5.00.00 Overige bepalingen
5.00.00 Overige bepalingen, 16 mei 2011, Versie 7
U heeft het recht om bij de uitoefening van de u opgedragen taak de hulp in te roepen van enkele instanties, zoals de politie, de Koninklijke marechaussee of van andere delen van de krijgsmacht.
De bijstandsplicht blijkt uit de laatste zin van artikel 1:30, lid 4, Algemene douanewet de te hulp geroepen instantie moet onmiddellijk aan de oproep voldoen.
Men kan zich afvragen in welke situaties er aanleiding zal bestaan om deze bijzondere hulp in te roepen. Het zullen in ieder geval situaties moeten zijn die een beroep op de sterke arm rechtvaardigen. Voorbeelden hiervan zijn:
- een of meerdere personen dreigen met geweld.
- een of meerdere personen gaan ertoe over geweld te gebruiken.
- een of meerdere personen verzetten zich om mee te gaan naar bijvoorbeeld de aangewezen plaats zoals bedoeld in atikel 1:28 lid 2 Algemene douanewet.
- een verdachte die door de douane is aangehouden, pleegt verzet.
Een bepaalde procedure voor het inroepen van de hulp is niet voorgeschreven. Als u bij de uitvoering van uw werkzaamheden met geweld wordt geconfronteerd, kunt u bijvoorbeeld een beroep doen op voorbijkomende militairen of politie-agenten. Ook kan telefonisch hulp worden ingeroepen.
Let op!
Het telefonisch inroepen van hulp bergt het gevaar in zich dat het gedane verzoek niet meteen serieus wordt genomen. Het verdient daarom aanbeveling zo'n verzoek via de centrale meldkamer te doen.
Als de ingeroepen bijzondere hulp zich niet sterk genoeg acht bij het staande houden of het aanhouden van een verdachte die verzet biedt, mag zij bij de uitoefening van haar werkzaamheden de hulp van douane-ambtenaren inroepen. Deze ambtenaren mogen die hulp verlenen. Voorwaarde daarbij is dat de ambtenaren tot die hulp in staat zijn zonder dat zij zich daarbij aan direct gevaar blootstellen.
In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.
Het niet voldoen aan het verzoek om hulp is strafbaar.
(
Als het een verzoek aan de gewapende macht betreft, dan is
