijzondere vermeldingen bij proviandering van bevoorradingsdepots".

          Let op

Naast deze aanvullende gegevens die nodig zijn voor de aanvaarding van een aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie, gelden er nog een aantal bijzonderheden voor deze aangifte ten uitvoer. Deze worden hieronder besproken, namelijk:

- dag van uitvoer;

- vooraanmelding en plaats van indiening aangifte ten uitvoer;

- kenmerken, nummers en plaatsaanduiding van goederen;

- overige bescheiden.

          Dag van uitvoer

Het vaststellen van de juiste dag van uitvoer is bij aangiften ten uitvoer met aanspraak op restitutie van groot belang. Zie ook paragraaf 3.3 van onderdeel 20.01.00, Restituties, van dit Handboek. Om de in dat onderdeel beschreven redenen moet u bij de aanvaarding van de aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie onder meer nagaan of de goederen al op het moment van de inlevering van het aangifteformulier ter plaatse aanwezig zijn en of ze van de andere goederen kunnen worden onderscheiden. Van massagoederen die op laadplaatsen in pakhuizen, silo's en dergelijke zijn opgeslagen vanwaar zij in het uitgaande vervoermiddel worden geladen, kan worden aangenomen dat zij aan deze voorwaarden voldoen.

          Vooraanmelding en plaats van indiening aangifte ten uitvoer

Op grond van de Restitutieverordening moet de aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie voldoen aan een aantal eisen voor wat betreft het tijdstip van indienen van de aangifte en de plaats van indiening. Deze eisen zijn:

- De aangever moet het bevoegde douanekantoor ten minste 24 uur van tevoren ervan in kennis stellen dat de voor uitvoer bestemde producten zullen worden geladen. Hierbij moet hij tevens aangeven hoe lang het laden naar verwachting zal gaan duren (vooraanmelding). De bevoegde autoriteiten kunnen besluiten een andere termijn dan die van 24 uur toe te passen.

- De aangever moet de aangifte ten uitvoer indienen op het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen worden geladen voor uitvoer.

(artikel 5, lid 7 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Als de aangever niet voldoet aan (een van) de bepalingen van artikel 5, lid 7 van de Restitutieverordening, staat dit de aanvaarding van de aangifte toch niet in de weg. U aanvaardt gewoon de aangifte ten uitvoer en de aanvraag om restitutie. Het niet voldoen aan een of meerdere van deze bepalingen is echter wel een risicoverhogende factor, die moet worden meegewogen bij de keuze of de aangifte wel of niet zal moeten worden onderworpen aan een fysieke controle, zoals voorgeschreven in Verordening (EG) nr. 1276/2008.

Meer informatie over tijdstip en plaats van indiening vindt u in:

- onderdeel 12.00.00, Plaatsing van goederen onder een douaneregeling, van dit Handboek;

- onderdeel 20.00.00, Uitvoer van dit Handboek;

          Let op

In Nederland worden geen vooraanmeldingen geëist die 24 uur voorafgaand aan het laden van de goederen aan het bevoegde douanekantoor moeten worden toegezonden. Enerzijds worden in Nederland de vooraanmeldingstermijnen toegepast die lokaal zijn vastgesteld in de vergunningen Domiciliëringsprocedure uitvoer te laden (reactietermijn) die aan de aangevers zijn verleend. Anderzijds worden vooraanmeldingstermijnen gebruikt die een goede controleplanning en -uitvoering mogelijk maken voor aangiften ten uitvoer die op de klassieke (schriftelijke) wijze worden ingediend.

          Kenmerken, nummers en plaatsaanduiding van goederen

Om te kunnen worden aanvaard moet de aangifte ten uitvoer voor wat betreft de kenmerken, nummers en plaatsaanduiding van goederen, aan de volgende eisen voldoen:

- De aangever moet de merken en nummers die op de verpakking van de uit te voeren partijen zijn vermeld, volledig noteren in het vak "goederenomschrijving".

- De aangever moet de plaats waar de te laden goederen zich bevinden, nauwkeurig vermelden.

          Let op

De door de aangever opgegeven locatie kan zowel de specifieke opslaglocatie van de goederen in de loods zijn (bijvoorbeeld: Loods C, Rij 15, Vak 5, begane grond), of een aangewezen (en als zodanig herkenbare) vaste zone op het laadperron. Wanneer specifieke omstandigheden andere laadlocaties noodzakelijk maken (bijvoorbeeld bij productiebedrijven), dan zijn die laadlocaties ook toegestaan, onder de voorwaarde dat in dat geval wel aan de algemene kaders wordt voldaan. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een vaste zone op het laadperron of een andere laadlocatie mag deze locatie in de werkafspraken behorende bij de vergunning Elektronische domiciliëringsprocedure (Uitvoer) worden benoemd en hoeft dan niet steeds in de individuele aangiften te worden vermeld.

De juridische basis van deze eisen over de merken, nummers en de locatieaanduiding is vastgelegd in bijlage 37 TVo. CDW en de Toelichting betreffende het gebruik van het Enig document. Artikel 77 CDW bepaalt dat de voorwaarden die zijn gesteld bij schriftelijke aangiften, ook van toepassing zijn op elektronische aangiften. Aangiften die niet voldoen aan de hiervoor genoemde eisen, kunnen niet worden aanvaard. Zie ook paragraaf 3.1.3, onder "Plaats van de fysieke controle".

          Overige bescheiden

Bij de aangifte ten uitvoer van landbouwgoederen moeten afhankelijk van de goederensoort ook nog andere bescheiden worden overgelegd. Wanneer de aangifte ten uitvoer elektronisch wordt ingediend, moet de aangever die bescheiden apart bij de Douane indienen. Naast de bescheiden die op grond van gezondheids- of kwaliteitsregelingen moeten worden overgelegd en die hier niet worden besproken, zijn dit onder meer de volgende bescheiden:

Bescheid Toelichting
.................... .............................................................

Uitvoercertificaten

Zie voor meer gedetailleerde gegevens onderdeel 20.03.00, Uitvoercertificaten landbouwgoederen van dit Handboek.

Stamboekcertificaten

Deze certificaten zijn voorgeschreven bij de uitvoer van fokdieren van zuiver ras als bijzondere voorwaarde om voor restitutie in aanmerking te komen.

Attesten

Deze attesten zijn voorgeschreven bij de uitvoer van vlees van volwassen, mannelijke runderen als voorwaarde om voor een bijzondere (hogere) restitutie in aanmerking te komen. Zie voor meer gedetailleerde gegevens paragraaf 3.15 van onderdeel 20.01.00, Restituties, van dit Handboek.

Verder gelden nog de volgende aanvaardingseisen:

- omschrijving van de kwaliteit;

- vereenvoudigde aangifte bij de uitvoer van industriële landbouwproducten;

- bijzondere vermeldingen bij proviandering van bevoorradingsdepots.

          Omschrijving van de kwaliteit

Een van de algemene restitutievoorwaarden is dat de goederen van gezonde handelskwaliteit moeten zijn (zie paragraaf 3.13.1 van onderdeel 20.01.00, Restituties, van dit Handboek). Wie aanspraak maakt op restitutie, hoeft de gezonde handelskwaliteit op de aangifte ten uitvoer niet speciaal te vermelden. Er wordt van uitgegaan dat de goederen aan die voorwaarde voldoen.

Voor bepaalde producten in de sector varkensvlees moet de aangever echter wel een aparte verklaring stellen in de aangifte ten uitvoer. Bij bereidingen en conserven van de goederencodes 1601 0091, 1601 0099, 1602 4110, 1602 4210 en 1602 4919 moet het volgende worden vermeld:

"Goederen voldoen aan Verordening (EG) nr. 903/2008".

          Vereenvoudigde aangifte bij de uitvoer van industriële landbouwproducten

Het Hoofdproductschap Akkerbouw heeft aan verschillende exporterende bedrijven, op grond van artikel 3:32 Algemene douaneregeling, toestemming verleend om in de aangifte ten uitvoer de vermelding van de samenstelling, het gehalte of de hoedanigheid van de uit te voeren producten weg te laten. De Algemene Inspectiedienst controleert achteraf aan de hand van de bedrijfsadministratie en/of de receptuur van de goederen de juistheid van de geclaimde restitutie voor de grondstoffen. In de aangifte ten uitvoer hoeft dan alleen de soort goederen onder hun eigen benaming te worden vermeld.

Deze vereenvoudigde aangiften kunnen echter alleen worden aanvaard wanneer de aangever daarop de datum en het nummer van de door het productschap verleende toestemming heeft vermeld. Een overzicht van de verleende toestemmingen is gegeven in bijlage 2 van onderdeel 20.01.00, Restituties, van dit Handboek.

          Bijzondere vermeldingen bij proviandering van bevoorradingsdepots

Als een aangifte ten uitvoer wordt gedaan voor goederen die zullen worden opgeslagen in een bevoorradingsdepot (in Nederland of in een andere EU-lidstaat), dan moet de aangever in de aangifte ten uitvoer de volgende gegevens vermelden:

- "Opslag in depot onder verplichting van levering voor bevoorrading van zeeschepen of luchtvaartuigen - toepassing van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 612/2009";

- als het depot in een andere lidstaat ligt: de lidstaat van opslag.

Zie hiervoor ook paragraaf 4.5 van onderdeel 20.01.00, Restituties, van dit Handboek.

2.1.2. Aanvaardingseisen landbouwformulier L(F)

Indien in uitzonderlijke gevallen een schriftelijke aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie wordt overgelegd moet op grond van afspraken met de productschappen, naast de schriftelijk aangifte ten uitvoer, een landbouwformulier L(F) in enkelvoud worden overgelegd.

          Let op

- Wanneer de aangifte elektronisch is ingediend, dan wordt er geen schriftelijk landbouwformulier L(F) meer overgelegd, omdat de aanvraag voor restitutie elektronisch (door Sagitta-uitvoer) wordt aangevraagd. Om te voorkomen dat er tweemaal restitutie wordt aangevraagd, mag bij een elektronische aangifte dus geen landbouwformulier L(F) worden aanvaard.

- Als in dit verband gebruik wordt gemaakt van de maandstaatprocedure, dan wordt er geen landbouwformulier L(F) bij de aangifte ten uitvoer overgelegd. De restitutieaanvraag wordt in dat geval met de maandstaat gedaan. Zie paragraaf 4.3 van onderdeel 20.01.00, Restituties, van dit Handboek.

Het landbouwformulier L(F) wordt in principe alleen nog maar gebruikt voor de uitvoer van landbouwproducten met aanspraak op restitutie en (in voorkomend geval) in het kader van het opleggen van uitvoerheffingen.

In het Gebruikstarief Douane is de verplichting tot het overleggen van een landbouwformulier L(F) per goederencode nader uitgewerkt.

          Inhoud van het landbouwformulier L(F)

Het landbouwformulier L(F) moet op dezelfde manier worden ingevuld als de aangifte ten uitvoer (zie paragraaf 2.1.1). Daarnaast moet het landbouwformulier L(F) de volgende gegevens bevatten:

- de productschapsgoederencode, die is opgenomen in bijlage V van het geïntegreerde gebruikstarief. Deze code moet worden ingevuld in het deelvak "PGC" (vak 31);

- het nummer van het uitvoercertificaat (vak 44);

- de vermelding dat het certificaat in depot is bij het productschap (indien van toepassing) (vak 44bis);

- de vermelding of al dan niet restitutie wordt gevraagd en of al dan niet een voorschot wordt verlangd (vak 44);

- als de goederen eerder in het kader van de voorfinanciering in een entrepot zijn ingeslagen: het referentienummer van het COA (vak 44) en de code 1076 (vak 37);

- als de goederen in het kader van voorfinanciering zijn verkregen uit ondercontroleplaatsing van grondstoffen: de code 1077 (vak 37) en het nummer van de betalingsaangifte (op de achterzijde in het tweede vak links);

- bij uitvoer van vlees van volwassen mannelijke runderen: het nummer of de nummers van het (de) overgelegde attest(en) (vak 44)
(zie ook paragraaf 3.15 van onderdeel 20.01.00, Restituties, van dit Handboek;

- bij uitvoer van smeltkaas waarin zowel EG-grondstoffen als derdelandengrondstoffen zijn verwerkt (vak 44):

- het nummer van de vergunning Actieve veredeling;

- de samenstelling van het eindproduct smeltkaas;

- de gebruikte hoeveelheden EG-basisgrondstoffen;

- de gebruikte hoeveelheden derdelandengrondstoffen;

- het nummer (of de nummers) van het landbouwformulier L(F) waarmee de derdelandengrondstoffen zijn ingevoerd;

(Zie ook paragraaf 3.9 van onderdeel 20.01.00, Restituties, van dit Handboek)

- bij uitvoer van zogenoemde industriële landbouwproducten, voor zover van toepassing:

- als de aangever de samenstelling van het product niet kent en hij restitutie wil ontvangen met toepassing van de procedure van bijlage IV van Verordening (EU) nr. 578/2010, in vak 44 de clausule:

"
Artikel 47, Verordening (EU) nr. 578/2010";

- datum en nummer van de toestemming ondertoezichtstelling in vak 44 (zie bijlage 2 van onderdeel 20.01.00, Restituties, van dit Handboek);

- de hoeveelheden werkelijk verwerkte grondstoffen, of een verwijzing naar de receptuur in het daarvoor bestemde vak op de achterzijde van het landbouwformulier L(F) (zie ook paragraaf 2.1.3, onder "Omschrijving van de kwaliteit")

- als grondstoffen in het kader van actieve veredeling zijn verwerkt: een aantekening met een verwijzing naar de verleende vergunning in het daarvoor bestemde vak op de achterzijde van het landbouwformulier L(F).

2.2. Procedures en ambtelijke werkzaamheden

In deze paragraaf worden de volgende procedures en ambtelijke werkzaamheden besproken:

- schriftelijke aangifte ten uitvoer en landbouwformulier L(F) aanvaarden (paragraaf 2.2.1);

- elektronische aangifte ten uitvoer en landbouwformulier L(F) aanvaarden (paragraaf 2.2.2).

2.2.1. Elektronische aangifte ten uitvoer en landbouwformulier L(F) aanvaarden

Bij een elektronische aangifte vindt de formele aanvaarding plaats door het systeem Sagitta-uitvoer. Omdat de aangifte ten uitvoer en de aanvraag om restitutie elektronische bescheiden zijn, hoeft u geen waarmerkingen voor de aanvaarding te plaatsen.

2.2.2. Schriftelijke aangifte ten uitvoer en landbouwformulier L(F) aanvaarden

Wanneer u belast bent met de aanvaarding van een schriftelijke aangifte ten uitvoer, gaat u als volgt te werk:

1. Controleer of de aangifte ten uitvoer voldoet aan de formele eisen (zie paragraaf 2.1).

2. Aanvaard de aangifte volgens artikel 63 CDW.

3. Vermeld de aanvaardingsdatum op de aangifte (artikel 203 TVo. CDW). Dit doet u door op alle exemplaren van de aangifte ten uitvoer een afdruk van de dienststempel (zeskantig of rechthoekig) te plaatsen met daarin de aanvaardingsdatum. Plaats het stempel als bewijs van de aanvaarding in een van de volgende vakken:

    - in vak A wanneer het alleen een aangifte ten uitvoer betreft;

    - in vak C wanneer tegelijk met de aangifte ten uitvoer ook een vervoersdocument wordt ingediend.

    Plaats daarbij tevens uw handtekening en uw naamstempel.

4. Vermeld de aanvaardingsdatum ook op het landbouwformulier L(F). Doe dit in hetzelfde vak als het vak van de aangifte ten uitvoer. Plaats daarbij tevens uw handtekening en naamstempel.

2.3. Nadere bepalingen

In deze paragraaf worden de volgende nadere bepalingen besproken:

- samenloop van restitutie en veredeling (paragraaf 2.3.1);

- gebruik van bislijsten (paragraaf 2.3.2).

2.3.1. Samenloop van restitutie en veredeling

Het kan zijn dat er samenloop plaatsvindt van de regeling actieve veredeling en het aanvragen van restitutie waarbij de Douane bij invoer van de vrijstellingsgoederen een vrijstelling van het douanerecht heeft verleend. In dat geval moet u in het vak "Controle door het kantoor van vertrek", op de achterzijde van het landbouwformulier L(F), vermelden welke grondstoffen of bestanddelen van deze grondstoffen zijn uitgevoerd om aan de voorwaarden van de verleende vrijstellingsvergunning te voldoen.

2.3.2. Gebruik van bislijsten

Als de zending van de uit te voeren goederen uit meer dan een post bestaat, dan kan de aangever hiervoor een of meer bislijsten gebruiken. Als de aangever een of meer bislijsten heeft gebruikt, moet u deze onder vermelding van het nummer van het bijbehorende landbouwformulier L(F) ook in vak A of C waarmerken. Dit doet u door in vak A of C een afdruk van de dienststempel (zeskantig of rechthoekig), voorzien van de aanvaardingsdatum, en uw handtekening en naamstempel te plaatsen.

2.4. Uitzonderingen

In deze paragraaf worden de volgende uitzonderingen besproken:

- aangifte ten uitvoer bij leveringen aan bijzondere bestemmingen binnen de Gemeenschap (paragraaf 2.4.1);

- regeling geschatte gewichten (paragraaf 2.4.2);

- bijzondere vermeldingen bij maandstaatprocedure (paragraaf 2.4.3).

2.4.1. Aangifte ten uitvoer bij leveringen aan bijzondere bestemmingen binnen de Gemeenschap

Normaal gesproken hoeft voor leveringen binnen de Gemeenschap geen aangifte ten uitvoer te worden gedaan. In sommige gevallen worden deze leveringen echter gelijkgesteld aan uitvoer naar derde landen. Het gaat dan om leveringen van landbouwproducten aan bijzondere bestemmingen binnen de Gemeenschap, zoals genoemd in hoofdstuk 4 onderdeel 20.01.00, Restituties, van dit Handboek. Het gaat om de volgende leveringen:

- leveringen met aanspraak op restitutie;

- leveringen in het kader van veredelingsverkeer;

- leveringen van interventiegoederen.

Voor deze leveringen moet een aangifte ten uitvoer worden gedaan, omdat de Restitutieverordening ze gelijkstelt aan uitvoer uit de Gemeenschap.

(artikel 33 Verordening (EG) nr. 612/2009)

2.4.2. Regeling geschatte gewichten

In afwijking van artikel 282, lid 2 TVo. CDW kan de Douane op grond van artikel 5, lid 6 Verordening (EG) nr. 612/2009 in een aantal gevallen toestaan dat de aangever een vereenvoudigde aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie of een aangifte tot voorfinanciering indient. Bij een vereenvoudigde aangifte is het nettogewicht van de uitgaande goederen niet exact in de aangifte ten uitvoer aangegeven, maar door de aangever geschat. Zodra de producten in het uitgaande vervoermiddel zijn geladen, moet de aangever een aanvullende aangifte bij de Douane indienen.

          Let op

De aangever kan alleen gebruik maken van de schattingsaangifte voor het nettogewicht, als hij op grond van artikel 282, lid 2 TVo. CDW daarvoor een vergunning van de Douane heeft gekregen.

De procedure van vereenvoudigde aangifte voor landbouwproducten met aanspraak op restitutie is alleen toegestaan voor:

- aangiften ten uitvoer EXA;

- aangiften tot voorfinanciering COA.

In beide gevallen moet aan de volgende twee voorwaarden worden voldaan:

- De goederen worden uitgevoerd in bulk of in niet-gestandaardiseerde verpakkingen.

- Het nettogewicht van de uitgaande partij kan pas worden vastgesteld nadat het transportmiddel geladen is.

Onder niet-gestandaardiseerde verpakkingen worden in dit verband uitsluitend verstaan:

- levende dieren;

- (halve) karkassen;

- voor- en achtervoeten;

- voorstukken;

- hammen;

- schouders;

- buiken en karbonadestrengen.

          Let op

- Aan het begrip "niet-gestandaardiseerde verpakkingen" mag onder geen enkel beding een ruimere uitleg worden gegeven dan hiervoor is vermeld.

- Bij niet-gestandaardiseerde verpakkingen moet de aangever wel het juiste aantal colli in de aangifte vermelden.

Aan de regeling geschatte gewichten zijn voor de aangever de volgende voorwaarden verbonden:

- De aangever moet een vergunning van de Douane hebben om van de vereenvoudigde regeling gebruik te mogen maken. In Nederland wordt hiervoor model 4.091.090 van het Modellenboek Douane gebruikt. In de vergunning moeten de vorm en de inhoud van de schriftelijke bewijzen die het exacte geladen nettogewicht aantonen, worden voorgeschreven.

- De aangever moet de aangifte ten uitvoer of de aangifte tot voorfinanciering COA bij de Douane indienen. Dat kan op twee manieren:

- schriftelijk: zie voor vermelding van de geschatte hoeveelheden paragraaf 2.4.2;

- elektronisch: als de aangifte ten uitvoer elektronisch bij de Douane wordt ingediend, vermeldt de aangever zelf de geschatte hoeveelheden in de elektronische aangifte.

- De aangever moet zowel in de schriftelijke als in de elektronische variant de volgende clausule opnemen als bewijs dat hij bij de aangifte gebruik wil maken van de procedure geschatte gewichten:

"Toepassing procedure geschatte gewichten"

Deze clausule moet hij opnemen in het vak "Goederenomschrijving" van:

- de aangifte ten uitvoer of de aangifte tot voorfinanciering COA;

- (in voorkomend geval) het landbouwformulier L(F).

- De aangever moet direct nadat de aangegeven goederen in het vervoermiddel zijn geladen, een aanvullende aangifte indienen bij het kantoor van uitvoer. In de aanvullende aangifte moet hij het exacte geladen netto- en brutogewicht aangeven. De vorm waarin deze aanvullende aangifte wordt ingediend (schriftelijk, per fax of op een andere manier), is vastgesteld in de vergunning. Bij deze aanvullende aangifte moet de aangever tevens de in de vergunning voorgeschreven schriftelijke bewijsstukken overleggen.

In een aantal gevallen kan de Douane toestaan dat de aangever een vereenvoudigde aangifte voor landbouwproducten met aanspraak op restitutie indient.

Wanneer u een schriftelijke aangifte ten uitvoer moet afhandelen waarbij de aangever gebruik heeft gemaakt van de regeling geschatte gewichten, gaat u als volgt te werk:

1. Controleer of de schattingsaangifte voldoet aan de gestelde eisen.

2. Registreer de schriftelijke aangifte ten uitvoer in Sagitta-uitvoer.

3. Vermeld als aangegeven netto- en brutogewicht de geschatte hoeveelheden.

          Let op

Als de aangever de aangifte ten uitvoer elektronisch indient, dan vermeldt hij zelf de geschatte hoeveelheden.

De aangever levert na het laden een aanvullende aangifte in waarin hij het feitelijk geladen gewicht vermeldt. Wanneer het feitelijk geladen gewicht niet overeenkomt met het gewicht dat eerder als geschat gewicht was opgegeven, gaat u als volgt te werk:

1. Corrigeer de aangifte op de gebruikelijke wijze.

2. Verwijs in het vak "Verificatiebevindingen" duidelijk naar het feit dat de gemaakte correctie het gevolg is van toepassing van artikel 5, lid 6 Verordening (EG) nr. 612/2009.

Let op

U maakt geen bekeuring op vanwege dit gewichtsverschil, tenzij er een vermoeden van fraude bestaat.

2.4.3. Bijzondere vermeldingen bij maandstaatprocedure

Bij rechtstreekse proviandering van schepen of vliegtuigen kan de maandstaatprocedure worden toegepast. Zie ook paragraaf 4.3 van onderdeel 20.01.00, Uitvoerrestituties van dit Handboek. Bij toepassing van de maandstaatprocedure moet de aangever in vak 44 de volgende gegevens vermelden:

- "Bestemd voor boordproviand";

- de naam en de vlag van het zee-, marine- of hulpschip;

- het registratienummer van het luchtvaartuig, boor- of productieplatform.

De aangever mag een aangifte met een verzamelstaat of specificatie aanbieden. In dat geval moet daaruit duidelijk blijken voor welke goederen hij aanspraak op restitutie maakt (aan te duiden met R) en voor welke goederen al voorfinanciering van de restitutie is gevraagd (aan te duiden met RP en het nummer van de betreffende vooruitbetalingsaangifte).

2.5. Strafbepalingen

In dit hoofdstuk zijn geen strafbepalingen opgenomen.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie