5.00.00 Overige bepalingen
5.00.00 Overige bepalingen, 16 mei 2011, Versie 7
Ambtenaren moeten altijd een legitimatiebewijs bij zich dragen als ze werkzaamheden verrichten die voortvloeien uit de wettelijke bepalingen. Dit legitimatiebewijs moet op verzoek worden getoond. Het hier bedoelde legitimatiebewijs is het legitimatiebewijs dat gebaseerd is op
(
Voorbeeld
Een voorbeeld van het legitimatiebewijs Belastingdienst vindt u in bijlage 2.
De Minister van Veiligheid en Justitie kan personen of categorieën aanwijzen die bevoegd zijn een legitimatiebewijs bij zich te dragen dat afwijkt van het model legitimatiebewijs als voorgeschreven in dat besluit. Een dergelijke aanwijzing heeft de Minister van Veiligheid en Justitie gegeven in artikel 5 van zijn beschikking van 30 oktober 1995, nr. 521348/595/NE.
(
Het legitimatiebewijs Belastingdienst is zodanig ingericht dat het ook kan dienen als legitimatiebewijs voor de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Als de douane-ambtenaar werkzaamheden verricht als buitengewoon opsporingsambtenaar moet hij, als daarom wordt gevraagd, direct dit legitimatiebewijs tonen.
Naast deze gevallen is de douane-ambtenaar ook verplicht zich ongevraagd te legitimeren. Hij kan daarbij het legitimatiebewijs Belastingdienst gebruiken. Zie verder paragraaf 3.2.
(
In dit hoofdstuk zijn geen procedures en ambtelijke werkzaamheden opgenomen.
In dit hoofdstuk zijn geen nadere bepalingen opgenomen.
In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.
In dit hoofdstuk zijn geen strafbepalingen opgenomen.
