Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

Invoerrechten betalen voor e-commerce

Vanaf 1 juli 2026 betaalt u € 3 invoerrechten voor e-commercezendingen van buiten de Europese Unie (EU) met een waarde van maximaal € 150. Op dit moment geldt een vrijstelling van invoerrechten voor de invoer van deze pakketjes. De EU schaft deze vrijstelling af.

Afschaffing vrijstelling

Het aantal e-commercezendingen nam de afgelopen jaren sterk toe. En door de vrijstelling komen e-commercezendingen vrij van invoerrechten de EU binnen. Dit leidt tot oneerlijke concurrentie voor verkopers in de EU, risico's voor de gezondheid en veiligheid van de consument, fraude en milieuproblemen. Daarom schaft de EU deze vrijstelling af.

Tarief per situatie

De invoerrechten gelden voor goederen die via e-commerce worden verkocht. Dit zijn goederen met een waarde van maximaal € 150 die een verkoper van buiten de EU rechtstreeks levert aan een consument in de EU.

Tot 1 juli 2026: vrijstelling van invoerrechten

U betaalt tot en met 30 juni 2026 geen invoerrechten voor e-commercezendingen tot en met € 150.

Van 1 juli 2026 tot 1 juli 2028: invoertarief van € 3

U betaalt een tarief van € 3 voor het invoeren van e-commercezendingen tot en met € 150 in de periode 1 juli 2026 tot 1 juli 2028. U betaalt dit invoerrecht per soort product.

Doet u als bedrijf aangifte in DECO of DMS dan gaat het om € 3 per aangifteregel.

Voorbeeld:

  • In een zending zit 1 potlood en 1 fietsbel: u betaalt 2 keer € 3 = € 6.
  • In een zending zit 1 doosje met potloden: u betaalt 1 keer € 3 = € 3.
Ter informatie!  Uitzondering

Doet u aangifte via het zogenaamde special arrangement of de standaardaangifte b2c (business-to-consumer)? En wilt u een preferentieel tarief toepassen? Dan doet u aangifte via aangiftesysteem DMS. U betaalt dan het preferentieel tarief in plaats van het vaste invoerrecht van € 3.

Vanaf 1 juli 2028: gemeenschappelijk douanetarief

Vanaf 1 juli 2028 betaalt u het gemeenschappelijk douanetarief (het EU-douanetarief) voor de invoer van e-commercezendingen tot en met € 150.

Zekerheid stellen

Als de vrijstelling vervalt, ontstaat bij invoer een douaneschuld. De Douane wil van u een financiële garantie dat u deze schuld kunt betalen. Daarom moet u vanaf 1 juli 2026 zekerheid stellen voor aangiftes e-commercezendingen.

Hiervoor moet u 2 vergunningen aanvragen:

  • vergunning doorlopende zekerheid (CGU)
  • vergunning uitstel van betaling (DPO)

Controleer uw referentiebedrag

Als u de vergunningen CGU en DPO al heeft, moet u mogelijk het referentiebedrag aanpassen. Dit is het bedrag waarvoor u zekerheid stelt.

Het referentiebedrag berekent u op basis van de douaneschuld die ontstaat in 1 maand.

U stelt zekerheid voor 100% van het referentiebedrag. Met een vergunning AEO Douanevereenvoudigingen (AEO-C) is matiging tot 30% van het referentiebedrag mogelijk.

Zet uw DPO-vergunning op de juiste naam

Tot 1 juli 2026: DPO op naam van de aangever of indiener

Voor aangiftes e-commerce mag de DPO-vergunning op naam staan van de aangever of indiener van de aangifte.

Vanaf 1 juli 2026: DPO op naam van de aangever

Voor aangiftes e-commerce moet de DPO-vergunning op naam staan van de aangever. Wie aangever is, hangt af van de manier waarop aangifte wordt gedaan:

  • Via directe vertegenwoordiging: De in de EU gevestigde IOSS-houder is aangever. Dit is de partij die de de btw afdraagt via de invoerregeling (IOSS). Vaak is dit de verkoper, zoals de webshop of het platform.
  • Via indirecte vertegenwoordiging: De vertegenwoordiger is aangever. Vaak is dit de douane-expediteur, logistiek dienstverlener of vervoerder.

Een buiten de EU gevestigde IOSS-houder kan alleen aangifte doen via indirecte vertegenwoordiging.

Wet- en regelgeving

Deel deze pagina