24.20.00 Douanevrijstelling NAVO-hoofdkwartieren, -onderdelen en buitenlandse strijdkrachten
24.20.00 Douanevrijstelling NAVO-hoofdkwartieren, -onderdelen en buitenlandse strijdkrachten, 22 februari 2010, versie 6
In dit hoofdstuk worden achtergronden en algemene bepalingen van douanevrijstellingen beschreven.
In dit onderdeel van het Handboek wordt niet ingegaan op de volgende onderwerpen, daarvoor wordt u verwezen naar:
- onderdeel 12.00.00
- onderdeel 13.00.00
- onderdeel 20.00.00
- onderdeel 27.00.00
- onderdeel 28.00.00
Voor de accijnzen en verbruiksbelastingen alsmede de bepalingen op de terreinen van Veiligheid, Gezondheid, Economie en Milieu (VGEM) wordt verwezen naar het Handboek Accijns en Verbruiksbelasting (HAV), respectievelijk het Handboek Veiligheid, Gezondheid, Economie en Milieu (VGEM).
In deze paragraaf vindt u de volgende onderwerpen:
- inleiding vrijstellingen (paragraaf 1.1.1);
- vrijstellingen rechten bij invoer (paragraaf 1.1.2);
- internationaal en nationaal kader (paragraaf 1.1.3).
Vrijstellingen zijn maatregelen die beogen goederen onder daarbij aangegeven omstandigheden bij het in het vrije verkeer brengen vrij te stellen van belastingen in verband met de aard of de bestemming. Deze omschrijving kan worden toegepast bij vrijstellingen in internationale, communautaire en nationale regelgeving en die van de Benelux.
Vrijstellingen zijn in het leven geroepen op grond van verschillende, onderling soms sterk uiteenlopende overwegingen, zoals economische, sociale, humanitaire, ideële en militaire. Niet iedere maatregel die bij het in het vrije verkeer brengen niet leidt tot een heffing van belastingen, is overigens een vrijstelling.
De vrijstellingen van rechten bij invoer vinden hun basis in internationale regelingen.
Geharmoniseerde vrijstellingen van rechten bij invoer
De vrijstellingen die in het kader van de Europese Gemeenschap zijn geharmoniseerd, zijn opgenomen in verordeningen en richtlijnen. Verordeningen zijn verbindend in al hun onderdelen en kunnen rechtstreeks worden toegepast.
(artikel 189 EEG-verdrag)
Het is meestal noodzakelijk dat in nationale regelgeving aanvullende voorzieningen worden getroffen. Verordeningen bevatten namelijk vrijwel nooit bepalingen over bevoegdheden, sancties en andere maatregelen die in verband met de uitvoering moeten worden getroffen.
De bevoegdheid tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van EEG-verordeningen berust bij de Benelux-wetgever.
(
De Benelux-wetgever heeft die bevoegdheid overgedragen aan de "bevoegde minister".
(
In Nederland is die bevoegde minister de Minister van Financiën.
(
In de Algemene douaneregeling heeft de minister van deze bevoegdheid gebruik gemaakt en heeft hij nadere voorzieningen getroffen voor douanevrijstellingen die in verordeningen zijn geregeld.
De EEG-richtlijnen inzake vrijstellingen van rechten bij invoer zijn niet rechtstreeks toe te passen en moeten dan ook nader in nationale regelgeving worden verwerkt.
(artikel 189 EEG-verdrag)
Ook hier is de Benelux-wetgever de bevoegde instantie. Hiervoor zijn in het genoemde Protocol regels opgenomen voor de uitvoering van EEG-richtlijnen. Douanevrijstellingen die in richtlijnen zijn aangegeven, zijn nader uitgewerkt in de Algemene douaneregeling.
Nog niet geharmoniseerde vrijstellingen van rechten bij invoer
De Benelux-wetgever is ook bevoegd regels vast te stellen voor vrijstellingen van rechten bij invoer die (nog) niet in de Europese Gemeenschap zijn geharmoniseerd (
In Nederland kunnen vrijstellingen worden verleend als het volkenrecht of het internationale gebruik daartoe aanleiding biedt. De Nederlandse wetgever heeft de bevoegdheid hiervoor overgedragen aan "Onze Minister". Daaronder wordt verstaan de Minister van Financiën.
(
Kort samengevat kan dus worden gesteld dat de regels die gelden op het gebied van douanevrijstellingen worden aangetroffen in internationale verdragen, EEG-verordeningen en -richtlijnen, het Protocol, de Algemene douaneregeling en andere ministeriële regelingen.
De basis voor douanevrijstellingen die aan NAVO-hoofdkwartieren, -onderdelen en buitenlandse strijdkrachten kunnen worden verleend is gegeven in internationale verdragen. Een belangrijk verdrag in dit verband is het Verdrag van Londen tussen de staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag. Dit zogenaamde NAVO-status verdrag is uitgewerkt in bilaterale verdragen. In deze verdragen zijn de rechten en verplichtingen nader vastgesteld.
De uitwerking van de verdragen heeft in Nederland voor wat betreft procedures en formaliteiten verder plaatsgevonden in ministeriële regelingen en andere voorschriften.
In dit hoofdstuk zijn geen procedures en ambtelijke werkzaamheden opgenomen.
Er zijn in dit hoofdstuk geen nadere bepalingen.
Ingeval NAVO-hoofdkwartieren, -onderdelen of buitenlandse strijdkrachten in België of de Bondsrepubliek Duitsland zijn gevestigd, kan in die landen onder voorwaarden en beperkingen vrijstelling van belasting worden verleend of aanspraak op vrijstelling van belasting worden gemaakt.
Vrijstelling van belasting kan in Nederland worden verleend ingeval van de personeelsleden en gezinsleden die werkzaam zijn bij een NAVO-hoofdkwartier, -onderdeel of buitenlandse strijdkracht die in België of de Bondsrepubliek Duitsland is gevestigd en in de volgende gevallen:
- persoonlijke goederen van personeelsleden in verband met de eerste aankomst in Nederland voor het vervullen van de dienst bij een NAVO-hoofdkwartier, -onderdeel of buitenlandse strijdkracht bij het brengen in het vrije verkeer. Dit geldt ook voor de aankomst in Nederland van een of meer gezinsleden van de personeelsleden voor de duur van het verblijf hier te lande van het personeelslid van een NAVO-hoofdkwartier, -onderdeel of buitenlandse strijdkracht in België of de Bondsrepubliek Duitsland.
Onder persoonlijke goederen worden nieuwe en gebruikte goederen verstaan die voordat de verblijfplaats naar Nederland is overgebracht deel hebben uitgemaakt van de bezittingen van het personeelslid of de gezinsleden. Hieronder kunnen ook motorrijtuigen, caravans en andere aanhangwagens worden begrepen. De vrijstelling van motorrijtuigenbelasting kan slechts worden verleend voor maximaal twee motorrijtuigen voor elk personeelslid.
(
- goederen die zijn bestemd om in militaire-winkels, kantines, restaurants en clubs aan personeelsleden en de gezinsleden van een NAVO- hoofdkwartier, -onderdeel of buitenlandse strijdkracht te worden verkocht of op een andere manier te worden gedistribueerd. Dit geldt alleen voor goederen waarvan de aard en de waarde niet als exeptioneel kunnen worden aangemerkt. Motorrijtuigen waaronder caravans en andere aanhangwagens, andere voertuigen, vaartuigen, luchtvaartuigen en goederen bestemd voor vermogensvorming zijn hiervan uitgesloten. Een voorbeeld daarvan is het aard en nagelvast verbeteren van woningen met keukens, badkamers, parketvloeren, serres, enzovoort.
(
De goederen ter zake waarvan vrijstelling van belasting is verleend mogen niet worden verkocht of op een andere manier worden overgedragen, tenzij de inspecteur daarvoor onder voorwaarden toestemming heeft verleend.
(
De vrijstelling geldt niet voor de volgende personeelsleden en de gezinsleden:
- die de Nederlandse nationaliteit bezitten;
- die de Belgische of Duitse nationaliteit bezitten en in hun eigen land zijn gestationeerd en in Nederland zijn gevestigd.
(
De volgende handelingen zijn strafbare feiten:
- het gebruiken van de vrijstelling op een wijze of voor doeleinden waarvoor deze niet geldt;
- het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens waarvan het gevolg is of zou kunnen zijn dat vrijstelling wordt genoten zonder dat daarop aanspraak bestaat;
- het niet naleven van voorwaarden en bepalingen inzake de vrijstelling.
(
