30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboeken

Handboek VGEM

30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten

Handboek VGEM

30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten, 6 april 2009, Versie 3.1

10. Aanvullende informatie

10.1. Kosten bij douanecontrole

Alle kosten die gemaakt worden om een douanecontrole mogelijk te maken, zijn voor rekening van de aangever. Deze is verplicht medewerking te verlenen bij de fysieke controle wanneer de Douane dat noodzakelijk vindt. De kosten van de uitvoering van zijn plichten moet de aangever zelf dragen (CDW, artikel 69, lid 2 en 3, en Tvo CDW, artikel 241 en 243 en Handboek Douane, onderdeel 12.00.00).

10.1.1. Kosten toepassen Verordening

Voor de Douane vloeien geen kosten voort uit de opschorting of vasthouding van vermoedelijk inbreukmakende goederen (artikel 15).De kosten in verband met het toezicht van de Douane zijn voor rekening van de houder van het recht (artikel 6). Het is de verantwoordelijkheid van de houder om de eventuele kosten op de inbreukmaker te verhalen.

De inbreukmakende goederen worden zonder kosten voor de schatkist vernietigd (artikel 17, lid 1, letter a).

10.1.2. Kosten vernietiging onder douanetoezicht

Het vernietigen van de goederen brengt geen kosten voor de schatkist met zich mee. De belanghebbende is hiervoor kosten verschuldigd. De belanghebbende is de verzoeker tot vernietiging, zoals omschreven op het formulier (DO40) `verzoek om vernietiging'. De vernietiging van de goederen vindt plaats onder douanetoezicht.

Voor de ambtelijke werkzaamheden die verband houden met de vernietiging van niet-communautaire goederen, zijn kosten verschuldigd (artikel 74, lid 1, letter g, Douanebesluit). Deze kosten zijn verschuldigd wanneer douaneambtenaren werkzaamheden verrichten die voortvloeien uit het vernietigen (of op andere wijze onbruikbaar maken) van goederen (Handboek Douane, onderdeel 5.50.00, hoofdstuk 2).

Dit doet zich voor in de volgende gevallen:

- het vaststellen van de hoeveelheid, het gehalte en dergelijke

- de monsterneming

- het monsteronderzoek

- het toezicht bij het vermengen of vernietigen van goederen die om andere redenen hun oorspronkelijke bestemming niet kunnen volgen

10.1.3. Kosten vernietiging bij schikking

De kosten van vernietiging nadat een schikking is overeengekomen, zijn voor de houder van het recht (artikel 11, lid 1, tweede streepje). Volgens de douaneprocedure is het echter de persoon die het verzoek om vernietiging doet die de kosten draagt. Aan de verzoeker worden dan ook de kosten in rekening gebracht. Is de verzoeker niet dezelfde persoon als de houder, dan zal hij zelf de houder moeten aanspreken de kosten aan hem te vergoeden. De Douane staat hierbuiten.

10.1.4. Aansprakelijkheid en schadevergoeding

Als een verzoek om optreden wordt ingewilligd en de vermoedelijk inbreukmakende goederen niet als zodanig worden herkend en worden vrijgegeven, kan de houder van het recht, recht hebben op een schadeloosstelling (artikel 19). Ook de uitoefening van de in de Verordening verleende bevoegdheden om vermoedelijk inbreuken op een intellectueel eigendomsrecht te bestrijden, kan tot gevolg hebben dat de Douane aansprakelijk wordt gesteld voor geleden schade.

De aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van handelen van de Douane wordt beheerst door de regels van het bestuursrecht en het civiele recht. Voor vergoeding van de schade bestaat slechts aanleiding als de schade het gevolg is van een onrechtmatige daad die aan de Douane kan worden toegerekend. Of hiervan sprake is zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld.

In het Voorschrift schadevergoeding (Handboek Douane, onderdeel 53.00.00) is geregeld hoe met een verzoek tot schadevergoeding moet worden omgegaan en welke medewerker dit beoordeelt.

Een verzoek om schadevergoeding is gericht tot de Staat. Daarom is de Staatssecretaris van Financiën in eerste instantie bevoegd een verzoek om schadevergoeding af te handelen. Deze werkzaamheden zijn voor het belangrijkste deel echter overgedragen aan de voorzitters van de managementteams van de douaneregio's. Deze hebben bepaalde medewerkers aangewezen om verzoeken voor schadevergoeding te behandelen. U stelt een ingediend verzoek tot vergoeding van de geleden schade als gevolg van het optreden door de Douane onmiddellijk ter beschikking aan deze aangewezen medewerker.

10.2. Ontstaan douaneschuld

Er zijn verschillende situaties mogelijk waarbij rekening moet worden gehouden met een douaneschuld. Deze ontstaat als goederen in het vrije verkeer worden gebracht door middel van een aangifte. De verantwoordelijkheid voor een mogelijke douaneschuld ligt bij de aangever of de beheerder van de douanegoederen.

10.2.1. Douaneschuld bij inbeslagname

De douaneschuld gaat teniet als de goederen strafrechtelijk in beslag worden genomen en direct, dan wel naderhand worden verbeurdverklaard (artikel 233, letter c, tweede gedachtestreepje CDW). De verbeurdverklaring wordt veelal door de rechter vastgesteld en niet op het moment van inbeslagname.

In artikel 876 bis, lid 2, TVo. CDW is bepaald dat de Douane de betalingsverplichtingen opschort. Om dat te kunnen beëindigen, moet worden vastgesteld dat de goederen hun douanebestemming hebben gevolgd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het OM het beslag opheft (Handboek Douane, onderdeel 28.00.00).

De goederen worden, nadat zij strafrechtelijk in beslag zijn genomen, geacht onder het stelsel van douane-entrepots te zijn geplaatst (artikel 867bis TVo.cdW).

10.2.2. Douaneschuld en vernietiging

De douaneschuld gaat ook teniet als de goederen worden vernietigd (artikel 233, letter c, tweede gedachtestreepje CDW). Zowel in het geval dat een schikking is overeengekomen, als bij een uitspraak van de civiele rechter, worden de goederen in beginsel vernietigd. De douaneschuld is dan tenietgegaan (Handboek Douane, onderdeel 30.00.00). Wel kan sprake zijn van resten en afvallen die in het vrije verkeer worden gebracht en waarvoor douanerechten verschuldigd kunnen zijn.

10.3. Processen-verbaal en registratie in DFB

Er zijn diverse soorten proces-verbaal:

- proces-verbaal van bevinding

- proces-verbaal van inbeslagname en overdracht

Modellen zijn opgenomen in de applicatie Douane Fraude Bestrijding (DFB).

10.3.1. Proces-verbaal van bevinding

Als vermoedelijk inbreukmakende goederen worden aangetroffen, dan maakt de vraagbaak IER een proces-verbaal van bevinding. Hij zendt dit per fax of e-mail aan de afdeling IER.

      Doel

Het proces-verbaal van bevinding dient om het vermoeden van de inbreuk te onderbouwen en relevante gegevens vast te leggen. Het proces-verbaal moet voldoende aanwijzingen bevatten zodat:

- de Douane kan besluiten de vrijgave van de goederen al of niet op te schorten of deze vast te houden

- de afdeling IER kan beoordelen of er wellicht sprake is van uitzonderingen (van artikel 3, lid 1 van de Verordening) bijvoorbeeld parallelhandel

- de afdeling IER de houder van het recht goed kan informeren, zodat deze kan beoordelen of er sprake is van vermoedelijke inbreuk

Verder dient het proces-verbaal van bevinding:

- voor de statistische berichtgeving van de afdeling IER aan de Europese Commissie

- als expertiseverklaring voor de eerste beoordeling voor een strafrechtelijk onderzoek door de FIOD-ECD

- als bijlage bij een eventueel strafrechtelijk onderzoek door de FIOD-ECD. Een redelijk vermoeden van een strafbaar feit behoeft dan niet nader in het proces-verbaal van overdracht aan de FIOD-ECD te worden uiteengezet

Het opgemaakte Fyco-formulier van de douanecontrole moet verwijzen naar het proces-verbaal van bevinding.

10.3.2. Proces-verbaal van inbeslagname en overdracht

Wanneer de FIOD-ECD kenbaar maakt tot een strafrechtelijk onderzoek te willen overgaan, volgt inbeslagname van de goederen. De FIOD-ECD kan dat zelf doen, maar ook de Douane daarom verzoeken. Dat gebeurt dan op grond van artikel 59 of 96 WvSv (Handboek Douane, onderdeel 36.00.00).

10.3.3. Registratie onregelmatigheid in DFB

In situaties waarin een proces-verbaal van bevinding of proces-verbaal van overdracht is voorgeschreven, wordt de geconstateerde overtreding als `onregelmatigheid met afdoening' geregistreerd in DFB.

Inbeslagnames die al eerder in DFB werden geregistreerd, worden tijdens het registreren van de onregelmatigheid hieraan gekoppeld.

Alle overige onregelmatigheden die betrekking hebben op het intellectuele eigendom worden ook geregistreerd in DFB. Afhankelijk van de afwerking van de onregelmatigheid worden deze geregistreerd met of zonder afdoening.

Wanneer bij een inbeslagname ook een proces-verbaal van bevinding of overdracht wordt opgemaakt, wordt de inname bij het invoeren van de gegevens omtrent de onregelmatigheid gekoppeld aan deze onregelmatigheid.

10.3.4. Registratie inbeslagname in DFB

De opsporingsambtenaar die de goederen in beslag neemt, registreert deze in DFB. Dat gaat als volgt:

Registratie inbeslagname in DFB

1. Kies onder taken voor `innemen goederen' en daarna voor `nieuw'.

2. ln soort inname kies voor `in strafrechtelijk beslag'.

3. Vul vervolgens de overige velden in.

4. Vraag de verdachte onder wie de goederen in beslag worden genomen, of hij op grond van artikel 116, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering, afstand wil doen van de betreffende goederen.

5. Wanneer de verdachte afstand doet, vink dan het betrokken selectieveld in DFB aan. Kies in het uitrolmenu voor `Vrijwillige afstand art. 116, lid 2, SV'.
Is de verdachte niet bereid afstand te doen, dan worden de goederen eveneens in beslag genomen. De Officier van Justitie zal dan bij de rechter een verzoek tot vernietiging of onttrekking aan het verkeer moeten vorderen.

6. Beschrijf de goederen zo specifiek mogelijk. Maar daarbij onderscheid tussen soorten en merken door deze telkens als nieuwe regel zo gedetailleerd mogelijk vast te leggen.

7. Wanneer de inname is geregistreerd en bevestigd, verschijnt het innamenummer. Tik dit innamenummer (zonder streepjes) in het scherm dat vervolgens verschijnt en klik op `ophalen'.

8. Selecteer de opgehaalde inname en klik op `tonen' of `wijzigen'.

9. Door op de Word-icoontjes linksboven in het scherm te klikken kunt u achtereenvolgens de volgende documenten aanmaken en uitprinten:

- de afstandsverklaring;

- de kennisgeving van inbeslagneming;

- het bewijs van ontvangst van in beslag genomen goederen.

10.3.5. Registratie overdracht van in beslag genomen goederen

Een overdracht van in beslag genomen goederen wordt geregistreerd in DFB. Dit gaat als volgt:

Registratie overdracht van in beslag genomen goederen

1. Kies onder taken voor `overdragen goederen' en daarna voor `nieuw'.

2. Kies het soort overdracht en vul de overige velden in.

3. Klik op `inname' en tik het innamenummer in (zonder streepjes).

4. Selecteer de betrokken inname.

5. Door vervolgens op OK te klikken wordt de overdracht bevestigd.

6. Haal de overdracht vervolgens weer op. Linksboven in het scherm verschijnt een Word-icoontje waarmee een overdrachtformulier kan worden aangemaakt en uitgeprint.

10.4. Vrijgave bij modellen-, octrooi-, en kwekersrecht

Bij vermoedelijke inbreuk op onderstaande intellectuele eigendomsrechten kunnen de aangetroffen goederen op bepaalde voorwaarden worden vrijgegeven. Het gaat dan om het:

- modellenrecht

- octrooirecht

- aanvullende beschermingscertificaten

- kwekersrecht

      Werkwijze

Vrijgave geschiedt via een zekerheidstelling bij de houder van het recht. Deze moet voldoende zijn om de belangen van de houder te beschermen. De Douane heeft hierin geen bemoeienis.

Het verzoek om vrijgave wordt gericht aan de afdeling IER. Deze stelt de vraagbaak IER op de hoogte over de eventuele vrijgave van de goederen.

      Voorwaarden voor vrijgave

1. De afdeling IER is in kennis gesteld dat binnen een termijn van 20 werkdagen een procedure is gestart om te bepalen of inderdaad een intellectueel eigendom is geschonden.

2. De rechter heeft na het verstrijken van de termijn nog geen toestemming gegeven tot het nemen van conservatoire maatregelen (beslaglegging).

3. Alle douaneformaliteiten zijn vervuld.

      Opheffing zekerheid

De gestelde zekerheid wordt opgeheven als:

1. de zaak anders dan op initiatief van de houder van het recht is voorgelegd aan de civiele rechter

2. de houder van het recht binnen 20 werkdagen (bij verlenging van maximaal 10 werkdagen, totaal 30 dagen) geen gebruik heeft gemaakt van het recht een geding aan te spannen

      Vrijgave na schikking

Het is mogelijk dat de houder van het recht en de inbreukmaker een schikking treffen. Na betaling van het schikkingsbedrag of de royalty kunnen de goederen dan alsnog in het vrije verkeer worden gebracht:

1. de houder van het recht stelt de afdeling IER op de hoogte van de getroffen regeling

2. de afdeling IER geeft aan de vraagbaak IER door dat de goederen kunnen worden vrijgegeven

      Bepalen douanewaarde

De betaalde vergoeding wordt in de regel niet meegenomen in de douanewaarde van de ingevoerde goederen. In voorkomende gevallen neemt u contact op met het Team Expertise Waarde en Tarief (Belastingdienst/Douane Rotterdam).

10.5. Opslag en vervoer vermoedelijk inbreukmakende goederen

Het is toegestaan dat vermoedelijk inbreukmakende goederen, waarvan de rechter nog niet heeft vastgesteld dat het inbreukmakende goederen betreft, onder de douaneregeling douanevervoer en het stelsel van douane-entrepots te plaatsen. Dit geldt ook wanneer de houder van het recht niet tot een juridische procedure besluit, maar probeert een schikking overeen te komen. De goederen kunnen dan - bijvoorbeeld uit kostenoverwegingen - naar een andere opslaglocatie worden overgebracht.

Alleen verplaatsing naar een entrepot type C in Nederland is toegestaan. Andere douaneregelingen zijn in dit kader niet toegestaan, noch worden de goederen ter beschikking gesteld.

Bij vervoer naar en opslag op een andere locatie doen zich verschillende situaties voor:

10.5.1. Tijdelijke opheffing opschorting of vasthouding

De aangever moet een verzoek indienen om de opschorting van vrijgave van de goederen of de vasthouding, tijdelijk op te heffen ten behoeve van het vervoer. Dit doet hij door middel van een aangifte voor het douanevervoer en plaatsing in entrepot.

10.5.2. Verzoek bij conservatoir beslag

Als conservatoir beslag is gelegd, kunnen de goederen alleen worden verplaatst met toestemming van de beslaglegger (gerechtsdeurwaarder). De afdeling IER neemt daarvoor contact op met de houder van het recht. Als deze akkoord is, werkt u de aangifte af.

Wanneer blijkt dat de goederen voor het leggen van een conservatoir beslag moeten worden uitgesorteerd, moet de aangever hiertoe een schriftelijk verzoek bij het douanekantoor indienen (Handboek Douane, onderdeel 15.00.00). Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer niet alle goederen in de zending inbreukmakend zijn voor de houder van het recht die het beslag heeft gelegd. Ook kunnen er andere houders of betrokkenen zijn.

Bij het uitsorteren zal wellicht de gerechtsdeurwaarder of de houder van het recht aanwezig zijn. De Douane is hierbij slechts aanwezig voor zover dat voor de uitoefening van het douanetoezicht noodzakelijk is. Bijvoorbeeld: de exacte hoeveelheid vermoedelijk inbreukmakende goederen is niet bekend en in het proces-verbaal van bevinding is volstaan met een schatting.

10.5.3. Verzoek bij schikking

Als de houder van het recht een schikking is overeengekomen en de goederen aan hem zijn afgestaan, kan hij zelf een verzoek te doen om de goederen op een andere locatie op te slaan.

10.5.4. Verzoek door of namens inbreukmaker

Als de bovenstaande situaties zich niet voordoen, wordt het verzoek gedaan door of namens de mogelijke inbreukmaker. Het toestaan van opslag op een andere locatie is dan niet afhankelijk van toestemming van de houder van het recht. Deze moet echter wel op de hoogte worden gebracht van de nieuwe opslaglocatie. Hiervoor draagt de afdeling IER zorg.

10.5.5. Procedure

Bij vervoer en opslag van goederen is er sprake van een `kantoor van vertrek' en een `controlekantoor'. Het controlekantoor is het douanekantoor in het ambtsgebied waar het entrepot is gevestigd of waar de hoofdadministratie van het entrepot wordt bijgehouden.

      Kantoor van vertrek

Op het kantoor van vertrek is de procedure als volgt:

Kantoor van vertrek

1. Controleer de rechtmatigheid van het verzoek: wie mag de aangifte doen en is toestemming noodzakelijk van de houder van het recht?

2. Controleer de bestemming (alleen entrepot type C is toegestaan).

3. Stel de aangever van de goederen schriftelijk in kennis van de tijdelijke opheffing van de vasthouding/opschorting.

4. Neem - indien noodzakelijk - identificatiemaatregelen zoals verzegeling (Handboek Douane, onderdeel 12.00.00, hoofdstuk 7).

5. Breng het controlekantoor schriftelijk op de hoogte dat er een meldingsplicht bij aankomst moet worden opgelegd. Ook bericht u dat de vasthouding/opschorting van de goederen weer effectief moet worden.

6. Breng de afdeling IER en de vraagbaak IER schriftelijk op de hoogte van de nieuwe opslaglocatie.

      Controlekantoor

Het controlekantoor is belast met toezicht over de goederen die zich in het entrepot bevinden en over goederen die daarin worden ingeslagen dan wel uitgeslagen. Daar gebeurt het volgende:

1. Het controlekantoor legt een meldingsplicht op aan de entreposeur bij aankomst van de goederen.

2. De opschorting van vrijgave, dan wel vasthouding van de goederen wordt weer effectief bij opslag in het entrepot. Dit gebeurt via een schriftelijke kennisgeving van het controlekantoor aan de entreposeur. Aan de goederen kan nu geen andere douanebestemming worden gegeven.

10.6. Vernietiging

De douanewetgeving kent geen begripsbepaling waarin wordt aangegeven wat precies onder vernietiging wordt verstaan, op welke wijze het moet gebeuren, of waar dit moet plaatsvinden. De verordening (artikel 17) geeft evenmin een definitie van vernietigen. Wel wordt gesteld dat - na uitspraak van de rechter - de goederen op een `zodanige wijze moeten worden vernietigd dat de houder van het recht geen schade lijdt'.

Bij de toepassing van de douanewetgeving is er sprake van vernietiging als goederen onbruikbaar worden gemaakt voor het doel waarvoor deze waren gemaakt. Het mag hierbij niet meer mogelijk zijn om de goederen terug te brengen in de oorspronkelijke staat.

De verzoeker moet de kosten van vernietiging dragen.

10.6.1. Wanneer vernietigen?

Wanneer uit een rechterlijk vonnis blijkt dat de goederen moeten worden vernietigd, dan gebeurt dit onder douanetoezicht. Op deze manier staat vast dat de goederen een douanebestemming hebben gevolgd. Dit geldt ook wanneer een schikking wordt overeengekomen.

10.6.2. Verzoek en toestemming vernietiging

Wanneer de Douane gevolg geeft aan het verzoek om vernietiging en daarvoor het fiat heeft verleend op het formulier (DO40) `verzoek om vernietiging', kan de vernietiging (onder ambtelijk toezicht) plaatsvinden.

Als de vernietiging niet gebeurt op de plaats waar de goederen zijn opgeslagen, vindt uitslag en vervoer plaats naar de locatie waar zij zullen worden vernietigd. Dit gebeurt op vertoon van de verleende toestemming tot vernietiging (zie Handboek Douane, onderdeel 22.00.00, paragraaf 3.2).

10.6.3. Resten en afvallen (recyclen)

Wanneer goederen worden vernietigd, zijn er twee mogelijkheden:

1. Er blijven geen goederen over na de vernietiging. De procedure vernietigen is in die situatie beëindigd.

2. Er blijven nog producten over: resten en afvallen. Deze resten en afvallen (bijvoorbeeld verschredderde stukken kleding) moeten een douanebestemming krijgen.

Op het formulier (DO40) `verzoek om vernietiging' zijn beide mogelijkheden aangegeven. Daarop is vermeld dat het afvalproduct (resten en afvallen) bestemd is voor recycling en wat de waarde van het afvalproduct is. Degene die het verzoek indient is verantwoordelijk voor het doen van douaneaangifte om deze resten en afvallen in het vrije verkeer te brengen. Daarbij kunnen douanerechten zijn verschuldigd.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie