20.02.00 Aangiften ten uitvoer landbouwgoederen

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek Douane

20.02.00 Aangiften ten uitvoer landbouwgoederen, 7 februari 2011, versie 18

5. Documenten en formaliteiten na de afwerking van de verificatie

5.1. Algemeen

Afwerking van de aangifte ten uitvoer wil niet zeggen dat de goederen daarna zonder meer hun weg kunnen vervolgen. Er moeten nog een aantal formaliteiten worden vervuld. In deze paragraaf komen de documenten en formaliteiten aan bod die van belang zijn na het afwerken van de verificatie van de aangifte ten uitvoer. De volgende onderwerpen worden hierna behandeld:

- extern douanevervoer (paragraaf 5.1.1);

- controle-exemplaar T5 (paragraaf 5.1.2);

- vergunning "zelfafgifte T5" (paragraaf 5.1.3);

- identiteitshandhaving van de goederen (paragraaf 5.1.4).

5.1.1. Extern douanevervoer

In een aantal gevallen moeten of kunnen landbouwgoederen waarop bij uitvoer aanspraak op restitutie is gemaakt, worden vervoerd naar het kantoor van uitgang onder dekking van de regeling extern douanevervoer. Zie voor de gevallen dat dit moet of kan, het onderdeel Douanevervoer-Algemeen en toepassingsgebied, opgenomen in dit Handboek, onder nummer 14.00.00.

5.1.2. Controle-exemplaar T5

Een controle-exemplaar T5 moet worden overgelegd om aan te tonen dat bepaalde landbouwgoederen de Gemeenschap hebben verlaten, een bijzondere bestemming hebben bereikt of zijn ingeslagen in een bevoorradingsdepot.

(artikel 8 juncto artikel 36, lid 2 en artikel 38, lid 2 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Het gaat hier om de volgende goederen:

- landbouwgoederen waarvoor restitutie bij uitvoer is gevraagd;

- landbouwgoederen waarvoor een uitvoercertificaat, al dan niet met vastlegging van de restitutie, bij de aangifte ten uitvoer is overgelegd in verband met de vrijgave van de certificaatwaarborg;

- landbouwgoederen waarvoor uitvoer verplicht is om te voldoen aan de interventievoorwaarden.

Zie voor de behandeling van het controle-exemplaar T5 paragraaf 5.2.

5.1.3. Vergunning "Zelfafgifte T5"

Exporteurs die voldoen aan bepaalde voorwaarden, kunnen van de Douane een vergunning krijgen tot zelfafgifte van controle-exemplaren T5. Om onduidelijkheden en problemen bij de productschappen te voorkomen over de vraag welke exporteur een vergunning heeft gekregen om zelf controle-exemplaren T5 af te mogen geven, is de volgende werkwijze afgesproken:

- Wanneer een exporteur van landbouwgoederen een vergunning vraagt om zelf controle-exemplaren T5 af te mogen geven, moet de inspecteur, voordat hij hierover een beslissing neemt, het regiokantoor van de Algemene Inspectiedienst om advies vragen. Daarvoor zendt hij een afschrift van de aanvraag naar het aangewezen regionale kantoor.

- Nadat het regiokantoor van de Algemene Inspectiedienst advies heeft uitgebracht, beslist de inspecteur of er wel of geen vergunning kan worden verleend. De inspecteur stelt het regionale kantoor van de Algemene Inspectiedienst op de hoogte van het genomen besluit.

- Als de exporteur een vergunning heeft gekregen om zelf controle-exemplaren T5 af te mogen geven, moeten ook de productschappen hiervan op de hoogte worden gesteld.
Dit bericht moet aan alle productschappen worden verzonden onder vermelding van het vergunningnummer, de Naam Adres en Woonplaats-gegevens van de vergunninghouder en de datum van ingang van de vergunning. Wanneer de vergunning beperkt is tot een bepaalde groep goederen, moet tevens de beperking worden vermeld.

Voor de behandeling van het controle-exemplaar T5 wordt u verwezen naar paragraaf 5.2.

5.1.4. Identiteitshandhaving van de goederen

Na de verificatie van de aangifte ten uitvoer moet de identiteit van de goederen (overeenkomstig artikel 5, lid 8 van Verordening (EG) nr. 612/2009) tijdens het traject van het kantoor van uitvoer naar het kantoor van uitgang verzekerd worden. De algemene regel is dat het verzekeren van de identiteit op twee manieren kan plaatsvinden, namelijk:

- door het verzegelen van de laadruimte van het vervoermiddel;

- door colliverzegeling van de goederen.

Wanneer dit inhoudt dat de laadruimte van een vervoermiddel dat nog niet geheel gevuld is (en waarbij colliverzegeling niet mogelijk is), ambtelijk verzegeld moet worden, dan is dit inherent aan het systeem van identiteitshandhaving.

In de praktijk blijkt er echter bij sommige exporteurs grote behoefte aan te bestaan om de identiteit van de uit te voeren landbouwgoederen op een andere manier te verzekeren. Er zijn namelijk situaties denkbaar waarbij de identiteitshandhaving volgens de hierboven genoemde regel op grote problemen stuit bij de exporteur. Hieronder volgen enkele voorbeelden:

- Kleine zendingen industriële landbouwproducten worden via een beurtvaarder naar het laatste kantoor vervoerd, waarbij het vervoermiddel niet verzegelbaar is en waarbij colliverzegeling niet (of slechts zeer moeizaam) kan worden toegepast.

- Kleine zendingen industriële landbouwproducten worden met eigen (verzegelbaar) transport naar het kantoor van uitgang vervoerd, maar op de weg daarheen moet eerst nog een aantal andere losadressen worden aangedaan. Het ambtelijk ontzegelen en wederom verzegelen van het vervoermiddel bij deze tussenliggende losadressen zou een tijdrovend (en kostbaar) karwei zijn.

- Versgemalen meel wordt met binnenvaartschepen vervoerd en moet tijdens dit vervoer voortdurend gecontroleerd en belucht worden om verstikking van het meel door condensvorming te voorkomen.

- Levende runderen moeten verzorgd worden en na een bepaalde transportduur (ongeveer 20 reisuren), op grond van communautaire regels, uitrusten in stallen, voordat ze weer verder mogen worden getransporteerd.

In zeer bijzondere gevallen kunt u toestaan om af te wijken van de voorgeschreven hoofdregel van identiteitshandhaving. Wanneer een exporteur hiervan gebruik wil maken, moet hij een schriftelijk verzoek indienen en motiveren waarom er volgens hem afgeweken moet worden van de vastgestelde hoofdregel. Dit verzoek moet worden beoordeeld door de inspecteur (of een door hem geautoriseerde medewerker).

          Let op

- Toestemming om de identiteit van de uit te voeren goederen overeenkomstig artikel 357, TVo. CDW op een andere wijze te waarborgen, moet echter wel tot de uitzonderingen behoren.

- De vrachtwagens waarmee de runderen worden vervoerd naar een kantoor van uitgang dat in Nederland ligt, moeten (gelet op de korte reistijd) in alle gevallen gewoon worden verzegeld.

Bij de beoordeling van het verzoek moet de inspecteur minimaal rekening houden met de elementen die in de volgende tabel zijn weergegeven.

Elementen Toelichting
............................... .................................................

Het fiscale risico van de goederen

Landbouwgoederen waarvoor bij de uitvoer naar derde landen een hoge restitutie wordt verleend (bijvoorbeeld mager rundvlees), kunnen, gelet op het grote restitutiebelang, in principe niet in aanmerking komen voor open vervoer. Colliverzegeling is uiteraard wel mogelijk.

De grootte van de partij

Partijen landbouwgoederen bestemd voor de export die net groter zijn dan de ondergrens van 25.000 kg, 5.000 kg of 2.500 kg zoals genoemd in Verordening (EG) nr. 1276/20008, zullen, gelet op het geringe restitutiebelang, eerder in aanmerking komen voor open vervoer dan partijen die veel groter zijn.

Het risico van verwisseling van de goederen

Goederen die afzonderlijk identificeerbaar zijn door de op de verpakking van de goederen weergegeven kenmerken, zullen minder gemakkelijk kunnen worden omgewisseld dan goederen waarbij deze gegevens niet op de verpakking zijn vermeld. Het gaat hier om de volgende kenmerken die op de verpakking staan:

- unieke productienummers;

- partijnummers of productiedata;

- nauwkeurige omschrijving van de goederen.

Het bedrijfseconomische belang van de Douane

De totale extra benodigde ambtelijke inzet die moet worden geleverd om tegemoet te komen aan de wens van de exporteur om niet tot verzegeling van het vervoermiddel over te gaan, moet niet onverantwoord hoog worden. Hierbij moet u vooral denken aan de extra inzet op het kantoor van uitgang om substitutiecontroles uit te voeren als open vervoer wordt toegepast.

Het resultaat van de weging van deze elementen leidt uiteindelijk tot de beslissing of u kunt afwijken van de algemene hoofdregel. De weging moet zorgvuldig worden gemaakt, zodat de uiteindelijke keuze niet tot onverantwoorde risico's voor de Douane of kosten voor de belanghebbende leidt.

Wanneer het besluit wordt genomen om voor de identiteitshandhaving af te wijken van de geldende hoofdregel, is het noodzakelijk om de goederen op een andere wijze te kunnen identificeren. De identiteit moet in deze gevallen altijd gewaarborgd worden door een combinatie van verschillende vormen van identiteitsmaatregelen. U kunt hierbij denken aan een combinatie van:

- de unieke nummers op de colli;

- de opname van die nummers in de vervoersbescheiden;

- een meer gerichte controle op dergelijke zendingen;

- een controle in de administratie van de exporteur;

- het kenteken van het vervoermiddel, zeker in combinatie met het geven van een minimale vervoerstermijn op het document voor extern douanevervoer.

De wijze waarop de identiteit in deze situaties is gewaarborgd, moet u duidelijk aantekenen op het vervoersdocument en het controle-exemplaar T5.

De exporteurs die toestemming krijgen om de identiteit op een andere wijze te verzekeren dan volgens de geldende hoofdregel, moeten er rekening mee houden dat er bij de kantoren van uitgang substitutiecontroles kunnen worden toegepast voor dit soort zendingen. Zie voor meer informatie over substitutiecontroles paragraaf 5.1.3 van onderdeel 23.00.00, Uitklaring, van dit Handboek.

5.2. Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Voor de gebruikelijke behandeling van het controle-exemplaar T5 wordt verwezen naar onderdeel 14.30.00, Controle-exemplaar T5, van dit Handboek.

Wanneer een controle-exemplaar T5 dient voor zowel het verkrijgen van restitutie als de vrijgave van de certificatenzekerheid, dan wordt slechts een controle-exemplaar T5 geldig gemaakt. Het bevoegde productschap zal op basis van het terugontvangen controle-exemplaar T5 zowel de zekerheid op het certificaat vrijgeven als de restitutie verlenen. Als in dit geval een certificaat is afgegeven door de bevoegde autoriteit in een andere lidstaat, dan maakt het productschap een fotokopie van het controle-exemplaar T5. Het productschap archiveert de fotokopie in het restitutiedossier en zendt het originele controle-exemplaar T5 aan de autoriteit in de lidstaat die het uitvoercertificaat heeft afgegeven.

5.3. Nadere bepalingen

In deze paragraaf worden de volgende nadere bepalingen beschreven:

- behandeling controle-exemplaar T5 bij overlegging uitvoercertificaat (paragraaf 5.3.1);

- behandeling controle-exemplaar T5 bij conformiteitscontrole (paragraaf 5.3.2);

- behandeling controle-exemplaar T5 bij fysieke controle (paragraaf 5.3.3);

- behandeling controle-exemplaar T5 bij substitutiecontrole (paragraaf 5.3.4);

- behandeling controle-exemplaar T5 bij vereenvoudigde regeling voor communautair douanevervoer per spoor (paragraaf 5.3.5);

- uitklaring voor zeeschepen (paragraaf 5.3.6);

- viseren uitvoeraangifte (paragraaf 5.3.7).

5.3.1. Behandeling controle-exemplaar T5 bij overlegging uitvoercertificaat

Als er bij de aangifte ten uitvoer tevens een uitvoercertificaat wordt overgelegd, dan gaat u bij de behandeling van het controle-exemplaar T5 als volgt te werk:

1. Vermeld de gegevens van het uitvoercertificaat in vak 105 van het controle-exemplaar T5.

2. Vermeld in vak 100 (in voorkomend geval) het nummer van het landbouwformulier L(F).

3. Vermeld op het certificaat en (in voorkomend geval) op het landbouwformulier L(F) het nummer en de datum van het betreffende controle-exemplaar T5.

5.3.2. Behandeling controle-exemplaar T5 bij conformiteitscontrole

Als een aangifte ten uitvoer wordt ingediend, moet het douanekantoor van uitvoer voor het aanbrengen van de verzegeling visueel controleren of de met restitutie uitgevoerde goederen overeenkomen met de documenten. Op het controle-exemplaar T5 moet de uitgevoerde conformiteitscontrole worden vermeld in vak D door het aanbrengen van de controlecode A1300.

(artikel 5, lid 8 Verordening (EG) nr. 612/2009)

5.3.3. Behandeling controle-exemplaar T5 bij fysieke controle

Als de aangifte ten uitvoer is onderworpen aan een fysieke controle (code 3), vermeldt u op het controle-exemplaar T5 in vak D een van de volgende controlecodes:

- A1000, wanneer het een normale uitvoerzending betreft;

- A1100, wanneer het gaat om een uitgevoerde analyse overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EU) nr. 578/2010 (goederen die niet onder bijlage I van het verdrag vallen);

- A1200, wanneer het een uitvoerzending voor voedselhulp betreft.

5.3.4. Behandeling controle-exemplaar T5 bij substitutiecontrole

Aan de hand van de controlescodes A1000 en A1200 kunnen de ambtenaren op het kantoor van uitgang op eenvoudige wijze vaststellen dat de zending enerzijds al fysiek is gecontroleerd of anderzijds dat de zending niet valt onder de werking van Verordening (EEG) nr. 1276/2008.

Hiermee kan dan rekening worden gehouden bij de keuze welke zending moet worden onderworpen aan een substitutiecontrole. Zie ook paragraaf 5.2.3 van onderdeel 23.00.00, Uitklaring, van dit Handboek.

5.3.5. Behandeling controle-exemplaar T5 bij vereenvoudigde regeling voor communautair douanevervoer per spoor

De ten uitvoer aangegeven goederen kunnen direct na het vervullen van de douaneformaliteiten bij uitvoer onder de vereenvoudigde regeling voor communautair douanevervoer per spoor worden geplaatst (zie hoofdstuk 7, afdeling 3, TVo. CDW) om naar een station van bestemming buiten het douanegebied van de Gemeenschap te worden vervoerd of aan een geadresseerde daar te worden afgeleverd. In dat geval wordt het controle-exemplaar T5 direct bij plaatsing onder de vereenvoudigde regeling afgetekend.

U behandelt het controle-exemplaar T5 in dit geval als volgt:

1. Vermeld in het vak "Controle van het gebruik en/of de bestemming" van het controle-exemplaar T5 het volgende:

"Uitgang uit het douanegebied van de Gemeenschap onder de regeling vereenvoudigd communautair douanevervoer per spoor of in grote containers".

2. Plaats bij deze vermelding een afdruk van de dienststempel en uw handtekening.

3. Zend het origineel van het controle-exemplaar T5 aan de instantie die het certificaat heeft afgegeven.

4. Bewaar de kopie van het controle-exemplaar T5 in het aangiftedossier.

5.3.6. Uitklaring voor zeeschepen

Bij het uitgaan ter zee van schepen die proviand aan boord hebben waarvoor aanspraak op restitutie wordt gemaakt, is de vrijstelling van uitklaring van artikel 6:4, lid 1 Algemene douaneregeling niet van toepassing. Artikel 6:4, lid 24 Algemene douaneregeling ontzegt in dit geval aan die schepen de vrijstelling van uitklaring. U moet de documenten die de goederen begeleiden aftekenen bij het uitgaan van de schepen.

5.3.7. Viseren uitvoeraangifte

          Algemeen

In een aantal overeenkomsten tussen de EU en bepaalde derde landen zijn afspraken gemaakt over een preferentiële behandeling bij de invoer in die derde landen van bepaalde landbouwproducten. Voorwaarde voor de preferentie is dat:

- er terzake van de uitvoer uit de EU geen restitutie voor het betreffende product is verleend;

- er sprake moet zijn van rechtstreeks vervoer naar het betreffende derde land;

- bij invoer in dat derde land de importeur aan moet kunnen tonen dat deze landbouwproducten op regelmatige wijze zijn uitgevoerd uit de Gemeenschap. Om dit te bewijzen moet hij bij de aangifte ten invoer in het betreffende derde land een voor echt afgetekend kopie van de uitvoeraangifte overleggen, alsmede een kopie van het uitvoercertificaat.

          2. Taak van de ambtenaar bij aftekenen extra kopie

Bij het viseren van een extra exemplaar van de aangifte ten uitvoer handelt u als volgt:

1. Controleer of de extra kopie volledig overeenstemt met het origineel van de aangifte ten uitvoer;

2. Teken op de extra kopie de verificatiebevindingen aan die u heeft vastgesteld;

3. Plaats in rood op een daartoe geschikte plaats op de kopie van de aangifte de volgende aantekening:

    "Kopie conform origineel"

    plaats hierbij u handtekening, een afdruk van uw naamstempel en een afdruk van het metalen dienststempel;

4. Plaat op het origineel van de aangifte ten uitvoer de aantekening:

    "Kopie afgegeven, d.d. .............

5. Overhandig het aldus geviseerde kopie aan de exporteur.

Een voor eensluidend gewaarmerkte kopie van het uitvoercertifcaat moet de exporteur aanvragen bij:

- het Productschap Zuivel voor wat betreft zuivelproducten;

- het Hoofdproductschap Akkerbouw voor wat betreft granen en rijst;

- het Productschap Tuinbouw voor wat betreft groenten en fruit.

          Voorbeeld

Uitvoer naar de Dominicaanse Republiek van melkpoeder binnen het contingent.

(artikel 27 Verordening (EG) nr. 1187/2009)

5.4. Uitzonderingen

In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.

5.5. Strafbepalingen

In dit hoofdstuk zijn geen strafbepalingen opgenomen.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie