20.06.00 Veterinair

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek VGEM

20.06.00 Veterinair, 26 oktober 2009, Versie 3.0

17. Controles niet-commerciële verkeer honden, katten en fretten

17.1. Inleiding

Bij Verordening (EG) nr. 998/2003 zijn veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld waaraan het niet-commerciële verkeer in gezelschapsdieren moet voldoen. Tevens zijn regels voor de controle van dat verkeer vastgesteld.

De bepalingen betreffende de invoer van honden, katten en fretten in het niet-commerciële verkeer houden het volgende in:

- De dieren moeten geïdentificeerd zijn, dat wil zeggen dat zij een leesbare tatoeage of een transponder moeten dragen.

- De dieren moeten vergezeld gaan van een dierenpaspoort of een modelcertificaat volgens een voorgeschreven model.

Let op: er geldt een overgangsregeling voor de periode tot 3 juli 2011.

      Kaderovereenkomst

Voor de handhavingstaken die de Douane uitoefent bij de invoer van gezelschapsdieren, zoals genoemd in Vo. (EG) nr. 998/2003 is een aparte bijlage 4 bij de kaderovereenkomst opgenomen.

De plaatsen van binnenkomst kunt u raadplegen in de elektronische instructiebundels van de VWA, al dan niet via IVO.

17.2. Gezelschapsdieren

Onder gezelschapsdieren worden verstaan dieren genoemd in bijlage I van Vo. (EG) nr. 998/2003 die hun eigenaar of een natuurlijk persoon die er namens de eigenaar tijdens het vervoer voor verantwoordelijk is, begeleiden en die niet voor verkoop of eigendomsoverdracht zijn bestemd. Het betreft hier:

- honden

- katten

- fretten

- ongewervelden (behalve bijen en schaaldieren)

- tropische siervissen

- amfibieën

- reptielen

- vogels (alle soorten behalve pluimvee)

- knaagdieren en tamme konijnen

De bepalingen in de verordening hebben vooralsnog alleen betrekking op het niet-commerciële verkeer in honden, katten en fretten. Voor de andere hiervoor genoemde dieren zijn nog geen voorwaarden voor het verkeer vastgesteld en er is ook geen modelcertificaat.

Let op: voor andere dieren dan honden, katten en fretten kunnen beschermende maatregelen (invoerbeperkingen) van toepassing zijn. Raadpleeg de besluiten B/CPP op DouaneNet/Intranetportaal of de elektronische instructies van de VWA al dan niet via IVO.

17.2.1. Overgangsperiode identificatiesysteem

Gedurende een overgangsperiode van acht jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van de Verordening (3 juli 2003) worden honden, katten en fretten geacht geïdentificeerd te zijn wanneer zij:

- een duidelijk leesbare tatoeage dragen

of

- een elektronisch identificatiesysteem (transponder) dragen

Na 3 juli 2011 wordt alleen nog het elektronisch identificatiesysteem aanvaard.

Alleen wanneer de transponder aan ISO-norm 11784 of aan bijlage A van ISO-norm 11785 voldoet, kan de informatie worden uitgelezen met de apparatuur die bij de Douane aanwezig is. In andere gevallen moet de eigenaar of de natuurlijke persoon die namens de eigenaar voor deze dieren verantwoordelijk is bij elke controle de middelen verstrekken die nodig zijn voor het lezen van de transponder.

17.2.2. Voorwaarden bij invoer uit aangewezen landen

Er is een lijst met aangewezen landen die u kunt raadplegen bij de elektronische instructies van de VWA al dan niet via IVO.

Bij invoer uit de genoemde landen moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

- de dieren moeten geïdentificeerd zijn (duidelijk leesbare tatoeage dragen of een transponder dragen)

- de dieren moeten vergezeld gaan van een certificaat waarin een dierenarts verklaart dat de dieren zijn ingeënt tegen rabiës

- dit certificaat moet zijn opgemaakt overeenkomstig Beschikking 2004/824/EG

- het aantal dieren mag niet meer zijn dan vijf

17.2.3. Voorwaarden bij invoer uit overige derde landen

Bij invoer uit overige derde landen (andere dan de in de Lijst aangewezen landen genoemde landen) moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

- de dieren moeten geïdentificeerd zijn (duidelijk leesbare tatoeage dragen of een transponder dragen)

- een bewijs hebben waarop de naam en adres van de eigenaar van het dier is vermeld

- de dieren moeten zijn ingeënt tegen rabiës

- de dieren moeten een bloedtest hebben ondergaan

- de dieren moeten vergezeld gaan van een certificaat dat is afgegeven door een dierenarts

- dit certificaat moet zijn opgemaakt overeenkomstig de Beschikking 2004/824/EG

- het aantal dieren mag niet meer zijn dan vijf

17.3. Overgangsmaatregel vanaf 1 oktober 2004 (Beschikking 2004/301/EG)

In afwijking van de Beschikking 2003/803/EG en 2004/203/EG staan de lidstaten het verkeer tussen de lidstaten en de invoer uit derde landen toe van honden, katten en fretten die vergezeld gaan van een certificaat dat afwijkt van de voorgeschreven modellen.

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

- het certificaat is afgegeven vóór 1 oktober 2004

- de geldigheidsduur is nog niet verlopen

- het certificaat verklaart dat voldaan is aan de in Verordening (EG) nr. 998/2003 bepaalde voorwaarden

      Uitzondering voor dieren jonger dan drie maanden

Dieren die jonger zijn dan drie maanden kunnen worden toegelaten als zij voldoen aan de onderstaande voorwaarden.

Dieren die van oorsprong zijn uit een andere lidstaat mogen zonder vaccinatie worden toegelaten wanneer zij:

- vergezeld gaan van een paspoort én vanaf de geboorte hebben geleefd op hun geboorteplek zonder in contact te zijn geweest met wilde dieren die blootgesteld kunnen zijn geweest aan rabiës

of

- de moeder vergezellen en daarvan nog afhankelijk zijn

Dieren die van oorsprong zijn uit derde landen kunnen zonder vaccinatie worden toegelaten wanneer de situatie met betrekking tot rabiës in het land van oorsprong dit rechtvaardigt, dit zijn de derde landen genoemd in bijlage II van Vo. 998/2003. Dieren jonger dan drie maanden uit niet in die bijlage genoemde derde landen zijn niet toegestaan. Overleg in voorkomende gevallen met de VWA.

17.4. Controles niet-commerciële verkeer honden, katten en fretten

17.4.1. Controles Douane

De Douane heeft bij de handhaving van deze regelgeving uitsluitend een taak bij binnenbrengen van gezelschapsdieren vanuit derde landen en is belast met de uitvoering van de documenten- en overeenstemmingscontrole (zie bijlage 4 van de kaderovereenkomst).

Als bij invoer uit derde landen het aantal gezelschapsdieren kleiner is dan vijf of gelijk aan vijf, dan voert de Douane een documenten- en identificatiecontrole uit. Concreet houdt dit in dat de Douane controleert of de voorgeschreven documenten aanwezig zijn en of de dieren kunnen worden geïdentificeerd aan de hand van de tatoeage of de transponder.

      Deze taak wordt uitgevoerd binnen de kaders van het generieke toezicht, dat wil zeggen dat de Douane enkel controleert in samenhang met haar normale douanewerkzaamheden.

Wanneer het aantal gezelschapsdieren groter is dan vijf, dan moeten de dieren worden onderworpen aan de eisen en controles van Richtlijn 92/65/EEG (veterinaire controle).

De communautaire wetgeving is -bij de wijzigingsregeling van 22 september 2004 (Stcrt. nr. 185 van 27 september 2004)- verwerkt in de Regeling handel levende dieren en levende producten.

Op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 114, lid 1 en de Regeling aanwijzing ambtenaren Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 1, aanhef en sub j, is de Douane aangewezen als toezichthoudende autoriteit.

17.4.2. Controle VWA

De VWA is aangewezen als de bevoegde autoriteit om de veterinaire controle uit te voeren nadat uit de controle door de Douane is gebleken dat niet is voldaan aan de gestelde eisen.

Wanneer uit de controles blijkt dat het dier niet voldoet aan de veterinaire eisen gesteld in Verordening (EG) Nr. 998/2003 zal de VWA maatregelen nemen zodat het dier toch ingevoerd kan worden of - wanneer dat niet kan - wordt geweerd van binnenkomst.

17.4.3. Bijstand AID

De AID is aangewezen als de bevoegde autoriteit om de VWA bij te staan wanneer de eigenaar van het dier niet wil meewerken aan de procedure.

Daarnaast treedt de AID tevens op wanneer er sprake is van verdenking van fraude.

De Douane neemt niet zelf contact op met de AID; dat gebeurt altijd door de VWA.

17.5. Geharmoniseerde veterinaire eisen voor internationaal vervoer

Voor het internationale vervoer van commercieel gehouden honden, katten en fretten bestaan al geharmoniseerde veterinaire eisen (Richtlijn 92/65/EEG). Deze richtlijn is door de nieuwe verordening zodanig aangepast dat de eisen voor niet-commercieel gehouden dieren nauwelijks verschillen van de eisen voor commercieel gehouden dieren.

Het klinisch onderzoek zoals voorgeschreven door de Richtlijn 92/65/EEG, artikel 16, blijft gehandhaafd. De commerciële invoer van honden, katten en fretten is alleen toegestaan als die dieren afkomstig zijn uit landen die voorkomen op:

- de bijlage bij Beschikking 79/542/EEG

of

- de lijst in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 998/2003

Bij Beschikking 2004/595/EG is het modelcertificaat vastgesteld voor de commerciële invoer in de Gemeenschap van honden, katten en fretten.

Voor de hiervoor genoemde beschikkingen wordt kortheidshalve verwezen naar de elektronische instructiebundels van de VWA, al dan niet via IVO te raadplegen.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie