Heeft een uitvoerzending twee of meer goederensoorten waarvan de tariefonderverdeling verschilt? Dan volgt normaal, per goederensoort, een afzonderlijke aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling uitvoer.
Het beleidsbesluit van de Staatssecretaris stcrt-2009-19092 geeft, onder bepaalde voorwaarden, toestemming om voor zogenoemde verzamelzendingen bij uitvoer één uitvoeraangifte te doen.
Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen zendingen voor de proviandering van zeeschepen en gewone uitvoerzendingen.
Heeft een uitvoerzending goederen waarvan de tariefonderverdeling verschilt en zijn het goederen die als scheepsprovisie of scheepsbehoeften worden afgeleverd? Dan mag u als goederenomschrijving vermelden: ‘scheepsprovisie’ onderscheidenlijk ‘scheepsbehoeften’.
Bij een zending goederen die als scheepsprovisie of scheepsbehoeften worden geleverd, mag u in plaats van de eigenlijke goederencode’s de volgende goederencode’s gebruiken:
Voor goederen van hoofdstuk 27 van het geharmoniseerde systeem moet u altijd de eigen goederencode gebruiken.
Heeft een uitvoerzending goederen waarvan de tariefonderverdeling verschilt, maar zijn het geen goederen die als scheepsprovisie of scheepsbehoeften worden afgeleverd? Dan mag u een aangifte voor de douaneregeling uitvoer doen alsof de hele zending uitsluitend bestaat uit de van de zending deel uitmakende goederensoort die de hoogste waarde heeft. Deze goederensoort moet u in de douaneaangifte omschrijven met de eigen benaming en daar moet u aan toevoegen de woorden ‘en andere goederen’. Deze werkwijze staat bekend als ‘verzamelzending bij uitvoer’.
Voor de bovenstaande goedkeuringen gelden de volgende voorwaarden:
