30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten
30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten, 6 april 2009, Versie 3.1
In dit hoofdstuk vindt u een lijst van veelgebruikte begrippen. Aangegeven wordt wat dit voorschrift precies onder deze begrippen verstaat. Daarna volgt een overzicht van de
De verschillende wetgeving over intellectuele eigendomsrechten wordt in het onderdeel
In dit voorschrift wordt de terminologie gebruikt van de Verordening, het CDW en de Algemene douanewet.
| Begrip | Omschrijving |
| -------------------------- | ------------------------------------------------ |
Beleidsregel Openbaar Ministerie van het College van Procureurs-generaal (Stcrt. 2006, nr. 6). Deze aanwijzing bevat regels voor het Openbaar Ministerie bij de opsporing en vervolging van overtredingen op het gebied van de intellectuele eigendomsrechten (artikel 337 WvSr, de Auteurswet 1912 (Aw 1912) en de Wet op de naburige rechten (Wnr)). | |
Adw |
|
Afdeling IER |
Belastingdienst Douane Noord Kantoor Groningen/team Bijzondere Klantbehandeling. |
Aw 1912 |
|
CDW |
Verordening (EEG) nr. 2913/921 van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het Communautair douanewetboek (Pb EG 1992, L 302) |
Civielrechtelijke procedure |
Een |
Houder van het recht |
De houder van een intellectueel eigendomsrecht, elke andere persoon die gemachtigd is een intellectueel eigendomsrecht te gebruiken of hun vertegenwoordiger. |
1. Goederen, met inbegrip van hun verpakking, waarop zonder toestemming een beeldmerk is aangebracht dat identiek is aan het geldig geregistreerde merk voor dergelijke goederen of daarvan niet wezenlijk kan worden onderscheiden. Het gaat dus om goederen die inbreuk maken op de rechten van de houder van het betrokken merk (artikel 2 lid 1 letter a Verordening) . 2. Beeldmerken die identiek zijn aan een geldig geregistreerd merk of daarvan niet wezenlijk kunnen worden onderscheiden, zelfs wanneer deze afzonderlijk worden aangeboden. Onder deze beeldmerken vallen ook logo's, etiketten, stickers, prospectussen, gebruiksaanwijzingen of garantiebewijzen waarop een dergelijk merk is aangebracht, 3. Afzonderlijk aangeboden verpakkingen waarop zonder toestemming een beeldmerk is aangebracht dat identiek is aan het geldig geregistreerde merk voor de goederen in dergelijke verpakkingen of daarvan niet wezenlijk kan worden onderscheiden. | |
Piraterij |
Goederen die gekopieerd zijn of kopieën bevatten, die zijn vervaardigd zonder toestemming van (artikel 2 lid 1 letter b Verordening): - de houder van een - de houder van een recht inzake - een persoon die door de houder van het recht in het productieland gemachtigd is Er is sprake van piraterij wanneer de vervaardiging van deze kopieën inbreuk maakt op het betrokken recht. |
Beleidsregel Openbaar Ministerie van het College van Procureurs-generaal met uitgangspunten voor de strafvervolging (Stcrt. 2006, nr. 6). | |
Een eenvoudige procedure zoals beschreven in artikel 11 van de verordening. Deze procedure houdt in dat de houder van het recht de Douane een schriftelijke verklaring verstrekt omtrent de vernietiging van de goederen die vermoedelijk inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht. Uit deze verklaring moet blijken dat de aangever, de houder of de eigenaar van deze goederen instemt met de vernietiging ervan dan wel dat deze toestemming wordt verondersteld. | |
Strafrechtelijke procedure: |
Een procedure volgens het Wetboek van Strafvordering. |
Tvo. CDW |
Verordening (EEG) nr. 2454/93 van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het CDW (Pb. EG 1993, L 253). |
Verordening |
|
Wed |
|
WvSr |
Verwijzingen naar artikelen in de Verordening 1383/2003
Als in dit voorschrift een artikel wordt genoemd zonder verwijzing naar een wettelijke regeling, gaat het om een artikel uit de Verordening nr.1383/2003.
Om inbreuk op intellectuele eigendomsrecht te bestrijden, zijn internationale afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn mede erop gericht de Douane te betrekken bij de controle op mogelijke inbreuken op intellectuele eigendomsrechten.
Bij het maken van deze internationale afspraken spelen drie organisaties een rol:
-
-
-
De Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organisation, afgekort: WTO) richt zich op een vrije internationale handel. Een onderdeel van die vrije handel is een regeling voor de intellectuele eigendomsrechten. Die regeling is neergelegd in de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van intellectuele eigendomsrechten (Agreement on Trade Related aspects of Intellectual Property Rights, afgekort: het TRIPs-Verdrag). In het TRIPs-Verdrag zijn minimumstandaarden vastgelegd voor de bescherming van intellectuele eigendomsrechten. Alle landen die bij de WHO zijn aangesloten, moeten zich hieraan houden.
Deze minimumstandaarden zijn vertaald in adequate normen en beginselen over het bestaan, de reikwijdte en het gebruik van intellectuele eigendomsrechten in het handelsverkeer. Ook is voorzien in regels voor de handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende rechtssystemen in de aangesloten landen.
De Wereld Douane Organisatie (World Customs Organisation, afgekort: WCO) heeft een adviserende functie op het gebied van douanerecht. De WDO bevordert op wereldwijde schaal een vergaande harmonisatie van (douane)procedures. Daarbij wordt de laatste jaren ook steeds meer ingezet op geharmoniseerde controlesystematieken. De WDO heeft een modelwetgeving ontworpen voor de implementatie van het TRIPs-Verdrag, die in toenemende mate wereldwijd wordt overgenomen.
De Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (World Intellectual Property Organization, afgekort: WIPO) richt zich op de regulering en standaardisering van de intellectuele eigendomsrechten. Dit doet zij op basis van internationale verdragen. De aangesloten landen sluiten deze verdragen af en brengen die bij de organisatie onder. Het gaat hier om verdragen en andere internationale afspraken op vrijwel alle gebieden van het intellectuele eigendomsrecht. Voorbeelden hiervan zijn het Unieverdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (1883), de Berner Conventie (1886), de Conventie van Rome (1961) en de Conventie van Geneve (1971).
Naast internationale afspraken zijn er communautaire maatregelen vastgelegd voor de bescherming van de intellectuele eigendomsrechten. Deze maatregelen zijn onder meer neergelegd in
