Is het EORI-nummer verplicht per 31 januari 2010?
Ja. Vanaf 31 januari 2010 zijn Economic Operators (marktdeelnemers) wettelijk verlicht om hun EORI-nummer te gebruiken in het gegevensverkeer met de Douane. Ook voor marktdeelnemers uit derde landen die een summiere aangifte of douaneaangifte indienen is het EORI-nummer verplicht.
In uitzonderingsgevallen is het EORI-nummer niet verplicht, zoals bij particuliere personen. In die gevallen kan de aangever de NAW-gegevens invullen.
Hebt u nog geen EORI-nummer? Vraag het dan zo snel mogelijk aan. Kijk voor meer informatie over het EORI-nummer bij:
Voor de summiere aangifte te lossen goederen gelden dezelfde termijnen die voor de summiere aangifte bij binnenkomst van toepassing zijn. Alleen bij deepsea container vervoer geldt een afwijkende termijn; 72 uur voor binnenkomst. Na verstrijken van de termijn voor indienen van de summiere aangifte bij binnenkomst (bij deepsea containers 72 uur voor ETA) weet de douane of er een summiere aangifte voor te lossen goederen is.
Op welk niveau wordt de MRN afgegeven? schip, container, zending in een container?
op het niveau van de summiere aangifte, dus afhankelijk van de keuze van de aangever. De MRN wordt voor elke ENS afgegeven. Als een aangever maar één ENS wil opmaken voor alle goederen geladen in een haven dan wordt er 1 MRN afgegeven. Als voor elke container of voor elke B/L een ENS wordt opgemaakt dat wordt per container cq B/L een MRN afgegeven.
Kun je aan de MRN herkennen welk proces (binnenbrengen / ncts / uitgaan) het betreft?
In Nederland kun je bij ECS en NCTS aan positie 11 van de MRN zien welk proces het betreft. Er is geen EU standaard met betrekking tot de afgifte van de MRN’s.
Ja, er is een mogelijkheid om tekst toe te voegen.
Ja, in Nederland wordt altijd een ontvangstbevestiging gezonden. Onbekend hoe andere EU landen dit regelen.
Ja, het proces zal zo worden ingericht dat direct na ontvangst van het bericht een MRN wordt verzonden. Dit bericht wordt zowel aan de indiener van de summiere aangifte bij binnenkomst als aan de vervoerder (indien niet de indiener van de summiere aangifte bij binnenkomst) gezonden.
Er worden geen summiere aangiften door de douane verwijderd. Een verplichting ontstaat nadat de goederen zijn aangebracht. Dit kan op twee manieren, verwijzen naar de eerder ingediende summiere aangifte bij binnenkomst of door het indienen van een summiere aangifte voor te lossen goederen.
Er verandert op dit punt niets. De houder van de goederen in tijdelijke opslag is de verantwoordelijke (Unamar arrest). Wordt een zending (gedeeltelijk) niet gelost dan kan onder voorwaarden de summiere aangifte bij binnenkomst / voor te lossen goederen aangepast worden.
De verantwoordelijkheid ligt eerst bij de indiener van de aangever en deze verplichtingen gaat na de lossing over op de persoon die de goederen in opslag heeft.
Er zal zeker worden opgetreden. Of het vervoermiddel buiten de EU wordt gehouden (de toegang geweigerd) is nog onduidelijk.
Hoe gaat de noodprocedure er uit zien?
Antwoord: Op EU niveau vindt hierover op dit moment discussies plaats. Nederland is van mening dat de oplossing in ieder geval elektronisch moet zijn.
Is het Housebillniveau in summiere aangifte bij binnenkomst vereist?
Niet wat bijv. gegevens afzender – geadresseerde betreft, maar er zijn wel strengere eisen t.a.v. bijv. goederenomschrijving.
Termijnen zijn gelijk aan huidige situatie. Er zijn geen wettelijke termijnen voor de SAL. Volgens art 186 TCDW moet de SAL ten laatste op het moment van aanbrengen worden gedaan. Nationaal vraagt de Douane aan het bedrijfsleven om de SAL eerder te doen. Daarbij zijn termijnen gesteld waarbij bij aankomst direct over de goederen beschikt kan worden indien de termijnen gevolgd worden. Wordt de SAL eerst op het moment van aanbrengen gedaan dan moet de douane eerst nog de risico analyse doen voordat men over de goederen kan beschikken.
Wettelijk is dit niet toegestaan. Als het EORI-nummer bekend is moet het worden vermeld in de ENS én in de SAL.
De douanesystemen zien iedere aangifte (ENS en SAL) als een op zichzelf staande aangifte. De gegevens in de ENS en de gegevens in de SAL worden dus niet vergeleken. Merkt de Douane dat een marktdeelnemer verschillend aangeeft terwijl er een EORI-nummer beschikbaar is? Dan kan de Douane sancties opleggen.
Wat te doen bij gedeeltelijke lossing t.o.v. wat werd beoogd en aangegeven?
Summiere aangifte eerste binnenkomst (ENS) moet gewijzigd worden (wat wordt waar gelost) ook een eventuele separate summiere aangifte voor te lossen goederen moet gewijzigd worden.
Is opgave lege containers bij lossen mogelijk (maritiem)?
Volgens artikel 181 quater hoeft er voor lege containers geen aangifte (in de ENS) gedaan te worden voor zover de containers niet op grond van een vervoersovereenkomst worden vervoerd. Lege shippers owned containers die worden gelost moeten in de SAL worden opgenomen.
Voor zowel de ENS als de SAL aangifte geldt dat lege containers waarvoor geen consignement is opgemaakt worden opgenomen in de rubriek “containers/equipementen” met vermelding van type en de indicatie ‘empty’.
Zijn er steeds 2 berichten melding vervoermiddel nodig?
Er zijn steeds 2 berichten voor vervoermiddel nodig; vooraanmelding en melding. Wellicht mogelijk om ETA-bericht op ATA over te nemen als er geen wijzigingen optreden.
Hoe definitief zijn de specificaties?
Specificaties zijn serieus vastgezet waarbij er naar gestreefd zal worden dat er lopende het traject geen wijzigingen op komen. Eventuele Europese wijzigingen zullen doorgevoerd moeten worden.
De meldingen moeten in het Douanesysteem opgenomen worden om te dienen als basis voor risicoanalyse.
Worden we ook na 31 januari 2010 nog vooraf geïnformeerd over Douanecontroles?
Alleen de AEO-veiligheid of AEO full krijgt dan nog (ruim) voor de aankomst van het vervoermiddel de aankondiging van een Douanecontrole. De overige economic operators horen na de aankomstmelding van het vervoermiddel van de Douanecontrole. Om logistieke problemen te voorkomen is er voor gekozen om het bericht tot 4 juli 2010 nog voor aankomst van het vervoermiddel te versturen ongeacht de AEO status van de indiener van de aangifte. Daarna zal het afhankelijk zijn van de AEO status van de aangever of de betreffende afhandelaar.
Welke huidige SBB berichten zullen op 27 juni 2009 vervallen?
Zie hiervoor de op 2 december 2008 gepubliceerde MIG Sagitta Binnenbrengen release 9. Deze MIG is te vinden op: http://www.douane.nl/softwareabonnee/softwareabonnee/download/
Waarom wordt de btw-berekening niet vermeld in de UTB?
Op dit moment wordt soms in Sagitta Invoer ten onrechte de btw-berekening niet uitgevoerd waardoor de btw u niet in rekening is gebracht. Dit is een systeemfout van Sagitta Invoer die op korte termijn zal worden opgelost.
Voor de aangiften waar onterecht geen btw in rekening is gebracht zal de Douane dit handmatig gaan invorderen.
Er van uitgaande dat de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer op naam en voor rekening van de douane-expediteur wordt gedaan, hoeft de rechtspersoon uit het derde land geen EORI-nummer aan te vragen. In vak 14 moet de douane-expediteur (=aangever) het aan de Douane-expediteur toegekende EORI-nummer vermelden.
In vak 8 (Geadresseerde) vermeldt de fiscaal vertegenwoordiger Omzetbelasting het EORI-nummer van de Duitse importeur.
Verder vermeldt de fiscaal vertegenwoordiger Omzetbelasting in het data-element 'OB-plichtige' het aan de fiscaal vertegenwoordiger Omzetbelasting toegekende art. 23 Wet OB verleggingsnummer.
Alle vakken in DSI zijn aangepast aan de invoering van het EORI-nummer per 31/01/2010.
In het vak waarin het aangiftenummer moet worden vermeld kunnen maximaal 27 karakters worden ingevuld.
Hoe moet het btw-nummer in Sagitta Invoer worden ingevuld?
Voor het systeem DSI moet het btw-nummer van de OB-plichtige als volgt worden gevuld:
Het btw-nummer moet de volgende notatie bevatten 999999999.99 zonder landcode. Daarnaast moet als landcode NL worden opgegeven in het veld landcode.
Hoe uw aangiftesysteem hiermee omgaat is ons onbekend. Uw softwareleverancier kan u aangeven hoe uw applicatie werkt.
Nee, een particulier die (incidenteel) een zending aangeeft hoeft geen EORI-nummer aan te vragen. Het EORI-nummer wordt uitsluitend toegekend aan personen die zich in het kader van hun bedrijf bezig houden met activiteiten waarop de douanewetgeving betrekking heeft.
In het vak ‘Geadresseerde’ kan bij een particulier worden volstaan met het vermelden van de NAW-gegevens van de particulier óf het aan deze particulier toegekende Burgerservicenummer (BSN), voorafgegaan door NL.
Hoe moet het EORI nummer in Sagitta In- en Uitvoer worden ingevuld?
De systemen DSI en DSU verlangen bij het invullen van een EORI-nummer de volgende gegevens:
Het identificatienummer zonder landcode en daarnaast de landcode (van het land die het EORI-nummer heeft afgegeven) in een afzonderlijk veld.
Hoe uw aangiftesysteem hiermee omgaat is ons onbekend. Uw softwareleverancvier kan u aangeven hoe uw applicatie werkt.
Wat zijn de meest voorkomende fouten in uitvoeraangiften vanaf 31 januari 2010?
Hoe moet het EORI nummer in Sagitta In- en Uitvoer worden ingevuld?
De systemen DSI en DSU verlangen bij het invullen van een EORI-nummer de volgende gegevens:
Het identificatienummer zonder landcode en daarnaast de landcode (van het land die het EORI-nummer heeft afgegeven) in een afzonderlijk veld.
Hoe uw aangiftesysteem hiermee omgaat is ons onbekend. Uw softwareleverancvier kan u aangeven hoe uw applicatie werkt.
Nee, een particulier die (incidenteel) een zending aangeeft hoeft geen EORI-nummer aan te vragen. Het EORI-nummer wordt uitsluitend toegekend aan personen die zich in het kader van hun bedrijf bezig houden met activiteiten waarop de douanewetgeving betrekking heeft.
In het vak ‘Exporteur/afzender’ kan bij een particulier worden volstaan met het vermelden van de NAW-gegevens van de particulier óf het aan deze particulier toegekende Burgerservicenummer (BSN), voorafgegaan door NL.
Wat te doen als u een technisch controlebericht ontvangt?
Bij het ontvangen van controleberichten vanuit DSU wordt u verzocht om contact op te nemen met uw softwareleverancier voor herstelacties.
Wanneer moet ik een elektronisch bericht van aankomst sturen?
Als de in de uitvoeraangifte aangegeven goederen aankomen bij het kantoor van uitgang OF aankomen op een door de Douane aangewezen aanbrenglocatie.
De aankomst moet gemeld worden op het moment dat alle goederen zijn aangekomen bij het kantoor van uitgang of aangewezen aanbrenglocatie.
Deze termijn is instelbaar; voorlopig zal de Douane nog accepteren dat het manifest na vertrek wordt ingediend maar in de toekomst moet het manifest een x aantal uur voor vertrek zijn ingediend
Wie moet de elektronische berichten sturen?
Het elektronische bericht moet worden ingestuurd. Dit bericht kan door iederen worden ingestuurd. Dit is afhankelijk van de afspraken die u heeft gemaakt met uw logistieke dienstverlener.
Naar wie wordt de control notification verzonden?
Dit bericht wordt verzonden naar de indiener van de aankomstmelding
Het uitgaan zal niet bevestigd worden richting het kantoor van uitvoer en dus ook niet naar de aangever/exporteur
U moet nog steeds een UGD (AED) hebben. Dit document krijgt u als de goederen worden vrijgegeven. De goederen moeten worden begeleid door het UGD (EAD) van het kantoor van uitvoer naar het kantoor van uitgang.
Het uitvoergeleidedocument (UGD, export accompanying document (EAD)) moet de goederen begeleiden van het kantoor van uitvoer naar het kantoor van uitgang. De argumenten hiervoor zijn:
Proviand is uitgezonderd van ECS, maar hoe werkt dat dan?
Voor proviand blijft de ‘oude’ aangifteprocedure van kracht. Op de uitvoeraangifte moet worden aangeduid dat de goederen als proviand de EU zullen verlaten. U moet in vak 37 deelvak 3 de volgende code moeten vermelden: F61 of F62. In dit geval zullen de zendingen niet worden ogenomen in ECS. U krijgt ingeval van een uitvoeraangifte wel een EAD, maar zonder een MRN. Wanneer u deze code niet invult zal de zending gewoon in ECS worden opgenomen en zal de douane de aanomst en uitgaan moeten melden. De zendingen proviand worden niet in het uitgaande manifest opgenomen.
Zijn alle lidstaten aangesloten op ECS?
Alle lidstaten zijn inmiddels volledig (dus zowel voor de rol uitvoer als uitgaan) aangesloten op ECS fase2. Op 31-01-2010 sluit Nederland als laatste land aan op ECS fase2.
Iedere lidstaat zal voor de communautaire berichten (berichten die tussen de lidstaten onderling worden uitgewisseld) van dezelfde berichtspecificaties gebruik moeten maken. Voor het nationale deel en de nationale koppeling met de handel worden adviezen voor de inrichting van de processen en berichten meegegeven maar zijn lidstaten vrij om daar binnen de kaders van de europese en nationale wetgeving een eigen invulling aan te geven.
De komst van ECS verandert de huidige situatie niet. De mogelijkheid om een onvolledige aangifte in te dienen is niet aanwezig in het elektronisch berichtenverkeer voor uitvoer. Wel is het mogelijk om een schattingsaangifte in te dienen. Deze schattingsaangifte wordt echter pas vrijgegeven als de definitieve gegevens bij het Douanekantoor van uitvoer bekend zijn. Pas dan wordt de toestemming tot vertrek met een MRN uitgegeven. Dit MRN zal vervolgens tijdig op het uitgaande manifest met het werkelijke gewicht vermeld moeten worden zodat het uitgaan van de goederen kan worden vastgesteld.
Na 150 dagen wordt de uitvoeraangifte door het Douanekantoor van uitvoer buiten werking gesteld. De aangever wordt hiervan in kennis gesteld. Indien de goederen na die termijn worden uitgevoerd zal er een nieuwe aangifte ten uitvoer opgemaakt moeten worden.
Waar is informatie te vinden omtrent elektronische berichtenverkeer?
Door de Douane zijn alle berichten die in het kader van ECS worden uitgewisseld met het bedriojfsleven beschreven in de Message Implementation Guide for ECS (MIG). De berichtspecificaties zijn op te vragen bij relatiebeheer.douane@belastingdienst.nl
Dit kan in de praktijk voorkomen, in dat geval moeten de goederen opnieuw worden aangebracht bij de volgende terminal, vervolgens dient een 2e of volgende aankomstmelding te worden gedaan.
Als de Douane niet meer in staat is elektronische aankomstmeldingen of uitgaande manifesten te ontvangen en verwerken, treedt een noodprocedure in werking. Deze noodprocedures zijn te vinden op de website.
De aangever krijgt van de aankomst van de goederen op het Douanekantoor van uitgang van de Douane niet standaard een terugkoppeling. Wel krijgt zijn logistieke handelspartner – de Trader at Exit – een responsbericht van de Douane. De aangever kan zelf (beperkt) het verloop van een uitvoeraangifte volgen middels de Europese voorziening die via het internet te benaderen is (http://ec.europa.eu/taxation_customs/dds/cgi-bin/mishome?Lang=NL).
Waar mogen goederen op het Douanekantoor worden aangebracht?
De Douane heeft voor het ECS proces toegestane aanbrenglokaties aangewezen waar de goederen aangebracht mogen worden voor uitgaan. Deze aanbrenglokaties (postcodes) zijn opgenomen in Tabel Z01 (tot 31-01-2010 tabel 101) en moet in combinatie het het huisnummer worden opgenomen in de elektronische aankomstmelding.
De Douane mag en kan hier geen medewerking aan verlenen. Logistieke partners kunnen onderling afspreken elkaar deze gegevens te verstrekken.
Een EAD kan alleen geprint worden door het Douanekantoor van uitvoer waar de uitvoeraangifte is gedaan of door klanten die elektronisch aangeven via DSU. Dan terug naar het voorbeeld uit de vraag. De container die uitwijkt naar Antwerpen om daar uit te gaan dient inderdaad op het Douanekantoor van uitgang in België opnieuw aangemeld te worden. Dit kan alleen als de chauffeur of de terminalhouder over (een kopie van) het EAD beschikt. Dit biedt tevens de mogelijkheid voor de ontvangende partij om vast te stellen dat de gegevens uit het EAD overeen komen met de container die voor de poort staat. De chauffeur die de container naar Antwerpen vervoert is er alles aan gelegen om (een kopie van) het EAD bij zich te hebben. Zonder dit document is hij er niet zeker van dat de container de terminal op komt. Hij zal hier bij vertrek uit Nederland bij de terminalhouder waar de overige containers die op het EAD staan zijn aangekomen, om vragen. Deze eerste terminalhouder zal een kopie van het EAD moeten kunnen maken. Als terminalhouders de aankomstmelding schriftelijk doen door inlevering van het EAD bij het Douanekantoor van uitgang, dan zouden ze ook een kopie van dit document moeten kunnen maken. De cargadoor die de goederen namelijk manifesteert, kan besluiten dit ook op papier te doen en moet dan (een kopie van) het EAD bijvoegen.
In principe geldt de wettelijke plicht dat er voor alle goederen waarvoor uitvoeraangifte is gedaan een aankomstmelding wordt gedaan. Alleen als de aanbrenglocatie voor de uitvoeraangifte dezelfde is als de aanbrenglocatie voor uitgaan en de goederen worden tussentijds niet meer vervoerd op de regeling uitvoer (onder geleide van het EAD), dan geldt deze plicht niet. De aangever is in deze gevallen dezelfde partij als de Trader at Exit. De aankomstmelding stelt het Douanekantoor van uitgang in staat de goederen desgewenst te controleren. Vanaf 17 juni 2007 geldt dit vooralsnog alleen voor de indirecte uitvoer. Het ontbreken van de wettelijk verplichte aankomstmelding zal leiden tot het niet versturen van de bevestiging van de goederen uit zijn gegaan.
Uitgangspunt is dat de controles die op het Douanekantoor van uitvoer zijn gedaan niet nogmaals worden verricht op het Douanekantoor van uitgang. Op het Douanekantoor van uitgang wordt vooral gelet op risico’s als bijpak en verwisseling die zich tijdens het vervoer van het Douanekantoor van uitvoer naar het Douanekantoor van uitgang hebben kunnen voordoen. Het kan echter voorkomen dat goederen op beide kantoren worden geselecteerd voor een fysieke controle.
Tot wanneer kunnen zendingen nog weg zonder dat het manifest vóóraf bij de Douane binnen is?
Het is nog niet bekend wanneer alle manifesten vóór vertrek ingediend moeten worden. Dit is mede afhankelijk van de afspraken die hierover worden gemaakt met andere lidstaten. Tot die tijd gelden de huidige afspraken rondom de inlevertermijnen van manifesten.
Er blijven MRN’s openstaan in ECS. De termijn van 150 dagen verloopt uiteindelijk en er wordt onderzoek gedaan wat er met de goederen is gebeurd. In voorkomende gevallen wordt de aangifte buiten werking gesteld. De exporteur blijft verantwoordelijk. Veelal zal daar het initiatief vandaan komen.
Het Douanekantoor van uitgang meldt aan het kantoor van uitvoer de bevindingen. Het kantoor van uitvoer zorgt voor de communicatie met de aangever en bij de communicatie met de aangever wordt met coderingen aangegeven of er bevindingen zijn geconstateerd bij het uitgaan van de goederen.
Is ECS ook van toepassing bij levering aan Zwitserland of een ander EVA land?
Ja. In principe verandert er in deze gevallen niets. In geval van uitvoer van goederen die op de regeling Douanevervoer naar of via een EVA land worden vervoerd, moet eerst een uitvoeraangifte worden gedaan en daarna een vervoeraangifte waarin wordt verwezen naar de voorgaande uitvoeraangifte. Op het Douanekantoor van Vertrek waar de vervoeraangifte wordt geldig gemaakt, wordt de uitvoeraangifte beëindigd (‘fictie van uitgaan’).
Er is dan sprake van nationale part shipment. U moet op het uitgaande manifest aangegeven bij het MRN. U moet ook aangeven welk deel er is uitgegaan. Is er sprake is van internationale part shipment en vertrekt het het tweede deel bijvoorbeeld uit Antwerpen in plaats van Rotterdam? Voor deze situatie is er een handmatige (schriftelijke) procedure. Het eerste kantoor van uitgang meldt dit naar het kantoor van uitvoer.
Zijn de goederen voorzien in Antwerpen, maar komen ze aan in Rotterdam? Dan kan de betreffende Trader at Exit gewoon de aankomstmelding doen. Het feitelijke kantoor van uitgang in Rotterdam vraagt via het ECS-systeem de gegevens op bij het kantoor van uitvoer. Het kantoor van uitvoer stuurt deze gegevens op en informeert vervolgens het oorspronkelijke kantoor van uitgang (in Antwerpen) over de uitwijk.
U moet alle documenten vermelden op het manifest. Hierop zijn enkele uitzonderingen, waaronder de T5-documenten. U moet alle papieren documenten inleveren bij de Douane onder een verwijzing naar het MRN van het manifest. U moet op alle documenten in het manifest een code zetten van tabel A28 (documentsoort).
Krijgt de aangever een bericht over een controle?
Nee, alleen de Trader at Exit krijgt een controlebericht.
Waar vindt de controle plaats?
Op de locatie waar de goederen zich bevinden.
Hoe lang moeten goederen beschikbaar blijven voor controle?
Tot het moment dat ze worden vrijgegeven.
Vanaf wanneer kun je veiligheidsgegevens opnemen in de NCTS-aangifte?
U kunt vanaf de uitrol van de release van NCTS op 31 januari 2010 veiligheidsgegevens opnemen in een NCTS-aangifte. De veiligheidsgegevens zijn nog niet verplicht vanaf deze datum. De verplichting geldt pas vanaf 31 december 2010, als de vervoersaangifte wordt gebruikt als summiere aangifte bij binnenkomst.
De extra gegevens zijn:
Bij Kantoor van Doorgang:
Moet je de veiligheidsgegevens ook opnemen in een aangifte voor douanevervoer naar een EVA land?
U bent als aangever nog niet verplicht om veiligheidsgegevens op te nemen in de vervoersaangifte. Ook niet bij vervoer naar een EVA-land. Vanaf 31 december 2010 bent u wel verplicht om veiligheidsgegevens op te nemen in de vervoersaangifte.
In verordening 1875/2006 van het Communautair Douanewetboek staat het volgende: een uniek nummer dat aan de goederen wordt toegekend bij binnenkomst, invoer, uitgang en uitvoer. Hiervoor moet u een WDO-code (ISO 15459) of vergelijkbare code gebruiken.
Dit nummer wordt in Nederland nog niet gebruikt.
Het oude TIN-nummer (fiscaal identificatienummer) en het EORI-nummer kunnen tijdens deze overgang naast elkaar worden gebruikt. Bij aangiften die zijn gedaan vóór 31 januari, wordt het TIN-nummer gebruikt in de verdere berichtuitwisseling. De zekerheidstelling blijft in de verwerking van deze aangiften gekoppeld aan het oude GRN-nummer.
Let op! Vanaf 31 januari moet u wél uw EORI-nummer en nieuwe GRN-nummers gebruiken.
Zie ook de volgende vraag.
Het oude TIN-nummer (fiscaal identificatienummer) en het EORI-nummer kunnen tijdens deze overgang naast elkaar worden gebruikt. Bij aangiften van vóór 31 januari wordt het TIN-nummer gebruikt in de verdere berichtuitwisseling. De zekerheidstelling blijft in de verwerking van deze aangiften gekoppeld aan het oude GRN-nummer.
Let op! Vanaf 31 januari moet u wél uw EORI-nummer en nieuwe GRN-nummers gebruiken.
Zie ook de vorige vraag.
In het wijzigingsoverzicht van MIG Sagitta invoer 1.40 staat echter wat anders: vak 44 wijzigt niet, maar er ontstaat een nieuw vak op de header/voorblad van de aangifte: OB-plichtige.
Wat is nu juist?
Alleen Nederland werkt binnen de EU met een verlegging van de omzetbelasting. In vak 44 kan een lidstaat nog informatie kwijt die alleen nationaal van belang is. Daarom gebruiken we deze ruimte voor het btw-codenummer. In het elektronische berichtenverkeer ziet het er anders uit. Er is een apart veld btw-plichtige gemaakt op headerniveau. Hier kunt u het codenummer invullen. Dit geldt voor importeurs en voor fiscale vertegenwoordigers btw die de verleggingsregeling willen gebruiken.
