30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek VGEM

30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten, 14 juni 2011, Versie 5.0

3. Bevoegdheidsbepalingen

Dit hoofdstuk beschrijft de bevoegdheden die de Douane heeft bij het aantreffen van goederen die vermoedelijk inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht.

De Douane heeft diverse bevoegdheden. De bevoegdheden die u als douaneambtenaar heeft, worden onderscheiden in:

- controlebevoegdheden Algemene douanewet

- opschortingsbevoegdheden uit de Verordening

- opsporingsbevoegdheden

- controlebevoegdheden uit de Wed

- bevoegdheden bij ambulant toezicht

3.1. Controlebevoegdheid Algemene douanewet

De bepalingen van de Algemene douanewet (Adw) zijn van toepassing op het toezicht en de controle van de Douane op goederen en het goederenverkeer. De Adw betreft niet alleen de heffing van rechten bij invoer, maar óók het toezicht en de controle bij VGEM-taken. Het gaat hierbij om verboden of beperkingen die betrekking hebben op veiligheid, gezondheid, economie en milieu.

De Adw heeft niet alleen betrekking op verboden en beperkingen die van toepassing zijn op goederen die zich onder douanetoezicht bevinden, maar ook op goederen die zich nog niet, niet of niet meer onder douanetoezicht bevinden (Adw, artikel 1:1, lid 5). U bent op grond van de Adw dus altijd bevoegd goederen te controleren.

Het zwaartepunt van de taak van de Douane ligt echter op goederen die de buitengrens van de Gemeenschap overschrijden. De wijze waarop de Douane invulling geeft aan deze taak en de bijbehorende bevoegdheid is vastgelegd in kaderovereenkomsten en bijlagen en de VGEM-voorschriften. U gebruikt uw bevoegdheden uitsluitend wanneer de Douane een taak heeft.

De Adw geeft één set controlebevoegdheden die u altijd gebruikt, ongeacht de VGEM-controletaak die u uitvoert. U kunt geen andere bevoegdheden gebruiken dan de bevoegdheden die in de Adw zijn toegekend. De VGEM-wetgeving moet dan wel onder onderdeel A of B van de bijlage van de Adw vallen.

      Handhaving verboden of beperkingen IER

De Douane heeft een taak bij de handhaving van verboden en beperkingen die van toepassing zijn of zouden zijn op goederen bij het binnenbrengen in of het verlaten van de Gemeenschap of bij het kiezen van een douanebestemming. Deze verboden of beperkingen zijn ingesteld bij of krachtens een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in de bijlagen A en B van de Adw (Adw, artikel 1:1, lid 5).

In deze bijlagen is de wetgeving opgenomen waarin verboden of beperkingen zijn gesteld:

- Onderdeel A van de bijlage van de Adw inzake de communautaire verordeningen is niet uitputtend omdat een dergelijke lijst zeer uitgebreid is en steeds wijzigt. In bijlage A zijn daarom alleen de artikelen van het EG-Verdrag opgenomen die de basis vormen voor verboden en beperkingen in communautaire of nationale wetgeving.

- Onderdeel B van de bijlage van de Adw noemt de wetgeving op het gebied van het intellectueel eigendomsrecht. U mag dus de bevoegdheden uit de Adw gebruiken voor het toezicht hierop.

      Controlebevoegdheden

De Douane oefent haar controlebevoegdheden alleen uit, als dat met de betreffende ministeries is vastgelegd in een kaderovereenkomst en bijlagen en binnen de afgesproken taak.

Het betreft onder meer controlebevoegdheden op het gebied van:

- het nemen van monsters en gedeeltelijk onderzoek (Adw, artikel 1:24)

- het betreden, controleren en doorzoeken van gebouwen en terreinen (Adw, artikel 1:23 en 1:26)

- het vorderen dat een vervoermiddel vaart mindert, bijdraait, landt, stilhoudt enzovoorts (Adw, artikel 1:27)

- de lijfsvisitatie (Adw, artikel 1:28)

- het gebruik van geweld (Adw, artikel 1:30)

Meer informatie over het gebruik van uw controlebevoegdheden vindt u in het Handboek Douane, onderdeel 5.00.00.

Goederen die de gemeenschap worden binnengebracht, zijn onderworpen aan douanetoezicht en kunnen een douanebestemming krijgen zonder dat dit een beletsel vormt voor het toepassen van beperkende bepalingen of verboden die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van andere (niet-fiscale) bepalingen (CDW, artikel 58).

Bij de aanvang van een controle past de u de gebruikelijke douanebevoegdheden toe uit de Algemene douanewet en de Wet op de Accijns.

3.2. Bevoegdheid goederen vast te houden of opschorten vrijgave

Op grond van de Verordening heeft de Douane de bevoegdheid om de vrijgave van vermoedelijk inbreukmakende goederen op te schorten of deze goederen vast te houden. De Douane doet dit op verzoek van de houder van het recht of ambtshalve op eigen initiatief.

3.3. Opsporingsbevoegdheden

De douaneambtenaar heeft ook opsporingsbevoegdheden. Dit is geregeld in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/Douane 2007. Volgens artikel 2 van dit Besluit is de douaneambtenaar belast met de opsporing van alle strafbare feiten. Deze opsporingsbevoegdheden zijn beleidsmatig beperkt. Dit betekent dat u alleen van deze bevoegdheden gebruik maakt voor de opsporingstaken die aan de Douane zijn opgedragen.

De Douane heeft een aantal opsporingstaken waarvoor in de bijzondere wetten geen expliciete aanwijzing te vinden is. De bevoegdheid voor deze opsporingstaken is daarom gebaseerd op artikel 2 Besluit BOA. De douaneambtenaar heeft een opsporingstaak voor de feiten die strafbaar zijn gesteld (Handboek Douane, onderdeel 36.00.00) in:

- de Auteurswet

- de Wet op de naburige rechten

- het Wetboek van Strafrecht, artikel 337

Voor de niet genoemde intellectuele eigendomsrechten moet u -voordat u strafrechtelijk optreedt- contact opnemen met de BFC-er.

De Douane treedt altijd zelfstandig strafrechtelijk op bij het aantreffen van vermoedelijk inbreukmakende goederen bij reizigers en bij post-, pakket-, en koerierszendingen en cargo als de aangetroffen vermoedelijk inbreukmakende goederen onder een vastgestelde hoeveelheid blijven.

Ook treedt de Douane strafrechtelijk op verzoek van de FIOD-ECD of na doorlopen van de voorgeschreven procedure in opdracht van de boetefraudecoördinator.

3.4. Controlebevoegdheden op grond van Wed

In de Wed (artikel 17, lid 1, punt 3) is de Douaneambtenaar aangewezen als opsporingsambtenaar van alle economische delicten. Op grond daarvan is aan de Douane een aantal bevoegdheden verleend. Daarbij gaat het om controlebevoegdheden in het belang van de opsporing.

Deze wet is van toepassing op:

- het kwekersrecht

- op geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen

In artikel 1 Wed is inbreuk op deze rechten strafbaar gesteld.

De controlebevoegdheden betreffen onder andere:

- het in beslag nemen van goederen (Wed, artikel 18, lid 1)

- het vorderen van inzage in bescheiden (Wed, artikel 19, lid 1)

- het betreden van plaatsen (Wed, artikel 20, lid 1)

- het nemen van monsters (Wed, artikel 21)

Ook is in artikel 24a Wed bepaald dat de houder van de goederen de douaneambtenaar medewerking moet verlenen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. Ook moet hij, wanneer de ambtenaar dat vordert, kosteloos hulpmiddelen en bijstand verstrekken. Wanneer hij opzettelijk niet voldoet aan een vordering van de opsporingsambtenaar, wordt dat in artikel 26 Wed aangemerkt als een economisch delict.

3.5. Bevoegdheden bij ambulant toezicht

Bij een douanecontrole in het kader van ambulant toezicht, zoals bijvoorbeeld Mobiel Toezicht Goederen (MTG), kan de Douane twee soorten goederen aantreffen:

1. goederen die een communautaire status hebben

2. goederen die geen communautaire status hebben

Afhankelijk van het soort goederen heeft u andere bevoegdheden. Hieronder worden de bevoegdheden voor beide soorten goederen beschreven.

3.5.1. Goederen met communautaire status

Goederen die zich in het douanegebied van de gemeenschap bevinden, worden geacht een communautaire status te hebben, tenzij wordt vastgesteld dat zij geen communautaire status hebben (Tvo. CDW, artikel 313). Per definitie zijn de door u aangetroffen goederen communautair, tenzij u concreet vaststelt dat deze goederen niet communautair zijn.

Als de goederen zich in het vrije verkeer van de Gemeenschap bevinden, is de Verordening niet van toepassing. U heeft voor deze goederen geen toezichthoudende bevoegdheid voor de handhaving van de intellectuele eigendomsrechten. U kunt daarom alleen optreden wanneer de inbreuk onmiddellijk duidelijk is.

      Inbreuk onmiddellijk duidelijk

De Douane is bevoegd om op te treden als onmiddellijk duidelijk is dat de communautaire goederen vermoedelijk inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht.

Deze duidelijkheid moet - ook voor een niet-expert - buiten kijf zijn. In dat geval wordt de houder/eigenaar van de communautaire goederen als verdachte aangemerkt. Uit de feiten en omstandigheden moet dan `een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit' voortvloeien (artikel 27 Wetboek van Strafvordering).

Constateert u bij een controle onregelmatigheden met betrekking tot de communautaire goederen, dan handelt u op grond van artikel 53, lid 1, juncto lid 4, Wetboek van Strafvordering. In die gevallen neemt u contact op met de Boete-fraudecoördinator. Deze neemt, eventueel in overleg met de FIOD-ECD, de beslissing over een eventueel strafrechtelijk optreden door de Douane.

      Inbreuk niet onmiddellijk duidelijk

Als niet onmiddellijk duidelijk is dat er sprake is van vermoedelijk inbreukmakende communautaire goederen, kan de Douane niet optreden. U heeft geen toezichthoudende bevoegdheid de goederen tegen te houden voor onderzoek. In deze gevallen laat u de goederen hun weg vervolgen.

3.5.2. Goederen zonder communautaire status

In het geval de goederen geen communautaire status hebben, is de Verordening van toepassing.

In dat geval handelt u op grond van de Algemene douanewet en vindt het optreden plaats op verzoek van de houder van het recht of ambtshalve op eigen initiatief.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie