20.06.00 Voedselhulp
20.06.00 Voedselhulp, 24 augustus 2009, versie 1
Voedselpakketten die worden samengesteld voor communautaire of nationale voedselhulp, mogen, wanneer hier douanegoederen in worden verpakt, uitsluitend worden samengesteld wanneer alle te verpakken goederen onder de regeling douane-entrepot zijn gebracht. Dit houdt in dat deze goederen moeten worden ingeschreven in de entrepotadministratie. Voor de procedure die moet worden gevolgd om de goederen onder het stelsel van douane-entrepots te plaatsen, wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van onderdeel 15.00.00
Deze paragraaf behandelt de volgende onderwerpen:
- goederen die worden aangebracht onder dekking van een vervoersdocument;
- goederen die voorafgaand aan de inslag in het entrepot, ten uitvoer worden aangegeven.
Goederen die worden aangebracht onder dekking van een vervoersdocument
Voor goederen waarvoor in het kader van het communautair douanevervoer een vervoersdocument T1 is afgegeven, wordt het vervoer beëindigd en het vervoersdocument gezuiverd door een daartoe strekkende verklaring op het document en de inschrijving van de betreffende goederen in de entrepotadministratie. Hierdoor is de titularis van het vervoersdocument niet meer aansprakelijk voor eventuele onregelmatigheden bij het samenstellen van de pakketten.
Als de goederen in een entrepot type B worden geplaatst, dan vindt geen inschrijving plaats in de entrepotadministratie (die bestaat voor dit type entrepot namelijk niet). Het vervoersdocument moet dan worden vervangen door een document IM 7.
De overige bescheiden (controle-exemplaar T5, gezondheidscertificaat of iets dergelijks) moet de entreposeur of de entrepositaris bewaren in het op te maken dossier, omdat deze bij de uitslag van de goederen weer een functie hebben.
Goederen die voorafgaand aan de inslag in het entrepot, ten uitvoer worden aangegeven
Voordat ze in het entrepot worden ingeslagen, moeten de goederen ten uitvoer worden aangegeven. Dit geldt zowel voor landbouwgoederen die ten uitvoer worden aangegeven met aanspraak op restitutie, als voor goederen die zonder aanspraak op restitutie ten uitvoer worden aangegeven. Op deze manier kan de ambtenaar van het controlekantoor dat bevoegd is voor het entrepot, de goederen eenvoudig controleren.
Goederen die voorafgaand aan de inslag in het entrepot ten uitvoer worden aangegeven, mogen op grond van de CDW-bepalingen niet onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst. Omdat er in Nederland toch behoefte aan bestaat om de goederen in een entrepot type E samen te kunnen stellen, is nationaal toegestaan dat de goederen:
a. onder het stelsel van douane-entrepots worden gebracht (zie hiervoor verder paragraaf 4.4.1 van onderdeel 15.00.00,
b. onder het systeem van uitgaande opslag in het entrepot mogen worden ingeslagen.
Het samenstellen van de pakketten kan op verschillende manieren gebeuren:
- samenstellen in het entrepot (paragraaf 4.2.1);
- samenstellen buiten het entrepot (paragraaf 4.2.2).
Uitgangspunt bij het samenstellen van pakketten in entrepots is dat de goederen die in de hulppakketten zullen worden verpakt, onder de regeling douane-entrepots zijn gebracht. Dit houdt in dat de goederen moeten zijn verantwoord in de entrepotadministratie, waarin ook is aangegeven waar de goederen zich feitelijk in het entrepot bevinden. Het samenstellen van de voedselpakketten vindt dus plaats in het entrepot.
Doordat er een (eenmalige of doorlopende) toestemming voor het samenstellen van de pakketten nodig is, kan het controlekantoor van het betreffende douane-entrepot toezicht houden op het feitelijke samenstellen van de pakketten.
Verliezen bij het samenstellen van de pakketten
Wanneer er tijdens het samenstellen van de pakketten verliezen ontstaan (bijvoorbeeld als gevolg van breuk), moet de belanghebbende het controlekantoor hier direct over informeren. Kapotte verpakkingen en dergelijke moeten worden bewaard.
Goederen die op het controlekantoor ten uitvoer zijn aangegeven, mogen worden aangevuld met identieke goederen uit het vrije verkeer. Als dit niet mogelijk is (waardoor er dus feitelijk minder goederen de Gemeenschap zullen verlaten dan is aangegeven), zijn er twee situaties mogelijk:
- De aangifte ten uitvoer heeft al de status "einde verificatie" gekregen. In dit geval moet het controlekantoor van het minder uitgaan van de goederen een bericht zenden naar het CBS. Daarnaast moet van dit feit een aantekening worden geplaatst op het controle-exemplaar T5 dat (eventueel) bij de zending hoort.
- De aangifte ten uitvoer heeft nog niet de status "einde verificatie" gekregen. In dit geval kan het controlekantoor de aangifte op dit punt corrigeren. Het controle-exemplaar T5 dat (eventueel) bij de zending hoort, wordt ook op dit punt aangepast.
Voor niet-communautaire goederen en goederen waarvoor op een ander douanekantoor al een aangifte ten uitvoer is ingediend, wordt het opslagdocument IM 7 of de administratie van de entreposeur voor deze goederen als gezuiverd aangemerkt, wanneer vaststaat dat de goederen niet in het vrije verkeer zijn terechtgekomen. Wanneer dit niet kan worden aangetoond, dan ontstaat er een vermis in entrepot (zie voor meer informatie paragraaf 5.1.4 van onderdeel 15.00.00,
Het samenstellen van pakketten buiten een entrepotruimte kan worden toegestaan door de goederen tijdelijk uit het entrepot uit te slaan, nadat ze onder het stelsel van douane-entrepots zijn geplaatst.
(
Voor goederen in uitgaande opslag is het samenstellen buiten het entrepot ook toegestaan.
Om praktische redenen kan ook worden toegestaan dat de goederen fysiek rechtstreeks worden gebracht naar de ruimte buiten het entrepot waar de pakketten zullen worden samengesteld, zonder dat zij eerst in de entrepotruimte worden geplaatst. De inslag van de goederen in de entrepotruimte vindt in dergelijke gevallen alleen administratief plaats. Ook kan het rechtstreeks laden van het uitgaande vervoermiddel vanuit deze ruimte worden toegestaan.
Omdat het controlekantoor doelmatig toezicht moet kunnen houden op deze regeling, is de tijdelijke uitslag in principe alleen maar mogelijk naar ruimtes die liggen op plaatsen waar het toezicht en de controle geen problemen opleveren voor de Douane. Wanneer deze ruimtes liggen in het ambtsgebied van een andere douanepost dan de douanepost die bevoegd is voor het toezicht op het douane-entrepot, dan wordt pas toestemming tot tijdelijke uitslag verleend als dat andere douanekantoor een goede controle op de regeling kan waarborgen. Hierover moet dan ook vooraf overleg plaatsvinden tussen de twee douaneposten.
Verzoek van de entreposeur
Voordat de entreposeur de goederen tijdelijk uit het entrepot mag uitslaan, moet hij hiervoor vooraf een schriftelijk verzoek indienen bij het controlekantoor. Ook is het mogelijk om in de entrepotvergunning bepalingen op te nemen over een doorlopende toestemming tot tijdelijke uitslag. Op het verzoek (of in de vergunning) komen duidelijk de voorwaarden te staan waaronder de tijdelijke uitslag wordt toegestaan. Hierbij kan worden gedacht aan eisen voor het melden, de dossiervorming, de identiteitshandhaving et cetera.
De beheerder van het pand waar de goederen worden samengesteld, moet een verklaring afgeven waarin hij de controle door de douaneambtenaren op deze regeling aanvaardt.
Voor de hoeveelheid pakketten die in een vervoermiddel worden geladen, moet de belanghebbende een vervoersdocument (T1, Carnet TIR of iets dergelijks) met bislijsten opmaken. Op het vervoersdocument wordt het volgende vermeld:
- de hoeveelheid pakketten;
- het totale gewicht van deze zending;
- de waarde.
Op de bislijsten wordt elk soort goed afzonderlijk beschreven. Om praktische redenen mogen ook de goederen die normaal onder dekking van de uitvoeraangifte EX 1 (de voormalige ED 61-goederen) worden vervoerd, in het document T1 worden vermeld. De uitvoeraangifte EX 1 moet in dit geval worden ingetrokken. Daarbij moet op de EX 1 worden aangetekend dat hier een document T1 voor is afgegeven.
De uitslag van de goederen moet uiterlijk op het tijdstip van de uitslag in de administratie van het entrepot zijn vermeld. Ter controle van het voldoen aan de zestigdagentermijn die is gesteld in de Restitutieverordening voor goederen die ten uitvoer zijn aangegeven met aanspraak op restitutie, dient een controle-exemplaar T5. Voor de goederen die al op een ander douanekantoor ten uitvoer zijn aangegeven, kan hiervoor het controle-exemplaar T5 worden gebruikt dat op dat douanekantoor al geldig is gemaakt.
Let op
- Dit controle-exemplaar T5 zal nu waarschijnlijk wel moeten worden gesplitst in deelexemplaren.
- Voor de goederen die ten uitvoer zijn aangegeven bij het controlekantoor, moet nog een controle-exemplaar T5 worden geldig gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat de goederen in de pakketten onder verschillende marktordeningen kunnen vallen. De belanghebbende moet in dit geval dan ook per verantwoordelijk productschap een apart controle-exemplaar T5 opmaken en geldig laten maken.
