30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek VGEM

30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten, 6 april 2009, Versie 3.1

7. Douaneoptreden op verzoek

Wanneer een verzoek om douaneoptreden door de bevoegde autoriteiten is ingewilligd en u treft een partij goederen aan die vermoedelijk inbreuk maakt op een intellectueel eigendomsrecht, geldt de hier beschreven procedure.

7.1. Stap 1: aantreffen en opschorting vrijgave goederen

Bij aantreffen van vermoedelijk inbreukmakende goederen handelt u als volgt:

Aantreffen en opschorting vrijgave goederen

1. Stel vast of de procedure uit de Verordening wordt toegepast. De Verordening wordt niet toegepast bij het aantreffen van bepaalde hoeveelheden vermoedelijk inbreukmakende goederen in de post-, pakket-, koeriers- en cargozendingen en bij passagiers. In die gevallen wordt strafrechtelijk opgetreden.

2. Geef de partij niet vrij als de Verordening van toepassing is;

3. Neem minimaal twee representatieve monsters van elk mogelijk inbreukmakende artikel. In geval van accijnsgoederen neem drie representatieve monsters van elk merk;

4. Neem contact op met de vraagbaak IER (buiten kantooruren kunt u ook de afdeling IER benaderen: piketdienst);

5. De vraagbaak IER beoordeelt de vermoedelijke inbreuk en informeert de afdeling IER door middel van het voorgeschreven proces-verbaal van bevinding. Hierbij worden alle gegevens doorgegeven die van belang zijn, zoals o.a. digitale foto's. Voor accijnsgoederen geldt een afwijkende procedure en wordt het proces-verbaal van bevindingen en de monsters naar de FIOD-ECD gezonden.

6. Vul de onderstaande gegevens in op de rechterzijde van het Fyco-formulier bij de VGEM aspecten (Handboek Douane, deel 3, onderdeel 12.00.00, paragraaf 6.5.3):

- Verwijs op het Fyco-formulier naar het proces-verbaal van bevinding dat is opgemaakt door de vraagbaak IER.

- Vermeld de naam van de vraagbaak IER die het proces-verbaal van bevinding heeft opgesteld.

- Vermeld ten behoeve van het proces aangiftebehandeling de mededeling: "Aangifte niet afwerken. Vrijgave opgeschort i.v.m. onderzoek IER. DSI status 20".

      Goederen blijven onder douanetoezicht

De goederen moeten te allen tijde onder douanetoezicht blijven. Wel is het toegestaan, vanwege logistieke redenen of om kosten te besparen, een aangifte te doen voor plaatsing onder de douaneregeling entrepot. De vermoedelijk inbreukmakende goederen worden dan elders opgeslagen. Dit speelt met name op de douanelocaties Schiphol en in de Rotterdamse haven, waar de opslagkosten hoog zijn.

Bij vermoedelijke inbreuk op een aantal intellectuele eigendomsrechten (bijvoorbeeld octrooi- en modelrecht) kunnen de aangetroffen goederen op bepaalde voorwaarden worden vrijgegeven.

      Let op: Geen contact opnemen met houder van het recht!

Controleambtenaren en vraagbaken IER nemen geen contact op met de houder van het recht. Alleen de afdeling IER is hiertoe bevoegd.

      Bevoegdheid uit de Verordening

Vanaf het moment dat de vermoedelijke inbreuk op een intellectueel eigendom is vastgelegd in een proces-verbaal van bevinding, vindt de opschorting van de vrijgave of vasthouding van de goederen plaats op basis van de Verordening 1383/2003. Voor dat moment was er sprake van opschorting als gevolg van een reguliere douanecontrole.

7.1.1. Monsterneming inbreukmakende goederen

      Monsterneming bij rookwaren

Accijnsgoederen die u aantreft, kunnen ook inbreuk maken op bepaalde intellectuele eigendomsrechten. Het gaat dan veelal om tabaksproducten (rookwaren). In het kader van een mogelijke samenloop met de Wet op de Accijns kunnen zich de volgende situaties voordoen:

a. smokkel en/of het onrechtmatig voor handen hebben van onveraccijnsde rookwaar

b. reguliere aangifte veraccijnsde rookwaar en vermoedelijke inbreuk intellectueel eigendomsrecht

c. fysiek toezicht veraccijnsde rookwaar en vermoedelijke inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht (bijvoorbeeld bij een Mobiel Toezicht Goederen (MTG) of bij overige ambulante controles

Afhankelijk van de situatie gaat u als volgt te werk:

Monsterneming vermoedelijk inbreukmakende goederen

1. Neem in alle gevallen per merk rookwaar drie representatieve monsters in de vorm van een volledige slof rookwaren die als doorsnee van de partij kunnen worden beschouwd. Stuur deze monsters samen met een kopie van het proces-verbaal van bevindingen en een kopie van alle beschikbare bescheiden naar de FIOD-ECD.

2. Gaat het om situatie a. (smokkel etcetera), handel dan de zaak af volgens de ATV-procedure (Aanmelding Transactie en Vervolgingstraject). Het gaat hier vaak om een inbreuk op het merkenrecht. Maak in dit geval een proces-verbaal op volgens de geldende voorschriften inzake de accijnswetgeving. Daarin wordt ook vermeld dat er een vermoedelijke inbreuk van intellectuele eigendomsrechten speelt.

3. Gaat het om situatie b. (reguliere aangifte etcetera), stel dan een proces-verbaal van bevinding op en volg de normale procedure (hoofdstuk 7 of 8).

4. Gaat het om situatie c. (fysiek toezicht), neem dan contact op met de boetefraudecoördinator. Deze neemt, in overleg met de FIOD-ECD, de beslissing over een eventueel strafrechtelijk optreden door de Douane en over een eventuele monsterneming.

De FIOD-ECD stuurt een monster voor onderzoek naar een falsificatenexpert van de Douane, een naar de houder van het recht en een naar het Douanelaboratorium. Deze onderzoeken de monsters en bepalen of de rookwaren vermoedelijk inbreuk maken op een bepaald intellectueel eigendomsrecht. Na afloop van het onderzoek informeert de FIOD-ECD de afdeling IER over de vastgestelde inbreuken.

      Monsterneming overige accijnsgoederen: minimaal drie

Van elk inbreukmakend accijnsgoed worden minimaal drie monsters genomen:

1. een monster wordt op verzoek van de houder verstrekt voor onderzoek

2. het tweede monster wordt gezonden naar de falsificatenexpert

3. het laatste monster wordt - na afloop van de procedure - in het geval van een schikking met veronderstelde toestemming naar het Douane Laboratorium gezonden voor opslag

      Monsterneming overige goederen: minimaal twee

Van elk inbreukmakend goed worden minimaal minimaal twee monsters genomen:

- een monster wordt op verzoek van de houder verstrekt voor onderzoek

- het andere monster wordt (na afloop van de procedure) in het geval van een schikking met veronderstelde toestemming naar het Douane Laboratorium gezonden voor opslag

7.1.2. Zending verschillende inbreukmakende goederen

Tijdens een controle kunnen zich diverse situaties voordoen.

Voorbeeld

In één zending zijn bijvoorbeeld niet alle goederen vermoedelijk inbreukmakend. De goederen waarvan is vastgesteld dat zij geen vermoedelijke inbreuk maken, kunnen hun weg vervolgen nadat de noodzakelijk douaneformaliteiten zijn vervuld.

De betrokkene is verplicht de Douane alle nodige medewerking te verlenen. Denk aan het verplaatsen, uitpakken en weer inpakken, sorteren en dergelijke van de goederen. De verplichting geldt voor alle werkzaamheden die de Algemene douanewet opdraagt (CDW, artikel 14, artikel 28 en DW, artikel 49).

Voorbeeld

Binnen één zending worden bijvoorbeeld goederen aangetroffen die vermoedelijk inbreuk maken waarvoor wel en goederen waarvoor geen verzoek is ingediend.

Het is ook mogelijk dat bij één zending met vermoedelijk inbreukmakende goederen verschillende houders van rechten zijn betrokken. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer in één zending verschillende kledingmerken worden aangetroffen.

In bovengenoemde gevallen maakt de vraagbaak IER één proces-verbaal van bevinding op. De afdeling IER toetst of de houder van het recht een verzoek heeft ingediend en informeert ook de verschillende houders van het recht. U heeft hier geen verdere taak in.

7.1.3. Inbreukmakende goederen en scheiding verpakking

Er vindt geen scheiding plaats in het geval dat van de verpakking wordt vermoed dat deze inbreukmakend is en de goederen (inhoud) niet. De gehele zending wordt stopgezet en de procedure uit het voorschrift wordt gevolgd voor de verpakking én goederen.

Hiervan wordt slechts afgeweken wanneer duidelijk vaststaat dat de inbreukmakende verpakking geheel los staat van de inhoud. De aangever van de goederen dient dan zorg te dragen voor het scheiden van de goederen en de verpakking. Dit dient te gebeuren onder douanetoezicht.

Er vindt ook geen scheiding plaats in het geval dat van de verpakking niet wordt vermoed dat deze inbreukmakend is en de goederen wel vermoedelijk inbreukmakend zijn.

7.2. Stap 2: consulteren FIOD-ECD

De afdeling IER beoordeelt het ontvangen proces-verbaal van bevinding.

Beoordeling ontvangen proces-verbaal van bevinding

1. Constateert zij dat er sprake is van vermoedelijke inbreuk, dan wordt het proces-verbaal direct doorgestuurd naar de FIOD-ECD. Doel is om na te gaan of de vermoedelijke inbreuk in aanmerking komt voor strafrechtelijk onderzoek.

2. De FIOD-ECD bericht binnen vier uur aan de afdeling IER of tot een strafrechtelijk onderzoek wordt overgegaan.

3. Als de FIOD-ECD tot een strafrechtelijk onderzoek besluit, dan gebeurt het volgende:

- De afdeling IER licht de vraagbaak IER in.

- De FIOD-ECD neemt de goederen in beslag of verzoekt de Douane dit te doen. De goederen worden dan later aan de FIOD-ECD overgedragen.

4. Als de FIOD-ECD niet tot een strafrechtelijk onderzoek besluit, dan volgt stap 3: Informeren merkhouder.

7.3. Stap 3: informeren houder van het recht

Wanneer niet tot een strafrechtelijk onderzoek wordt overgegaan, dan gebeurt het volgende:

1. De afdeling IER informeert de houder van het recht direct over de aangetroffen goederen. De informatie omvat:

- een omschrijving van de aard van de goederen

- de reden van vermoeden van de inbreuk

- aanduiding werkelijke of geraamde hoeveelheid van de goederen

- zo mogelijk digitale foto's

2. De afdeling IER geeft de houder aan dat deze binnen een termijn van tien werkdagen het volgende kan doen:

- een civielrechtelijke procedure inleiden

- een schikking overeenkomen

- een verlenging van de termijn aanvragen
De termijn van tien werkdagen begint op de dag nadat de houder van het recht de kennisgeving van de afdeling IER heeft ontvangen. De afdeling IER bewaakt de
termijnen.

      Bederfelijke goederen: opschorting vrijgave maximaal drie werkdagen

Voor bederfelijke waren geldt dat een procedure voor een civiele rechter binnen drie werkdagen moet zijn ingeleid. Ook voor het treffen van een schikking geldt een termijn van drie dagen. Deze termijnen kunnen niet worden verlengd.

      Afdeling IER is het aanspreekpunt

Voor het verloop van de verdere procedure is de afdeling IER het aanspreekpunt. Eventuele verzoeken om informatie over de stand van zaken en (schriftelijke) klachten van bijvoorbeeld de aangever, de geadresseerde of andere belanghebbenden verwijst u door naar de afdeling IER.

7.4. Stap 4: informatie aan en inspectie door houder van het recht

Als de houder van het recht binnen de termijn schriftelijk aan de afdeling IER aangeeft dat hij een civielrechtelijke procedure zal starten of een schikking probeert overeen te komen, krijgt hij de volgende informatie:

- informatie over de goederen;

- informatie over de mogelijkheid om de goederen te inspecteren.

      Informatie over de goederen

De afdeling IER verstrekt de houder de volgende gegevens:

- de namen en adressen van zowel de geadresseerde als de afzender

- de aangever of houder van de goederen

- de oorsprong en herkomst van de goederen

      Inspectie van de goederen en directe verpakking

De houder van het recht krijgt de mogelijkheid de goederen te inspecteren. Ook de directe verpakking en alles wat op en aan de verpakking en/of de goederen zit (stickers/labels) kan worden geïnspecteerd. Het inspecteren heeft alleen betrekking op de goederen en de verpakking. Voorkomen wordt dat de houder van het recht inzage krijgt in de aangiftegegevens.

De afdeling IER brengt de vraagbaak op de hoogte van de wens van de houder om de goederen te inspecteren. De vraagbaak zorgt ervoor dat de inspectie kan plaatsvinden.

7.5. Stap 5: overhandiging monsters

Van de vermoedelijk inbreukmakende goederen zijn representatieve monsters genomen. Op verzoek kan de houder van het recht een exemplaar daarvan ontvangen. Daartoe worden de volgende stappen doorlopen:

Overhandiging monsters

1. De houder van het recht richt een schriftelijk verzoek aan de afdeling IER.

2. De afdeling IER brengt -in het geval van een positieve beslissing- de vraagbaak IER op de hoogte.

3. De vraagbaak IER zorgt dat het monster kan worden overhandigd aan de houder van het recht.

4. Er wordt een ontvangstbevestiging in tweevoud opgemaakt.

5. De houder van het recht tekent het ontvangstbewijs.

6. Eén exemplaar van het ontvangstbewijs is voor de houder, het tweede is voor het dossier van de Douane.

Het monster bevat de directe verpakking en alle daarop aanwezige labels, stickers of andere kenmerken.

      Teruggave monster door houder van het recht

De houder van het recht moet het monster teruggeven als de omstandigheden dat toestaan. Dit is onder meer het geval als de houder van het recht van oordeel is dat de het monster geen inbreuk maakt en het monster nog intact is. Teruggave van het monster moet gebeuren, voordat de goederen worden vrijgegeven of het vasthouden ervan wordt opgeheven.

7.6. Stap 6: verlenging termijn

Nadat de houder van het recht is geïnformeerd door de afdeling IER, heeft hij tien werkdagen de tijd om tot actie over te gaan. Op verzoek kan deze termijn worden verlengd met maximaal tien werkdagen.

De houder van het recht moet daarvoor het volgende doen:

Verlenging termijn

1. een schriftelijk verzoek richten aan de afdeling IER;

2. in het verzoek aantonen dat hij reeds stappen heeft ondernomen tegen de vermoedelijke inbreukmaker, in de vorm van:

- het starten van een civielrechtelijke procedure (via een sommatiebrief, dagvaarding etc.)

- het treffen van een schikking

- het treffen van een voorlopige maatregel zoals conservatoir beslag

3. Als de houder van het recht dit niet kan aantonen, wordt de termijn niet verlengd.

4. De afdeling IER neemt de beslissing over verlenging van de termijn en informeert de vraagbaak IER daarover.

5. De houder van het recht kan tegen de beslissing bezwaar aantekenen/in beroep gaan.

      Bederfelijke waren

Voor bederfelijke waren geldt een termijn van drie werkdagen. Deze kan niet worden verlengd.

      Civielrechtelijke procedure

De houder van het recht moet de afdeling IER op de hoogte te houden van de voortgang en resultaten van een eventuele civielrechtelijke procedure.

De afdeling IER informeert de vraagbaak IER over de afloop van de procedure en geeft ook aan of de goederen mogen worden vrijgegeven. Tot dat bericht blijft de vrijgave van de goederen opgeschort.

7.7. Stap 7: eind van de procedure

Wanneer binnen de gestelde termijn(en) van tien, respectievelijk twintig, werkdagen geen civielrechtelijke procedure is gestart, geen schikking tot stand is gekomen en ook geen voorlopige maatregel is getroffen, dan gebeurt het volgende:

Eind van de procedure

1. De afdeling IER informeert de vraagbaak IER per fax of e-mail dat de houder van het recht en de FIOD-ECD niet optreden.

2. Als de vraagbaak IER van mening is dat er voldoende onderbouwde aanwijzingen zijn voor een redelijk vermoeden van een strafbaar feit, handelt hij als volgt:

- De vraagbaak IER legt de kwestie voor aan de Boete-fraudecoördinator (BFC-er). De BFC-er beslist of de goederen worden vrijgegeven of alsnog in beslag worden genomen door de Douane.

3. Als de vraagbaak IER geen voldoende onderbouwing voor een redelijk vermoeden van een strafbaar feit kan geven of de BFC-er beslist dat niet strafrechtelijk wordt opgetreden, worden de goederen vrijgegeven nadat alle douaneformaliteiten zijn vervuld.

7.8. Afloop van de procedure

De toepassing van de procedure uit de Verordening leidt tot de volgende uitkomsten:

      Schikking in de vorm van een schriftelijke verklaring

Wanneer een schikking in de vorm van een schriftelijke verklaring wordt overeengekomen, moet de houder van het recht deze verklaring aan de afdeling IER te overleggen. Uit de verklaring moet blijken dat de aangever, de houder of de eigenaar van de goederen instemt dat de goederen ter vernietiging worden afgestaan. De afdeling IER informeert de vraagbaak IER. De houder van het recht, degene die in de schikking wordt genoemd, of een derde, kan vervolgens een verzoek tot vernietiging.

      Schikking in de vorm van een veronderstelde toestemming

Wanneer aangever, de houder of de eigenaar van de goederen zich binnen de gegeven termijn niet uitdrukkelijk tegen de vernietiging verzet, wordt toestemming verondersteld. De houder van het recht moet dan bij het doen van het verzoek tot vernietiging over de goederen kunnen beschikken.

Voor de Douane is het niet van belang of de houder van het recht over de goederen kan beschikken ingevolge een schikking in de vorm van een schriftelijke verklaring, of in de vorm van een veronderstelde toestemming. Wel is van belang dat de houder van het recht aan de afdeling IER tijdig schriftelijk kenbaar maakt, dat een schikking op basis van veronderstelde toestemming tot stand is gekomen, want:

- De vrijgave van de goederen blijft dan opgeschort of de vasthouding van de goederen blijft gehandhaafd.

- De Douane moet in dit geval een monster bewaren in het Douanelaboratorium.

De afdeling IER brengt de vraagbaak IER op de hoogte van deze schriftelijke kennisgeving van de houder van het recht. Een verzoek tot vernietiging kan alleen worden toegestaan als deze kennisgeving is gedaan.

      Strafrechtelijk optreden door FIOD-ECD of Douane

In stap 2 van de procedure wordt de FIOD-ECD ingelicht en bestaat de mogelijkheid dat door de FIOD-ECD strafrechtelijk wordt opgetreden.

Als dat niet gebeurd wordt de procedure voortgezet en bestaat de mogelijkheid dat strafrechtelijk wordt opgetreden aan het eind van de procedure als de houder van het recht niet zelf optreedt. De werkzaamheden zijn beschreven in stap 7.

7.8.1. Afwerking van de aangifte

Bij het opschorten van de vrijgave of het vasthouden van de vermoedelijke inbreukmakende goederen, moet de aangifte -in afwachting van de in dit voorschrift omschreven procedures- in het Sagitta systeem (DSI of DSU) de aangiftestatus code 20 behouden.

Afhankelijk van de te volgen procedure en de uitkomst daarvan, moet de aangifte worden afgehandeld.

- Wanneer er een schikking wordt getroffen en dit leidt tot vernietiging of strafrechterlijke inbeslagname van de goederen, wordt de gedane aangifte handmatig afgewerkt. U gebruikt daarvoor bij de aangifte voor het vrije verkeer aangiftestatus code 62 `handmatig afdoen met correctie' (Codelijsten Sagitta). In geen geval wordt de aangifte buiten werking gesteld.

- Wanneer de houder van het recht, de FIOD-ECD of de BFC-er niet optreden, moet u de aangifte op de gebruikelijke wijze verder afwerken (einde verificatie geven). De goederen worden dan vrijgegeven. Aangiftestatus code 20 wordt dan opgevolgd door aangiftestatus code 40.

7.8.2. Monsteropslag bij schikking met veronderstelde toestemming

In het geval van een schikking in de vorm van een veronderstelde toestemming wordt het genomen monster - na vernietiging van de goederen - als bewijsmateriaal bewaard. In deze situatie bestaat een kans dat alsnog een gerechtelijke procedure wordt gevoerd na de vernietiging. Het monster wordt maximaal 6 maanden in het Douanelaboratorium bewaard en vervolgens vernietigd, tenzij de afdeling IER aangeeft dat langere opslag noodzakelijk is.

Instructies

1. De vraagbaak IER stuurt het monster naar het douanelaboratorium nadat de afdeling IER de vraagbaak op de hoogte heeft gesteld dat een schikking met veronderstelde toestemming tot stand is gekomen en de vernietiging daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

2. De vraagbaak IER verwerkt de genomen monsters administratief in de applicatie Douane Fysieke Controle (DFC), onderdeel monstername. Op het DFC-aanvraagformulier in het veld `aantal contramonsters op het lab' vult deze het aantal monsters in dat moet worden bewaard. Hetzelfde gebeurt op het formulier aanvraag monsteronderzoek.
Volstaan kan worden met de opmerking: `Het monster dient niet onderzocht te worden, opslaan i.v.m. IER'.

3. Op het formulier aanvraag monsteronderzoek wordt niet aangegeven dat de klant het contramonster na afloop van de opslagtermijn retour wil ontvangen. Er worden geen monsters retour gegeven.

4. Alle monsters die bij één aanvraag voor opslag horen worden gezamenlijk naar het douanelaboratorium verzonden. Ze worden verpakt in de gebruikelijke verzendkisten. Deze kisten worden opgehaald door het monstervervoer.

5. Wanneer de houder van het recht of een andere belanghebbende over het monster wil beschikken ten behoeve van de bewijsvoering in een gerechtelijke procedure, moet hij een verzoek te richten aan de afdeling IER. Het douanelaboratorium geeft het monster af onder verzegeling en met een ontvangstbevestiging.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie