24.00.00 Douanevrijstellingen

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboeken

Handboek Douane

24.00.00 Douanevrijstellingen

Handboek Douane

24.00.00 Douanevrijstellingen, 12 september 2011, versie 14

1. Inleiding

In dit hoofdstuk zijn achtergronden en algemene bepalingen van de douanevrijstellingen beschreven.

1.1. Inleiding vrijstellingen

Vrijstellingen, zoals die in internationale, communautaire, Benelux- en nationale regelgeving worden gehanteerd, zijn maatregelen die beogen goederen onder daarbij aangegeven omstandigheden bij het brengen in het vrije verkeer, vrij te stellen van rechten bij invoer en belastingen in verband met de aard of de bestemming van de goederen.

De vrijstellingen zijn in het leven geroepen op grond van verschillende, onderling soms sterk uiteenlopende overwegingen, zoals economische, sociale, humanitaire, ideële, diplomatieke en militaire. Echter niet elke maatregel, zoals een preferentie of schorsing die tot een lager- of een nulrecht bij invoer leidt, is een vrijstelling in de zin van dit onderdeel van het handboek.

1.2. Vrijstellingen rechten bij invoer

De vrijstellingen van rechten bij invoer vinden hun basis in internationale regelingen.

De vrijstellingen zijn in het kader van de Europese Gemeenschap geharmoniseerd en opgenomen in verordeningen en richtlijnen. Verordeningen zijn verbindend in al hun onderdelen en rechtstreeks van toepassing. Richtlijnen moeten worden omgezet in nationale wetgeving.

(artikel 189 EEG-verdrag)

In nationale wetgeving zijn vaak de aanvullende voorzieningen opgenomen. Het betreft over het algemeen de aanwijzing van de bevoegde instantie(s) of autoriteiten, de verboden en de strafbepalingen.

Op grond van de artikelen genoemd in Hoofdstuk 6 van de Algemene douanewet is uitvoering aan deze bepalingen gegeven in de Algemene douaneregeling.

1.3. Vrijstellingen omzetbelasting, accijns en verbruiksbelastingen

De Algemene douaneregeling bevat naast bepalingen over rechten bij invoer ook bepalingen over omzetbelasting, accijns en verbruiksbelastingen die bij het brengen van goederen in het vrije verkeer worden geheven of waarvoor vrijstelling kan worden verleend.

In een aantal gevallen wordt de vrijstelling van rechten bij invoer met dezelfde reikwijdte van toepassing verklaard voor de omzetbelasting, accijns en/of verbruiksbelastingen bij het brengen in het vrije verkeer. In enkele gevallen geldt er geen of een beperktere vrijstelling voor de omzetbelasting, accijns en verbruiksbelastingen.

Voor het regelen van vrijstellingen bij het brengen in het vrije verkeer is in de omzetbelastingwetgeving, accijnswetgeving en de verbruiksbelastingenwetgeving volstaan met een delegatiebepaling aan de Minister van Financiën. In deze wetgeving is opgenomen wanneer goederen voor vrijstelling van belasting in aanmerking komen.

(artikel 21 Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 69 Wet op de accijns, artikel 31 Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten)

Deze vrijstellingen van omzetbelasting, accijns en verbruiksbelastingen zijn nader uitgewerkt in de Algemene douaneregeling.

1.4. Normale verblijfplaats

Onder normale of gewone verblijfplaats wordt verstaan de plaats waar een persoon het permanente centrum heeft van zijn persoonlijke en beroepsmatige belangen. Als de normale verblijfplaats niet aan de hand van de persoonlijke en beroepsmatige belangen kan worden vastgesteld, wordt voorrang gegeven aan de persoonlijke bindingen. Bij de beoordeling van de vraag waar een persoon zijn persoonlijke bindingen heeft, moeten alle omstandigheden in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen.
(Hof van Justitie, zaken C-297/89; 23 april 1991 en C-262/99; 12 juli 2001 en Hoge Raad, zaak 36.579; 20 december 2002)

"Persoonlijke bindingen" kunnen onder andere tot uiting komen in:

a. de plaats waar het gezin, het samenlevingsverband, de kinderen, de familie en/of de overige persoonlijke relaties verblijven;

b. de tijd die aan het gezin, het samenlevingsverband, de kinderen, de familie en/of de overige persoonlijke relaties wordt besteed;

c. maatschappelijke en andere sociale bindingen (zoals culturele activiteiten, verenigingsleven, sportclubs, functies in besturen);

d. het ingeschreven zijn in een bevolkingsregister;

e. het hebben van een vaste woning, al dan niet in eigendom;

f. het hebben van een vast inkomen uit arbeid en/of overige bronnen;

g. de nationaliteit.

De belanghebbende moet het bewijs leveren van de normale verblijfplaats. Dit kan bijvoorbeeld met een legitimatiebewijs zoals een paspoort, maar ook met elk ander officieel bescheid zoals een verklaring van het gemeentebestuur waar de belanghebbende buiten Nederland staat ingeschreven. Verder mag de belanghebbende alle bescheiden overleggen om de normale verblijfplaats te kunnen aantonen, denk hierbij aan koop- en huurcontracten, lidmaatschappen, loongegevens etc.

Voor personen die hun beroepsmatige en persoonlijke bindingen niet in één land hebben, zijn, om dubbele heffing of algehele vrijstelling van belasting te voorkomen, de volgende regels vastgesteld:

a. Een persoon die zijn beroepsmatige bindingen niet in hetzelfde land heeft als waarin hij zijn persoonlijke bindingen heeft, wordt geacht zijn normale verblijfplaats te hebben in het land waar hij zijn persoonlijke bindingen heeft, mits hij daar op geregelde tijden naar terugkeert.

Het begrip "op geregelde tijden terugkeren" is niet nader omschreven. Bij de beoordeling of aan deze voorwaarde wordt voldaan, moet u bedenken dat dit afhankelijk is van de geografische ligging van het land waar de belanghebbende zijn persoonlijke bindingen heeft. In ieder geval moet belanghebbende enkele malen per kalenderjaar terugkeren.

b. Een persoon die zich in een land bevindt uit hoofde van zijn beroepsmatige bindingen die bestaan uit een opdracht van een bepaalde duur, wordt geacht zijn normale verblijfplaats te hebben in het land van zijn persoonlijke bindingen. De eis van het regelmatig daarnaar terugkeren wordt hierbij niet gesteld. Voor de duur van de opdracht is geen termijn voorgeschreven.
Deze kan worden gesteld op de daadwerkelijke duur van de opdracht. De duur kan aannemelijk worden gemaakt door bijvoorbeeld het overleggen van een verklaring van de opdrachtgever.

c. Een persoon die in een land verblijft voor het volgen van onderwijs in welke vorm dan ook, behoudt zijn normale verblijfplaats in het land waar hij zijn persoonlijke bindingen heeft. De eis van het regelmatig terugkeren naar dat land is wel van toepassing. Voor de duur van het verblijf is geen bepaalde termijn voorgeschreven. Deze kan worden gesteld op de daadwerkelijke studieduur. Als een stageperiode tot een studie behoort, kan deze stage tot de daadwerkelijke studieduur worden gerekend.

Als de persoonlijke bindingen in het land van de beroepsmatige bindingen of van de studie komen te liggen, moet u aannemen dat de persoon zijn normale verblijfplaats heeft overgebracht.

1.5. Vergunning particulieren en bedrijven

In de Algemene douaneregeling is voorgeschreven of voor het verlenen van een vrijstelling een vergunning is vereist.

(artikel 7:2, lid 1, en artikel 7:15, lid 2, van de Algemene douaneregeling)

In de volgende gevallen is een vergunning vereist:

- verhuisgoederen;

- huwelijksgoederen;

- erfgoederen;

- studentengoederen;

- kapitaalgoederen en andere goederen bij verleggen van bedrijfsactiviteiten;

- goederen in verband met onderzoeken, analyses en proefnemingen;

- gronduitrusting voor luchtvaartondernemingen.

Degene die aanspraak maakt op een vrijstelling moet schriftelijk om een vergunning verzoeken bij de inspecteur die bevoegd is tot het verlenen van de vrijstelling.

De aanvraag voor een vergunning wordt ingediend bij de inspecteur onder welke belanghebbende ressorteert in Nederland. Dit is de plaats waar belanghebbende woont of is gevestigd. Wanneer bij verhuisgoederen belanghebbende geen woon- of vestigingsplaats in Nederland heeft maar in een andere lidstaat van de Gemeenschap, dan bepaalt de plaats waar de goederen zich bevinden onder welke inspecteur de belanghebbende ressorteert (zie verder hoofdstuk 4). De aanvraag wordt in dat geval ingediend bij de inspecteur van de plaats waar de goederen zich daadwerkelijk bevinden.

(artikel 1:3, lid 7 Algemene douanewet, artikel 1:4, lid 1 Algemene douaneregeling en artikel 11 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003)

Belanghebbende dient gebruik te maken van een aanvraagformulier voor een vergunning om aanspraak te maken op de vrijstelling. U kunt het formulier voor de aanvraag van de vergunning verkrijgen bij de Dotel of zelf downloaden vanaf de website www.douane.nl.

1.6. Geen vergunning openbare en particuliere instellingen en organisaties

In de Algemene douaneregeling is voorgeschreven of voor het verlenen van een vrijstelling een vergunning is vereist.

(artikel 7:2, lid 1, van de Algemene douaneregeling)

Er is echter geen vergunning vereist als de goederen in het vrije verkeer worden gebracht door een openbare instelling of organisatie of door een instelling of organisatie die genoemd is in artikel 7:4 van de Algemene douaneregeling of in de bijlagen X tot en met XVI van de Algemene douaneregeling.
Om aanspraak te kunnen maken op een vrijstelling, dient de instelling of organisatie te zijn opgenomen in een artikel of in een bijlage bij de Algemene douaneregeling. Voordat een instelling of organisatie daarin wordt opgenomen, wordt getoetst of deze aan de voorwaarden voldoet en kan voldoen aan de verplichtingen.

(artikelen 7:2, lid 2, 7:2a, en 7:4 van de Algemene douaneregeling)

Degene die aanspraak maakt op een vrijstelling moet het verzoek om een opname in de Algemene douaneregeling schriftelijk indienen bij de inspecteur die bevoegd is tot het verlenen van de vrijstelling. Het verzoek wordt ingediend bij de inspecteur onder welke belanghebbende ressorteert in Nederland. Dit de plaats waar belanghebbende woont of is gevestigd.

(artikel 1:3, lid 7 Algemene douanewet, artikel 1:4, lid 1 Algemene douaneregeling en artikel 11 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003)

1.7. Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Bij het controleren van de aangifte tot het in het vrije verkeer brengen met een vrijstelling van rechten bij invoer en/of belastingen handelt u als volgt:

De aangifte en in voorkomend geval, de (handels)bescheiden worden aan u overgelegd. Hierbij dient u in het bijzonder aandacht te besteden aan het volgende:

- wanneer een vergunning is vereist:

    - is er overeenstemming tussen de aangegeven goederen en die zijn genoemd in de (gewaarmerkte lijst bij de) vergunning;

    - voldoen de goederen aan de voorwaarden;

    - zijn er geen van de vrijstelling uitgesloten producten aangegeven;

- wanneer geen vergunning is vereist:

    - is voldaan aan het volgende:

    - voldoen de goederen aan de voorwaarden;

    - zijn er geen van de vrijstelling uitgesloten producten aangegeven;

    - voldoet belanghebbende aan de voorwaarden;

- is in voorkomend geval de instelling of organisatie opgenomen in de Algemene douaneregeling.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie