30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek VGEM

30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten, 6 april 2009, Versie 3.1

9. Strafrechtelijke handhaving

9.1. Mogelijkheden voor strafrechtelijke handhaving

De houder van een intellectueel eigendomsrecht is mede zelf verantwoordelijk om op te treden tegen inbreuk op dat recht. Daarvoor beschikt hij over diverse civielrechtelijke mogelijkheden.

Er zijn situaties waarin deze vorm van handhaving echter niet voldoet of wenselijk is. Zo kan er aanleiding bestaan om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. In veel gevallen is namelijk niet alleen het belang van de houder van het recht in het geding. Ook de bescherming van het algemeen belang kan ingrijpen noodzakelijk maken. Denk bijvoorbeeld aan het optreden van marktverstoringen, gevaar voor personen of goederen of de betrokkenheid van de georganiseerde criminaliteit bij de productie of distributie van inbreukmakende goederen.

De strafrechtelijke handhaving is de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM) en de FIOD-ECD. De activiteiten van de Douane blijven in dit verband beperkt tot het in beslag nemen en verbaliseren.

9.1.1. Algemeen kader strafrechtelijke handhaving

Bij strafrechtelijke handhaving staat altijd de vraag centraal welke inspanningen moeten worden verricht na het aantreffen van onregelmatigheden. Het gaat dan om (vervolg)onderzoek en vervolging. Als vervolging inderdaad het doel is, dan betekent dit een grote aanslag op de capaciteit van de Douane en het OM. Het werkproces vanaf het constateren van de onregelmatigheid tot het aanbieden van het proces-verbaal aan het OM is een arbeidsintensief traject.

Denk bijvoorbeeld aan:

- het horen van mogelijke verdachten uit Nederland of daarbuiten

- het horen van een afzender (gevestigd buiten de EU), wat vrijwel onmogelijk is

- het bewijsprobleem als de verdachte ontkent

Als al tot een bewijs kan worden gekomen, heeft het aanbieden van een schikkingsvoorstel - gelet op de ernst van de overtreding- veelal de voorkeur. Wordt hieraan niet voldaan, dan zal alsnog dagvaarding plaatsvinden.

9.1.2. Reizigers, post-, pakket- en koerierszendingen en cargozendingen

Bij onregelmatigheden die worden geconstateerd bij reizigers en post, pakket,-,en koerierszendingen is meestal geen sprake van ernstige aantasting van of schade aan de maatschappij. Het gaat vaak om kleine hoeveelheden verboden goederen met een relatief lage waarde. De ontvanger is veelal ook de eindverbruiker.

De (uiteindelijke) sanctie zal dan ook doorgaans laag zijn, maar de inspanningen die de strafrechtelijke vervolging vraagt, zeer hoog. Desondanks is het van belang onwenselijke en gevaarlijke situaties op te heffen en herhaling te voorkomen. De sanctie die aan de inbreukmaker wordt opgelegd, zou voldoende effect kunnen/moeten hebben om dat te bereiken.

Voor cargozendingen geldt ook dat bij kleine hoeveelheden het toepassen van de Verordening niet efficiënt is. Tot een bepaalde hoeveelheid aangetroffen inbreukmakende goederen wordt daarom altijd strafrechtelijk gehandhaafd.

9.1.3. Aanwijzing en richtlijn Intellectuele-eigendomsfraude

Het College van procureurs-generaal heeft een Aanwijzing en Richtlijn Intellectuele-eigendomsfraude voor de strafrechtelijke handhaving vastgesteld. Deze bevatten regels voor het OM bij de opsporing en vervolging van overtredingen op het gebied van intellectuele eigendomsrechten. De Aanwijzing en Richtlijn zijn per 1-2-2006 van kracht geworden (Staatscourant 2006, nr 6) en verwerkt in dit voorschrift.

Het uitgangspunt is dat bij de bestrijding van inbreuken op intellectuele eigendomsrechten civielrechtelijk optreden door de houder van het recht voorop staat. Bij dergelijke inbreuken is echter vaak ook het algemeen belang in het geding.

Hierbij wordt met name gedacht aan gevallen die:

- een veilige samenleving (bijvoorbeeld volksgezondheid) bedreigen

- zien op grootschalige vormen van eigendomsfraude die marktverstorende effecten hebben

- betrekking hebben op georganiseerde criminaliteit

Bij de vraag in welke gevallen het strafrecht voor toepassing in aanmerking komt, wordt met de bovenstaande factoren rekening gehouden.

De aanwijzing geeft ook een invulling van de strafuitsluitingsnorm "enkele waren voor eigen gebruik in voorraad" uit artikel 337, lid 2 WvSr.

9.2. Strafuitsluitingsgrond artikel 337 WvSr

Artikel 337 WvSr heeft betrekking op het merkenrecht en het recht inzake modellen en tekeningen. In lid 1 staat dat de volgende gedragingen strafbaar zijn: het opzettelijk invoeren, doorvoeren, uitvoeren, verkopen, te koop aanbieden, afleveren, uitdelen of in voorraad hebben van mogelijk inbreukmakende goederen.

In lid 2 van dit artikel staat dat het niet strafbaar is om `enkele exemplaren voor eigen gebruik in voorraad te hebben'.

9.2.1. Strafuitsluitingsgrond bij reizigers

Voor reizigers geldt dat zij zich op deze strafuitsluiting kunnen beroepen. Reizigers die bijvoorbeeld op Schiphol terugkeren met één nagemaakt product (bijvoorbeeld één horloge) vallen onder de toepassing van de strafuitsluitingsgrond van artikel 337 WvSr.

9.2.2. Geen strafuitsluitingsgrond bij post/pakket/koerierszendingen

Bij post, postpakketten of koerierszendingen en vrachtzendingen (cargo) geldt de strafuitsluitingsgrond niet. Het begrip `in voorraad hebben' moet worden ingevuld als feitelijk bij zich hebben.

9.3. Reizigers en strafrechtelijke handhaving

Voor reizigers geldt dat zij enkele exemplaren van (vermoedelijk) inbreukmakende goederen mogen invoeren voor eigen gebruik. De volgende hoeveelheden vallen onder de strafuitsluitingsgrond.

      Tabel 1 Hoeveelheden voor eigen gebruik reizigers.

Soort goed Hoeveelheid
...................................... .........................

Horloges

3 stuks

Parfums / Eau de toilette

250 ml

Beeld- en geluidsdragers met uitzondering van master(s)

3 stuks/dragers

(verschillende titels)

Datadragers

Geen

Overige goederen

3 stuks/paar

Bij overschrijding van de hoeveelheid vermoedelijk inbreukmakende goederen van Tabel 1 is in Tabel 2 voorgeschreven op welke wijze strafrechtelijk wordt gehandeld.

      Tabel 2 Overschrijding normaantallen tabel 1 bij reizigers

Soort goed Kolom 1: Schikkingsaanbod door middel van een afstandsverklaring Kolom 2: Strafrechtelijk optreden door Openbaar Ministerie
............. ...................... ...................................

Horloges

n.v.t.

4 stuks of meer

Parfums/eau de toilette

1 t/m 500 ml

501 ml of meer

Beeld- en geluidsdragers, met uitzondering van master(s)

1 - 25 stuks

26 stuks of meer

Datadragers

1 t/m 3

4 of meer

Overige goederen

1 - 50 stuks/paar/eenheid

51 stuks of meer

9.3.1. Aandachtspunten voor gebruik van Tabel 1

Onderstaande aandachtpunten zijn van belang bij het gebruik van Tabel 1:

- Als beeld- of geluidsdragers worden aangetroffen met twee of meer exemplaren van dezelfde titel, is tabel I niet van toepassing.

- Het aantal auteursrechtelijk beschermde werken op één dvd is van belang. Elke filmtitel telt. Eén dvd met 4 films wordt beschouwd als vier dragers en is dus niet toegestaan. Voor televisieseries op dvd geldt echter niet het aantal titels maar het aantal dragers (dvd's). Het aantal titels op een cd is daarentegen niet van belang. Dit wordt als één drager gezien.

- Met het begrip master wordt bedoeld: een technisch product waarvan het doel is deze aan te wenden voor de productie van optische schijven zoals cd's en dvd's. Een gekopieerde film op dvd die in Nederland nog niet in de bioscoop draait, is dus géén master.

- Onder digitale datadragers vallen:

- businesssoftwar

- overige software voor privé gebruik

- entertainmentsoftware (games)
De Douane controleert niet de inhoud van draagbare datadragers (bijvoorbeeld memory sticks, mp3-spelers of harde schijven).

- Voor personeelsleden van vervoermiddelen (bemanningsleden) die in het internationale verkeer met derde landen worden ingezet, geldt bij het brengen in het vrije verkeer (anders dan voor alcoholhoudende dranken en tabaksproducten) geen andere beperking van hoeveelheden dan voor passagiers (artikel 49, lid 1, Verordening (EEG) nr. 918/83 en artikel 82, lid 1 Douaneregeling).

9.3.2. Procedure bij reizigers

Wanneer u bij de controle van het reizigersverkeer vermoedelijk inbreukmakende goederen aantreft, gaat u als volgt te werk:

Procedure bij reizigers

1. Bij het aantreffen van vermoedelijk inbreukmakende goederen tijdens controle van het reizigersverkeer, pas altijd Tabel 1 en Tabel 2 toe en niet de Verordening (EEG) nr. 1383/2003.

2. Is Tabel 1 van toepassing, stel dan vast onder welke goederenrubriek uit Tabel 1 de goederen vallen.

3. Is de aangetroffen hoeveelheid vermoedelijk inbreukmakende goederen lager of gelijk aan die genoemd in de betreffende goederencategorie van Tabel 1, dan wordt niet opgetreden. De goederen mogen hun weg vervolgen na het voldoen van eventueel verschuldigde rechten.

Voorbeeld
U treft een zending aan met de volgende vermoedelijk inbreukmakende goederen: 3 horloges, 300 ml parfum, 3 beelddragers met elk 1 film en 1 paar schoenen , 1 T-shirt, 1 paar sokken. In dit geval treedt u alléén op voor de parfum. De andere goederen mogen - na het voldoen van de eventueel
verschuldigde rechten hun weg vervolgen.

4. Als de toegestane hoeveelheid inbreukmakende goederen voor eigen gebruik is overschreden, worden alle inbreukmakende goederen van de desbetreffende categorie in beslag genomen. Het is dus niet zo dat van de totale hoeveelheid inbreukmakende goederen die in beslag worden genomen, de gestelde hoeveelheid voor eigen gebruik behouden mag worden. Alle goederen uit de categorie worden in beslag genomen.

Voorbeeld
U treft een zending aan met de volgende vermoedelijk inbreukmakende goederen: 3 horloges, 150 ml parfum, 2 audiocd's en 1 T-shirt, 1 nagemaakte spelcomputer, 1 spijkerbroek en 1 zonnebril. In dit geval treedt u alléén op voor de `overige goederen' te weten het T-shirt, de spelcomputer, de spijkerbroek en de zonnebril. De andere goederen mogen - na het voldoen van de eventueel verschuldigde rechten - hun weg vervolgen.

5. Bij overschrijding van de normaantallen van Tabel 1 wordt Tabel 2 toegepast. Het aanbieden van schikkingen in het kader van de strafrechtelijke afdoening kan als de douaneregio afspraken heeft gemaakt met het OM.

6. Als geen afspraken zijn gemaakt met het OM en de hoeveelheid goederen in Tabel 2 is van toepassing, wordt strafrechtelijk opgetreden. De goederen worden in beslag genomen en een proces-verbaal opgemaakt. Dit proces verbaal wordt op de gebruikelijke wijze opgemaakt en naar het OM gezonden.

9.4. Post-, pakket- en koerierszendingen en strafrechtelijke handhaving

In veel van dit soort zendingen worden kleine hoeveelheden vermoedelijk inbreukmakende goederen aangetroffen. Ook bij deze zendingen wordt, mede uit efficiency-overwegingen, bij kleine hoeveelheden in eerste instantie geen toepassing gegeven aan de Verordening maar wordt strafrechtelijk opgetreden.

      Tabel 3 Post-, pakket-, koerierszendingen en cargo

Soort goed Kolom 1 Strafrechtelijk afdoen door inbeslagname Kolom 2 Civielrechtelijk/ Strafrechtelijk Procedure Vo. 1383/ 2003
......................... ...................... ...........................

Horloges

1 t/m 10 stuks

> 10 stuks

Parfum/eau de toilette

1 t/m 1000 ml

> 1000 ml

Beeld,- data-, en geluiddragers

1 t/m 25 stuks

> 25 stuks

Overige goederen

1 t/m 25 stuks

> 25 stuks

Pas bij de hoeveelheid uit kolom 2 van Tabel 3 wordt de procedure voor het Douaneoptreden op verzoek of Douaneoptreden zonder verzoek gevolgd.

      Geen toepassing strafuitsluitingsgrond

De strafuitsluitingsgrond van artikel 337, lid 2 WvSr is niet van toepassing als inbreukmakende goederen op een andere wijze worden ingevoerd dan door een reiziger. Het begrip "in voorraad hebben" moet worden ingevuld als het feitelijk bij zich hebben. De strafuitsluitingsgrond van artikel 337, lid 2 WvSr is dus niet van toepassing is als de invoer anders dan via het reizigersverkeer plaatsvindt, bijvoorbeeld door middel van post-, pakket- of koerierszendingen en vrachtzendingen. Hier is dus sprake van een `nul-tolerantie' (zero tolerance) voor de strafrechtelijke handhaving.

9.4.1. Procedure post-, pakket-, en koerierszendingen

Als u bij de controle van post, postpakketten en koerierszendingen vermoedelijk inbreukmakende goederen aantreft, gaat u als volgt te werk:

Procedure post-, pakket-, en koerierszendingen

1. Onderzoek of de aangetroffen goederen onder één van de in Tabel 3 genoemde goederenrubrieken valt.

2. Is de aangetroffen hoeveelheid vermoedelijk inbreukmakende goederen lager of gelijk aan die genoemd in kolom 1 van Tabel 3, neem dan de goederen in beslag. U handelt de zaak strafrechtelijk af volgens de afspraken die door de Boete-fraudecoördinator. met het OM binnen uw regio zijn gemaakt.

3. Is de aangetroffen hoeveelheid vermoedelijk inbreukmakende goederen groter dan die genoemd in kolom 1 van tabel 3, handel dan volgens het hoofdstuk Douaneoptreden op verzoek of Douaneoptreden zonder verzoek. Dat wil zeggen:

- goederen niet vrijgeven

- melding aan afdeling IER

- houder van het recht onderneemt (civielrechtelijke) stappen, tenzij de FIOD-ECD tot vervolging overgaat

9.5. Verhuisboedels

Bij het aantreffen van goederen die vermoedelijk inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht bij verhuisboedels, handelt u als volgt:

Verhuisboedel en handhaving

- Bij gebruikte vermoedelijk inbreukmakende goederen (bijvoorbeeld cd's, dvd's, kleding en overige huisraad) wordt niet opgetreden.

- Bij nieuwe vermoedelijke inbreukmakende goederen past Tabel 3 toe en handelt u volgens de procedure voor post-,pakket-, en koerierszendingen.

9.6. Cargozendingen en overige goederenstromen

Wanneer vermoedelijk inbreukmakende goederen worden aangetroffen, anders dan bij een reiziger of in post, postpakketten of koerierszendingen, dan wordt Tabel 3 toegepast en verricht u dezelfde werkzaamheden als bij post-, pakket-, en koerierszendingen.

9.7. Bepalen douanewaarde van inbreukmakende goederen

Er zijn situaties dat u de douanewaarde van vermoedelijk inbreukmakende goederen moet vaststellen. Dit is het geval als een reiziger met 3 of minder vermoedelijk inbreukmakende goederen de Gemeenschap binnenkomt.

De douanewaarde van deze inbreukmakende goederen is niet de prijs van de originele (niet nagemaakte) goederen. De douanewaarde wordt vastgesteld aan de hand van identieke of soortgelijke inbreukmakende goederen waarbij deze waarde als uitgangspunt genomen wordt.

De prijzen van namaakgoederen zijn op verschillende manieren te achterhalen waarbij het internet (bijvoorbeeld marktplaats.nl) als hulpmiddel kan dienen voor de vaststelling.

9.8. Samenloop met andere wetgeving

Een vermoedelijke inbreuk op intellectuele eigendomsrechten loopt soms samen met een overtreding van andere wetgeving. In deze paragraaf komt achtereenvolgens de samenloop met de Wet op de Accijns en de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening aan de orde.

9.8.1. Samenloop met Wet op de Accijns (rookwaren)

Goederen die inbreuk maken op bepaalde intellectuele eigendomsrechten, kunnen tegelijkertijd inbreuk maken op de Wet op de Accijns. Deze samenloop doet zich met name voor bij rookwaren. Wanneer u rookwaren aantreft die mogelijk inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht, moet u de voorgeschreven procedure volgen.

Hieronder wordt aangegeven welke wetgeving en uitgangspunten aan deze procedure ten grondslag liggen.

      Wetgeving en bevoegdheden

Op grond van artikel 5, lid 1, letter b, van de Wet op de Accijns is het niet toegestaan om accijnsgoederen in het bezit te hebben waar geen belasting op is geheven. Douaneambtenaren zijn bevoegd om deze goederen op strafrechtelijke gronden in beslag te nemen (artikel 81 Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR). Zij zijn namelijk belast met het opsporen van feiten die in de belastingwet strafbaar zijn gesteld (artikel 80 AWR juncto 142 WvSr).

      Uitgangspunten procedure

De procedure die u dient te volgen bij mogelijk inbreukmakende rookwaren is gebaseerd op het Handboek accijns en verbruiksbelastingen, onderdeel 10.50.30 en op de ATV-richtlijn van het Openbaar Ministerie. ATV staat voor het Aanmelding Transactie en Vervolgingstraject, waar een dergelijke zaak meestal onder valt. Volgens de ATV-richtlijn kan de Douane een zaak in een aantal gevallen zelfstandig afhandelen. In alle andere situaties moet de Douane de zaak overdragen aan de FIOD-ECD. U volgt bij een samenloop ook altijd de in dit voorschrift beschreven procedure.

9.8.2. Samenloop met Wet op de geneesmiddelenvoorziening

Voor geneesmiddelen gelden bepaalde voorwaarden bij het in het vrije verkeer brengen. De Douane heeft hier in het kader van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening ook een taak. In het voorschrift Geneesmiddelen leest u meer over de voorwaarden en de taak van de Douane.

Hieronder staan de mogelijke situaties vermeld. Feitelijk is alleen in situatie 2 sprake van een samenloop. De andere situaties betreffen geen samenloop en daarin behoeft geen extra tijd en energie gestoken te worden tenzij de feiten en omstandigheden u anders doen beslissen (bijvoorbeeld een zeer omvangrijke zending waarbij het de moeite loont ook te onderzoeken of wellicht een andere wettelijke bepaling is overtreden).

1. Geneesmiddel zeker, namaak geen vermoeden.
Als wordt vastgesteld dat sprake is van (ongeregistreerde) geneesmiddelen en niet duidelijk is dat vermoedelijk inbreuk wordt gemaakt op een intellectueel eigendomsrecht handelt u volgens het voorschrift Geneesmiddelen.

2. Geneesmiddel zeker, namaak duidelijk (samenloop).
Als duidelijk wordt vastgesteld dat sprake is van (ongeregistreerde) geneesmiddelen en ook duidelijk sprake is van een vermoedelijke inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht: u handelt volgens dit voorschrift.

3. Geneesmiddel niet zeker, namaak duidelijk vermoeden.
Dit ziet bijvoorbeeld op een gezondheidsproduct in de vorm van vitaminepreparaten. U handelt volgens dit voorschrift.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie