27.00.00 Zekerheidstelling voor het bedrag van de douaneschuld

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboeken

Handboek Douane

27.00.00 Zekerheidstelling voor het bedrag van de douaneschuld

Handboek Douane

27.00.00 Zekerheidstelling voor het bedrag van de douaneschuld, 2 augustus 2010, versie 17

1. Inleiding

In een aantal wettelijke bepalingen waarmee u dagelijks werkt, staat vermeld dat er zekerheid moet of kan worden gesteld. Met het stellen van zekerheid probeert de Belastingdienst de financiële risico's die zij loopt, zoveel mogelijk te dekken.

Bij de douane komt het stellen van zekerheid voornamelijk voor bij belastingen die verschuldigd zijn of kunnen worden op grond van communautaire en/of nationale bepalingen (bijvoorbeeld douanerechten en accijnzen).

Er kan ook zekerheid worden gevraagd bij het verlenen van een vergunning voor fiscaal vertegenwoordiger voor intracommunautaire transacties (artikel 24c, lid 3, letter d Uitvoeringsbesluit OB 1968). Deze zekerheid wordt gesteld bij een Belastingkantoor.

Ook kan de ontvanger zekerheid vragen bij het verlenen van uitstel van betaling.

Zoals u ziet, hoeft er niet altijd een schuld te zijn waarvoor zekerheid gesteld kan worden. Alleen al het verrichten van bepaalde handelingen waaruit een douaneschuld kan ontstaan, is voldoende om iemand zekerheid te laten stellen.

U zult in de praktijk regelmatig te maken krijgen met het vaststellen van zekerheid en het controleren van de zekerheid die gesteld is. In dit onderdeel zijn alle procedures beschreven voor:

- het berekenen van de hoogte van de zekerheid;

- het stellen van de zekerheid;

- het controleren van de zekerheid;

- het vastleggen van de zekerheid.

Het CDW kent buiten de verplichte zekerheid ook de mogelijkheid van facultatieve zekerheid.

(artikel 190 CDW)

In dit onderdeel wordt geen onderscheid gemaakt tussen verplichte en facultatieve zekerheid.

1.1. Algemeen

In deze paragraaf komen de volgende onderwerpen aan de orde:

- competentie en bevoegdheden (paragraven 1.1.1 en 1.1.2);

- doorlopende of eenmalige zekerheid (paragraaf 1.1.3).

1.1.1. Competentie van de voorzitter van een managementteam Belastingdienst/Douane

De toedeling van de bevoegdheden binnen de Belastingdienst zijn vastgelegd in het boekwerk Belastingen Algemeen, onder nummer 2.60.00.

In het CDW wordt gesproken over de bevoegde (douane)autoriteiten. In artikel 4, lid 1, van de Douanewet staat vermeld dat de bevoegdheden van de douaneautoriteiten worden uitgeoefend door de inspecteur onderscheidenlijk de ontvanger. In artikel 4, lid 2, van de Douanewet staat vermeld dat bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van de bevoegdheden die zijn vermeld in artikel 4, lid 1, van de Douanewet.

Deze ministeriële regeling vindt u in de Uitvoeringsregeling Belastingdienst.

          Algemene regel

De algemene regel is dat een doorlopende zekerheid moet worden gesteld bij de douaneregio onder welke de plaats (gemeente) ressorteert waar de dagelijkse leiding en hoofdadministratie van de onderneming is gevestigd en van waaruit de douaneactiviteiten plaatsvinden.

          Uitzonderingen

Als er geen douaneactiviteiten plaatsvinden vanuit de plaats (gemeente) waar de dagelijkse leiding en hoofdadministratie van de onderneming is gevestigd, dan moet een doorlopende zekerheid worden gesteld bij de douaneregio waar de werkelijke douaneactiviteiten plaatsvinden.

Vinden er binnen meerdere douaneregio's douaneactiviteiten plaats, dan moet een doorlopende zekerheid worden gesteld bij de douaneregio onder welke de plaats (gemeente) ressorteert waar de dagelijkse leiding en hoofdadministratie is gevestigd.

          Inbrengen in Klant Informatie Systeem (KIS)

De ontvanger die een doorlopende zekerheid heeft aanvaard brengt de gegevens in het Klant Informatie Systeem. Hoe de zekerheid in het Klant Informatie Systeem moet worden ingebracht is te vinden in de Gebruikershandleiding KIS.

1.1.2. Competentie ambtenaar

De ambtenaren zijn competent indien en voor zover de voorzitter van een managementteam hen taken heeft toebedeeld. Dit heet mandatering.

1.1.3. Eenmalige of doorlopende zekerheid

Het is mogelijk dat er een eenmalige of doorlopende zekerheid wordt gesteld. In onderstaande tabel ziet u een uitleg van de begrippen.

Begrip Betekenis Bijzonderheden
.............. ........................... ................................

Doorlopende zekerheid

Dit is een zekerheid voor meerdere transacties of meerdere aangiften.

(artikel 191 CDW)

- De schuld kan niet nauwkeurig worden vastgesteld.

- De zekerheid moet altijd vooraf worden gesteld op een douaneregio.

- Vooraf is niet exact bekend hoeveel handelingen er gaan plaatsvinden.

Eenmalige zekerheid

Dit is een zekerheid die wordt gesteld voor een bepaalde gebeurtenis.

- De schuld kan nauwkeurig worden vastgesteld.

- De zekerheid moet op het aangiftepunt of een douaneregio worden gesteld voordat de aangifte geldig wordt gemaakt.

1.2. Procedures en ambtelijke werkzaamheden

In dit hoofdstuk zijn geen procedures en ambtelijke werkzaamheden opgenomen.

1.3. Nadere bepalingen

1.3.1. Toepassingsgebieden zekerheid

De verplichting tot het stellen van zekerheid is voornamelijk geregeld in het CDW en de TVo. CDW.

Ook in de Wet op de accijns en de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten is een aantal artikelen opgenomen over het stellen van zekerheid. Deze beschrijven het afdekken van financiële risico's bij de productie en handel in accijnsgoederen. In het Handboek Accijns en Verbruiksbelasting, onderdeel 30.60.00, is beschreven hoe u deze zekerheid kunt berekenen.

Er zijn heffingen die op eenzelfde wijze worden geheven als accijns. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Wet belastingen op milieugrondslag (WBM). Heffingen die onder deze wet vallen zijn de Regulerende energiebelasting (REB) en de brandstoffenbelasting. Voor deze heffingen worden de zekerheidsbepalingen van de Wet op de accijns toegepast.

Daarnaast kan op grond van artikel 88b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een zekerheid worden geëist voor het vrijgeven van inbeslag genomen goederen.

Als er sprake is van accijns en verbruiksbelastingen bij invoer, moet u de zekerheidsbepalingen van het CDW en de TVo. CDW toepassen.

Let op
Als er in dit onderdeel wordt gesproken over douaneschuld dan wordt hiermee bedoeld alle belastingen die bij invoer verschuldigd zijn of kunnen worden. Op grond van nationale wetgeving worden, ingeval een douaneschuld in Nederland ontstaat, namelijk naast rechten bij in- en uitvoer (artikel 4, lid 10 en 11, CDW) ook verschuldigd:

- accijnzen;

- verbruiksbelastingen;

- omzetbelasting.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie