30.08.00 Vervoer gevaarlijke stoffen

Tekstnavigatie

Inhoud

Talen

Doelgroepen

Zoeken

Algemeen

Domeinen

Vaste functies

Waar ben ik?

Inhoud

Inhoudsopgave

Handboek VGEM

30.08.00 Vervoer gevaarlijke stoffen, 6 april 2009, Versie 4.0

8. Controles door de vraagbaak WVGS

8.1. Controle na signaal

De vraagbaak WVGS kan controles instellen naar aanleiding van signalen van andere douaneambtenaren (bijvoorbeeld bij aangiftebehandeling of fysiek toezicht).

8.2. Controle vereiste voertuiguitrusting

De vraagbaak controleert of het voertuig voorzien is van de vereiste standaarduitrusting voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Daarbij moet worden gedacht aan de onderstaande zaken:

- een deugdelijk veiligheidsvest of veiligheidskleding voor elk bemanningslid

- wielkeg (per voertuig en per aanhanger of oplegger een wielkeg)

- twee zelfstandig staande waarschuwingssignalen (bijvoorbeeld reflecterende kegels, gevarendriehoeken, of knipperende oranje lampen die onafhankelijk van het voertuig kunnen functioneren)

- een handlamp voor elk bemanningslid

- brandblusmiddelen

- de vereiste oranje borden

In de gevarenkaart wordt soms nog opgegeven welke extra uitrusting vereist is, bijvoorbeeld adembescherming, handschoenen, oogspoelfles en dergelijke.

8.3. Controle vereiste documenten

Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen moet op grond van de ADR de volgende documenten aanwezig zijn:

- vervoersdocument of vrachtbrief

- gevarenkaart

- ADR-vakbekwaamheidscertificaat

8.3.1. Vervoersdocument of vrachtbrief

Als er gevaarlijke stoffen worden vervoerd moeten deze door een vervoersdocument worden begeleid. In de meeste gevallen wordt hiervoor de vrachtbrief (CMR of AVC-vrachtbrief) gebruikt.

In het vervoersdocument moet de onderstaande informatie staan vermeld:

- het UN-nummer, voorafgegaan door `UN'

- de juiste vervoersnaam

- de nummers van de modellen van de gevaarsetiketten

- (eventueel) de verpakkingsgroep

De juiste vervoersnaam staat in een tabel in het ADR vermeld. Er zijn echter stoffen, meestal mengsels, die geen eigen naam in het ADR hebben. Deze stoffen worden onder een zogenaamde verzamelaanduiding vervoerd en krijgen dan de aanduiding `n.e.g.' achter de naam. Achter de verzamelnaam moet dan de technische naam van de stof(fen) worden vermeld. Een voorbeeld is:

UN 1993 brandbare vloeistof, n.e.g. (tolueen, xyleen), 3, II

In het ADR is bepaald dat de hiervoor genoemde omschrijving in deze volgorde op het vervoersdocument moet worden vermeld.

8.3.2. Gevarenkaart

De gevarenkaart bestaat uit 4 bladzijden. De gevarenkaart heeft als doel de bemanningsleden van het voertuig dat is beladen met gevaarlijke stoffen, in te lichten over de gevaarlijke eigenschappen van die stoffen. De gevarenkaart moet zich binnen handbereik in de cabine van het voertuig bevinden.

8.3.3. ADR-vakbewaamheidscertificaat

      Als gevaarlijke stoffen in grote hoeveelheden worden vervoerd, moet de bestuurder beschikken over een ADR-vakbekwaamheidscertificaat. Deze verplichting geldt:

- bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in tankcontainers met een inhoud van meer dan 3.000 liter en/of een maximum toegestaan gewicht van meer dan 3.500 kg

- bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in tankwagens met een inhoud van meer dan 1000 liter

- bij het vervoer van stukgoederen, mits er geen sprake is van een vrijstelling zoals kleinverpakking of beperkte hoeveelheden

Bij twijfel over de geldigheid van het certificaat, kan de vraagbaak dit controleren bij de Stichting Contactcommissie Chauffeurs Vakbekwaamheid. Daarvoor kan hij gebruik maken van de voorbeeldbrief informatie vakbekwaamheid.

8.3.4. Het containerbeladingscertificaat

Als gevaarlijke stoffen worden vervoerd in een container en die container zal later op een zeeschip worden overgeladen, dan moet er een containerbeladingscertificaat bij het vervoersdocument gevoegd zijn.

De functies van dit certificaat en van het vervoersdocument mogen ook in één enkel document worden opgenomen.

8.3.5. Het veiligheidsblad

De chemische industrie is verplicht om voor alle producten met gevaarlijke eigenschappen een zogenoemde Material Safety Data Sheet (MSDS) op te maken. Dit veiligheidsblad bevat alle relevante informatie over aard en samenstelling van het product en daarnaast de veiligheidsmaatregelen die nodig zijn bij vervoer, opslag, handling en gebruik.

De vervoerder/chauffeur is niet verplicht om het veiligheidsblad (MSDS) bij het vervoer beschikbaar te hebben. De afzender of leverancier/producent is verplicht dit blad op verzoek ter beschikking te stellen op grond van het Veiligheidsinformatiebladenbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen.

Aanleiding tot een verzoek kan zijn dat de goederenomschrijving of het UN-nummer op de aanwezige documentatie niet overeenkomt met de omschrijving op de verpakking.

8.4. Controle van gevaarlijke stoffen

De vraagbaak heeft geen bevoegdheid om verpakkingen te openen of monsters te nemen.

Als hij toch verpakkingen wil openen of monsters wil nemen, doet de vraagbaak via het Informatiecentrum IVW een beroep op een Inspecteur van IVW die gespecialiseerd is in het nemen van monsters van gevaarlijke stoffen.

Denk aan de volgende situaties:

- de vraagbaak twijfelt aan de juistheid van de classificatie van de aangetroffen stof

- er worden resten aan de buitenkant van de verpakking of de tank aangetroffen

      Gegevens opvragen

Als de vraagbaak meer gegevens over de vervoerde stof wil hebben, kan hij:

- bij de afzender een veiligheidsblad (MSDS) opvragen

- het chemiekaartenboek, specialistische boekwerken en documentatie raadplegen

- informatie vragen bij de helpdesk van het douanelaboratorium over aard, samenstelling en gevaren van stoffen, en over de vereiste veiligheidsmaatregelen

- informatie vragen bij het Informatiecentrum Inspectie Verkeer en Waterstaat

8.5. Controle van de voertuigkeuring

Voertuigen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd, moeten voor dit vervoer zijn goedgekeurd. De vraagbaak kan bij de RDW informatie inwinnen over deze zogenaamde VLG-keuring. Daarvoor kan hij gebruik maken van de voorbeeldbrief VLG-keuring.

8.6. Vastlegging van de controle

De vraagbaak WVGS legt de resultaten van een uitgevoerde controle vast in:

- een `Verklaring naar aanleiding van controle vervoer gevaarlijke stoffen' (ook wel de EG 41 genoemd)

- een Inspectierapport Douane

Dit formulier is een uittreksel van de EG-checklist uit de Richtlijn 95/50 EG.

Het formulier EG 41 bestaat uit drie exemplaren:

- het originele witte exemplaar is bestemd voor de administratie van de IVW

- het gele exemplaar is bestemd voor de chauffeur; deze kan hiermee aantonen dat hij al eerder tijdens dezelfde reis gecontroleerd is (de situatie is niet veranderd is/er zijn geen goederen bijgeladen), is herhaalde controle niet nodig

- het roze exemplaar is bestemd voor de eigen administratie van de Douane

De vraagbaak hecht het witte exemplaar van de EG 41 en het Inspectierapport Douane aan elkaar en stuurt deze bescheiden dagelijks aan de IVW. Daarvoor maakt hij gebruik van de voorbeeldbrief IVW.

Terug naar tekstnavigatie

Algemeen

Terug naar tekstnavigatie

Domeinen

Website Belastingdienst
Website Douane
Website Toeslagen
Terug naar tekstnavigatie

Vaste functies

Terug naar tekstnavigatie